Herstelrecht als christelijk-sociaal alternatief voor strafrecht
Een christelijk-sociale oriëntatie op herstelrecht
Auteurs: Jaco van Hoorn, Rolf Hoving, beiden lid van het netwerk Recht en Veiligheid.
Iemand die onrecht pleegt verdient straf. Maar heeft dezelfde persoon ook recht op herstel? Kan mediation bijvoorbeeld in dat geval de straf vervangen of verminderen? Jaco van Hoorn en Rolf Hoving voeren een pleidooi om herstelrecht te bevorderen, als een christelijk-sociaal alternatief voor strafrecht.
In de samenleving klinkt vaak de roep om zwaardere straffen. Voor sommige delicten is het rechters inmiddels wettelijk verboden een taakstraf op te leggen. Zwaardere straffen komen tegemoet aan de sterke behoefte aan vergelding en afschrikking.
Daarnaast is de positie van het slachtoffer in de afgelopen decennia steeds sterker geworden. Ook vergoeding van schade heeft meer aandacht gekregen. Deze ontwikkeling is te verklaren uit de verdergaande individualisering en emancipatie van burgers. Slachtoffers willen betrokken worden in ‘hun’ zaak.
Het strafrecht kent eigen doelen. Het retributivistische doel, ook vergeldingsdoel genoemd, kijkt naar het verleden; het herstelt de door de criminele daad verstoorde balans met de samenleving. De utilitaristische doelen zijn instrumenteel en kijken vooruit: straffen moeten nut hebben. Ze moeten eraan bijdragen dat de dader of anderen niet opnieuw strafbaar handelen, dat de dader wordt gerehabiliteerd of dat door opsluiting crimineel gedrag onmogelijk wordt gemaakt. Individuele preventie en rehabilitatie hebben het belang van de dader op het oog, omdat ervan wordt uitgegaan dat de dader ‘kan’ verbeteren. In een verhardend maatschappelijk en politiek klimaat wordt echter de roep om vergelding groter. Bovendien wordt gehoopt op een grotere beveiligende werking van straffen.
Vraag naar herstel
De laatste jaren komt er steeds meer aandacht en ruimte voor nog een andere vorm van reageren op normoverschrijdingen, namelijk het zoeken naar herstel tussen dader en slachtoffer of nabestaanden. Kenmerkend voor het herstelrecht is dat de interactie tussen deze betrokkenen een grotere rol inneemt dan in het ‘gewone’ strafrecht.
Deze ontwikkeling komt voort uit de wens tegemoet te komen aan de behoefte van slachtoffers en soms ook van daders. Bovendien is de verwachting dat herstelrecht tot een duurzamere gedragsverandering leidt bij daders.1
Herstelrecht kan worden gezien als een vorm van horizontalisering en privatisering van het publieke strafrecht.2 Waar strafbaar gedrag immers voor de samenleving inbreuk op de maatschappelijke orde en het algemeen belang is, wordt misdaad in het kader van herstel gezien als inbreuk op de rechten, vrijheden en behoeften van specifieke slachtoffers.
De ontwikkelingen van zwaarder straffen en de sterkere positie van het slachtoffer, verhouden zich niet vanzelfsprekend tot een grotere plaats voor het herstelrecht. In dit artikel oriënteren we ons op dit opkomende fenomeen en onderzoeken we aan de hand van de partijbeginselen van de ChristenUnie en het christelijk-sociaal gedachtegoed of de toepassing van herstelrecht steun verdient.
De ontwikkelingen van herstelrecht
Zehr, een van de grondleggers van herstelrecht, beschrijft het als een proces dat gericht is op herstel van het leed. Alle betrokkenen of belanghebbenden doen mee vanuit wederzijds respect en met aandacht voor het leed en de behoeften van de deelnemers en de verplichtingen van de dader.3 Er worden twee hoofdvormen toegepast, namelijk herstelbemiddeling en mediation, die respectievelijk sinds 2006 en 2017 een wettelijke basis kennen.
