Nederlandse veiligheid vraagt om 'meer Europa'

Door Leen van Hijum, namens de Thematische Partij Commissie Defensie

Er is te lang bezuinigd op de krijgsmacht. Het beschermen van onze vrijheid en de internationale rechtsorde zijn kerntaken van de overheid. Daarom moeten we juist investeren in onze krijgsmacht. Om dit waar te kunnen maken moeten we meer samenwerken met andere EU-landen, ook als dat ten koste gaat van de eigen soevereiniteit.


Nu de Russische beer zijn tanden heeft laten zien, zijn alom pleidooien te horen om het defensiebudget te verhogen. Ook van hen die voor de grootste bezuinigingen van de afgelopen jaren verantwoordelijk waren. De visie van de ChristenUnie op de krijgsmacht en haar pleidooi opnieuw te investeren in de krijgsmacht stammen van voor de Oekraïne-crisis. Toen was voor hen die zich niet lieten leiden door de waan van de dag al duidelijk dat de bezuinigingen op Defensie waren doorgeslagen.


Vier kernvragen

Haar visie op de krijgsmacht het de ChristenUnie geformuleerd aan de hand van vier kernvragen, die we in dit artikel beantwoorden.

-          Waarvoor?          Welk doel dient onze krijgsmacht?
-          Waartegen?       Tegen welke dreigingen moet onze krijgsmacht beschermen?
-          Met wie?             Met wie moet onze krijgsmacht samen optrekken?
-          Wat?                    Wat moet onze krijgsmacht dan kunnen?


Het doel van de krijgsmacht

De ChristenUnie heeft haar politieke basisvisie beschreven aan de hand van drie kernwaarden: dienstbaarheid, vrijheid en duurzaamheid. Defensie staat in de visie van de ChristenUnie in de eerste plaats voor het verdedigen van en opkomen voor vrijheid. We mogen dankbaar zijn voor de vrijheid die we hebben. We hebben in Nederland de ruimte om ons leven in te vullen in overeenstemming met onze diepste overtuigingen. Vrijheid is niet vanzelfsprekend. Ze is verworven in een strijd tegen tirannie en onderdrukking: er is voor gevochten. Door ons, maar ook door anderen. Ook wij moeten bereid zijn offers te brengen voor de vrijheid van anderen, een verplichting die we ons zelf in de Grondwet ook hebben opgelegd.

Vrijheid gaat niet zonder gerechtigheid: elkaar recht doen. Dat geldt tussen mensen onderling, tussen overheid en onderdanen, en tussen overheden onderling. Je zou kunnen zeggen: we dragen verantwoordelijkheid voor elkaars vrijheid. Dat geldt in Nederland, binnen NAVO en EU, maar in een globaliserende wereld ook in toenemende mate voor onze verre naasten.

Verdediging van vrijheid en handhaving van het recht zijn primaire taken van de overheid. De overheid beschikt hiertoe onder andere over een krijgsmacht. De ChristenUnie staat voor een krijgsmacht die in staat is, samen met krijgsmachten van onze bondgenoten, onze en hun vrijheid te beschermen, een bijdrage te leveren aan veiligheid in fragiele staten, en krachtig in te grijpen waar menselijke waarden worden vertrapt of onze belangen worden bedreigd. Dit betekent dat de ChristenUnie staat voor een veelzijdig inzetbare krijgsmacht, en dus niet voor een krijgsmacht die alleen gericht is op het beschermen van eigen belangen, en zeker niet voor een krijgsmacht die de verdediging van onze belangen aan bondgenoten moet overlaten, omdat ze daar zelf niet meer toe in staat is.


