‘Kuyper was een ongelooflijk invloedrijk inspirator’: in gesprek met Kuyperkenner Johan Snel

‘Kuyper was een ongelooflijk invloedrijk inspirator’: in gesprek met Kuyperkenner Johan Snel

23 maart 2020 om 12:00 by Mirjam Kosten (Eindredacteur 'Groen')

Abraham Kuyper was een man met vele gezichten. Hij was predikant, politicus, hoogleraar, journalist, organisator. Zijn erfenis is ongekend groot en honderd  jaar na zijn dood vormt zijn werk voor velen nog steeds een bron van inspiratie voor hun handelen. Ook de ChristenUnie weet zich aan hem schatplichtig. Maar zijn we wel goede erfgenamen? Wat maakte Kuyper zo succesvol? En was hij nou een populist of toch niet? We gingen hierover in gesprek met Johan Snel, die naast zijn proefschrift over Kuypers journalistiek, ook werkt aan een nieuw historisch portret van Kuyper.

Dit nummer van Groen staat in het teken van Abraham Kuyper. U doet onderzoek naar hem. Wat hebt u met Kuyper? |  “Ik heb geen geschiedenis met Kuyper, ik ben niet opgegroeid in een gereformeerd milieu en kende hem alleen als vage vijand van ons, hervormden. Bij mediahistoricus Huub Wijfjes las ik dat Kuyper in zijn tijd werd beschouwd als de grootste jour-nalist, vooral door zijn vijanden. Dat is een raadsel als je zijn biografie beziet. Hij deed namelijk van alles in zijn leven, hoe kon hij dan ook nog een groot journalist zijn? Dat wilde ik uitzoeken voor mijn proefschrift. Daarnaast schrijf ik dit jaar een nieuw portret van de man in al zijn facetten. Maar het wordt geen biografie. Dat zou zeker tien jaar kosten en vijf delen beslaan. Wat ik schrijf is een portret, een typering van Kuyper, maar wel op basis van nieuwe bronnen en met veel onthullingen.”

Zowel het CDA als de ChristenUnie weten zich schatplichtig aan Kuyper: wie is zijn erfgenaam? | “Geen van beide. Kuyper had geen directe erfgenamen. Je moet Kuyper zoveel mogelijk loskoppelen van zijn voorgangers, zoals Groen, en van zijn navolgers, zoals Dooyeweerd. Hij is veel interessanter als je hem op zichzelf beziet. Hij is voor een deel ongrijpbaar, hij ontglipt je altijd weer.”

Waarin ontglipt hij ons dan? | “In zijn kameleontische intel- ligentie. Kuyper is nooit voor één gat te vangen. Hij schakelt tussen verschillende niveaus, van abstract en intellectueel naar emotioneel en concreet. Hij was heel creatief, hij was zowel vasthoudend als veranderlijk. Kuyper heeft vaststaande oer- overtuigingen. Hij denkt en handelt vanuit zijn diepste intuïties. Van daaruit ontwikkelt hij steeds nieuwe ideeën en inzichten die hij toepast op tal van maatschappelijke terreinen. Daarin toont hij zich een kind van de Verlichting. De intuïtie van vooruitgang, van ontwikkeling van mens en maatschappij, komt daarin naar voren: ontwikkelingen zijn eindeloos. Hij is niet alleen een conservatief, maar ook een progressief denker. Niet dat de progressie eenzijdig is bij hem, of dat het oude achter- haald is. Maar wel dat er steeds nieuwe ontplooiing plaatsvindt en dat het calvinisme de stuwende kracht is om de wereld op hoger plan te krijgen.”

Wie Kuypers werkzaamheden beziet, krijgt het beeld van een ‘macher’ voor zich. | “Toch is dat niet terecht. Kuyper heeft uiteindelijk maar weinig macht ge- had. Kuyper had veel met politiek, maar dat was slechts een deel van zijn bestaan. Kuyper had macht als parlementariër en minister, met name van 1894-1912. Hij was de eerste die zich minister-president liet noemen, in die rol had hij macht en bemoeide hij zich met allerlei departe- menten.  Een  zekere  machtspositie  had hij ook als voorzitter ARP van 1879 tot zijn dood. Maar zelfs dat was geen echte macht, maar vooral invloed.”

Kerkleider en stichter van een universiteit zijn, is dat geen macht? | “Nee, want die verantwoordelijkheden gaf hij steeds snel weer uit handen. Het oprichten van de Gereformeerde Kerken en de Vrije Universiteit deed hij samen met anderen. Ja, hij kon mensen mobiliseren en hij had onwaarschijnlijk veel invloed, maar hij bleef niet op machtsposities zitten. Zo droeg hij al snel na de oprichting van de Vrije Universiteit het rectoraat ervan weer over en in de Gereformeerde Kerken had hij eigenlijk nooit een machtspositie.”

Hoe komt Kuypers invloed zo groot? | “Door zijn journalistieke werk. Door zijn werk voor dagblad De Standaard en voor weekblad De Heraut. Als gereformeerde kreeg je destijds dus zeven dagen per week Kuyper op de mat. Daarmee had hij een enorm bereik. Via zijn artikelen mobiliseerde hij mensen buitengewoon, ongezond ook. Zowel voor de mensen als voor hemzelf. Ze lieten zich beïnvloe- den, dat deed hij zelf niet altijd bewust. Kuyper was klein van postuur, echt onopvallend op straat. Hij was ook veel ziek en had zijn leven lang slaapproble- men. Vanuit die toestand schreef hij zijn stukken. Maar telkens merkt hij, ondanks die omstandigheden, dat de volgende dag het land in rep en roer is. De men- sen nemen alles uiterst serieus wat hij schrijft. Daarover heeft hij zich zijn hele leven verwonderd en hij vond dat soms bijna vervelend. Naast zijn schrijfwerk heeft Kuyper bovendien duizenden toespraken gehouden, soms wel voor zesduizend  man publiek, zonder geluidsversterking. Dat deed hij het liefst, live optreden. En die optredens waren echt events. Zijn toespraken duurden gewoonweg twee tot drie uur lang, maar de mensen hingen  aan zijn lippen. Kuyper was een enorm toneelspeler, maar het was niet onecht.”

