Een responsieve overheid begint bij het formulier
Een responsieve overheid begint bij het formulier
15 juni 2026
Recent bracht het Sociaal en Cultureel Planbureau in kaart hoe het bestaande contact tussen burgers en de overheid er eigenlijk uitziet. Bottomline: het meeste contact dat burgers met de overheid hebben is niet zo spannend. De vorm is vaak administratief van aard. Je als overheid zorgen maken over deze vorm van contact voelt niet urgent, en eerlijk gezegd nogal saai. Je zou dit bijna niet meenemen in de grote responsiviteitshervormingen. Bijna … Toch zit hier een grote ongelijkmaker.
Om te beginnen is het aantal contactmomenten niet gelijk verdeeld over de samenleving. Dit hangt volgens het SCP-rapport vooral samen met opleiding. Mensen met minder theoretische scholing komen minder snel in contact met de overheid. Dit is belangrijk, want vaker positief contact draagt bij aan een positieve vertrouwensrelatie tussen burger en overheid. En – de andere kant op – als mensen minder contact hebben met de overheid komen hun ervaringen en signalen dus ook minder snel terecht bij de overheid.
Daarnaast is er de ‘last’ van het contact. Niet ieder contact is even gemakkelijk en soepel – en ook dat is ongelijk verdeeld. . Weinig mensen vinden de administratieve kant van het contact met de overheid leuk. Denk aan het invullen van een formulier, of het uitzoekwerk voor de regeling die op jou van toepassing is. De stress en frustratie die dit oproept, zijn een goede voorspeller van afhaken. Administratieve lasten zorgen er vaak voor dat mensen de handdoek in de ring gooien en contact met de overheid maar laten zitten. De zwaarte van die lasten is dus niet gelijk verdeeld over de samenleving. Hoe vaker mensen hulp moeten vragen van de overheid, hoe meer last ze ervaren. En niet alleen meer, maar ook zwaardere lasten. De grote hulpvragen gaan vaak gepaard met meer afspraken, meer uitzoekwerk en meer formulieren. Dit zorgt ervoor dat burgers die het meest te winnen hebben bij positief contact met de overheid vaak veel ingewikkelder en frustrerender contact hebben.
Pieter Grinwis hamerde recent opnieuw op de invoering van een nationale vereenvoudigingsdag, een idee uit de koker van Bart Snels, kwartiermaker Slagvaardige Overheid. Het is een catchy term die tegelijk klinkt als de zoveelste poging om met een nieuw initiatief het systeem wél kloppend te krijgen. Toch wil ik een lans breken voor dit idee.
Het meest voorkomende contact met de overheid – administratieve interacties – oogt neutraal, maar is dat niet. Dat maakt van die grote vereenvoudigingsdag ineens veel meer dan een opruimdag. Het is niet alleen een prachtig initiatief om regelgeving over de brede linie te versimpelen, maar vangt tegelijkertijd een vorm van ongelijkheid af die opduikt bij het meest prille contact dat burgers met de overheid hebben. Dat lijkt me een meer dan logische start voor het vormgeven van een responsieve overheid.
Maria Tiggelaar is Universitair Docent Bestuurskunde verbonden aan de Universiteit Leiden