'Thee drinken is niet soft'

Door Geert Jan Spijker


De media weten haar gemakkelijk te vinden en dat is niet vreemd: Beatrice de Graaf praat vlot en weet veel van een van de spannendste onderwerpen van deze tijd, terrorisme en veiligheid. De actualiteit boeit de historica, maar ze wil zich de komende tijd weer meer gaan richten op fundamenteel onderzoek in het kader van haar nieuwe baan als hoogleraar Internationale Betrekkingen. Een gesprek over ons streven naar veiligheid in een globaliserende wereld. Slaan we niet een beetje door?  


Je hebt op diverse plekken in de wereld gewoond en gewerkt, bent ontzettend actief op allerlei terreinen, hebt een jong gezin. Wat drijft jou?
Van huis uit heb ik meegekregen dat je moet woekeren met je gaven, je talent niet in de grond stoppen. Ik heb een diepe onrust, die ik vooral ervaar als ik niks doe. Dat herken ik bij mijn oudste kind: die ligt 's avonds op bed nog na te denken over van alles en nog wat voor het slapen gaan. Dat is overigens niet negatief: het gaat vaak over mooie dingen. Daarnaast is het gewoon heel fijn om met mijn vak geschiedenis bezig te zijn. Ik vind het heerlijk om me een paar dagen op te sluiten in een archief en onbereikbaar te zijn. Dat mis ik nu wel eens: door al die verantwoordelijkheden op het werk en thuis moet ik altijd bereikbaar zijn, via de telefoon, de app, enzovoorts. De afgelopen jaren ervoer ik alleen tijdens drie zwangerschapsverloven de vrijheid om alles uit te zetten. Toen kon ik mijn boeken schrijven.


Je bent net begonnen in Utrecht. Hoe bevalt het hier?
Heel goed. Het is prachtig hier, ik heb een mooie kamer middenin in het oude centrum van Utrecht. Ik woon in Tuindorp, dus ik spring aan het eind van de dag op de fiets en ben met het eten thuis'. Dat was in Leiden en vooral Den Haag wel anders. Met onderzoek loopt het ook goed. Ik heb net voor 2 miljoen euro aan Europees geld binnengehaald. Daar kunnen na de zomer 5 of 6 onderzoekers mee aan de slag.


Je schrijft ergens dat je als historica recht wilt doen aan de overledenen. Wat bedoel je daarmee? 
Ik ben geboren in Putten en daar zijn in WOII 111 mannen gestorven vanwege een vergelding voor een aanslag op de Wehrmacht. Ik heb daar onderzoek naar gedaan en heb geprobeerd namen te geven aan de vermiste mensen, geprobeerd ze zo aan nabestaanden terug te geven. Veel mensen in WOII zijn eigenlijk tweemaal gedood: na hun dood is hun naam ook nog uitgewist. Dat grijpt mij aan. Ieder mens was immers bedoeld er te zijn. De Bijbel zegt: God graveert ieders naam in zijn handpalm. Het is belangrijk de nagedachtenis van de naaste levend te houden, zoals in Lucas staat. Dat is ook een taak van de historicus die onderzoek naar conflict en geweld doet.

Securitisering

Je hebt het vaak over de securitisering van de samenleving. Slaan we door in het streven naar veiligheid?
Je ziet dat er steeds meer taken in het domein van de veiligheid worden getrokken en dat er steeds meer instanties met steeds meer bevoegdheden op dit terrein komen. Een groeiend aantal problemen wordt veiligheidsproblemen. Denk aan orthodoxe religieuze uitingen. Na 9/11 is religie vaak geassocieerd met publiek geweld en vervolgens in het veiligheidsdomein gebracht. Dat geldt voor christenen, maar vooral ook moslims. Dat heeft ook te maken met onbegrip voor orthodoxie in het algemeen. En dat allemaal in het belang van een veiliger samenleving. En wie wil er niet meer veiligheid? Verzet daartegen is lastig.


Waar komt die behoefte aan veiligheid vandaan? Het lijkt wel een veiligheidsideologie.
Die behoefte is ontstaan tegen de achtergrond van onze risicosamenleving. Het is voor ons moeilijk om risico's te accepteren en om te verliezen. En we hebben veel te verliezen. We verzekeren ons tegen van alles, proberen ouderdom zo lang mogelijk uit te stellen, en streven veiligheid na tot in het utopische – Hans Boutellier spreekt terecht over een 'veiligheidsutopie'. We gaan heel ver in het voorkomen van aanslagen en zetten daarvoor diensten en programma's op, roepen wetten in het leven. Noem maar op.


