Voor- en tegenstanders van abortus dwingen elkaar in de loopgraven

Voor- en tegenstanders van abortus dwingen elkaar in de loopgraven

abortus

2 oktober 2020 by Mirjam Kosten (Wetenschappelijk medewerker)

Met iets tussen interesse en bevreemding las ik het interview met Rebecca Gomperts, oprichter van Women on Waves en door Time Magazine uitgeroepen als invloedrijk baken van hoop (Trouw, 25 september). In het interview wordt gesproken van een conservatieve golf in het denken over abortus. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar in de VS van president Trump, waar in sommige staten het recht op abortus ter discussie staat.

Het uiterste spectrum in Nederland is dat er bij abortusklinieken ­gedemonstreerd wordt dat abortus moord is en dat bezoekers worden aangesproken op een manier die als intimiderend wordt ervaren. Het ­andere uiterste: in het blad Girlz – sorry, dat lag in een wachtkamer – werd het onderwerp behandeld met een vreemde luchthartigheid. Kortom: voor veel mensen is abortus een recht dat vrouwenlevens ­beschermt tegen een ongewenst kind of een eventuele gevaarlijke, ­illegale zwangerschapsafbreking, en tegelijk zijn er mensen die abortus zien als het kapotmaken van een mensenleven.

Die opvattingen staan lijnrecht ­tegenover elkaar. Hooguit is er de overeenkomst dat activisten van beide zijden zich druk maken om kansen op een goed leven. Maar het wordt daarna al erg lastig omdat die ene groep het onderwerp van zorg van de andere groep als niet al te ­relevant beschouwt en vice versa. Is er in deze patstelling nog iets te winnen? Ik denk het wel.

Volgens mij is er naast een verschil van inzicht over de status van een foetus (ding, mens, mens-in-wording?) een spraakverwarring over de motieven. Gomperts lijkt in het interview met instemming een Franse minister te citeren die ‘puur vrouwen willen controleren’ als ­ultiem motief noemt van tegenstanders van de abortuspil. Kan zijn dat dat voor sommigen geldt, maar voor mij is zo’n motief absurd. Dat geldt breder, en ik vind het echt zorgelijk als dat als hoofdmotief gezien wordt. Wat hier gebeurt, is dat de tegenstander het motief wordt toegedicht dat het meest dwars staat op dat van de voorstanders van zo’n abortuspil, namelijk vrouwenrechten.

Op mij komt dat net zo fraai over als wanneer ik zou beweren dat voorstanders van abortus zich keren ­tegen het andere motief. Dat wordt dan zoiets als: ‘voorstanders van de abortuspil willen puur leventjes kapot maken’. Lijkt me geen plausibel scenario. Het zou al winst zijn als we elkaars motieven iets serieuzer ­nemen. Dat geldt wederzijds: ik wens niet te geloven dat het pro-abortusactivisten gaat om eerder ­genoemd motief en hoop erop te mogen rekenen dat niet alle anti-abortusgeluiden gemakzuchtig worden weggezet als ‘puur vrouwen willen controleren’.

Wat staat er op het spel? Het gaat hier om meer dan het beleefd met elkaar oneens zijn. Bij een onderwerp als abortus zou een gedeelde grond kunnen zijn dat abortus ­onwenselijk is: waar mogelijk lijkt het voorkomen ervan beter. Gek ­genoeg weet ik dus niet eens zeker of we die overtuiging delen. Alleen al dat ik daarover twijfel, laat het probleem zien. Blijkbaar houd ik de optie open dat anderen abortus aanbevelen alsof het hier om iets gaat dat alleen goed is, maar ik vermoed dat dat helemaal geen recht doet aan andere opvattingen. We dwingen ­elkaar in die loopgraven.

Eerlijk gezegd weet ik bar weinig van motieven als die van Rebecca Gomperts. Maar nieuwsgierigheid naar die motieven is – wederzijds – broodnodig. De tegenstellingen zijn te groot om bij elkaar te brengen, maar laten we in elk geval beginnen met elkaars standpunten recht te doen. Het alternatief is dat het debat verwordt tot een ‘abortus is extreem goed’ en ‘abortus is extreem slecht’, gebaseerd op stropopredeneringen waar niemand mee geholpen is.


Mirjam Kosten is eindredacteur van Groen
Deze opinie verscheen op 2 oktober in dagblad Trouw.