Herstelbemiddeling en mediation kennen overeenkomsten en verschillen.4 Beide beogen slachtoffers of nabestaanden en verdachten op vrijwillige basis met elkaar in contact te brengen, er is sprake van onafhankelijke begeleiding en het is kosteloos voor de deelnemers. Het belangrijkste verschil is dat mediation onderdeel is van een strafrechtprocedure, terwijl herstelbemiddeling dat niet is. Naar mediation worden betrokkenen door een officier van justitie of een rechter verwezen. De uitkomsten kunnen meegenomen worden in de uitkomst van de strafzaak, door de zaak af te doen of door de straf te verlagen.5 Bij herstelbemiddeling kan men zichzelf aanmelden en hebben de uitkomsten geen gevolgen voor een strafzaak.
Eerste ervaringen met herstelrecht
Uit onderzoek van het WODC6 blijkt dat mediation slechts bij minder dan één procent van de strafzaken wordt ingezet (jaarlijks een kleine 1500 verwijzingen). Ander onderzoek naar herstelrecht bij agressie tegen hulpverleners telde slechts enkele voorbeelden. Daaruit bleek bovendien dat de bekendheid met mediation zeer beperkt is.7
Herstelbemiddeling kent een bredere toepassing (ca. 1550 trajecten in 2025)8. Het gaat dan om zaken van geweld (34%), seksueel geweld (32%) en verkeerszaken (19%). In 60% van de gevallen was het slachtoffer initiatiefnemer, in 37% van de gevallen waren dit verdachten en daders, vooral in zaken met geweld (52%).
De onderzoeken laten zien dat deelnemers die wel ervaring met herstelvoorzieningen hadden opgedaan, positief zijn over het effect op de verwerking door het slachtoffer en de houding van de dader.9 10 Bovendien zijn er aanwijzingen dat herstelvoorzieningen de kans op recidive verminderen.11 De maatschappelijke voordelen lijken dus duidelijk.
Kritische reflectie
Herstelrecht verhoudt zich moeizaam tot het principe van het strafrecht, waar normovertreding en rechtdoen centraal staan. Aan mensen die buiten de regels van de samenleving treden en leed toebrengen aan anderen, wordt vanuit de samenleving leed toegevoegd. De straf moet zich verhouden tot de ernst en de verwijtbaarheid van het feit en de omvang van de gevolgen. Het traditionele strafrecht voegt namens de samenleving leed toe en niet (primair) namens het slachtoffer, dat bovendien geen invloed heeft op de zwaarte van de straf. Strafrecht herstelt de relatie tussen dader en slachtoffer niet. Een door de rechter opgelegde schadevergoeding neemt wellicht materiële schade weg, maar de immateriële schade blijft bestaan. De sterk toegenomen aandacht voor het slachtoffer in het strafrecht brengt herstel van relaties niet vanzelfsprekend dichterbij.
Als herstelrecht wel wordt toegepast, kan dit tot spanning leiden. Wanneer het slachtoffer vergevingsgezind is, zullen velen dit zien als een goede en louterende emotie en herstelgerichte daad. Maar niet elk slachtoffer wil de relatie met de dader herstellen, wat vanuit artikel 1 van de Grondwet rechtsongelijkheid tot gevolg kan hebben. Bovendien heeft straffen ook tot doel de rechtsorde te handhaven en medeburgers van dit soort misdrijven te weerhouden.12 Het slachtoffer kan vergeving schenken, en de dader en het slachtoffer kunnen meewerken aan vormen van herstelrecht, maar dat neemt voor de overheid als zwaardmacht het rechten en zelfs de plicht om te straffen niet weg.
