'Democratie is een daad van liefde'

In dit interview laten we de invloedrijke Britse theoloog Luke Bretherton aan het woord. Bretherton deed onderzoek naar hoe je vanuit het christelijk geloof kunt bijdragen aan het publieke debat en de politiek. Volgens Bretherton is democratie veel meer dan wat er in parlementen gebeurt: een goede samenleving begint bij een actief maatschappelijk middenveld. Het goede nieuws is dat je dat kunt organiseren. Dat gebeurt wereldwijd onder de noemer Broad Based Community Organizing (BBCO) dat in Nederland niet in die vorm bestaat. Ook breekt Bretherton een lans voor meer populisme – democratisch populisme dan.

U schreef een boek over Broad Based Community Organizing (BBCO) en waarom dit een inspiratiebron voor christenen in de politiek kan zijn. In Nederland is BBCO helemaal onbekend. Kunt u ons daarom uitleggen waar BBCO vandaan komt?
“BBCO is in de jaren veertig van de vorige eeuw in de Verenigde Staten ontstaan. De activist Saul Alinsky trok de arme wijken van Chicago in, waar fabrieksarbeiders in erbarmelijke omstandigheden woonden. Hij probeerde daar op te komen voor betere leef- en werkomstandigheden door mensen via organisaties als scholen, kerken, vakbonden en dergelijke te mobiliseren. Daarom heet het ook community organizing, het is een vorm van het maatschappelijk middenveld mobiliseren. Wereldwijd bestaat BBCO inmiddels uit zo’n zestig organisaties.”

Hoe gaat BBCO te werk?
“Het belangrijkste doel van BBCO is om in de ongelijke en onrechtvaardige verhoudingen van de moderne stad te streven naar een goede samenleving. Dat doet het door een stem te geven aan mensen die normaliter buiten het politieke systeem en de besluitvorming staan. BBCO brengt deze mensen bij elkaar en geeft ze mogelijkheden in handen om te strijden voor alles wat zij nodig hebben voor een bloeiend bestaan. Alinsky zag dit als een manier van democratie bedrijven, die ook echt recht doet aan de bedoeling van democratie. Wanneer we democratie daadwerkelijk meer willen laten zijn dan een dictatuur van een gekozen politieke elite, dan moeten mensen ook inspraak hebben buiten verkiezingen om. Zij moeten zich ook dan kunnen uitspreken over beslissingen die hen aangaan. In de Nederlandse traditie van het polderen is die focus op het maatschappelijk middenveld terug te zien. Het verbaast me daarom niet dat BBCO in Nederland verder niet bekend is geraakt.”

Wat heeft u geleerd uit uw onderzoek naar BBCO?
“Mijn belangrijkste inzicht is, dat we politiek weer moeten gaan zien als het met elkaar in gesprek gaan over wat samenleven inhoudt. Politiek is nu eenmaal ten diepste het vormen en in stand houden van een samenleving tussen mensen die gelijk zijn en mensen die anders zijn. Alleen als we met elkaar wíllen samenleven, kan iedereen daadwerkelijk gedijen. Het alternatief is dat we elkaar naar het leven staan of structuren ontwikkelen om te heersen over wie anders is dan wij. Dat laatste komt overigens in onze moderne wereld helaas maar al te vaak voor.”

U heeft het in uw boek over BBCO als een ‘politiek van samenleven’. Wat bedoelt u daar precies mee?
“Het goede leven, waarin mensen gedijen, kun je niet simpel reduceren tot individueel geluk. We zijn allemaal kwetsbare, van elkaar afhankelijke schepselen. Mensen kunnen alleen tot bloei komen als ze ingebed zijn in rechtvaardige en liefdevolle vormen van samenleven.”

Waarom is een ‘politiek van samenleven’ cruciaal voor een democratie?
“Een werkelijk goed leven kan niet steunen op de overheersing van anderen. Daarom is het met elkaar antwoorden vinden op onze gedeelde problemen zo belangrijk. Dat kunnen alleen antwoorden zijn waarin we laten zien dat de belangen van ieder mens afzonderlijk zijn verweven met de belangen van iedereen.”

In dit boek en ook op andere plekken wijst u op luisteren als een belangrijke politieke deugd. Kunt u uitleggen waarom?
“Echte democratische politiek zou moeten uitgaan van wat mensen al doen, van hoe ze hun onderlinge relaties vormgeven en wat ze samen van waarde achten. Je moet niet beginnen met een oplossing of beleid, maar met luisteren naar mensen die het meest geraakt worden door een beslissing. Luisteren is noodzakelijk als je tot een wijs oordeel wilt komen over wat we op dit moment, met deze mensen en op deze plek moeten doen. En dat laatste is toch wat we in de politiek doen. Luisteren is daarom de basis voor het leren samenleven met vreemden, maar raakt als deugd gemakkelijk verwaarloosd en buiten beeld. We zijn in onze politieke systemen het luisteren verleerd. Theologisch gezien is luisteren echter de centrale deugd in een politiek waarin trouw, liefde en gerechtigheid de onderliggende waarden zijn. In het bijzonder geldt dat voor het luisteren naar de arme en de vreemdeling, naar kwetsbare mensen die in onze maatschappij vaak geen stem hebben.”

Op welke manier zou luisteren een rol kunnen spelen in onze democratische politiek in het algemeen en voor ons als politieke partij in het bijzonder?
“Om echt te kunnen luisteren moeten we degene die voor ons zit serieus nemen en de specifieke situatie in acht nemen. Politiek handelen dat wordt geboren uit luisteren, handelt in het vertrouwen dat anderen die niet hetzelfde zijn als ik, mij toch iets te leren zouden kunnen hebben. Het vereist de nederigheid om te erkennen dat ik het, ondanks het gelijk van mijn punt of de logica van mijn programma, ook mis zou kunnen hebben. En dat ik niet alle wijsheid in pacht heb, als het gaat over het goede leven. Zo denken staat in contrast met veel polariserende geluiden in onze huidige politiek.

Het betekent ook dat je goed moet kunnen overwegen wat werkelijk het goede is voor jezelf of voor je gemeenschap en ook dat je goede raad van anderen moet kunnen herkennen en ontvangen. Ook al zijn dat mensen met heel tegengestelde ideeën of soms zelfs je tegenstanders. Er bestaat een symbiotische samenhang tussen enerzijds een goed democratisch debat, waarin we raad kunnen geven of ontvangen door te luisteren naar anderen, en anderzijds het komen tot wijze oordelen. Een parlementair systeem dat stevig debat toestaat en uitnodigt tot samenwerking over partijgrenzen heen institutionaliseert deze manier van werken.”

Als we luisteren serieus nemen in de politiek dan betekent dat aandacht geven aan wat anderen te zeggen hebben, ook de gewone man in de straat. Het zijn vooral populistische partijen die deze geluiden weten te mobiliseren. U vindt dan ook dat populisme ten onrechte vaak een negatieve bijklank heeft. Waarom?
“In onze tijd zien velen populisme als een negatief verschijnsel, als iets van de marges en als een teken van democratisch verval. Het is een scheldwoord geworden, waarbij het gewone volk wordt weggezet als ongeschoold en vulgair, in tegenstelling tot een geschoolde en beschaafde elite. In zo’n opvatting zouden gewone mensen niet mogen regeren, slechts de geschoolde elites zijn de legitieme leiders. Er bestaat ook een onuitgesproken en ondemocratisch wantrouwen onder de critici van het populisme, of gewone mensen eigenlijk wel mogen regeren. Als zij aan de macht zijn, vragen de critici zich af, zullen ze dan het politieke leven verruwen of tot chaos maken? Tegelijkertijd bestaat er een tegengesteld wantrouwen onder veel gewone mensen, dat onze elites niet in staat zijn om het algemeen belang te dienen, omdat zij alleen maar hun eigen belangen navolgen. Maar het zijn beide vooronderstellingen die niet algemeen opgaan.”

U stelt ook dat BBCO een goede vorm van populisme is. Een democratisch soort populisme, dat we volgens u moeten onderscheiden van antipolitiek populisme, zoals we dat in onze tijd maar al te vaak zien. Wat is volgens u het verschil tussen die twee?
“Populisme heeft als verschijnsel van oorsprong geen ideologische lading. Het komt in alle hoeken van het politieke spectrum voor en je kunt het dus niet indelen als links of rechts. We kunnen daarom beter onderscheid maken tussen democratische en autoritaire vormen van populisme, tussen wat ik democratisch populisme en antipolitiek populisme noem.