Actuele dreigingen

De dreigingen die op ons afkomen zijn divers en complex. Het Eindrapport Verkenningen, een studie naar de toekomst van Defensie die verscheen onder voormalig Minister Van Middelkoop, zegt daarover: “Sociale en economische ontwikkelingen elders op deze aardbol hebben hun weerslag op onze samenleving. De internationale kredietcrisis heeft de kwetsbaarheid van onze welvaart onmiskenbaar aangetoond. Economische, politieke en militaire machtsverhoudingen verschuiven. Oude bedreigingen verdwijnen, nieuwe doemen op. Het klimaat verandert en natuurlijke hulpbronnen worden schaarser. De wereldbevolking blijft groeien, maar de bevolking van Europa vergrijst. Technologische ontwikkelingen gaan door en scheppen nieuwe kansen, maar ook nieuwe afhankelijkheden en risico’s. In de veranderende wereld neemt het gevoel van onzekerheid over onze toekomstige positie toe.”

De krijgsmacht is primair gericht tegen geweldsdreigingen die van buiten Nederland op ons afkomen en/of de internationale rechtsorde bedreigen. Dreigingen die met (de dreiging van) geweld bedwongen kunnen worden. Het Eindrapport Verkenningen constateerde al dat de analyse van de veiligheidssituatie in de wereld geen aanleiding gaf onze defensie-inspanningen te verminderen. De jaren sinds de Verkenningen hebben dat onderstreept: in de voorbije jaren is de instabiliteit in de wereld eerder toe- dan afgenomen, en heeft de Arabische 'Lente' deze aan de rand van Europa gebracht.


Meer nodig dan krijgsmacht alleen

Niet op alle bedreigingen van onze veiligheid is de krijgsmacht het juiste antwoord. Als we bijvoorbeeld constateren dat onze veiligheid op termijn bedreigd zou kunnen worden door een strijd om schaarser wordende grondstoffen, zouden we er voor kunnen kiezen onze toegang daartoe militair veilig te stellen. Maar we zouden ook kunnen investeren in afspraken over de verdeling ervan of in technologie die ons minder afhankelijk maakt van deze grondstoffen.

Doordat de dreigingen zo complex zijn, kan de krijgsmacht zelden alleen het antwoord zijn. Zo lost het beschermen van onze koopvaardij alleen het probleem van piraterij voor de kust van Somalië niet op. Daarvoor zullen we ook bereid moeten zijn de oorzaken onder ogen te zien: de instabiliteit van Somalië en de verdeling van de welvaart. Diplomatie zal vrijwel altijd een rol spelen, maar daarnaast zal, afhankelijk van de dreiging, mogelijk ook voor andere functies van de overheid een rol zijn weggelegd, zoals bijvoorbeeld bij de verdediging tegen cyberaanvallen. Inzet van de krijgsmacht in de toekomst vraagt om een whole of government approach. Dat kan in concrete gevallen 3D betekenen, waarin, zoals destijds in Uruzgan, Defence, Diplomacy en Development samenwerken, maar het kan ook breder zijn.


Meer verantwoordelijkheid nemen: EU...

Samenwerking in NAVO-verband, maar ook in toenemende mate binnen Europa, is voor Nederland essentieel: zonder haar bondgenoten kan de krijgsmacht haar grondwettelijke taken onmogelijk waarmaken. De NAVO, met de Verenigde Staten als machtigste bondgenoot, is onze belangrijkste militaire garantie voor vrijheid. We moeten onze ogen er echter niet voor sluiten dat de relatieve macht van de Verenigde Staten afneemt en dat Washington zich meer focust op de Stille Oceaan, ten koste van de Atlantische Oceaan. Voor de Europese landen betekent dit dat deze zelf meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun veiligheid, met name in hun directe periferie. Los van elkaar kunnen ze dit maar zeer beperkt; toenemende samenwerking is vereist. Dat kan binnen de NAVO, maar zal ook binnen Europa, in EU-verband dan wel bilateraal, meer vorm moeten krijgen. Synergie tussen de defensie-inspanningen in Europees en NAVO-verband moet daarbij zoveel mogelijk gezocht worden.