Bovendien kan inzet op herstel emotioneel zwaar zijn voor slachtoffer en dader, vooral als de confrontatie niet op het goede moment of de goede manier wordt ingezet.13 Het vooruitzicht van lagere straffen kan leiden tot minder oprechte bedoelingen bij de dader. Door geen of lage straffen kan bij het slachtoffer en de samenleving het gevoel ontstaan dat onvoldoende recht is gedaan. Dat schaadt het vertrouwen in het systeem. Een bezwaar tegen de vroege inzet van herstelrecht is bovendien, wat ook geldt voor het spreekrecht, dat de verdachte als dader aangesproken wordt terwijl deze nog niet is veroordeeld, wat gezien de onschuldpresumptie voorbarig is.
Tot slot impliceert herstelrecht ook herstel van de relatie tussen dader en samenleving. Men kan de ogen niet sluiten voor de manier waarop de samenleving zelf bijdraagt aan de omstandigheden waarin geweld en onrecht ontstaan.14 Sommige daders groeien op in een crimineel milieu, waarbij straffen zonder op te voeden zinloos is. Herstel kan van de samenleving een erkenning vragen van het onrecht dat is aangedaan aan iemand die strafbare feiten heeft gepleegd.
Wat kan en wat het vraagt
Een mogelijkheid is herstel en recht los van elkaar te benaderen, door inzet op herstel parallel aan de berechting te laten plaatsvinden of na de berechting en zelfs daarvoor. Dat laatste gebeurt dan op initiatief van de dader op basis van erkenning van zijn verkeerde gedrag en vanuit de bereidheid de gevolgen voor zijn rekening te nemen. Het wordt dan herstel in plaats van recht als het slachtoffer afziet van een aangifte. Uiteraard gelden in deze gevallen de condities van vrijwilligheid en deskundige begeleiding.
Er wordt ook iets van de samenleving gevraagd. Misdaad is een van de uitingen van de gebrokenheid van de samenleving. Ondanks de verantwoordelijkheid van de dader is het een terechte vraag of de samenleving hierin een rol heeft. Strafbaar gedrag kent alleen maar verliezers en deze erkenning roept op tot verantwoordelijkheid om met elkaar deze verliezers – slachtoffers én daders – op te vangen. De dader moet, door zijn straf te ondergaan, zich kunnen verzoenen met de samenleving en een tweede kans krijgen. Deze kans moet de samenleving hem of haar wel willen bieden.15 Dat kan door reclasseringsinstanties, maar ook gemeenschappen – buren, werkgevers, sportverenigingen en kerk – kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Herstel is hard werken, met name voor slachtoffers maar niet minder voor de samenleving. Jezus stelt in verband hiermee ‘de andere wang’ of ‘het bovenkleed’ of ‘de tweede mijl’ voor (Mat. 5:38-42). Herstel vraagt de bereidheid om ondanks de gevolgen de dader met open armen te willen ontvangen.
Herstel met het slachtoffer gaat nog dieper. Uiteindelijk is verzoening nodig, als ultieme vorm van herstel tussen slachtoffer en dader. Dat kan als de dader het kwaad in zichzelf ervaart, de smet op zich neemt en zuivering en boetedoening aanvaardt. Verzoening is mogelijk in de door slachtoffer en dader gedeelde achting voor het goede als het wezenlijke in het leven.16
Christelijk-sociaal perspectief
Na deze oriëntatie op herstelrecht zoeken we aangrijpingspunten voor een christelijk-sociaal perspectief in het beginselprogramma van de ChristenUnie17 en de meer recente visie ‘Hoop voor een ongenadige tijd’.18
Voor de ChristenUnie doet ieder mens ertoe. Mensen leven in onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid, ook in de erkenning van de onvolkomenheid van het samenleven. Deze onvolkomenheid vraagt om te staan voor recht, wat inzet vraagt op een menswaardig bestaan voor de ander en vrede, wat vraagt te blijven werken aan verzoening in een wereld vol conflicten. De overheid heeft hierin een eigen roeping en verantwoordelijkheid, zeker ten aanzien van kwetsbare mensen. Christelijke politiek zet zich in voor klassieke grondrechten omdat deze rechten mensen toebehoren. Deze vrijheden zijn bedoeld om mensen met verschillende overtuigingen vreedzaam te laten samenleven. Daarin heeft Gods Woord zeggingskracht voor ons hele leven en samenleven, wat resoneert in ons geweten. Al het aardse gezag staat onder Zijn gezag en Zijn gerechtigheid.
