Echtscheiding en de gevolgen voor het kind

Echtscheiding en de gevolgen voor het kind

Door Marianne de Wolff, wetenschappelijk medewerker bij TNO en lid van het curatorium van het WI

Jaarlijks vinden in Nederland ongeveer 18.000 echtscheidingen plaats waarbij minderjarige kinderen betrokken zijn (CBS). Concreet betekent dit dat elk jaar maar liefst 50 a 60.000 kinderen te horen krijgen dat hun ouders gaan scheiden. Het aantal echtscheidingen in Nederland is hoog maar stabiel, net als in omringende landen. Sinds de jaren 60 en 70 is het aantal scheidingen wereldwijd toegenomen. Paul Amato, Amerikaans echtscheidingsdeskundige, spreekt dan ook van de meest diepgaande wijziging in het gezinsleven.

In 1991 publiceerden Amato en Keith het eerste grote meta-onderzoek naar de gevolgen van echtscheiding voor kinderen.[1] De uitkomsten van 92 studies werden samengevoegd in deze overzichtsstudie. In vergelijking met kinderen uit intacte gezinnen presteerden de kinderen van gescheiden ouders slechter op school, hadden ze meer gedragsproblemen, voelden ze zich emotioneel minder goed, hadden een lager zelfbeeld, en ze hadden meer problemen met sociale relaties. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de gevonden verschillen niet heel groot waren, maar wel statistisch significant.

Effecten tot in de volwassenheid

Tien jaar later herhaalde Amato deze meta-analyse op 67 studies uit de jaren 90.[2] Opvallend genoeg bleek dat de negatieve effecten voor kinderen groter waren geworden. Om wat voor effecten gaat het precies?

-          Schoolprestaties: kinderen van gescheiden ouders hebben lagere schoolresultaten,  meer concentratieproblemen op school, en vertonen meer wangedrag op school. In een studie werden vijf jaar na de scheiding nog steeds verschillen gevonden in schoolprestaties tussen jongeren uit gescheiden en intacte gezinnen.

  • Externaliserend gedrag inclusief riskante gewoonten: kinderen uit gescheiden gezinnen vertonen iets meer gedragsproblemen (zoals agressief, antisociaal en delinquent gedrag) dan kinderen uit intacte gezinnen. Ook gebruiken zij  meer en vaker alcohol en drugs.
  • Emotioneel welbevinden: kinderen van gescheiden ouders hebben een lager welbevinden en meer last van stress, depressiviteit, angst en suïcidale gedachten dan kinderen uit  intacte gezinnen.
  • Zelfbeeld: de zelfwaardering van kinderen uit gezinnen na scheiding is lager dan dat van hun leeftijdsgenoten uit intacte gezinnen.
  • Sociale relaties: scheidingskinderen hebben iets meer moeite bij het aangaan en in stand houden van relaties. Ook is bekend dat zij zelf vaker scheiden dan jongeren die zijn opgegroeid in complete gezinnen.

 

Risicofactoren en beschermende factoren

Is er een mogelijkheid om deze gevolgen in te perken? Om die vraag te kunnen beantwoorden is het nodig een goede verklaring te vinden voor de negatieve effecten van scheiding. Er worden geen grote verschillen gevonden tussen de gevolgen voor jongens en meisjes. Hoogstens kunnen we zeggen dat de gevolgen van conflictueuze scheidingen voor jongens iets sterker zijn. Ook de leeftijd van het kind tijdens de scheiding maakt geen groot verschil. Scheiden is op elke leeftijd ongunstig voor kinderen. Amato vond in zijn meta-analyse een verband tussen echtscheiding en slechtere schoolprestaties bij jonge kinderen, terwijl bij oudere kinderen de samenhang sterker was met psychische problemen.

Een belangrijke risicofactor is de mate waarin ouders openlijk ruziemaken. Echtscheidingen die gepaard gaan met openlijke conflicten zijn het meest nadelig voor kinderen. Ook het aantal stressvolle veranderingen in het leven van een kind, zoals een verhuizing, verandering van school, contactverlies met leeftijdgenoten en met de familie van de niet-verzorgende ouder, is een risicofactor. Financiële achteruitgang wordt ook aangemerkt als risicofactor. Niet alleen omdat een kind hierdoor minder mogelijkheden heeft, maar ook omdat financiële achteruitgang het welbevinden van de verzorgende ouder beïnvloedt. Een minder tevreden ouder is altijd nadeliger voor kinderen dan een tevreden ouder.

Waardoor kunnen de negatieve effecten worden verzacht? Belangrijke beschermende factoren voor kinderen zijn:

  • ouders die – ondanks hun eigen problemen – in staat zijn tot een autoritatieve opvoedingsstijl. Dat is een stijl waarbij de ouder naast veel warmte en betrokkenheid ook duidelijke regels en grenzen hanteert;  
  • een redelijke verstandhouding tussen vader en moeder;
  • alimentatie van de niet-verzorgende ouder;
  • steun van de sociale omgeving.

