Syb Talma: een voorganger met een sociale missie

Door Guido Hooiveld


In 2010 verscheen van de hand van Lammert de Hoop en Arno Bornebroek de biografie De rode dominee A.S. Talma. Het is dan een waagstuk als je slechts drie jaar later over dezelfde persoon ook een biografie publiceert. Je moet dan wel iets nieuws te melden hebben, een andere aanpak hebben of tot andere conclusies komen. Dit kan niet echt gezegd worden van het vorig jaar verschenen boek Syb Talma (1864-1916). Een biografie. Auteur hiervan is Gerard van Krieken.


De Hoop en Bornebroek hebben hun werk over Talma aangeduid als een intellectuele biografie. In het voorwoord van zijn biografie schrijft Van Krieken dat hij daarin geprobeerd heeft Talma’s portret met een fijn penseel te schilderen en details tot hun recht te laten komen. Wat betreft de inhoud leidt dit tot weinig meerwaarde ten opzichte van de biografe van De Hoop en Bornebroek. Het boek van Van Krieken biedt de lezer inderdaad meer details over Talma’s persoonlijke en politieke leven, maar is qua onderwerpen een reprise van De rode dominee. Van Krieken komt ook niet tot een eigen plaatsbepaling van Talma, hij confronteert zich niet eens met de conclusies van De Hoop en Bornebroek over Talma’s politieke erfenis. Dit alles neemt niet weg dat de biografie van Van Krieken een goed en toegankelijk geschreven werk is en uitstekend dient voor een eerste kennismaking met Talma, misschien nog wel meer dan de gedegen en werk en uitstekend dient voor een eerste kennismaking met Talma, misschien nog wel meer de gedegen biografiestudie van De Hoop en Bornebroek.


Sociale kwestie
Syb Talma was minister van Landbouw, Handel en Nijverheid in het confessionele kabinet-Heemskerk (1908-1913). Hij is vooral bekend geworden door het op zijn naam schrijven van een aantal sociale zekerheidswetten. Talma studeerde theologie in Utrecht en was hervormd predikant in achtereenvolgens Heinenoord (Hoekse Waard), Vlissingen en Arnhem. Terwijl veel jonge dominees zich toelegden op het schrijven van een proefschrift, verdiepte Talma zich als beginnend predikant in de positie van de arbeider. Ontmoetingen met twee leden van de armlastige klasse, welke indruk op hem maakten, zetten hem op het spoor van de arbeidersbeweging en het oplossen van de sociale kwestie.

Hij liet zich daarbij inspireren door de Engelse theoloog en christensocialist Frederick Denison Maurice (1805-1872). In de ogen van Maurice waren in de moderne tijd de arbeiders in een onvrije en niet zelfstandige positie terechtkomen. Van de ideeën van de Franse Revolutie en Marx verwachtte hij geen heil voor de arbeider. Sociale rechtvaardigheid zou er komen als de maatschappij leefde naar de goddelijke beginselen. Talma voelde zich aangetrokken tot Maurice omdat deze in het christelijke geloof de basis zag voor het verbeteren van de onrechtvaardige positie waarin de arbeidersklasse zich bevond.


In debat met Domela Nieuwenhuis
In zijn tweede predikantsplaats Vlissingen had Talma inmiddels zoveel kennis opgedaan over de sociale kwestie dat hij in debat durfde met Domela Nieuwenhuis. De voorman van de socialisten hield op zondag 23 augustus 1891 een spreekbeurt in deze Zeeuwse stad. Nadat Domela Nieuwenhuis na anderhalf uur was uitgesproken, nam Talma het woord. Hij maakte het socialistische Kamerlid het verwijt dat hij leugen- en lastertaal gebruikte en halve waarheden verkondigde. Er volgde een lange en memorabele discussie. Aan het einde van de bijeenkomst nodigde Talma de aanwezigen uit naar de kerkdienst te komen waarin hij die avond voor zou gaan. De preek die hij hield in die dienst ging over een tekst uit Jesaja. Sinds de tijd van deze bijbelse profeet was er volgens Talma weinig veranderd in de positie van de arbeiders. De rijken hielden hen er nog steeds onder. Hij had er begrip voor dat de arbeiders hun heil zochten bij het socialisme. Uiteraard voegde hij hieraan toe dat dit een verkeerde keus was. Blijkbaar had Talma een goede indruk gemaakt op de aanwezigen in de dienst. Enige tijd daarna klopten namelijk twee scheepsbouwarbeiders bij zijn pastorie aan met de vraag of hij ze catechisatie wilde geven.