Dit betekent inzet van de overheid voor bescherming van de veiligheid van haar burgers en voor bestraffing van misdaad. Christelijke politiek kan daarin radicaal zijn, zo lezen we in ‘Hoop voor een ongenadige tijd’. Zoals Martin Luther King indrukwekkend, vredig en liefdevol streed tegen het onverteerbare kwaad van rassenhaat, zo moet de christelijke politiek steeds opnieuw opstaan tegen alle vormen van onrecht. In een land waar ongenadig individualisme steeds meer de vrije hand krijgt, ontstaan sociaal onrecht en criminaliteit, die door de overheid moeten worden bestreden. Zij moet haar macht inzetten voor recht en gerechtigheid en voor het goede samenleven van mensen. Daarom is de christelijke politiek voor een overheid die recht doet en stevig ingrijpt als in onze samenleving de ene mens over de andere heerst. Daartoe is het strafrecht een middel.
Bij het bevorderen van herstel door de overheid past echter terughoudendheid. De overheid mag de vrijheid van mensen en gemeenschappen niet in de weg staan, maar moet de juiste condities scheppen voor goed samenleven. Het uitgangspunt van de christelijk-sociale politiek is in deze gebroken werkelijkheid een veilige samenleving te bieden vanuit onderlinge samenhang tussen mensen en dienstbaarheid aan elkaar. De partijvisie benadrukt de kracht van mensen en van de samenleving, ook in een steeds ongenadiger tijd, waarin door verdergaande individualisering naastenliefde en er-zijn voor elkaar steeds minder vanzelfsprekend is.
De overheid kan hierin maar beperkt een rol spelen; als de overheid herstel van verhoudingen wil opleggen zal niet snel het hart worden bereikt. Mensen hebben elkaar te dienen, in het leven en het werk en onze gemeenschappen. Dat betekent elkaar de hand reiken en er zijn voor anderen. Daarom wordt gerechtigheid verstaan als strijd tegen het kwaad en recht doen aan de waardigheid van alle mensen, van slachtoffers én daders dus.
Conclusie
Binnen de strafrechtpleging is herstelrecht een nog jonge en zich ontwikkelende praktijk. Daarin gaat het niet om zwaarder straffen of om het sterker maken van de positie van het slachtoffer, maar allereerst om herstel van het leed dat is aangedaan. Christelijk-sociale politiek draait om zorg voor mensen en inzet op herstel van verhoudingen, de weg van verzoening, vergeving en vergoeding. Dat resoneert met het gedachtegoed van de ChristenUnie. Ieder mens doet ertoe, slachtoffers verdienen steun maar daders evenzeer. Zoeken naar recht en vrede betekent voor iedereen een menswaardig bestaan en blijven werken aan verzoening en herstel, in een wereld vol conflicten.
De overheid heeft een belangrijke verantwoordelijkheid om de veiligheid en vrijheden van mensen te beschermen. Ze moet opstaan tegen vormen van onrecht en zo nodig met kracht ingrijpen, ook door toepassing van het strafrecht.
Tegelijkertijd is de rol van de overheid beperkt. Uiteindelijk gaat het over relaties waarin de overheid niets te zoeken heeft. Ze moet reageren op strafbaar handelen, maar daarna is de samenleving zelf aan zet om de onderlinge relaties te herstellen en verder samen te leven. Dat is de fase van herstel. Daarin gaat het om het menselijk aspect en de verantwoordelijkheid van betrokkenen. Dat relativeert de energie die de overheid moet stellen in het bevorderen van herstel.
