De euro: gewogen en te licht bevonden


'De weg die de Europese leiders iedere keer verkiezen, is het probleem door te schuiven naar de toekomst en het groter en groter te laten worden, onderwijl hopend op een wonder.' 

Door Jaap van Duijn

Van alle politieke partijen is de ChristenUnie steeds de enige geweest, die zich ten aanzien van de Economische en Monetaire Unie (EMU) heeft opgesteld zoals je dat als onafhankelijk denkend burger ook zou doen. Dat wil zeggen: niet alle Brusselse plannen op voorhand omarmen, ze ook niet op voorhand afwijzen, maar ze kritisch en op basis van inhoudelijke argumenten beoordelen. De ChristenUnie was tegen de invoering van de euro en is door de feitelijke ontwikkelingen in het gelijk gesteld.

De ChristenUnie wil, nu het experiment mislukt is, zich een oordeel vormen over wat verstandig is – lees: wat ons de minste schade zal berokkenen – en heeft de Tilburgse hoogleraar dr. J.J. Graafland gevraagd verschillende alternatieven te beoordelen, van doorgaan met de huidige eurolanden, via een gedeeltelijk opbreken van de eurozone, tot aan een volledige terugkeer naar nationale valuta’s toe. Het resultaat is een grondige, gebalanceerde studie, met als belangrijkste conclusie dat de eurozone in zijn huidige samenstelling niet houdbaar is. Wil de euro als gemeenschappelijke munt duurzaam blijven bestaan, dan is het onvermijdelijk dat een of meer landen de eurozone verlaten. Dat is nodig om de eurozone sterker te maken, en om de landen die hun munt nu niet kunnen devalueren, een kans op economisch herstel te geven.

Vrijhandel kan zonder euro

De studie van Graafland, ‘De euro gewogen’, die  overigens geschreven is met steun van anderen, is een verademing om te lezen. Eindelijk worden nu eens afwegingen van voor- en nadelen van de euro gemaakt op basis van feiten, in plaats van op basis van niet-onderbouwde beweringen. Eindelijk worden nu eens economisch-theoretische argumenten aangevoerd, in plaats van dat vooringenomen standpunten worden gedebiteerd. Over weinig onderwerpen wordt zo onzindelijk gedebatteerd als over de euro. Voor de blinde voorstanders is de euro een geloofsartikel. Met hen valt dus geen discussie te voeren. Het bewijs van hun gelijk zit in niet-verifieerbare stellingen als ‘zonder de euro is Europa reddeloos verloren tegenover grootmachten als Amerika en China’, of ‘de euro heeft ons vrede en veiligheid gebracht’. Wat heel storend is in het debat over de merites van de euro, is het voortdurend verwarren van de voordelen van vrijhandel (die onomstotelijk zijn, maar waar andere landen in andere werelddelen met hun eigen vrijhandelszones net zo goed van profiteren) met de voordelen van een gemeenschappelijke munt. De voordelen van het eerste worden door eurofielen gewoonlijk aan het laatste toegeschreven.

Vernederingsfactor

Het gevaar van studies met een opdrachtgever is altijd dat deze laatste de uitkomsten krijgt die hij graag ziet, maar dan voorzien van een wetenschappelijk sausje. Als D66 een studie naar voor- en nadelen van de euro laat verrichten, zullen onderzoekers anderen en uitkomsten anders zijn dan wanneer de PVV hetzelfde doet. De toon van Graafland’s studie is kritisch ten aanzien van het euro-experiment, maar er is geen sprake van vooringenomenheid. Er is niet naar een conclusie toegeschreven.  De bevindingen stroken met die van veel Amerikaanse economen, die het Europa-debat van wat meer afstand en met wat meer relativeringsvermogen kunnen volgen. De pro-euro argumenten worden door Graafland allemaal keurig genoemd. Als hij wat onderschat is het eerder de manier waarop de euro de tegenstellingen binnen Europa heeft versterkt en de wijze waarop landen en volkeren nu tegen elkaar worden opgezet en uitgespeeld. De Britse socioloog Dennis Smith heeft in dat verband vorig jaar aandacht gevraagd voor wat hij de ‘vernederingsfactor’ noemt.  De Europese Gemeenschap was altijd een gemeenschap gebaseerd op gelijkheid en broederschap.  Maar met de crisis is vernedering van andere volkeren, voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog, weer een factor geworden. Grieken die als luie en corrupte profiteurs worden weggezet,  mevrouw Merkel die als een Nazi wordt afgebeeld. De schade die de euro aanricht is meer dan alleen economische schade.

Culturele verschillen bepalend

Het is overigens beslist niet zo dat de studie van Graafland alleen economische argumenten bespreekt en afweegt. Uiteindelijk zijn de culturele verschillen tussen de volkeren van Europa, die zich door de eeuwen heen ontwikkeld hebben tot wat ze nu zijn, bepalend voor het mislukken van de gemeenschappelijke munt. Toen de vrijhandelszone die de EU in eerste instantie was, nog floreerde, zoals tot de introductie van de euro het geval was, stonden we niet vaak stil bij die diepgewortelde verschillen, net zo min als we dat doen als we handel drijven met China. De ironie is dat de euro die verschillen weer aan de oppervlakte heeft gebracht. Nu zien we dagelijks hoe anders Frankrijk en Duitsland oordelen over de manier waarop een economie moet worden aangestuurd. Frankrijk wilde met de euro Duitse dominantie tegengaan, maar Duitsland is nu, zonder het misschien zelf te ambiëren,  dominanter dan ooit.