Is dat erg? Veiligheid is toch een groot goed?
C.S. Lewis zei ooit dat de dood niet het ergste is, veel erger is het verlies van de ziel. Dat is een goede relativering. In de jaren zeventig waren er ook terroristische aanslagen, maar was er veel minder heisa. Nu is er meer angst en veel symboolwetgeving.

Dat hadden we dus nooit moeten doen?
Ik ben niet tegen nieuwe wetten, evenmin tegen bijvoorbeeld toezicht op de AIVD, waar nu debat over is. Wat ik belangrijk vind is dat de politiek rustig blijft en niet de angst voedt met hypes. Opvallend is dat er voor het jaar 2004 nooit campagnes met het thema veiligheid werden gevoerd en daarna wel, met name door VVD en PVV. En het scoort natuurlijk wel: veiligheid is altijd goed, denkt men. Als historica vraag ik me af: waren al die maatregelen wel nodig achteraf? Het is nu tien jaar geleden dat veel antiterrorismewetgeving werd vastgelegd en wat blijkt nu: de meeste wetten zijn nooit gebruikt!

Nieuw sociaal contract

Het jaar 2004 was dus een soort keerpunt, het jaar 1800 ook, schrijf je. Wat gebeurde er toen?
De negentiende eeuw markeert het begin van een nieuwe tijd, die van een nationale veiligheidsstaat. Er was destijds sprake van een enorme centralisatie, via algemene dienstplicht, inkomstenbelasting, wegenaanleg. Ook kwam registratie van de 'onderdanen' op. Burgers kregen daardoor ook het idee dat ze ergens recht op hebben, namelijk bescherming door de overheid.


Je spreekt in dit verband van een sociaal contract tussen burger en overheid, als product van de Verlichting. Groen van Prinsterer zou kritisch zijn, jij bent positiever is mijn indruk.  
De Europese natiestaat is een belangrijk moment in de geschiedenis van de mensheid. Staten bieden de uiterlijke omstandigheden zodat mensen elkaar niet de kop afhakken. en garanderen de burgers vrijheden en veiligheid. Ik vind de opkomst van de staat in die zin vooruitgang. Vergelijk het met 'failed states', waar het juist ontbreekt aan orde. Dat sociaal contract, ook al was het een product van de Verlichting, was dus iets goeds. In de tijd van Napoleon was het natuurlijk nog wel een eenzijdig contract: de burgers hadden nog weinig in de melk te brokkelen.


Is dat nu beter?
Burgers hebben nu veel meer mogelijkheden tot terugpraten, tot inspraak. Maar men moet die mogelijkheden wel grijpen. Dat vergt ook een bewustzijnsverandering. Zijn we ons ervan bewust wat bepaalde veiligheidsmaatregelen voor gevolgen hebben voor onze privacy bijvoorbeeld? Er is natuurlijk veel veranderd afgelopen twee eeuwen: ongevraagde registratie is mogelijk geworden, het recht op vergetelheid is vrijwel verdwenen. Profielen, strafbladen, DNA-materiaal: ze zullen ons altijd blijven achtervolgen, ze vormen een onuitwisbaar spoor. Overigens is er goed nieuws: Google gaat er voor zorgen dat sporen op internet desgevraagd worden gewist.  

Mondiale veiligheid

De VS hebben na de val van de Muur vooropgelopen in het nastreven van wereldwijde veiligheid. Als je Obama met diens voorganger Bush vergelijkt, wat valt je dan op?
George Bush had een duidelijke ideologische agenda. Hij wilde de wereld veiliger maken door democratie. Daar zat een flinke dosis overmoed bij. Hij kon dat niet waarmaken. Dat zie je nu bijvoorbeeld in Irak, waar wel democratie is gebracht maar de onveiligheid en instabiliteit groot is. Hetzelfde  dreigt nu ook in Afghanistan te gebeuren.


Is het optreden van Barack Obama een vooruitgang?
Obama gaat op een bepaalde manier door met wat Bush deed, maar hij is wel reflectiever. Hij staat open voor kritiek. Dat zie je bijvoorbeeld bij de discussie over het gebruik van drones. Op het gebruik van die onbemande vliegtuigjes is veel commentaar, je kunt gewoon worden weggevaagd als je toevallig enkele algemene kenmerken, zoals het dragen van een tulband, hebt en in een bepaald gebied aanwezig bent. Obama maakt nu minder gebruik van die aanvalsvliegtuigjes en laat zien dat hij aanspreekbaar is. Dat vind ik erg positief.


