Mensenrechten in Irak
De noodzaak van protection of civilians in Irak en de samenwerking met de NAVO-missie
Interview met admiraal Omar Jasim en Mr Mohammed Raad
Door Maartje van Reedt Dortland, human security adviser in de NAVO-missie Irak (NMI).
Nederland draagt bij aan de NAVO-missie in Irak, een adviesmissie om de Irakese strijdkrachten te moderniseren, en om uiteindelijk misschien een partnerland van NAVO te worden. NAVO’s normatieve ‘doorsnijdende thema’s’, zijn voorwaardelijk voor de samenwerking en het partnerschap. Een van die thema’s is menselijke veiligheid, waaronder bescherming van burgers valt, in het Engels Protection of Civilians (PoC). Maartje van Reedt Dortland werkt als ‘human security advisor’ in de missie, en heeft twee gesprekspartners van het Irakese leger geïnterviewd.
Admiraal Omar Jasim is liaisonofficier tussen het Irakese leger en buitenlandse partners, zoals de Amerikaanse strijdkrachten en de NAVO: ’ik adviseer de commandant der strijdkrachten en de nationale Veiligheidsadviseur over activiteiten van de NAVO-missie en de Amerikaanse troepen, en coördineer het contact met deze buitenlandse organisaties’.
Mr Mohammed Raad is adviseur op het gebied van mensenrechten en internationaal humanitair recht (IHL) bij het Mensenrechtendirectoraat van het Irakese leger: ‘Ik zorg ervoor dat deze principes in operaties worden meegenomen. Daarnaast ontwikkel ik plannen en strategieën die gerelateerd zijn aan bescherming van de burgerbevolking, IHL en het zoeken naar vermiste personen en slachtoffers van gedwongen verdwijning. Daarbij coördineer ik het contact met relevante nationale en internationale organisaties, waarvoor ik ook rapportages en publicaties schrijf.’
Het thema human security en bescherming van de burgerbevolking is volgens admiraal Omar door de NAVO Missie op de agenda gezet. Mr Raad legt uit: ‘Tijdens mijn werk bij het directoraat, werd erkend dat bescherming van de burgerbevolking niet alleen betekent om je aan wetgeving te houden, maar dat ook institutionele capaciteitsopbouw, ontwikkeling van trainingscurricula, en het integreren in planning, coördinatie en opvolging nodig is. Daarom droeg ik bij aan het nationale beleid ten aanzien van bescherming van de burgerbevolking en de strategie van het Ministerie van Defensie voor 2026-2030.
Beiden geven aan dat de vele oorlogen in de Irakese geschiedenis hebben bijgedragen aan de interesse in het onderwerp PoC. En vooral de enorme uitdagingen op humanitair gebied die de oorlogen met zich meebrachten. Mr Raad geeft aan dat daardoor duidelijk is geworden dat ‘PoC een preventieve taak is voor de overheid, en niet alleen aan de orde is als reactie op de gevolgen van conflict. Iraks verbondenheid aan IHL en mensenrechten, en de samenwerking met nationale en internationale organisaties op dit gebied, hebben ertoe geleid dat Irak meer doet aan preventie en institutionele bescherming’.
Op de vraag welke rol ze zien voor het ministerie van Defensie voor PoC, antwoordt Mr Raad dat deze een belangrijke rol vervult, omdat het militaire operaties uitvoert. Daarom moet PoC geïntegreerd worden in planning, commandovoering, uitvoering en evaluatie, in plaats van behandeld te worden als een separaat onderwerp van militaire operaties. Dat betekent dat er meer begrip moet komen van de regels van IHL, en het opnemen van PoC in trainingscurricula voor militairen, het verbeteren van mechanismen voor risicoanalyses en het mitigeren van schade aan burgers, het doen van onderzoek naar beschuldigingen van schendingen van deze regels als ze plaatsvinden, en het trekken van lessen hieruit trekken ter verdere voorkoming’. Admiraal Omar denkt dat het Ministerie van Defensie op het goede pad zit maar dat er nog wel steun vanuit de NAVO-missie moet (blijven) komen. Om nog meer vooruitgang op dit onderwerp te boeken, denkt ook hij dat er meer training en workshops gegeven moeten worden om bewustwording te creëren op alle niveaus binnen de krijgsmacht.
Mr Raad gaat nog verder. Hij stelt dat Irak voorbij de fase van beleidsontwikkeling moet komen naar institutionele implementatie. Door een helder implementatieplan te maken, met verantwoordelijkheden van belanghebbenden en indicatoren om voortgang te meten en het beschikbaar maken van benodigde hulpmiddelen. Daarbij is communicatie en coördinatie binnen het ministerie nodig, om overlap te voorkomen.
Als specifieke uitdaging noemt admiraal Omar kennis van het hoogste leiderschap op het onderwerp van PoC. Mr Raad noemt de beschikbaarheid van hulpmiddelen, standaardisering van coördinatie mechanismen tussen relevante instituties, en overlap van mandaten. Daarnaast is het nodig om meer data te verzamelen, en mechanismen te ontwikkelen om schade die burgers hebben ondervonden te onderzoeken.
Volgens de heren zijn de NAVO-missie en andere internationale partners nodig voor training, maar ook om de capaciteiten van het Directoraat Mensenrechten te versterken. Het directoraat moet streven naar erkenning als kennisautoriteit op dit gebied en hulpmiddelen zoals een klaslokaal en experts ter beschikking hebben. Daardoor kan het de internationale expertise verder verspreiden.
Dit artikel is een aanvulling op het artikel ‘Mensenrechten in Irak. Zendingswerk door de Navo’ in Groen 2026-2.