Grexit noodzakelijk

Graafland concludeert dat Griekenland en de andere landen van de eurozone beter af zijn als Griekenland de eurozone verlaat, met gelijktijdige afschrijving van een flink deel van de Griekse overheidsschulden. Het eerste kan niet zonder het laatste, omdat herinvoering van een veel goedkopere drachme de in euro’s luidende staatsschuld doet exploderen. Mij lijkt het uittreden van Griekenland onvermijdelijk, een no brainer. Om zijn schuld te kunnen afbetalen, moet Griekenland zijn economie laten groeien, maar om weer concurrerend te worden, moet deze juist krimpen.  Die twee gaan niet samen. Griekenland had nooit tot de eurozone mogen worden toegelaten. Het land heeft al meer dan vijftig jaar ieder jaar weer een handelsbalanstekort. Het is dus structureel niet in staat gebleken om met uitvoer zijn invoer terug te verdienen en heeft altijd devaluaties nodig gehad om periodiek weer wat lucht te krijgen. Toen de drachme voor de euro werd ingewisseld, had die drachme in de vijftig jaar daarvoor 98% van zijn waarde tegenover de gulden verloren. Dit was allemaal bekend, of kon het zijn.

Tweede grote crisis komt eraan

Hoewel een vertrek van Griekenland uit de eurozone voor alle partijen het beste is, lijkt het er voorlopig niet op dat dit zal gebeuren. Niemand wil op zijn geweten hebben de laatste duw te hebben gegeven. De weg die de
Europese leiders iedere keer weer verkiezen, is het probleem door te schuiven naar de toekomst (‘kicking the can down the road’ ) en het groter en groter te laten worden, onderwijl hopend op een wonder.  De hulpprogramma’s werken daarbij, zoals Graafland terecht opmerkt, als een fuik. Hoe langer de uittreding wordt uitgesteld, hoe hoger de kosten zijn en hoe moeilijker het wordt die stap alsnog te zetten.

Het beeld dat ik heb is dat we onvermijdelijk bezig zijn naar een nieuwe, tweede grote crisis – vergelijkbaar met die van 2009 – toe te bewegen. De schuldenlasten in Europa worden alleen maar groter en groter. Draghi wordt nu als de redder van Europa gezien, maar het opkoopbeleid van de ECB verergert de schuldenproblematiek in hoge mate. Omdat de rente van de zwakke landen wordt gedrukt (tot verder onder de niveaus die minister Ruding in de jaren tachtig over de Nederlandse staatsschuld moest betalen), wordt het landen gemakkelijker gemaakt nieuwe leningen af te sluiten.  Knopen zullen pas in een tweede crisis worden doorgehakt.

Neuro-zeuro-splitsing?

De vraag, die ook door Graafland niet beantwoord kan worden, is of na Griekenland meer landen de eurozone zullen moeten, of verkiezen te verlaten. Voor Italië en Spanje, als grootste van die landen, geldt dat dit geheel en al van henzelf afhangt. Als de bevolking jaren van krimp weet te verdragen en de overheid er ook nog eens in slaagt markten, waaronder de arbeidsmarkt, te moderniseren, dan is het denkbaar dat deze landen zich in de eurozone kunnen handhaven. Ierland heeft al laten zien dat het kan, maar Ierland behoort cultureel tot de noordelijke, en niet tot de zuidelijke landen. Gelukkig wijst Graafland de splitsing in neuro en zeuro van de hand. Om landen met een traditioneel zwakke munt één gemeenschappelijke munt te geven, betekent voor die landen afzonderlijk nog steeds dat ze valutair geen manoeuvreerruimte hebben. Van vier zwakke landen maak je niet één sterk land.

Kostbaarste vergissing

Zuidelijke landen hebben historisch altijd gekozen voor devaluatie om periodiek weer concurrerend te worden.  Dat geldt niet alleen voor de ‘Club Med’-landen, maar ook voor Frankrijk. Wie de geschiedenis van de Franse frank over de laatste honderd jaar bestudeert, ziet een lange historie van devaluaties. De echte vraag naar de houdbaarheid van de eurozone draait daarmee om Frankrijk, en dus om de fundamentele verschillen in opvatting over hoe een economie gemanaged moet worden, zoals die tussen Frankrijk en Duitsland al eeuwen bestaan.

Ik vrees dat de invoering van de euro, een experiment dat door politieke wenselijkheden, met veronachtzaming van de economische realiteit, werd ingegeven, uit zal draaien op de kostbaarste vergissing in de economische geschiedenis van Europa, met consequenties die zich tot ver voorbij het economisch domein uitstrekken. Ik hoop van ganser harte dat ik er helemaal naast zit, maar de studie van Graafland heeft me niet tot andere verwachtingen kunnen brengen.

Dr. J.J. van Duijn is econoom. Van 1983 tot 2003 maakte hij deel uit van de directie, resp. Raad van Bestuur van de Robeco Groep. Hij was hoogleraar algemene economie in Delft en buitengewoon hoogleraar in de praktische aspecten van de beleggingstheorie  in Amsterdam en Rotterdam.

© WI ChristenUnie