De ander te groen af zijn

Door Reinier van den Berg


De aarde warmt snel op, zoveel staat voor klimaatwetenschappers wereldwijd wel vast. We zien zwaardere overstromingen en meer periodes van droogte: het weer wordt extremer. En dat komt door menselijk handelen. Hoe kunnen we het tij keren?

Koning David schoof het niet onder stoelen of banken. Hij kon intens genieten van de enorme schoonheid van de natuur. Hij schreef er prachtige liederen over die wij nog altijd geregeld zingen in de kerk. Eén van Davids bekendste psalmen over de grootheid van God, die te zien is in Zijn schepping, is misschien wel Psalm 104. Maar David beleed ook, dat de Here God deze schitterende schepping heeft toevertrouwd aan de mens, zoals is te lezen is in Psalm 8:7.

Geen zure regen meer, toch?

We kunnen wel stellen dat de schepping zucht en beeft. Door toedoen van de mens. Er is wereldwijde luchtverontreiniging, ‘Plastic Soup’ in de oceanen, massale houtkap in de laatste regenwouden. Er zijn diersoorten die uitsterven, en soms zelfs aardbevingen door onze honger naar fossiele brandstoffen zoals aardgas. En dan is er ook nog klimaatverandering. Kunnen we het tij nog keren?

Waar ik vaak tegen aanloop, is dat er nog altijd veel onwetendheid is over de ernst van de situatie. Opmerkingen als "Er waren altijd al klimaatveranderingen", of "Over zure regen hoor je ook niemand meer" zijn niet van de lucht. Ja, er waren altijd al klimaatveranderingen, al sinds het begin van de wereld. Die kunnen we ook netjes verklaren, ze hebben een volstrekt natuurlijke oorzaak. En ja, zure regen is nu gelukkig geen belangrijk thema meer door goed doorgevoerde maatregelen in met name de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Maar is daarmee alles koek en ei?

 
Global warming

Laten we eens kijken naar de staat van het klimaat. Voor de duidelijkheid: onder klimaat verstaan we het gemiddelde weer over een periode van tenminste 30 jaar. Dus een koude winter, of een warmterecord in maart, hoeft op zichzelf niets te zeggen over klimaat of klimaatverandering. We kunnen het hebben over het klimaat in Nederland, maar het is van groter belang om het mondiale klimaat onder de loep te nemen. We spreken dan ook van Global warming. Dat wil zeggen dat er in een opwarmende wereld zelfs gebieden zouden kunnen zijn die (al dan niet tijdelijk) kouder worden.

Ons eigen, Nederlandse klimaat is ook warmer geworden in met name de laatste decennia. In de tachtiger jaren rekenden we nog met een gemiddelde Nederlandse jaartemperatuur van 9,1 graden. Inmiddels is daar een volle graad bij gekomen en is de norm voor een jaar 10,1 graden. In de vorige eeuw was een jaar met een gemiddelde temperatuur boven de 10 graden een zeldzaamheid. Nu is het de regel en is een jaartemperatuur onder de 10 graden bijzonder. Deze eeuw haalden alleen 2010 en 2013 niet de grens van 10 graden. Terwijl de jaren 2006 en 2007 zelfs 11,2 graden als jaartemperatuur noteerden.

De temperatuurreeksen van de hele wereld laten een opwarming zien van nog net iets minder dan 1 graad sinds begin vorige eeuw. Klimatologisch is dat echter al een heuse aardverschuiving. De veertien warmste jaren die we officieel hebben gemeten (sinds 1850) vielen allen vanaf het jaar 1998.

 
Wetenschappelijk feit

Het is goed om te benadrukken dat het voor klimaatwetenschappers wereldwijd vaststaat dat de aarde (snel!) opwarmt. Die opwarming komt door de mondiale uitstoot van broeikasgassen, die de mens in de atmosfeer brengt door met name het gebruik van fossiele brandstoffen zoals olie, aardgas en steenkool. Er is beslist geen sprake van verdeeldheid binnen de wetenschap. Sterker nog, er is waarschijnlijk geen terrein in de wetenschap waar de consensus over een belangrijk thema zo groot is als bij klimaatverandering. Wat dat betreft krijgen de ‘klimaatsceptici’ onevenredig veel zendtijd in de media. Waarschijnlijk omdat hun boodschap ons veel beter uit komt dan die van de alarmerende wetenschappers.


Tempovertraging

Het tempo van de opwarming lijkt sinds het zeer warme jaar 1998 wel te zijn vertraagd, of zelfs te zijn stilgevallen. Maar het is goed om ook naar de temperatuur van de oceanen te kijken. Tweederde van de wereld wordt immers bedekt door zeeën en oceanen. De warmte die wordt opgeslagen in het zeewater is sinds 1998 allerminst vertraagd eerder versneld.