 

Er wordt nogal eens gesuggereerd dat kinderen belang hebben bij een omgangsregeling met beide ouders. Onderzoek laat echter geen samenhang zien tussen contactfrequentie en het welbevinden van de kinderen. De frequentie van het contact zegt ook weinig over de band tussen ouder en kind. Van groter belang is de kwaliteit van die onderlinge band. Bezoekregelingen zijn alleen zinvol als het kind al een goede band heeft met de niet-verzorgende ouder, meestal de vader. Als er veel conflicten zijn tussen de exen, werkt contact met de niet-verzorgende ouder alleen maar negatief.

Conclusies en aanbevelingen

Echtscheiding is een ontwrichtende ervaring voor opgroeiende kinderen. Lang voordat de feitelijke scheiding plaatsvindt, kunnen kinderen gebukt gaan onder ouderlijke conflicten. De nadelige effecten van echtscheiding zijn weliswaar niet heel ernstig of sterk, maar kunnen lang voortduren tot in de volwassenheid. De gevolgen van scheiding zijn niet voor alle echtscheidingskinderen gelijk, veel hangt af van individuele kenmerken.

 

Ik sluit af met enkele aanbevelingen voor de overheid.

 

1.  Ouders moeten aan enkele wettelijk verplichte counselingsgesprekken deelnemen als voorwaarde om de scheidingsprocedure in gang te kunnen zetten.

Conflictbeheersing is essentieel voor het welbevinden van kinderen. In counselingsgesprekken kan duidelijk worden in hoeverre ouders deze vaardigheid bezitten of nog moeten leren. Als blijkt dat de ouders te zeer in conflicten verwikkeld zijn, dient bemiddeling of  mediation verplicht en toegankelijk te zijn. Pas na mislukking van de bemiddeling zou de gang naar de rechter open moeten staan.

 

2. Maak het opstellen van een ouderschapsplan voor na de scheiding wettelijk verplicht.

Sinds 1998 behouden beide ouders ouderlijk gezag over hun kinderen, ook na de echtscheiding. Dit betekent dat de ouders, ook na de scheiding, moeten samenwerken (en overleggen over de opvoeding). Door het maken van een ouderschapsplan voor de tijd na de scheiding, kunnen ouders hierin zichzelf trainen, al dan niet begeleid door een hulpverlener.

 

3. Omgang moet worden beschouwd in samenhang met conflictbeheersing.

Omgang met de uitwonende ouder is goed voor kinderen. Maar soms moet de contra-indicatie van het chronisch ouderlijk conflict zwaarder wegen. Als de conflicten voortduren, kan tijdelijk stoppen van het contact in het belang zijn van het kind, ook bij gezamenlijk ouderlijk gezag.

 

4. Houdt explicieter rekening met kinderen middels voorlichting en interventieprogramma’s op school. 

Kinderen moeten veel nadrukkelijker worden voorbereid op de scheiding van hun ouders, waarbij rekening wordt gehouden met hun ontwikkelingsniveau. In de VS zijn al verschillende interventieprogramma’s ontwikkeld voor kinderen van gescheiden ouders, zoals CODIP (Children of Divorce Intervention Programm,) In deze interventie delen kinderen hun ervaringen met groepsgenoten en leren ze communicatieve vaardigheden en probleemoplossend denken. Amerikaanse evaluaties laten zien dat CODIP effectief is. Dit programma moet ook in Nederland beschikbaar komen, evenals de middelen om het wetenschappelijk verder uit te bouwen.

 

5. Het betalen van kinderalimentatie moet meer worden gestimuleerd.

 

6. Beloon goedlopende omgangsregelingen fiscaal.

Kinderen zijn gebaat bij ouders die hun conflicten kunnen beheersen. Het goed functioneren van de omgangsregeling moet fiscaal worden beloond. Als beide ouders eenmaal per jaar verklaren dat de omgangsregeling loopt, kan de fiscale aftrek aan beiden worden verleend. Beloningen zijn immers effectiever dan bestraffingen.

 

7. Biedt ondersteuning aan ouders die willen gaan scheiden.

In de VS zijn verschillende onderwijsprogramma’s voor ouders ontwikkeld, die hen helpen te begrijpen hoe echtscheiding effect heeft op kinderen. Daarnaast worden ouders getraind in autoritatief  opvoedgedrag. Veel ouders vervallen namelijk tot meer permissief gedrag na de scheiding. Meedoen aan zo’n cursus moet aantrekkelijk zijn voor ouders die gaan scheiden.



[1] Amato, P. R., & Keith, B. (1991). Parental divorce and adult well-being: A meta-analysis. Journal of Marriage and the Family, 53, 43-58.

 

[2] Amato, P.R. (2001). Children of divorce in the 1990’s: An update of the Amato and Keith (1991) Meta-analysis. Journal of Family Psychology, 15, 355-370.