'We zijn allemaal tekorterige wezens'

'We zijn allemaal tekorterige wezens'

1 december 2019 om 12:00 by Mirjam Kosten (Eindredacteur 'Groen')

‘Vertraging is de weg vooruit’, schreef  WI-directeur Wouter  Beekers in een essay voor NRC Handelsblad afgelopen zomer. In eenbezorgde analyse over onze prestatiecultuur verwees hij naar de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter. Van zijn hand verscheen de bestseller Borderline times en recent De kunst van het ongelukkig zijn. Op verzoek van de redactie reisde Beekers af naar Antwerpen, waar hij De Wachter in zijn behandelkamer sprak over de roeping voor de politiek in een overhaaste samenleving.

Wij denken na over de impact van de prestatiemaatschappij op jongeren. Als ik uw werk lees, dan lees ik daarin een boodschap: lieve mensen, het leven kent niet alleen pieken, maar ook dalen, en… | “Juist! Maar nu drukt u zich al te negatief uit. Want het zijn de dalen waarin de verbinding tussen mensen beter tot stand komt dan in de pieken. Als er geen lastigheid was in het leven, dan ook geen liefde. Even absurd gezegd, noem het een hypothetische oefening: moest het leven altijd  goed gaan, dan hadden we elkaar niet nodig.”

Verbinding, dat is in mijn beleving de kern van uw boodschap. | “Voilà. Verbinding is de essentie van het leven. De mens is een existentieel verbonden wezen. Verbinding is niet zozeer een voorwaarde voor geluk: maar een voorwaarde voor het zijn. En ik ben bezorgd over een maatschappij die het op vele gebieden zeer goed stelt, maar waar die verbinding onder de druk staat, zowel in het gezinsleven als in de samenleving. Dit is voor mij de kern van een prestatiemaatschappij, dieinzet op autonomie, op ‘leukigheid’, op ‘ikkigheid’, zoals ik dat maar noem.”

En te weinig ruimte voor de ‘lastigheid’ van het leven als ik u goed begrijp? | “Ik vertrek altijd maar vanuit mijn praktijk als psychiater. Ik spreek hier, in deze ruimte, mensen die tegen me zeggen: ‘wat ik hier vertel dat zou ik aan niemand anders durven te vertellen’. Dan denk ik: dank u wel voor het vertrouwen, ik luister met hart en ziel, maar het is niet goed voor de wereld dat we het luisteren naar verdriet uitbesteden aan een professionele hulpverlener tegen betaling. Hier in deze behandelkamer en in mijn werk wil ik een katalyserende verbinder zijn. Het is mijn taak om mensen in de wereld terug te sturen, om daar verbinding aan tegaan.”

Nu lijkt onze gepolariseerde samenleving de verbinding af en toe wel een beetje kwijt. | “Om te beginnen, ik ben niet partijpolitiek. Maar ja, niet alleen zieke mensen hebben verbinding nodig! Ook gezonde mensen hebben verbinding nodig. De samenleving behoeft weefsel. Welnu, door het leven voor te stellen als een leuke wellnesstoestand dreigt die verbinding verloren te gaan. Het sociale weefsel verkruimelt. Individuen en groepen zijn zich aan het afsluiten, zich aan het inbunkeren.”

Hoe vinden we de verbinding dan terug tussen die bunkers? | “Die inbunkering vindt in essentie plaats rondom het Groot Eigen Gelijk. Wij hebben gelijk, en zij hebben ongelijk. Maar verschillende gelijken kunnen naast elkaar bestaan. De enige manier om samen te leven – in het groot en in het klein – is respectvol te luisteren naar verschillende gelijken. Dat betekent niet dat ge moet denken als de ander, versta me goed, maar wel dat ge in het denken van de ander geïnteresseerd zijt. Het is juist dat we verschillend denken dat we in elkaar geïnteresseerd zijn. De verbinding vindt plaats in het verschil, ‘différance’ met een woord van Jacques Derrida. Dat kan geldt voor liefdespartners, maar evengoed in de samenleving.”