Wat is het geheim van Kuypers succes? | “Van Kuyper leer je dat het draait om het hart. Hij was veel met het verstand bezig, maar hij wist de mensen te beroeren. Hij wist het volk te raken. Heel zijn mede- elite had hij tegen zich in het harnas gejaagd, maar onder het volk nam zijn aanhang steeds toe. Ook als hij zetels verliest in de verkiezingen. Qua stem- men heeft hij bijna alle verkiezingen wel gewonnen, maar door het districtenstel- sel – alleen de winnaar in een district kwam in de Kamer – toch regelmatig veel zetels verloren. Zolang het kiesrecht uitbreidt, wint hij. Pas na zijn dood, bij de eerste algemene verkiezingen gaat de ARP terug in stemmen. Zijn aanhang bestond vooral uit de lagere burgerij, onder de arbeidersklasse had hij iets minder aanhang. Het volk hield van hem en hij hield op zijn manier echt van het volk. Hij had oprechte, gepassioneerde belangstelling voor gewone mensen. Hij was wel een heer, en zo zagen ze hem ook. Maar hij was haast de enige uit de elite die vaak met arbeiders praatte, interesse had in hun werk en naar hun verhalen luisterde."

In onze tijd noemen sommigen Kuyper wel de eerste populist. Is dat terecht? | “Nee, dat was hij niet. Ja, een paar van zijn middelen waren populistisch, hij wist de massa enorm te bespelen en was echt populair, in 1906 werd hij zelfs verkozen als ‘flinkste’ Nederlandse man naast de flinkste vrouw, koningin Wilhelmina. Maar de verschillen tussen Kuyper en hedendaagse populisten als Wilders en Baudet zijn groter. Kuyper was van het positieve ideaal. Dat is precies het tegenovergestelde van populisten, die zijn vooral negatief en zaaien liever haat. Populisten zijn beginselloos, eerder een elite die zelf wil profiteren van publiek geld. Populisme is cynisch. Kuyper was het tegendeel, hij was anti-elite en pakte geen cent publiek geld. Aan populisten zou hij geen woord vuil maken. Met conservatieven kon hij ook niets, want die hadden ook geen beginselen, maar vertegenwoordigden slechts de zittende macht. Socialisten, daar had hij wat mee, die hadden tenminste beginselen. Daar kon hij mee discussiëren, al wilden de socialisten op hun beurt vaak liever ageren dan een debat. Kuyper zou vandaag niet debatteren met Forum voor Democratie, dat geen inhoudelijk  programma  heeft en geen principes, maar eerder met een partij als DENK, die principes heeft waar- voor ze wil strijden."

Zouden Kuypers tijdgenoten niet net zo naar hem hebben gekeken als wij nu naar Baudet kijken? | “Jazeker. Kuyper is zijn gehele leven gehaat door de elite. Hij was decennialang de populairste persoon van Nederland, naast koningin Wilhel- mina, maar niet onder de elite. De meeste protestanten en liberalen waren tegen hem. Kuyper werkte wel samen met de katholieken, dankzij Schaepman, die de brug wist te slaan. Dat zagen hervormden, liberalen en socialisten allemaal als een groot gevaar. Dat was het grootste irrita- tiepunt bij praktisch de hele Nederlandse elite. Daarmee blies hij, zowel in ogen van orthodoxe als verlichte protestanten, het ideaal van een protestantse natie op, hij vormde een breuk met hún protestantse, calvinistische verleden. Alsof hij met mos- lims ging samenwerken, een coalitie met Denk aanging. Je zult maar driehonderd jaar een unieke protestantse natie zijn en dan komt er zo’n revolutionaire stukmaker als Kuyper!”

Ondertussen kunnen wij niet anders dan onder de indruk raken van de hoe- veelheid werk die hij heeft verzet. Bijna onmenselijk. | “Dat heeft ook zijn tol geëist. Hij is overspannen geweest, al een jaar nadat hij in de Tweede Kamer kwam in 1874. Dat herstel heeft vervolgens jaren geduurd. Realiseer je wat het met een mens doet als hij zeven dagen per week publiek is. Behoudens zijn reizen naar het buitenland, maar zelfs dan had hij zijn werk mee. En hij had altijd kopij voor een paar weken vooruit klaarliggen. Ruim vijf- tig jaar lang. Hij was punctueel, hij leefde constant onder hoogspanning. Maar hij geloofde dat het zijn heilige plicht was. Hij zag dit als zijn taak in het leven.”

Johan Snel studeerde vroegmoderne ge- schiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij heeft onder meer gewerkt als beleids- medewerker bij het CDA, als programmamaker voor de VPRO en als journalist voor diverse dagbladen en tijdschrif- ten. Al ruim twintig jaar doceert hij journalis- tiek aan de Christelijke Hogeschool Ede en doet hij ook onderzoek. In dat kader werkt hij momen- teel aan een proefschrift over de journalistiek van Abraham Kuyper. Eerder publiceerde hij boeken als Tien journalistieke idealen (2016) en Recht van spreken: het geloof in de vrijheid van meningsuiting (2011).