Dat de temperatuurstijging van de atmosfeer inmiddels ruim 15 jaar minder hard gaat, kan te maken hebben met de volgende factoren. Ten eerste weten we dat de kracht van de zon niet constant is. In cycli komt er soms net wat meer en soms net wat minder zonne-energie op aarde. Het effect van deze cycli op de wereldtemperatuur wordt geschat op enkele tienden van graden en is dus zeker niet onbelangrijk. Naast de zeer bekende elfjarige zonnecyclus zijn er ook langere cycli. Het heeft er alle schijn van dat de zon de komende decennia (!) in een onactieve fase zit. Daardoor zou de aarde op zich licht kunnen afkoelen, als er geen andere factoren (zoals het broeikaseffect!) zouden zijn.


Vulkanen

Vulkanen hebben de laatste decennia vaak van zich laten horen. Vulkaanuitbarstingen hebben primair een licht en tijdelijk afkoelend effect op de wereldtemperatuur. Alleen bij zeer grote uitbarstingen kan de wereldtemperatuur gedurende 1 of 2 jaar veel sterker afkoelen, tot meer dan 1 graad in korte tijd. En dan is er nog de massale luchtverontreiniging. Ernstige smog kennen we in ons land gelukkig niet echt. In landen in Azië, zoals China en India, is het een dagelijks probleem van ongekende proporties. Het effect van dergelijke smog is, dat er minder zonlicht op aarde komt, en de atmosfeer de neiging heeft om licht af te koelen.

Kortom, de zonnecyclus, de vulkanen en de luchtverontreiniging kunnen de voortschrijdende opwarming van de planeet (tijdelijk) vertragen en iets maskeren.


Vaker wateroverlast en droogte

Het venijn van opwarming van de aarde zit hem onder meer in de watercyclus. Met meer warmte gaat de watercyclus als het ware harder lopen. Er verdampt meer vocht, maar er valt (dus) ook meer neerslag. Dit uit zich in zwaardere buien en nattere episoden. Wateroverlast, overstromingen, modderstromen: het komt op wereldschaal allemaal steeds vaker voor.

De andere kant van de medaille is droogte. Juist droogtegevoelige gebieden worden vaker geconfronteerd met nog zwaardere droogte. Woestijnvorming ligt op de loer of is al in gang gezet. Bosbranden kunnen vaker voorkomen en de genadeklap geven voor de toch al zo kwetsbare ecosystemen.

Deze veranderingen in neerslag en droogte hebben grote gevolgen voor de voedselzekerheid op aarde. Steeds meer mensen moeten worden gevoed, terwijl we op aarde steeds vaker worden geconfronteerd met misoogsten op grote, soms zelfs continentale schaal - zoals in Rusland in 2011, Amerika in 2012 en Australië in 2013. Van de wereldwijde landbouw zal het uiterste worden gevraagd in de komende decennia, terwijl de impact op ecosystemen moet worden geminimaliseerd. Een enorme uitdaging waar veel innovatie en technologie voor nodig is. In de somberste scenario’s worden zelfs oorlogen genoemd, vanwege toenemende voedsel- en waterschaarste, dan wel doordat gebieden onbewoonbaar worden door extreem weer en de stijging van de zeespiegel.


Noordpool zonder ijs

En dan hebben we nog de ijskappen op aarde. In de eerste plaats de ‘kleintjes’, zoals de gletsjers in de Alpen, de Andès en bijvoorbeeld de Himalaya. Wereldwijd zien we gletsjers in de bergen steeds sneller smelten. Met alle gevolgen van dien. Want vele honderden miljoenen mensen op aarde, zo niet meer, zijn in hun dagelijkse waterbehoefte afhankelijk van de gletsjers. Die leveren immers smeltwater, ook als het niet regent. Nog wel, want deze zo belangrijke waterstromen dreigen in de toekomst verder op te drogen. Zelfs voor Europa en Nederland kan dat in deze eeuw verstrekkende gevolgen hebben.

Ook de poolkappen verliezen netto enorme hoeveelheden ijs. In het nieuws horen we veel over het smelten van het zee-ijs in het Noordpoolgebied. Dat gaat inderdaad hard. Het is verre van onwaarschijnlijk dat op een termijn van 10 tot 20 jaar de Noordpool in de zomer vrijwel geen ijs meer bevat.


Zeespiegelstijging

Zee-ijs dat smelt veroorzaakt geen stijging van de zeespiegel. Dat geldt wel voor landijs. Groenland verliest jaarlijks onvoorstelbare hoeveelheden landijs. Ook op Antarctica zien we gletsjers versnellen en steeds meer landijs verdwijnen. (Overigens is het wel zo, dat de hoeveelheid zee-ijs op de Zuidpool (nog?) niet afneemt en de laatste jaren zelfs iets is toegenomen. Dat kan deels worden veroorzaakt door het smelten van het landijs.)