Democratisch populisme zoekt per definitie naar veelkleurigheid. Ze wil totalitaire monopolies van bijvoorbeeld de staat of de markt tegengaan. Antipolitiek populisme versmalt daarentegen zijn definitie van wat wij als volk gezamenlijk hebben, door scherpe tegenstellingen over wie er wel en niet bij ‘het volk’ horen. Net als alle andere vormen van politiek kan populisme dus vergiftigd raken. Democratisch populisme zoekt naar vormen die samenleven bevorderen en mensen een stem geven. Antipolitiek populisme is daarentegen slecht voor een democratie, omdat dit het belang van het volk volledig gelijk stelt met de belangen van een beperkte groep en niet met wat iedereen ten goede komt.”

Als we kijken naar de huidige context van de ChristenUnie, dan zien we een kleine christelijke politieke partij die in de regering zit. Dat is op wereldschaal gezien een bijzondere positie. In onze partij is er een debat gaande over hoe religieus wij ons zouden moeten uiten in ons politieke werk. Hoe denkt u daarover? Binnen BBCO worden mensen bijvoorbeeld aangemoedigd om zich expliciet religieus te uiten en hun religieuze identiteit niet te verhullen.
“Ik denk dat je als politieke partij daarin een andere afweging maakt dan de mensen die deelnemen aan BBCO. BBCO werkt samen met organisaties die expliciet religieus zijn, zoals kerken, moskeeën en synagogen. Deze instituties moeten hun identiteit en publieke opvattingen kunnen uitdrukken in taal die direct voortkomt uit hun geloofstraditie of geloofspraktijken. De afweging die een politieke partij moet maken, is of het een breed podium wil zijn voor het hele volk of dat het naar meer macht voor een specifieke doelgroep streeft. Als je er wilt zijn voor het hele volk, dan zul je bewegen richting een politiek van gedeelde belangen en een gedeelde taal. Een taal die verbindend werkt in het dagelijkse leven en de tradities van alle mensen over wie je wilt regeren; niet alleen van degenen die het dichtst bij jouw eigen visie staan. Dit betekent overigens niet zozeer dat je aan zelfcensuur moet doen, maar meer dat je afgestemd wilt zijn op de taal van je medeburgers. Zulke taal is niet exclusief religieus – maar het hoeft ook zeker niet expliciet areligieus te zijn. Wanneer je als partij echter wilt regeren als behartiger van één bepaalde groep, in plaats van het gehele volk, dan streef je vaak naar ideologische zuiverheid en naar een gevoel van saamhorigheid. Je gebruikt dan een taal die aansluit bij de religieuze of ideologische overtuigingen van je specifieke doelgroep.

Laat ik daarom de vraag omdraaien en aan jullie zelf stellen: zijn jullie een partij die zoekt naar het goede voor het gehele volk of handelen jullie slechts in het belang van één bepaalde groep?”

Tot slot ben ik benieuwd naar uw visie op de rol van christenen in de politiek. Wat hebben christenen specifiek bij te dragen aan democratische politiek?
“Bij democratische politiek hoort de erkenning dat mensen meerdere loyaliteiten en roepingen kennen en dat ze hun vervulling ook buiten het politieke of economische domein vinden, bijvoorbeeld in hun religie. Die meerdere loyaliteiten en roepingen zijn vitaal voor een democratie. Een democratie heeft mensen nodig die in veel uiteenlopende deugden zijn gevormd. Mensen die hebben geleerd te luisteren naar en leven met anderen die anders zijn dan zijzelf. Een democratie heeft ook mensen nodig die kunnen spelen en rusten en nadenken over de diepere vragen van het leven, bijvoorbeeld vragen naar de zin en het doel ervan. Als je democratie zo beschouwt, als het ruimte geven aan elkaar en samen zoeken naar het goede, dan is het liefdewerk. Haal de liefde eruit en het werkt niet meer. Christelijke politici dragen een bijzondere verantwoordelijkheid om te benadrukken en te laten zien hoe democratie een daad van liefde kan zijn. Ze kunnen wijzen op de begrensde mogelijkheden van de economie en politiek als het aankomt op het tot bloei brengen van mensen. Tegelijkertijd zijn zij in staat om politiek en economie te plaatsen binnen een bredere visie op de bedoeling van het menselijk leven. Zo brengen ze de christelijke liefde in de politiek in de praktijk.”


Prof. dr. Luke Bretherton gaf les aan King’s College in Londen en was in Londen ook in de lokale politiek actief. Inmiddels is hij Professor of Theological Ethics aan de Amerikaanse Duke University. In 2015 schreef hij Resurrecting Democracy: Faith, Citizenship and the Politics of a Common Life.