De Leeskamer

De Leeskamer

Door samen leeservaringen te delen ontstaan nieuwe inzichten.

leeskamer.jpg

Het is zomer! Voor veel mensen dé periode bij uitstek om eens een goed boek ter hand te nemen. Dat geldt voor ons in ieder geval wel. En we nodigen u graag uit met ons mee te lezen en daar samen onze gedachten over te laten gaan. 

We gaan met elkaar een boek lezen - geen ondoorgrondelijke tekst, maar een goed toegankelijk boek over een actueel thema. Via Twitter hopen we vervolgens met u en jou daarover in gesprek te gaan. Iedereen kan meedoen. Leen of koop het boek, start met lezen en deel (jo)uw leeservaringen op Twitter via hashtag #DeLeeskamer. 

De leugens die ons binden.jpg

De leugens die ons binden

We begonnen met het boek De leugens die ons binden - Een nieuwe kijk op identiteit van Kwame Anthony Appiah. Appiah is als hoogleraar filosofie verbonden aan de universiteit van New York. Met dit boek gaat hij in op de politieke discussies rond het thema identiteit. Daarmee biedt hij een goede gelegenheid om te reflecteren op actuele debatten over bijvoorbeeld racisme, etniciteit, christelijke cultuur of integratie.

Samenvatting

Appiah noemt identiteiten leugens. Dat is prikkelend bedoeld, maar niet per se negatief. Identiteiten zijn belangrijk en opbouwend voor mensen en gemeenschappen. De ondertitel geeft weer dat ze ons binden, en dat betekent ook ‘verbinden’. Tegelijkertijd moeten we ons beslist realiseren dat het ‘leugens’ zijn in de zin dat identiteiten niet ‘echt’ bestaan. Dat wil zeggen, niet zoals bomen, huizen of de zwaartekracht echt bestaan. Identiteiten hebben geen materiële substantie en ook geen natuurlijke wetmatigheid.

In zijn boek bespreekt Appiah een vijftal vormen van identiteit en de misvattingen waarmee die vaak gepaard gaan. Dit zijn geloof, land, kleur, klasse en cultuur. Telkens weer laat hij zien dat we geneigd zijn deze zaken te begrijpen als een essentie. Dat wil zeggen: iets met een onveranderlijke, ‘oorspronkelijke’ kern. Dit benoemt Appiah als de valkuil van het essentialisme. De sociale werkelijkheid is geen ontologisch gegeven. Veeleer is het ‘in werking’: we moeten het begrijpen als een veranderlijke eenheid. En die eenheid ligt besloten in de naam waarmee we haar aanduiden.

Als we identiteiten essentialistisch opvatten, dan dreigen we de verschillen te radicaliseren. Identiteiten, stelt Appiah, ‘kunnen de vijanden van menselijke solidariteit zijn, de bron van oorlog, ruiters van talloze apocalypsen, van Apartheid tot genocide.’ (17) Het daarom ook zaak op meer ontspannen wijze over identiteit na te denken en vooral ook de relativiteit ervan in te zien. Oftewel, om met de ondertitel te spreken, het is tijd voor ‘een nieuwe kijk op identiteit’.

Wat is die nieuwe kijk dan wel? We moeten leren inzien dat de werkelijkheid niet zwart-wit is, maar veel meer grijstinten kent dan op het eerste gezicht lijkt. We zouden bovendien moeten leren zien dat identiteiten niet maar op één manier beleefd kunnen worden. Dat wil echter niet zeggen dat we zomaar zelf beschikken over onze identiteit.  We blijven schatplichtig aan gemeenschappen waar die identiteiten leven. ‘Identiteiten functioneren alleen omdat zij, zodra zij greep op ons krijgen, ons beheersen door ons als een innerlijke stem toe te spreken; en ook omdat anderen, bij het zien van wie zij denken dat wij zijn, een beroep op ons doen.’ (280)

Identiteiten mogen ons dus nooit afsluiten van de buitenwereld. We moeten over ze denken als vensters die ons zicht kunnen bieden op de wereld buiten ons. ‘De vormen van identiteit die wij hebben beschouwd kunnen allemaal vormen van inperking worden, begripsmatige misvattingen die garant staan voor morele. Maar zij kunnen ook contouren verlenen aan onze vrijheid (…) Zij kunnen een wijdere wereld begrijpelijk, levend en urgent maken. Zij kunnen onze horizon verruimen tot gemeenschappen die groter zijn dan die waarvan wij persoonlijk deel uitmaken. En ons leven moet ook op de grootste schaal zin hebben. (…) Wanneer het op het kompas van onze bekommernis en compassie aankomt, is de mensheid als geheel een niet te brede horizon.’ (281/282)