Laten we uit elkaar gaan

Ik weet het nog goed, van achttien jaar geleden. Zij op haar mooist, ik met een das, en voor ons stond een wildvreemde in toga die anekdotes over ons opdiste die elk van de aanwezigen kende, behalve hij zelf. Wij kwamen er alleen maar voor een papiertje, want ‘trouwen’ – dat was wat je deed in de kerk.

Het burgerlijk huwelijk. Ik heb het altijd een vreemd fenomeen gevonden. We hebben het ceremonieel geseculariseerd en in de handen van ambtenaren gelegd. Dat hebben we te danken aan protestanten die katholieken hun sacramentele opvatting van het huwelijk niet gunden. Daarom mag je in dit land geen huwelijk ‘sluiten’ in de kerk. Je mag slechts ‘zegenen’ wat de overheid al heeft voltrokken.

De vraag of we elkaar nog een afwijkende opvatting gunnen over wat het huwelijk is, is uiterst actueel. De toondove en vooral voor de eigen achterban bedoelde Nashville-verklaring was er een voorbeeld van. Blijkbaar is er een enorme behoefte om piketpaaltjes te slaan. De furie die de opstellers over zich heen kregen –  tot en met ministers en zelfs het OM – getuigt van hetzelfde.

We gunnen elkaar onze afwijkende opvattingen niet meer: over wat menselijke bloei is, wat identiteit is, en wat de meest gezonde manier is om seksualiteit en gezinsleven te reguleren.

Voor mij is de gewetensvrijheid de moeder van alle vrijheden. De kerk zal altijd over deze vragen mogen en moeten blijven nadenken. Als Femke (‘liefde heeft geen oordeel nodig’) Halsema eerlijk is, doet zij dat óók. Vrijzinnige partijen bakenen het huwelijk af op “two consenting adults”. Elk van die drie woorden bergt een morele afweging in zich.

Toch wil ik de morele vraag scheiden van de politieke. De politieke vraag gaat over rechten en plichten voor de wet, en voor welke situaties die wel en niet relevant zijn. Als ChristenUnie hebben wij destijds tegengestribbeld bij de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Ik vind dat spijtig. Ik kan geen reden verzinnen om zaken als erfrecht en gemeenschap van goederen te onthouden aan wie duurzaam als gezin samenleeft – hetero of homo.

Daarom zou ik zeggen: laten we uit elkaar gaan. Kerk en staat zijn oneigenlijke bedpartners. Laat de staat doen waar zij voor is: rechten voor de wet regelen. Laat ceremonieel, ritueel en betekenis – en het beladen woord ‘huwelijk’ dat die samenvat - over aan de samenleving. Aan de kerk, aan de moskee, aan het dorpshuis en aan het COC.

Laat de overheid maar het papierwerk doen – en noem dat alsjeblieft gewoon ‘geregistreerd partnerschap’ – voor iedereen. Dan is de enige ‘verklaring’ die nog afgelegd hoeft te worden, die van de liefde.

Alex ten Cate houdt zich bezig met leiderschapsontwikkeling in de financiële sector en denkt af en toe mee met de ChristenUnie.

Elke maandagmiddag verschijnt op deze plek een nieuwe column van één van onze columnisten. De vorige column was van Anil Kumar, die 'Paard van Raqqa' schreef.