‘De leeuw van Patrimonium’
In Vlissingen werd Talma ook begunstiger van het protestantse werkliedenverbond Patrimonium. Als kersvers lid van deze vereniging bezocht hij het beroemde, eerste Christelijk Sociaal Congres. Hij viel tijdens dit congres op door onomwonden te pleiten voor het stakingsrecht. Ook ging hij in het openbaar in discussie met de bekende gereformeerde theoloog Bavinck.

Binnen Patrimonium maakte Talma naam. Hij hield vele spreekbeurten voor plaatselijke afdelingen, trad toe tot de Raad van Advies en nam in 1900 het hoofdredacteurschap op zich van de periodiek van deze vereniging. Hoewel hij nooit het voorzitterschap ervan heeft bekleed zag men hem op een gegeven moment als dé man van dit protestantse werkliedenverbond. Het leverde hem de bijnaam ‘de Leeuw van Patrimonium’ op.


Winst op Troelstra
Ondertussen was hij in het vizier gekomen van ARP-leider Abraham Kuyper. Dankzij hem werd hij in 1897 tot lid van het Centraal Comité (het landelijke bestuur) van de ARP verkozen. Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in 1901 wees deze partij hem aan als kandidaat voor het district Tietjerksteradeel. In dit district moest hij het opnemen tegen de leider van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP), Pieter Jelles Troelsta. Deze had Talma en de ARP openlijk uitgedaagd om met hem de strijd aan te gaan. Volgens Van Krieken konden Talma en zijn partij er niet onderuit om met Troelsta in het duel te treden. Weigerden zij, dan zou om Talma altijd het aura blijven hangen dat hij verzaakt had op het moment dat het er op aankwam. Tegelijkertijd nam de ARP met de kandidaatstelling van Talma in Tietjerkeradeel een groot risico. Zou Talma het van Troelstra verliezen, dan was dat een teken dat de christelijke arbeiders geen vertrouwen in hem en de ARP n hem het van Troelstra verliezen bleek dat de christelijke arbeiders geen vertrouwen hadden hadden. Zijn politieke loopbaan zou in de knop geknapt zijn. Gelukkig voor Talma werd het niet de dood maar de gladiolen. Met een overmacht van bijna 2.000 stemmen wist hij Troelstra te verslaan. De winst van Talma was zo groot dat een tweede ronde niet eens meer nodig was.


Spoorwegstakingen 1903
Talma’s eerste periode als Kamerlid viel gelijk met de regeerperiode van het kabinet-Kuyper. Dit kabinet verbruide het bij de arbeidersklasse doordat het na de spoorwegstakingen van 1903 met wetsvoorstellen kwam die ambtenaren en spoorwegpersoneel verboden te staken (de ‘dwangwetten’). Als steunpilaar van het kabinet kreeg ook Talma het zwaar te verduren. Hij had zich tegen de stakingen uitgesproken. Volgens Talma waren die niet gericht op het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden maar eenvoudigweg een machtsgreep van de socialisten. Met de dwangwetten had hij daarom geen moeite. Het kwam hem in de Kamer op de hoon van de SDAP te staan. Deze partij verweet hem dat, als het kapitalisme in gedrang kwam, het met zijn liefde voor de vakbeweging en zijn christelijke idealen snel gedaan was.


