Wijnstokken en vijgenbomen

Het politieke midden staat voor grote uitdagingen. Ondanks economische groei zijn mensen ontevreden over de situatie in Nederland. Volgens ons heeft dat onder meer te maken met eigenaarschap. In dit essay doen we een voorzet voor een ChristenUnie-agenda waarin eigenaarschap centraal staat. Letterlijk, in de zin van bezit, maar dat niet alleen. Het gaat ook om de zeggenschap en invloed die mensen hebben op hun werk en in de buurt, zodat ze verantwoordelijke eigenaars en zorgzame naasten kunnen zijn. 


Politieke onmacht en ontheemde burgers
Onze economie groeit, de werkloosheid neemt af en het economische vooruitzicht voor de komende jaren is goed. Toch borrelt er onder de oppervlakte de ontevredenheid, en soms kookt die over. Bij velen leeft het gevoel dat hen zowel economisch als sociaal-cultureel iets is ‘afgenomen’. Dat leidt tot bittere discussies, van pensioen tot Zwarte Piet, van Europa tot de hoogte van het eigen risico. Er lopen door de samenleving diepe kloven met aan beide zijden mensen met het gevoel dat hun laatste restje zekerheid op het spel staat.

Politici op de flanken beloven ontheemden en miskenden om ‘terug te pakken’ wat hen eigenlijk toekomt. Maar voorlieden als Baudet, Wilders, Kuzu en Krol zijn vooralsnog politiek te onmachtig om die belofte in te lossen en versterken daarmee alleen maar de gevoelens van heimwee en bitterheid bij hun kiezers. Zelfs mensen die zien dat de politieke uiteinden geen nieuwe zekerheid kunnen bieden en die daarom op een gevestigde partij stemmen, wantrouwen de antwoorden van het ‘politieke midden’. En met reden.

Het is het politieke midden geweest dat weliswaar de kans op werk heeft vergroot, maar de kans op een baan en bezit heeft verkleind. Het is datzelfde midden geweest dat de publieke diensten misschien efficiënter heeft gemaakt, maar ondertussen mondige burgers naar een onpersoonlijk, digitaal klantenenformulier verwijst. Het is het midden geweest dat de economie heeft laten groeien, maar dat de koopkracht van gewone Nederlanders heeft verwaarloosd. Als we – want ook de ChristenUnie hoort bij dat midden – nu niet met nieuwe antwoorden komen, dreigt een land met mooie macro-economische cijfers, maar waarin te veel mensen er veel te weinig op vooruit gaan, waarin men minder zekerheden heeft en waarin niemand zich echt thuis voelt.

In dit essay leggen we een relatie tussen politieke keuzes, economische ontwikkelingen en het gevoel van ontheemding. We leggen een relatie tussen het culturele onbehagen en de economische scheefgroei, en zoeken de smalle weg tussen links en rechts. We geven hiermee de aftrap van onze zoektocht naar nieuwe antwoorden op de vragen van ontheemde mensen. Een zoektocht die ons kan helpen om tijdens deze kabinetsperiode onze agenda te vernieuwen. In dit artikel verkennen we hiervoor drie lijnen, die allemaal te maken hebben met het begrip ‘eigenaarschap’.

Eigenaarschap gaat niet slechts over bezit. Het gaat ook over de mate waarin mensen (nog) voelen dat ze zeggenschap en invloed hebben op wat er gebeurt met hun werk, buurt, samenleving en toekomst. Mensen die niet meer ervaren dat hun bijdrage iets bijdraagt, haken af. Onze economie en zelfs onze democratie zijn dan niet langer van ons allemaal, maar slechts van de enkelingen die wel de weg naar kapitaal en invloed kennen. Zonder een gezond eigenaarschap – fysiek en sociaal – is ons onderlinge sociaal contract, onze samenleving niet lang meer houdbaar.


1. Eigenaarschap en wat we bezitten – over vijgenbomen en pachters
Als we in het Oude Testament lezen over recht en goed bestuur, komt hierin opvallend vaak de kwestie van omgaan met eigendom, of eigenaarschap, terug. In positieve zin, als God zijn belofte aan het volk vervult, zien we dat in Micha 4:4: “Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, zonder dat iemand hen opschrikt”. In negatieve zin, als God zijn volk aanspreekt op onrecht, zien we het omgekeerde: “Wee degenen die huis aan huis voegen, akker aan akker trekken, totdat er geen plaats meer is, en gij alleen de gezeten lieden zijn in het land.” (Jesaja 5:8)

De tegenstelling is opvallend: het hebben van een eigen wijnstok en vijgenboom gaat samen met een leven zonder ‘opgeschrikt’ te worden. Onrecht en slecht bestuur bestaan juist uit het oppotten van bezit in de handen van enkelen, zodat de rest van het volk weliswaar het land bewoont, maar er niet meer is dan ‘gezeten’. Zonder ‘eigenaarschap’ van de grond waarop je woont en van het werk dat uit je handen komt, ben je letterlijk ‘ontworteld’.

Als we één slag dieper kijken dan de mooie groeicijfers, zien we deze ontworteling ook in onze samenleving terug. De kredietcrisis zorgde voor flinke vermogensdaling – of voor gebrek aan mogelijkheden voor vermogensopbouw voor jongeren. Een CBS-onderzoek uit 2014 laat zien dat gezinnen waarvan de hoofdkostwinner 50 jaar of ouder is, nog een gemiddeld vermogen bezitten oplopend van 50.000 tot 120.000 euro – vaak alleen in de vorm van een huis. Is de hoofdkostwinner 45 jaar of jonger, dan is dit slechts 2000 euro of minder. Waar dit vermogen voor de categorie 65+ tussen 2006 en 2014 is toegenomen met ruim 75%, is het voor de leeftijdcategorie 45-65 juist afgenomen met ruim 50%, en voor de categorie 25-45 zelfs met ruim 80%. Weliswaar is het woningbezit in Nederland relatief hoog maar Nederland is ook kampioen hypotheekschulden. Het leeuwendeel van het vermogen zit in huis en pensioen, waardoor we afhankelijk zijn van grote financiële instellingen als banken en pensioenfondsen die ons vermogen beheren.