Als het gepleegde strafbare feit zich daarvoor leent en als betrokkenen ervoor openstaan kan herstelrecht een helende werking hebben die meer betekenis heeft dan de ‘kale’ toepassing van het strafrecht. Herstelrecht vraagt daarnaast bereidheid van de samenleving en misschien in het bijzonder van hen die christelijk-sociaal gemotiveerd zijn om slachtoffers én daders te willen ontvangen. Wij vinden het wenselijk dat de overheid de inzet van herstelrecht bevordert. Dit vergt investeringen in de strafrechtsketen, om voor slachtoffers, daders en samenleving de condities en ruimte te creëren om strafzaken op alternatieve manieren af te doen. Strafrecht is noodzakelijk kwaad. Maar ook een niet goed georganiseerd herstelrecht doet meer kwaad dan goed. Goed herstelrecht draagt echter bij aan bloeiende relaties.
Casus – Verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel
Een 42-jarige automobilist rijdt met te hoge snelheid door een woonwijk en ziet een fietser op een kruispunt te laat. Door de aanrijding loopt de fietser meerdere botbreuken en blijvend knieletsel op. Het slachtoffer moet langdurig revalideren en kan zijn werk maandenlang niet uitvoeren. De bestuurder is direct na het ongeval gestopt, heeft hulp verleend en verklaart dat hij zich bewust is van zijn fout. Op initiatief van beide partijen vindt mediation in strafzaken plaats naast het strafproces.
Tijdens de mediation vertelt het slachtoffer over de lichamelijke beperkingen, de impact op zijn gezin, het verlies van zelfstandigheid en de angst om weer deel te nemen aan het verkeer. De bestuurder krijgt de gelegenheid uit te leggen wat er is gebeurd, neemt verantwoordelijkheid voor zijn verkeersgedrag en biedt oprechte excuses aan. Voor beide partijen is het belangrijk om vragen te kunnen stellen die tijdens de strafzaak vaak niet aan bod komen.
Zij spreken naar aanleiding van de mediation af, dat de bestuurder mondeling en schriftelijk excuses aan biedt en alle materiële schade vergoedt die niet door de verzekering wordt gedekt. De bestuurder levert een vrijwillige bijdrage aan de kosten van een aangepaste fiets. De bestuurder volgt vrijwillig een verkeersgedragscursus gericht op veilig verkeersgedrag. Zij spreken tevens af dat verdere communicatie uitsluitend via hun belangenbehartigers of de mediator verloopt. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in een mediationovereenkomst en – met toestemming van beide partijen – gedeeld met het Openbaar Ministerie, zodat hiermee rekening kan worden gehouden bij de verdere strafrechtelijke afdoening.
Casus – Vernieling
Tijdens een burenconflict vernielt een buurman de schutting van zijn buren. Hoewel de materiële schade beperkt is, is de onderlinge relatie ernstig verslechterd. Tijdens de mediation bespreken beide partijen de aanleiding van het conflict en de gevolgen voor de leefbaarheid. Ze spreken af dat de vernieler de schade aan de schutting betaald. Ook spreken ze af toekomstige ergernissen eerst met elkaar te bespreken voordat het verder escaleert. Mocht toch een nieuw conflict ontstaat, dan zullen zij eerst buurtbemiddeling inschakelen voordat zij aangifte doen.