Sociale zekerheidswetten
Het kabinet-Kuyper verbruide het bij de arbeiders niet alleen door de dwangwetten. Het maakte de verwachtingen met betrekking tot de invoering van wetgeving op het gebied van sociale zekerheid niet waar. Kuyper zelf was als minister van Binnenlandse Zaken voor deze wetgeving verantwoordelijk, maar het lukte hem niet om de voorstellen voor een Invaliditeits- en Ouderdomswet en een Ziekteverzekeringswet door de Tweede Kamer te laten behandelen. De afstraffing kwam bij de verkiezingen van 1905. Daarbij verloor de ARP maar liefst 8 zetels. Een tweede kabinet-Kuyper kwam er niet. Er trad een liberaal kabinet aan.

In 1908 kreeg de ARP een tweede kans om sociale wetgeving ingevoerd te krijgen. Nadat het kabinet-De Meester was gevallen, kwamen de confessionelen onder leiding van de ARP-er Heemskerk opnieuw aan het roer te staan. Talma werd in het kabinet-Heemskerk minister van Landbouw, Handel en Nijverheid. Zijn ministerie was ook verantwoordelijk voor de sociale zekerheidswetgeving.

Daar waar Kuyper faalde, slaagde Talma, hoewel de politieke situatie voor hem niet gunstig was. De liberale Kamerleden waren Talma niet welgezind. Zorgwekkender was echter de houding die de Christelijke Historische Unie (CHU) tegenover het kabinet innam. Deze confessionele partij steunde het kabinet maar veroorloofde zich tegelijkertijd elk wetsontwerp op zijn eigen merites te beoordelen. Talma had te maken met behoorlijke politieke tegenwind.


Weer predikant
Bij de Bakkerswet ging het dan ook mis. Deze wet bevatte het verbod op nachtarbeid door bakkersgezellen en –patronen. Vooral het verbod voor de patronen was voor de Tweede Kamer een steen des aanstoots. De CHU zag in de Bakkerswet een aantasting van het recht op vrije arbeid. Mede door toedoen van deze partij strandde deze wet in 1912 in de Tweede Kamer. Ondanks voortdurende onzekerheid over de steun van de CHU, lukte het Talma de Invaliditeits- en Ouderdomswet en de Ziekteverzekeringswet door het parlement te loodsen. Daarmee legde hij het begin van een stelsel dat na de Tweede Oorlog zou uitgroeien tot de verzorgingsstaat.

Bij de verkiezingen van 1913 kreeg de ARP evenals bij de verkiezingen van 1905 een harde klap. Meer dan de helft van haar zetels raakte ze kwijt. De confessionele partijen hielden in totaal 45 zetels over, waardoor een tweede kabinet-Heemskerk niet mogelijk was. Talma verdween niet alleen als minister van het toneel, maar ook als politicus. Hij pakte zijn oude beroep weer op en werd predikant in Bennebroek. In 1916 overleed hij op de leeftijd van nog maar 52 jaar. Talma had altijd ontzettend hard gewerkt. Dat is hem op relatief vroege leeftijd fataal geworden.   


Niet uitdagend
 
Deze recensie bestaat grotendeels uit het weergeven van feiten uit het te bespreken boek. Dat maakt haar in zekere zin saai. Omdat Van Krieken geen eigen oordeel over Talma velt, is het niet mogelijk om met hem als auteur in gesprek te komen. Zijn biografie daagt niet uit. Daarmee doet hij Talma tekort. Want tot welke politieke stroming men ook behoort, niemand kan er omheen dat Talma een belangrijke rol in de opbouw van het stelsel van sociale zekerheid heeft gespeeld. Voor christenpolitici komt daar nog eens bij dat Talma eraan bijgedragen heeft dat christelijke politiek ook sociale politiek is. Daarin is de christelijke politiek hem schatplichtig en kan hij voor deze politieke stroming als inspiratiebron dienen.    

Gerard van Krieken
Syb Talma (1864-1916). Een biografie
271 blz.
Hilversum: uitgeverij Verloren, Hilversum
2013                  


Guido Hooiveld is historicus en beleidsmedewerker maatschappelijke ontwikkeling bij de gemeente Oldebroek