'Als er te weinig water wordt aangevoerd door de IJssel, komt onze belangrijkste nationale zoetwaterbuffer in gevaar.'

Groen - Droogte: een sluipmoordenaar - interview

Overijssel = Nederland in geconcentreerde vorm

water platteland zonsondergang - Folkert Rinkema

Foto: Folkert Rinkema

Een gesprek met Bert Boerman, gedeputeerde namens de ChristenUnie in Overijssel, is een ervaring. Dat komt door de betrokkenheid en het enthousiasme waarmee hij weet te spreken over een op het eerste gezicht nogal ‘droog’ thema. Luisterend naar zijn inbreng wordt duidelijk hoe enerverend het thema is en tegelijk hoe complex.


Boerman is in 1999 bij de RPF aangesloten ‘geraakt’. Hij kreeg een uitnodiging van een buurman eens mee te gaan naar een partijvergadering. Die hield hij af, want hij was al actief genoeg in tal van besturen, ras-netwerker als hij is. Maar in 1999 kwam het er toch van. Al gauw had hij door dat hij in de politiek zijn ei wel kwijt kon. Van het een kwam het ander. Voor hij het wist zat hij in de commissie die het partijprogramma van de pas opge- richte ChristenUnie moest schrijven voor de gemeenteraadsverkiezingen in Kampen. Twee fusies kwamen bij elkaar: de fusie tussen de gemeentes van Kampen en IJsselmuiden en de fusie van de fracties van het GPV en de RPF tot de ChristenUnie.

Door de gunstig verlopen verkiezingen kwam de nieuwe ChristenUniefractie met twee wethouders in de coalitie. Daar- door was Boerman, nummer drie op de lijst, meteen ook fractie-voorzitter. Daarmee begon een langdurige verbintenis met de ChristenUnie. Eerst als wethouder in Kampen (2006), vervolgens sinds 2011 als Gedeputeerde in Overijssel. Hoewel Boerman een financiële achtergrond heeft, pakten vraagstukken rond ruimtelijke ordening en waterbeheer hem meteen. Kampen is natuurlijk een IJsselstad, de enige van allemaal die vanuit Overijssel bezien aan de overzijde van de IJssel ligt, dichtbij de monding ervan in het IJsselmeer.

Kampen ligt, net als Zwolle en de Weerribben, in de Delta van Overijssel: het laagste punt waar al het water naartoe stroomt. Maar Overijssel kent ook hoge zandgronden, waarheen geen watertoevoer mogelijk is, veengebieden die om een relatief hoge grondwaterstand vragen, 24 Natura 2000-gebieden. Je kunt rustig zeggen dat Overijssel een laboratorium is waar je alle vragen rond droogte tegenkomt.

Bert werkt veel samen met wethouder Ed Anker in Zwolle. Ed vertegenwoordigd de wethouders rond zijn aandachtsveld binnen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Boerman zit namens zijn collega’s in het Interprovinciaal Overleg (IPO). Dus komen zij elkaar niet alleen binnen de provincie, maar ook op nationaal niveau regelmatig tegen. Bovendien is Boerman betrokken bij een van de in het kader van de Nationale Omgevingsvisie aangewezen NOVI-gebieden, namelijk Regio Zwolle.

Laboratorium Overijssel | Bert Boerman: ‘Water en droogte zijn een hot topic in Overijssel. Alles wat er op dit terrein in Nederland voorkomt, is in geconcentreerde vorm ook in Overijssel aan de orde. We hebben de delta in het Noordwesten van Overijssel (de monding van de IJssel, de Weer-ribben), maar we hebben ook de hoge zandgronden (Twente, Haaksbergen en omgeving, grenzend aan de Achterhoek, de Holterberg en omgeving, delen van Salland). Bovendien zijn er grote gebieden waar geen wateraanvoer mogelijk Overijssel aan de orde. We hebben de delta in het Noordwesten van Overijssel (de monding van de IJssel, de Weer-ribben), maar we hebben ook de hoge zandgronden (Twente, Haaksbergen en omgeving, grenzend aan de Achterhoek, de Holterberg en omgeving, delen van Salland). Bovendien zijn er grote gebieden waar geen wateraanvoer mogelijk is. Dus er is zeker sprake van droogte en daarmee samenhangende problematiek. Dat is ook de reden dat we al sinds 2012 samen met Noord-Brabant en Gelderland een appel ‘Hoge Zandgronden’ hebben gedaan, om bewustwording op gang te brengen over de risico’s van deze proble- matiek. 45% van de Nederlandse economie speelt zich af op deze hoge zandgronden. Denk bijvoorbeeld aan Bavaria en Grolsch. Die pompen nogal wat water op voor hun product. Als dat niet meer voldoende voorradig is, levert dat grote problemen op. De agrarische sector kan daar veel last van hebben, bijvoorbeeld door droogteschade. En dan hebben we nog de natuur. Er zijn 24 Natura 2000-gebieden in Overijssel met hoge instandhoudingsdoelen. Met name op de hoge zandgronden is het ongelooflijk moeilijk die doelen te realiseren. Als je in zo’n gebied bijvoorbeeld hoogveen moet zien te handhaven, valt dat niet mee, zeker niet als er ook agrariërs in de buurt actief zijn en er tevens drinkwater wordt gewonnen. Er is geen sprake van veel intensieve landbouw in Overijssel, maar er zijn wel veel traditionele melkveebedrijven.

Peil kan niet altijd de functie volgen | In 2019, nog voor corona dus, hadden we een deltacongres in Middelburg. Daar heb ik voor het eerst mede namens het IPO kunnen zeggen dat het niet langer houdbaar is dat men in het waterbeheer altijd probeert het waterpeil in een bepaalde regio aan te passen aan de functies van de bodem in dat gebied. Dat wordt ook wel ‘peil volgt functie’. De noodzaak wordt steeds sterker voelbaar om naar een omkering te gaan waarbij de functie het peil meer zal moeten volgen. Dat is een enorme opgave die direct aan die droog- teproblematiek raakt. Wij proberen functies die om water vragen te handhaven op plaatsen waar we geen water kunnen aanvoeren. Tegelijkertijd laten we water weglopen in gebieden waar we het eigenlijk wel zouden willen vasthouden voor drogere periodes. Ik heb het hier vaak over, omdat dit volgens mij de echte basis is van de in onze provincie noodzakelijke klimaatadaptatie. Wij moeten het lokale waterpeil weer in evenwicht brengen met de lokale functie van de bodem. Eeuwenlang waren wij er primair op gericht het water zo snel mogelijk af te voeren.

Daar zijn we beroemd mee geworden. Het omturnen naar een systeem waarin we water meer vasthouden, is een zware job. Het water van de Vecht dat bij onze landsgrens binnenkomt, doet er vandaag de dag nog maar acht tot negen uur over voordat het in het IJsselmeer terechtkomt. Vroeger duurde dat meerdere dagen. Het is de kunst om het water enerzijds zo lang mogelijk vast te houden, maar anderzijds wateroverlast te voorkomen. Tot op heden probeerden we echter het water zo snel mogelijk uit de haarvaten naar de rivier af te kunnen voeren en vervolgens via de rivier naar het IJsselmeer.

De gebieden waar geen watertoevoer mogelijk is en die dus helemaal van regen afhankelijk zijn, hebben er heel veel belang bij dat dat regenwater zoveel mogelijk wordt vastgehouden. Die situatie geldt voor grote delen van Twente.

Dus kun je Overijssel gerust zien als een laboratorium voor de droogteproblematiek in brede zin: simultaan voorkomen van droogte op de hoge zandgronden en veel water in de Delta. In 2018 en 2019 was er veelvuldig sprake van oproepen om zuinig te zijn met water. Denk maar aan de sproeiverboden. Tegelijkertijd was er in West-Overijssel geen enkel tekort aan water. Maar uiteindelijk gaat het om totale voorraad van het water, om de balans. Als er te weinig water wordt aangevoerd door vooral de IJssel, dan komt ook de zoetwatervoorraad in het IJsselmeer, onze belangrijkste nationale zoetwaterbuffer, in gevaar.

Bert Boerman is namens de ChristenUnie raadslid en wethouder geweest in de gemeente Kampen. Hij is penningmeester van het landelijk bestuur en sinds 2011 Gedeputeerde in de Provincie Overijssel.

Dit artikel is een preview op het interview dat verschijnt in de komende editie van Groen: Droogte, een sluipmoordenaar. Daarin leest u ook op welke manier Bert Boerman met dit thema bezig is in zijn werk, welke uitdagingen er zijn in deze problematiek en wat Provincie Overijssel en het IJsselmeer met elkaar te maken hebben. 

Bestel deze editie van Groen

en lees verder!

droogte