Handelen op grijs gebied

In azc’s en vooral uitzetcentra kom je een heftige wereld tegen waar goed of fout moeilijk te definiëren is, waar verstand strijdt met emotie en waar recht conflicteert met barmhartigheid. In detentiecentra is dat vast nog veel erger, maar daar zitten de asielzoekers opgesloten en mogen bezoekers nauwelijks binnenkomen. Als je ineenuitzetcentrumof detentiecentrum werkt, kun je maar het beste de regels volgen en je niet teveel inlaten met de bewoners. Als je wel betrokken zou raken bij het wel en wee van deze asielzoekers en hen wilt helpen, schep je alleen maar verwachtingen die je niet waar kunt maken, wat leidt tot teleurstelling bij alle betrokkenen. Als gemeenteraadslid en als christen wilde ik dit grijze gebied nader onderzoeken, om te voorkomen dat ik met mijn mening klaar zou staan zonder de situatie zelf te hebben ervaren. Maar ik wilde me niet zo laten meeslepen dat ik als een vluchtelingenknuffelaar de realiteit uit het oog zou verliezen.

Optrekken met asielzoekers | Mijn betrokkenheid bij dit onderwerp begon toen ik voor mijn politieke werk een vluchteling interviewde over de manieren waarop hij tijdens zijn reis was opgevangen en behandeld. Na dat diepgaande gesprek bleek hij weer zoveel nachtmerries te krijgen dat hij uitviel op school en zijn gokverslaving niet langer in de hand had, en zodoende bijna uit zijn huis werd gezet. Natuurlijk voelde ik me verantwoordelijk. Ik had niet voorzien dat mijn vragen zijn trauma’s deden herleven. Op zijn verzoek heb ik hem vervolgens vergezeld naar al zijn afspraken: met gemeente, wijkteam, schuldhulpverlener, huisarts, psycholoog, woningcorporatie, etc. Ik wist niet dat een vluchteling zijn week kon vullen met zoveel afspraken. Niemand zag het totale plaatje en eigenlijk stond hij moederziel alleen in deze samenleving.

In 2015 werd onze sporthal gevuld met vluchtelingen uit Syrië en Eritrea en zette ik de Facebookgroep ‘Gastgezin Amersfoort’ op, die uitgroeide tot een enorm netwerk in Amersfoort van inwoners die zich bekommerden om de nieuw ingekomen vluchtelingen, de oudkomers en de asielzoekers in het lokale uitzetcentrum.

In de sporthal had ik ruim honderd asielzoekers leren ken- nen, die ik jarenlang mocht volgen omdat iedereen die een ver- blijfsvergunning kreeg in Amersfoort een sociale huurwoning kreeg en degenen zonder verblijfsvergunning ook het contact behielden vanuit hun uitzetcentra. Vooral vluchtelingen, maar ook de zogenaamde gelukzoekers. Soms vroeg ik hen waarom ze waren gevlucht naar Nederland. Een Syriër vertelde me dat hij in Syrië drie huizen, vele auto’s en connecties met de overheid had en in Nederland was gekomen om te relaxen.

Maar later begreep ik dat hij aan alle kanten werd bedreigd en gedwongen werd partij te kiezen in het conflict, zodat hij vluchtte om niet verscheurd te worden. Nederland voelde als een land waar hij voor het eerst weer vrij kon ademen. Er zat vaak een enorme kloof tussen wat ze zeiden in hun gebrekkige Nederlands en wat ze bedoelden. Maar de IND heeft met deze groep naar mijn beleving geen grote fouten gemaakt.

Rol als raadslid | Maar wat doe je als gemeenteraadslid met de asielzoekers in het uitzetcentrum? Het is bevredigend om vluchtelingen te helpen die een verblijfsvergunning krijgen en graag willen integreren. Maar het is uitputtend en ontmoe- digend om uitgeprocedeerde asielzoekers te helpen. Ik kreeg veel verzoeken om de burgemeester, de gemeenteraad, de landelijke Christen- Uniefractie of de staatssecretaris ervan te overtuigen om uitzettingen tegen te houden. Maar dat doe ik niet als ik de zaak niet ken. Dus ging ik op bezoek, vroeg ik toestemming om de IND-dossiers te mogen lezen en sprak ik met de vrijwilligers die eromheen stonden. Wat ik heel frustrerend vond, is dat ik meestal niet kon praten met Vluchtelingenwerk of de Dienst Terugkeer & Vertrek om hun kant van het verhaal te horen. Op basis van de informatie die wel tot mijn beschikking stond bepaalde ik mijn interventie.

Loop je als raadslid ook mee in een protestmars als alle regels goed zijn gevolgd? Rond de dreigende uitzet- ting van Lili en Howick heb ik dat wel gedaan, omdat ik vind dat kinderen die al zo lang in Nederland zijn niet uitgezet moeten worden. Toch had de moeder van Lili en Howick de waarheid ver- draaid en de ene na de andere procedure aangespannen om uitzetting te voorkomen. Net als veel andere uitgeprocedeerde asielzoekers verkoos ze het leven in een AZC met goed onderwijs voor de kinderen boven het leven in een onveilig of onzeker land met slecht onderwijs.

Ik kende ondertussen veel schrijnender gevallen, die ook zouden worden uitgezet, maar waar geen protestmars voor werd georganiseerd. Een aantal gezinnen werd ook daadwerkelijk uitgezet. Defence for Children had in een rapport laten zien dat gezinnen die onvrijwillig waren uitgezet in armoedige omstandigheden leefden in Armenië. In radio- en televisie-uitzendingen protesteerde ik tegen uitzetting, pleitte ik voor een kinderpardon, maar raadde ik de betrokkenen aan om mee te werken aan vrijwillige terugkeer, zodat ze recht zouden hebben op geld, goederen in natura, huisvesting,  beroepsopleiding en huiswerkondersteuning tijdens en na uitzetting – voorrechten die je verliest bij een gedwongen uitzetting. Maar de landelijke ophef over deze zaak leidde uiteindelijk toch tot een verblijfsvergunning voor deze kinderen, iets dat ze niet zouden hebben gekregen als ze mijn advies hadden gevolgd.


Waar loopt Simone Kennedy-Doornbos verder tegenaan, als het gaat om haar steun aan vluchtelingen? En welke manier draagt ze aan om zowel de wet te handhaven als menselijke steun te verlenen? Dat leest u in de komende editie van Groen, op 24 september bij u op de mat. 

Simone Kennedy- Doornbos is fractievoorzitter van de ChristenUnie in Amersfoort en in het dagelijks leven touroperator. Ze is getrouwd met een Amerikaan (James) en heeft negen jaar als migrant in de VS gewoond, waar ook hun drie kinderen zijn geboren. Na terugkeer in 2003 is ze twaalf jaar lid geweest van het curatorium van de mr. G. Groen van Prinstererstichting. Ze is nu penningmeester bij de Stichting LOS (Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt).