Een schat van een populist
Een schat van een populist
30 maart 2026
Mijn achterbuurvrouw stemt landelijk PVV en plaatselijk Swollwacht. Swollwacht is nu de grootste partij van Zwolle en grofweg twee keer zo groot als de ChristenUnie. Vier jaar geleden was het andersom. Ik mag mijn buurvrouw graag.
Ze is schipperskind, niet-christelijk opgevoed – dat kan óók nog bij schippers – is nooit naar school geweest en heeft zichzelf leren lezen en schrijven. Vorig jaar overleed haar man, na anderhalf jaar in een verpleeghuis. Dagelijks zocht ze hem op om hem te douchen en aan te kleden, zijn wonden te verzorgen, de wc te boenen, zijn ontbijt te maken en er ook voor andere bewoners te zijn. Ze had de grootste schik met een Turkse man die lichamelijk beperkt was en extra gehandicapt door de taalbarrière. Hij kreeg geen aandacht, maar wel van haar. Naast liefde beschikt ze over een streng rechtvaardigheidsgevoel, waardoor ze altijd botst met instanties, terwijl ze wel gelijk heeft en in haar recht staat. Omdat ze niet gehoord wordt, gaat ze harder praten, waardoor ze nog minder gehoord wordt. Eén keer beleefde ze na een klacht het voorrecht van erkenning. Door de verpleeghuisarts. Hij gaf toe dat hij signalen had gemist en dat de amputatie van een teen van haar man voorkomen had kunnen worden. ‘Signalen gemist? Ik heb hem wel tien keer gewaarschuwd!’ Nu haar man is overleden, blijft ze de afdeling bezoeken en is ze de bewoners en het personeel tot een hand en een voet.
Maar ze is tégen buitenlanders. Zegt ze.
‘Dat geloof ik niet,’ zeg ik dan.
‘Van alle mensen in het verpleeghuis, kon je het beste opschieten met die Turkse man.’
Dan geeft ze een beetje toe. ‘Klopt. Ik ben ook niet tegen buitenlandse ménsen, maar tegen het probléém van de buitenlanders.’
‘Wat is dan het probleem?’
‘Dat er daardoor allerlei andere problemen komen. Bijvoorbeeld dat mijn kleinzoon nog bij zijn ouders woont.’
‘Komt dat door buitenlanders of misschien ook door andere dingen, zoals gescheiden ouders? Jij kent veel meer gescheiden ouders dan buitenlanders. Zouden we dan wetten moeten maken die ouders verbieden te scheiden, zodat jongeren makkelijker aan woonruimte kunnen komen, of een wet moeten maken die mensen verplicht om samen te wonen zodra ze een relatie krijgen?’
‘Nee, dat is onmenselijk natuurlijk. Daar heeft de politiek niks mee te maken.’
‘Maar hoe menselijk is het dan om een wet te maken die vluchtelingen verbiedt om hiernaartoe te komen?’
‘Ja, ik snap wat je bedoelt. Kijk, ik heb natuurlijk nergens voor geleerd. Maar ik zie dat er nu té veel problemen zijn. Die kunnen we niet oplossen, omdat we niet voor onszelf kunnen zorgen. Dus, ik vind, laten we daar dan mee beginnen. Bijvoorbeeld in verpleeghuizen.’
‘Maar daar moet de overheid dus bij helpen, anders lukt het niet. Je zegt zelf dat we niet voor onszelf kunnen zorgen.’
‘Dat is zo.’
‘Zijn we dat met elkaar eens: de overheid moet ons helpen, omdat we niet voor onszelf kunnen zorgen.’
Als ik niet meer voor mezelf kan zorgen, hoop ik dat ik iemand als mijn achterbuurvrouw aan mijn bed krijg, ongeacht politieke voorkeur.
Aart Deddens werkt als redacteur bij het WI