Wij Europeanen leven al zo'n 70 jaar in vrede. Hoe lang gaat dat nog goed?
Die vrede van na de Tweede Wereldoorlog zie ik als Gods genade. Hoe stabiel die is moet de toekomst uitwijzen. Laten we niet naïef zijn: op het wereldtoneel is ook zoiets als het recht van de sterkste, daar hebben realisten gelijk in. Maar dat is niet het hele verhaal. Er is wel degelijk een zekere beteugeling van macht en geweld door internationale instituties, door mensenrechten, emancipatiebewegingen, het recht op protest. Denk aan de VN, de NAVO, de EU. Die instellingen zie ik als tekenen van vooruitgang. Ze bieden mechanismen voor vrede en recht, duurzame checks and balances. Daar mogen we dankbaar voor zijn.


Veel van die instellingen zijn westers. Voldoen ze in deze eeuw die toch ook deels gedomineerd gaat worden door Azië?
Iedereen heeft het over de BRIC-landen Brazilie, Rusland, India en China, maar die landen hebben vooralsnog alle grote voorspellingen niet waargemaakt. Ik zie ze de VS niet gauw inhalen, economisch noch militair, hoogstens op regionaal gebied. Wat opvalt is dat binnenlandse problemen, zoals die er nu zijn in India en China, zich vaak vertalen in algehele instabiliteit of onrust, en daarmee ook de status van een land in de internationale arena beinvloeden.

Religie

Een actueel mondiaal veiligheidsprobleem vormen de zogenaamde teruggekeerde Syriëgangers, zoals de vorige maand opgepakte Fransman Mehdi Nemmouche, die ervan wordt verdacht drie mensen in een Joods museum te hebben doodgeschoten. Hoe moeten we daar mee omgaan?
Het fenomeen van de Syriegangers is een nieuw, en nog tamelijk ongrijpbaar probleem. Jongeren uit de open democratieen van het vrije Westen mogen hun land verlaten en naar het front reizen. Inmiddels is deelname aan de jihad in het buitenland ook strafbaar gesteld. Maar met het strafrecht alleen kom je er niet. Internationale samenwerking is belangrijk, maar de grenzen zijn open in Europa, dus daarmee leg je het reisverkeer van de Syrieganger of de teruggekeerde ook niet aan banden. Veel effectiever is een lokale benadering. Cruciaal zijn wijkagenten, en andere frontlijnwerkers die hun buurtjongeren kennen en die vertrouwen genieten in hun wijk. Het is zaak nu, tien jaar na 2004, een goede balans te vinden tussen het inperken van het risico dat teruggekeerde Syriegangers vormen, en het bewaken van vrijheid en privacy. Diensten, politie en gemeenten zijn daar heel druk mee bezig.


Hoe gaat de Nederlandse politiek hiermee om? Rutte 2 lijkt er niet veel mee te hebben.
Helaas niet, velen vinden het soft. Maar dat is het niet! Thee drinken met mensen in die buurten heeft heel goed geholpen in Nederland nadat Theo van Gogh in 2004 door Mohammed Bouyeri werd vermoord.  Het identificeren van radicaliseringshaarden op lokaal niveau is belangrijk. Maar juist dit soort lokale programma's zijn door kabinetten met de VVD en eerder de PVV wegbezuinigd de afgelopen jaren, op zoek naar meer veiligheid door een harde aanpak. De ChristenUnie moet niet meegaan met deze 'makelaars in angst'.  Bedenk waar je je echte veiligheid vandaan haalt. 

Dr. Beatrice de Graaf (1976) is per 1 februari 2014 benoemd tot hoogleraar History of International Relations & Global Governance aan de Universiteit Utrecht. Ze was daarvoor verbonden aan de Universiteit Leiden als hoogleraar conflict en veiligheid in historisch perspectief. Ze schrijft columns voor NRC Handelsblad en was vorig jaar te gast bij het programma Zomergasten. Bij de afgelopen senaatsverkiezingen was ze de nummer 6 op de lijst van ChristenUnie. Ze is nu bezig met een groot onderzoek naar veiligheid in de negentiende eeuw. De Graaf is getrouwd en moeder van drie kinderen.