... en Nederland zelf

Nederland heeft haar bondgenoten nodig, maar dat betekent niet dat ons land eenzijdig op zijn bondgenoten kan leunen. Gezamenlijke verdediging van vrijheid en belangen, vraagt dat Nederland zijn verantwoordelijkheid neemt. Het past dan niet anderen de kastanjes uit het vuur te laten halen. Mede in het licht van de positie van Nederland in de wereld, als zestiende economie van de wereld en vijfde exporteur, mag van Nederland een serieuze bijdrage worden verwacht: een gezonde internationale rechtsorde is immers ook direct in het belang van Nederland.

Dit betekent overigens niet dat Nederland alleen verantwoordelijkheid moet nemen voor de internationale rechtsorde waar onze eigen belangen direct geraakt worden. Inzet van de krijgsmacht in het kader van de Responsibility to Protect is voor de ChristenUnie geen theoretische mogelijkheid: voor de ChristenUnie is de bescherming van burgers, ook als er niets materieels te halen valt, een valide reden om de krijgsmacht in te zetten binnen de kaders van het internationaal recht - ondanks het feit dat de buitenlandse politieke werkelijkheid dit vaak heel lastig maakt. Uiteraard zal ook hier samenwerking moeten worden gezocht met gelijkgezinde landen.


Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht?

De ChristenUnie staat voor een veelzijdig inzetbare krijgsmacht. Voor de ChristenUnie betekent dat een krijgsmacht die kan beschermen, interveniëren en stabiliseren. Een krijgsmacht die kan optreden op het land, op zee en in de lucht. Een krijgsmacht die samen met die van haar bondgenoten over de capaciteiten beschikt die nodig zijn voor het verdedigen van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, en een bijdrage kan leveren aan de handhaving van de internationale rechtsorde die past bij de omvang van onze economie.

De ChristenUnie onderschrijft het ambitieniveau zoals gesteld in de begroting van 2013. De krijgsmacht moet voldoende middelen hebben om de politiek geformuleerde ambitie waar te kunnen maken. Er moet een evenwichtige verhouding zijn tussen investeren en exploiteren, tussen militairen en technologie, tussen gevechtskracht en logistiek. De krijgsmacht moet ook adaptief zijn: dreigingen veranderen snel, nieuwe technologieën werken dat in de hand.

Bij de inrichting van de krijgsmacht is het uitgangspunt dat deze tot een bepaald niveau zelfstandig moet kunnen opereren. Dit niveau wordt mede bepaald door de onlosmakelijke samenhang tussen eenheden en capaciteiten en de hoge eisen aan opleiden en trainen. Nederland moet het accent leggen op expeditionair vermogen, het ver van huis kunnen optreden, met een modulaire structuur, zodat in te zetten eenheden naar behoefte kunnen worden samengesteld.


Aansluiting bij bondgenoten

Bij de inrichting van de krijgsmacht is het verder van belang de al jaren bestaande lijsten met structurele tekortkomingen als uitgangspunt te nemen voor de vraag aan welke capaciteiten Nederland in bondgenootschappelijk verband (NAVO / EU) wil bijdragen. Nederland kan zich dan bij voorkeur richten op capaciteiten waarin Nederland goed is. De krijgsmacht hoeft niet alles zelf te kunnen, maar de krijgsmacht moet wel veelzijdig inzetbaar zijn, dat wil zeggen in staat om aan operaties in een breed spectrum een bijdrage te leveren.

Ook gezamenlijke capaciteiten zijn nuttig en noodzakelijk, maar daarbij is het altijd van belang een afweging te maken tussen de winst die zo’n samenwerking oplevert en de complicaties op het gebied van soevereiniteit die er zullen zijn bij inzet van deze capaciteiten. Standaardisatie, zowel tussen onze krijgsmachtdelen als krijgsmachten binnen de NAVO en de EU is voor de ChristenUnie een must. Inzet is vaak onnodig complex (en duur) omdat er met zoveel verschillende systemen gewerkt wordt.