Casus – Ernstige mishandeling
Na een ruzie tijdens een feest slaat een 24-jarige man een bekende meerdere keren tegen het hoofd. Het slachtoffer loopt ernstig letsel op, waaronder een kaakbreuk en een hersenschudding. Hij is maanden arbeidsongeschikt en ervaart nog steeds angst en slaapproblemen. De verdachte heeft direct na het incident spijt, bekent de feiten en wil verantwoordelijkheid nemen. Op verzoek van beide partijen vindt mediation in strafzaken plaats naast het strafproces. Tijdens de mediation vertelt het slachtoffer welke lichamelijke en psychische gevolgen het geweld heeft gehad voor hem en zijn gezin. De verdachte luistert, erkent de impact van zijn handelen, biedt oprechte excuses aan en legt uit waardoor de situatie is geëscaleerd, zonder zijn gedrag goed te praten. Beiden spreken onder leiding van de mediator af dat de verdachte mondeling en schriftelijk excuses aanbiedt. Daarnaast zal hij alle materiële schade (eigen risico, kapotte kleding en telefoon) vergoeden. De verdachte betaalt ook een deel van de immateriële schade als tegemoetkoming, los van eventuele civiele of strafrechtelijke afhandeling. Ook volgt de verdachte een agressieregulatietraining. Beide partijen spreken verder af het hierbij te laten en elkaar niet meer te benaderen. De mediator stelt een vaststellingsovereenkomst op, die met instemming van beide partijen aan het Openbaar Ministerie en de rechtbank wordt verstrekt, zodat deze kan worden betrokken bij de verdere strafrechtelijke afdoening.
De casussen en afspraken zijn fictief, maar realistisch en gebaseerd op de praktijk zoals beschreven door de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie. In de praktijk worden de afspraken altijd door de betrokken partijen zelf opgesteld en vastgelegd in een mediationovereenkomst.
Bronnen
- Elbers, N., Becx, I., & Lauwaert, K. (2020) Herstelrecht. In C. Bijleveld, Akkermans, M. Malsch, Marseille, & M. Smit (Reds.), Nederlandse Encyclopedie Empirical Legal 913–937
- Claessen, J., & Roelofs, K. J. M. M. (2020) ‘Herstelrecht(voorzieningen) en mediation in strafzaken’ in J. Boksem, P. A. M. Mevis, D. J. M. W. Paridaens, C. Waling, & H. D. Wolswijk (Reds.), Handboek Strafzaken
- Zehr, H. (2015) The little book of restorative justice: Revised and updated. Simon and Schuster.
- Ministerie van Justitie en Veiligheid (2021, november) Informatieblad Herstelrecht na een strafbaar feit: Mediation in Strafzaken en Herstelbemiddeling. https://open.overheid.nl/documenten/82a3da6d-fe3c-486d-9172-f2cca03d1047/file[1]
- Claessen, J., & Roelofs, K. J. M. M. (2020)
- Hoekstra, M. S., Van Riezen-den Bak, R. R., & Teeuwen, G. (2024) ‘Plan- en procesevaluatie Mediation in Strafzaken’ in WODC (Cahier 2024-7) https://repository.wodc.nl/bitstream/handle/20.500.12832/3358/Cahier-2024-7-volledige-tekst.pdf
- Berger, E., Dinnissen, C., Timmer, J., & Ferwerda, H. (2025) ‘Rechtsherstel na agressie tegen hulpverleners’ in Bureau Beke
- Regie op eigen herstel: Jaarverslag 2025 (2026) in Perspectief Herstelbemiddeling. https://perspectiefherstelbemiddeling.nl/sites/default/files/2026-04/phb-jaarverslag-2025_0.pdf
- Elbers, N., Becx, I., & Lauwaert, K. (2020) 913–937
- Jonas-van Dijk, J. (2025) ‘De impact van mediation in strafzaken op verdachten’ in Tijdschrift voor Herstelrecht, 25(2), 20–30. https://doi.org/10.5553/tvh/1568654x2025025002004
- Idem
- Otte, R. (2024) De troost van gebrekkig strafrecht
- idem
- Verbrugge, A. (2004) Tijd van onbehagen: filosofische essays over een cultuur op drift
- idem
- idem
- ChristenUnie (2018) Vrede zoeken, recht doen: Beginselverklaring van de ChristenUnie. https://www.christenunie.nl/wp-content/uploads/2025/08/beginselverklaringchristenunie.pdf
- ChristenUnie (2024) Hoop voor een ongenadige tijd https://www.christenunie.nl/wp-content/uploads/2025/09/Hoop-voor-een-ongenadige-tijd-2024.pdf