Mooi. Maar verbinding kan ook lijden onder prestatiedruk. En is niet altijd even makkelijk. Ik ben bijvoorbeeld benieuwd hoe verbinding werkt als boze boeren naar Den Haag rijden vanwege een stikstofcrisis. | “Ik ben geen politicus, zeg. U zet mij in een terrein waar ik potentieel heel domme dingen zeg. Maar in alle bescheidenheid is mijn raad altijd: heb geduld! Ga in gesprek, luister naar elkaar. Ik denk dat die boeren toch ook wel een punt zullen hebben, hè. Die mensen zitten generaties lang op het land te wroeten en die worden nu ineens uitgespuwd als de schuldigen van de klimaatcrisis. Ja, ik versta wel dat dat een beetje ambetant is natuurlijk. Het is nooit eenvoudig, maar blijf zoeken naar de dialoog, naar de nuance.”

Ik leg u graag nog een voorbeeld voor. In de vluchtelingencrisis van 2016 vroegen veel mensen zich af wat de prijs van verbinding en van draagvlak mocht zijn. | “Ik snap het. En de verbinding, dat is niet makkelijk, op microniveau al niet, en op een maatschappelijk niveau zijn andere vaardigheden nodig dan ik als eenvoudige psychiater tot mijn beschikking heb. Maar in die bescheidenheid blijf ik zeggen: geduldig luisteren, dat is en blijft toch het enige wat we kunnen doen! Kijk, de psychiater snapt de angstige vluchteling, die met eigen ogen heeft gezien hoe zijn familie is uitgemoord en die hier dan komt en niet welkom is. Maar de psychiater snapt ook de hardwerkende mens hier in Europa. Die zegt: ik houd mijn hoofd amper boven water en nu komen er allemaal mensen bij met vreemde gewoontes. Die zegt: wat gebeurt er hier, ik wil dat niet. Het is niet makkelijk, maar luister naar elkaar! Luister voorbij het oppervlakkige geschreeuw. Kom tot het verhaal van de ander.”

Zien politici die verantwoordelijkheid genoeg? | “Het spijt me, maar het antwoord is neen… Sinds mijn jeugdjaren tot op heden is er in de westerse wereld ook op politiek vlak een strekking naar het individuele, naar de illusie van de vrijheid. Er is veel minder oog voor het medemenselijke, voor het afhankelijke. En dat is ook een politieke verantwoordelijkheid. Want, met Rutger Bregman, zeg ik: de meeste mensen deugen. Ik geloof daar nogal in. Er gebeuren goede dingen als de mensen niet teveel angstig worden gemaakt, niet teveel worden opgejaagd door leiders die vanuit hun eigen ingebunkerde positie belang hebben bij het opkloppen van het grote eigen gelijk. Natuurlijk dat zal met ups-and-downs gaan, maar ik geloof in die beweging van onderop. Vijftig jaar geleden, toen ik kind was, werd solidariteit gepredikt: door links, maar ook door vele christelijke bewegingen. Nu wordt de solidaire mens als ‘gutmensch’ weggezet.”

En, in deze prestatiemaatschappij, hoe kunnen politici hun verantwoordelijkheid beter nemen? | “Ik word nogal regelmatig uitgenodigd door politieke partijen, van redelijk links, tot redelijk rechts. Dan mag ik mijn boodschap komen vertellen. Dan krijg ik appreciatie en applaus. De mensen zeggen ‘hij heeft gelijk’, gaan over tot de orde van de dag en doen in het stemhokje niet anders dan tevoren. Ik geloof wat dat betreft in een volksverheffing, een heel ouderwetse term die ik graag gebruik. Ten diepste gaat volksverheffing om een kritische zelfreflectie. Hoe zit het met mijn leven? Wat houdt mijn succes eigenlijk in? Als we dat aandurven dan gebeurt er iets. Aandurven, want we zijn allemaal een beetje ‘tekorterige’ wezens. Ja ik ook. Laten we in onze kleine leefwereld beginnen. Laten we denken aan die vriend die zijn werk verloren is, omdat hij een drankprobleem heeft, die ik zelf ook niet meer heb uitgenodigd. Ik ga die eens bellen. Dat is het kleine goede van Immanuel Levinas, waar ik altijd mee afkom. Dat geldt voor een psychiater, maar voor een politicus evengoed.”

Dat klinkt als wegblijven bij de grote verhalen. In Nederland lijken jongeren veel waardering te hebben voor jonge politici – Thierry Baudet, Jesse Klaver, Marianne Thieme – met een groot verhaal. | “Het kakelen van grote theorieën over de wereld verbeteren, nee. Begin eens met de gewone dingen. Bottom-up, ook in onze eigen levens. Ik ben bang van grote verhalen. Net als Levinas, die kende het totalitarisme van het stalinisme en het nazisme. Grote verhalen dreigen de mens te vergeten. Het gaat om de menselijke maat.”