De principes van de rechtvaardige oorlog dienen leidend te zijn bij inzet van de krijgsmacht. De materieelkeuze dient dit te weerspiegelen. Dit betekent dat de krijgsmacht moet investeren in nauwkeurige wapens. En ook in non lethal weapons. Doden in een oorlog is soms onvermijdelijk, maar als het vermeden kan worden moeten we dat niet nalaten.


Opnieuw investeren

Voor de ChristenUnie betekent bovenstaande, in lijn met het laatste verkiezingsprogramma, dat er weer geld bij moet bij Defensie. We staan op een kruispunt: of we bezuinigen onze krijgsmacht langzaam weg in irrelevantie, of we gaan opnieuw investeren in onze krijgsmacht. De ChristenUnie kiest voor het laatste. Ook in een tijd dat er bezuinigd moet worden.

Verdediging van vrijheid en handhaving van het recht zijn kerntaken van de overheid. De geschiedenis heeft bewezen dat het ook een kwestie is van de lange adem en een rechte rug: we moeten de tering zo naar de nering zetten dat we onze krijgsmacht van voldoende middelen kunnen voorzien om haar grondwettelijke taken uit te kunnen voeren.

Meer Europa hard nodig

De krijgsmacht draagt bij aan de verdediging van onze vrijheid en de vrijheid van onze medemens. En zo nodig vecht ze daarvoor, zo zegt de visie. Maar beide kunnen we alleen samen met onze bondgenoten. Voor onze eigen vrijheid zijn we sinds WOII militair gezien afhankelijk van de NAVO, en dus de VS. Opkomen voor de vrijheid van anderen kunnen we slechts in het verband van NAVO, EU of VN, en ook dan, als het serieus wordt, alleen met steun van de VS. Echter, de relatieve macht van de VS in de wereld neemt af, de interesse van de VS voor onze regio neemt af, en de irritatie bij de VS over het free rider gedrag van Europa neemt toe. Zet daartegenover dat instabiliteit en conflict aan de randen van Europa de laatste jaren sterk zijn toegenomen, en de conclusie ligt voor de hand: om de hierboven beschreven visie inhoud te kunnen geven is meer Europa nodig. Allereerst meer samenwerking, daar zullen we het over eens zijn, maar misschien ook wat meer 'superstaat'.

De Verenigde Staten dragen veel meer bij aan de NAVO dan alle Europese NAVO-landen samen. Qua defensiebudget meer dan het dubbele, qua militair vermogen nog veel meer dan dat. Dat laatste komt omdat de Verenigde Staten al dat budget in één leger stoppen, en het in de EU aan 26 legers wordt besteed. Eén Europees leger gaat er voorlopig niet komen, maar als standaardisatie van materieel echt serieus werd genomen, zou Europa een aardige stap voorwaarts kunnen maken. Dat zou wel het opgeven van de nationale defensie-industrieën betekenen, en dus het opgeven van een beetje soevereiniteit...

Een andere stap die we kunnen nemen is het vastleggen van kaders waarbinnen de EU Battlegroups ingezet zouden kunnen worden. Voor een besluit tot inzet daarvan is nu instemming van alle leden van de Europese Raad nodig. Door dit, binnen vastgestelde kaders, te beleggen bij bijvoorbeeld de Europese Dienst voor Extern Optreden, kan de besluitvorming over inzet aanzienlijk worden versneld. In die kaders zou kunnen staan dat inzet ter bescherming van de burgerbevolking in fragiele staten door de EDEO besloten zou kunnen worden. Was dat vorig jaar zo geweest, dan was er misschien een half jaar eerder een EU-missie in de Centraal Afrikaanse Republiek geweest. We moeten ons afvragen wat we belangrijker vinden: soevereiniteit of relevantie. Soevereiniteit, of het in de praktijk (kunnen) brengen van onze visie.

 

De Thematische Partij Commissie Defensie is in 2013 opgericht en heeft als taak om inhoudelijke bijdragen te leveren aan de standpuntbepaling over Defensie, zowel binnen als buiten het proces om te komen tot een landelijk verkiezingsprogramma.