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de wereldwijde zeespiegel stijgt: inmiddels met ruim 3 millimeter per jaar. Dat lijkt weinig, maar resultaten behaald in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Wetenschappelijke modellen laten unaniem een verdere versnelling zien van de stijging van de zeespiegel in deze eeuw. Het is beslist mogelijk dat het peil in oceanen en zeeën in het jaar 2100 wereldwijd 1 meter hoger staat dan vandaag de dag. En we hebben geen enkele garantie dat het daar bij blijft. Dit zal op termijn grote gevolgen hebben voor opnieuw honderden miljoenen mensen op aarde. Ook in Nederland moeten we in de toekomst de strijd wellicht opnieuw aanbinden met het wassende water. (Waarbij overigens verzilting ook niet over het hoofd moet worden gezien.)


Time to turn

Kunnen we het tij nog keren? Deze prangende vraag kunnen we op tenminste twee manieren beantwoorden: ‘Ja, dat kan’, of  ‘Nee, dat gaat niet lukken’. Het kan als we de vraag vanuit wetenschappelijk oogpunt bezien. We hebben de kennis om de opwarming van de aarde voldoende te vertragen. Maar bekeken vanuit (de belangen die spelen in) de politiek, economie en samenleving, lijkt het er sterk op dat we het tij niet willen keren. Ofwel omdat we überhaupt niet geloven dat we het tij kunnen of moeten keren, ofwel omdat we andere zaken belangrijker vinden.

Gesteld dat we het tij willen keren, wat moeten we dan doen? Allereerst is het van belang, dat we werken aan een groeiend bewustzijn dat het zo niet langer kan. Dat het van het grootste belang is dat we als goede en eerlijke rentmeesters met deze unieke planeet met haar rijkdommen leren omgaan. Met behoud en herstel van de ecologische waarden waarmee de aarde is geschapen.


Bossen en maïs

Om de voortschrijdende opwarming te vertragen en uiteindelijk te stoppen, is het zaak om de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk te verminderen. Bovendien moeten we zoeken naar rendabele methoden om het overschot aan CO2 in de atmosfeer te gaan vastleggen in ecosystemen.

Om met het laatste te beginnen. Met het verstoken van fossiele brandstoffen zoals olie, aardgas of steenkool verbranden we in feite oude ecosystemen. Als we op grote schaal bossen herstellen en aanplanten, kunnen we enorme hoeveelheden CO2 vastleggen in nieuwe ecosystemen. Uiteraard moeten we tevens zoeken naar mogelijkheden om verdere houtkap in met name de tropen verder aan banden te leggen. In Zuid-Amerika worden bijvoorbeeld nog steeds enorme maïspercelen aangelegd ten koste van zowel de oorspronkelijke bossen als de lokale bevolking die er afhankelijk van is. De vermalen maïs wordt verscheept naar Europa en naar Nederland, om te worden verwerkt tot hoogwaardige veevoeders. We zouden afspraken moeten maken met de producenten dat maïs, waarvoor hout was of wordt gekapt, Europa niet meer in komt.


Energietransitie: hoe?

Verder moeten we uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk verminderen. Om te beginnen kunnen we dat realiseren door het stimuleren van energiebesparing. In bestaande en nieuwe woningen kan bijvoorbeeld veel worden verbeterd. Nu verwarmen we onze huizen nog massaal met aardgas, terwijl er al technieken zijn om zonder gebruik van aardgas de woningen rendabel te verwarmen. Ook op gebied van verlichting en transport kunnen we enorme slagen maken om de uitstoot terug te brengen. Uiteraard kunnen we investeringen die te maken hebben met energiebesparing op termijn (ruimschoots) compenseren.

We zullen altijd energie nodig hebben om onze samenleving en onze economie draaiende te houden. Die energie moet zo snel mogelijk voor een steeds groter aandeel op duurzame manieren worden opgewekt. Deze 'energietransitie' zal in de praktijk betekenen, dat er ook steeds meer ruimte komt voor decentrale opwekking. Gelukkig helpt de prijs mee, want wind- en zonne-energie worden in vergelijking met fossiel opgewekte energie steeds goedkoper.


Eerlijke prijs

Door te investeren en te innoveren op het gebied van energiebesparing en energietransitie, versterken we onze economische positie. En: we maken ons minder afhankelijk van andere (soms instabiele) landen en regimes als het gaat om fossiele energie - denk bijvoorbeeld aan Rusland. In mijn lezingen gebruik ik vaak het motto 'de ander te groen af zijn'. Ik denk dat deze slogan ook geldt voor een land. En voor een politieke partij!

Tenslotte hoort bij duurzaamheid en rentmeesterschap ook dat we bereid zijn om een eerlijke prijs te betalen voor producten als koffie, thee, chocola, bananen etc. Gelukkig zien we dat Fairtrade producten steeds meer terrein winnen.

 
Het groene voorbeeld

God zag dat het goed was. Ondanks ons en dankzij Hem is er nog heel veel goed op aarde. Reden te meer om ons in te spannen om rechtvaardige en goede rentmeesters te worden. Daar hebben we elkaar voor nodig. En een regering die het goede en groene voorbeeld geeft!

 

Ir. Reinier van den Berg is meteoroloog bij Meteo Group en weerpresentator bij onder andere RTL4. Daarnaast is hij specialist op het gebied van klimaat en duurzaamheid.