In mijn partij hebben wij wel debat of we de prestatiemaatschappij wel als cultureel probleem durven adresse- ren. In mijn politieke traditie bestaater een idee van een ‘architectonische maatschappijkritiek’ waar we ons af en toe aan moeten wagen. | “Ik vind dat heel herkenbaar. Eigenlijk is al mijn werk fundamentele maatschappijkritiek. Laten we elkaar aan het denken houden. Dat is ook mijn bedoeling. Ik hoop dat mijn lezer of luisteraar in zijn of haar auto – of bakfiets van mijn part – nadenkt en zelf zegt: eigenlijk moet ik dit of dat. Maar kijk, dat is voor politici wel ingewikkeld, dat zie ik ook. Die zitten in het systeem van de volgende verkiezingen, en die zijn altijd op zijn laatst volgend jaar. Maar we moeten goed weten wat er speelt op de werkvloer en in de wijken. Dat is door politici vergeten. Dat mogen we niet overlaten aan platte populisten. Nou, als u zoekt naar een politieke boodschap, hier heeft u er een.”

Als het gaat om fundamentele maat- schappijkritiek, en je je daaraan waagt als christen in de politiek, stuit dat nog wel eens op de muur van religiestress. | “Ja, ik zie uw probleem. Als ge het al te zeer verpakt in religie, dan kunt ge er in deze tijd niet meer mee aankomen, dat is uw drama. Zelf ben ik opgegroeid in een warm katholiek milieu en draag dat met me mee. Onlangs heb ik mijn leermeester Luc Isebaert begraven, de man die mij als psychiater heeft gevormd. In de dienst in Brugge was daar orgelmuziek, Bach, Gregoriaans gezang en mocht ik de homilie uitspreken. Dat was prachtig en indrukwekkend. Het raakt me nog. Die eeuwenoude traditie wil ik niet wegsmijten.”

Dat raakt me. Maar niet iedereen zit even ongeduldig op die traditie te wachten, is mijn indruk. | “Neen. En dat herken ik ergens ook. Ik ga u en uw lezers niet naar de mond praten. Kijk, ik noem mijzelf een christelijke non-theïst. Er was een tijd dat ik mijzelf vooral niet religieus wilde positioneren, maar in mijnlaatste boek heb ik dat wel gedaan – tot ontgoocheling van sommige van uw geloofsgenoten overigens. Ik ben een vrij, verlicht en wetenschappelijk gevormd mens. Maar dat betekent niet dat wij een waardevolle traditie overboord moeten kieperen. Die moeten we in een moderne maatschappij opnieuw vormgeven. Dat is de uitdaging voor onze jongeren en de komende generaties.”

Hoe gaan we die uitdaging aan? | “Maar nu verleid ge me weer hè, om over dingen te spreken waar ik wellicht te weinig verstand van heb. Goed, het gaat mij om verbinding ja, maar daaronder zit nog iets fundamentelers. Dat is de zin van het bestaan. We leven in een zinloze wereld, waarin een zinzoekend dier – genaamd mens – moet bestaan. We moeten daarin ook plaats durven geven aan het niet- weten, aan het mysterie. Hierboven mij hangt een portret van Spinoza, die wilde vierhonderd jaar geleden al, vanuit zijn Joodse achtergrond, het kosmisch onbegrijpelijke een moderne invulling geven.”

Blijft het zinzoekend dier zoeken of kan het zin vinden? | “De zin zit ten diepste in de zorg voor de ander. De zin zit niet in het individualistisch naar de hemel kijken, of in individuen die aan mindfulness doen. De zin vinden we in het in de ogen kijken van de ander. Dat past toch in de christelijke traditie, waar God zijn Zoon zendt, die gemarteld, uitgespuugd en verschrikkelijk bejegend wordt door de mensen. We zien Hem in de ogen. Dat is ook Levinas: de hulpvragende staat boven ons. Hij zegt: zie mij staan. Durven we op te kijken? Durven we niet neer te kijken, in een koloniserende, kleinerende ontwaarding van de mens? Daar zit de zin van het bestaan. En dat gesprek heeft u wellicht als christelijke partij ook te zoeken. Zonder verborgen agenda: vanuit uw eigen traditie en  geloof, maar in alle openheid. Voilà.”