Een groot deel van de werkende generatie in Nederland bezit letterlijk niets méér dan de volgende loonstrook. We zijn een land geworden van pachters en dagloners – de wijnstok en de vijgenboom zijn niet meer van ons. Zelfs onze persoonlijke digitale data – de nieuwe goudmijnen – zijn de handelswaar geworden van de Googles en Facebooks van deze wereld, tegen wie zelfs de Europese Unie nauwelijks is opgewassen.

Daar komt nog bij dat die ‘volgende loonstrook’ ook steeds onzekerder wordt. Een vaste baan is een onzeker bezit geworden en politieke keuzes hebben de kloof tussen ‘vast’ en ‘flex’ alleen maar groter gemaakt. Juist in die context blijft het onverteerbaar dat we onze jongeren opzadelen met steeds hogere studieschulden, waarbij toekomstige inkomsten tot in lengte van jaren moeten worden afgedragen en waardoor voor sommigen de barrière om te gaan studeren blijft.

Dit alles maakt de vraag wat er nu eigenlijk ‘van ons’ is, wat eigenlijk onze ‘wijnstok en vijgenboom’ is en wat ons kan ‘opschrikken’, urgent. Het is tijd voor een nieuwe politieke en maatschappelijke agenda rondom 'eigenaarschap' van bezit en bestaansmiddelen. We moeten dus nadenken over bezit in de meest concrete vorm: hebben we de mogelijkheid om huizen en tuinen te bezitten? Is er voldoende toegang tot scholing en werk om bestaansmiddelen te verdienen om in onderhoud te voorzien? Is een basisbaan een optie? En: van wie zijn onze data? Hebben we daar genoeg eigen beschikking over?


2. Eigenaarschap en wat we belasten – over onttrokken versus toegevoegde waarde
Het verlies van eigenaarschap heeft vele vaders, maar één ervan is duidelijk: de ongelijkheid is toegenomen en daarvoor betalen gewone huishoudens en gezinnen de rekening. Terecht wordt nu van verschillende kanten gewezen op het probleem van de discrepantie tussen stijgende bedrijfswinsten en stagnerende lonen. In 2012 was het bbp gegroeid tot 140% van de waarde van 1993, en het beschikbare huishoudinkomen slechts tot 110%, met vanaf 2002 zelfs een daling. Topinkomens stegen, cao-lonen – gecorrigeerd naar inflatie – blijven al sinds de jaren tachtig gelijk, en deze kloof groeit nog steeds door. Onderzoek van Oxfam-Novib laat zien dat 82% van de welvaartstoename terechtkomt bij de rijkste 1% - onder andere omdat vermogen meer toename in welvaart genereert dan arbeid.

Het verschil in prioriteit dat grote en kleinere bedrijven geven aan respectievelijk winst en loon is ook pijnlijk. Bij grote bedrijven is de verhouding tussen winst en loonkosten 1 op 1,5. Bij het MKB is die verhouding 1 op 3,5. Hoe groter het bedrijf, hoe meer winst voor enkelen en hoe minder voor loon en herinvesteringen in het bedrijf. De invloed van aandeelhouders is zo pervers dat als een beursgenoteerd bedrijf loonsverhoging aankondigt de koers doorgaans daalt, terwijl de aankondiging van ontslagen meestal leidt tot koersstijging. Als leidinggevenden ook nog eens beloond worden op basis van de beurswaarde, dan zie je dat veel prikkels gericht zijn op het laten prevaleren van kapitaal boven mensen en het werk van hun handen en hoofden.

De overheid heeft die tendens de afgelopen decennia versterkt. De belasting op kapitaal is in de loop der jaren gedaald, terwijl de lasten op arbeid zijn gestegen. In het nieuwe regeerakkoord is een eerste beweging ingezet om te komen tot een verschuiving van lasten op arbeid naar lasten op consumptie en vervuiling. Dit is, wat ons betreft, nog maar het begin. We zouden in de toekomst primair moeten belasten wat we aan de aarde onttrekken. Schone lucht en grond zijn schaars en hebben een prijs. Van menselijke creativiteit hebben we voldoende, en die moet daarom juist zo weinig mogelijk worden belast.

Groeiende ongelijkheid heeft ook een sociale prijs. Het ontwricht verhoudingen binnen bedrijven, binnen gemeenschappen en het geheel van de samenleving. Het rauwe kapitalisme maakt mogelijk dat de eigenaar van Amazon de rijkste man ter wereld wordt, terwijl zijn uitgeputte personeel tussen hun shifts door op de werkvloer slaapt. Het is een morele keus om in ons land dit ongebreidelde kapitalisme te beteugelen. Dit kan door inkomens boven de Balkenende-norm niet langer aftrekbaar van de bedrijfswinst te laten zijn. Groeiende ongelijkheid kan, naast door belastinghervorming, ook worden tegengegaan door meer macht te geven aan ondernemingsraden bij het maken van afspraken over een rechtvaardige, maximale verhouding tussen de beloningen aan de top en die op de werkvloer. Daarmee kijken we niet weg bij ontwrichtende ongelijkheid, maar respecteren we ook ‘de soevereiniteit van de eigen kring’ van bedrijven.

Bij het saneren van de verhouding tussen lasten op kapitaal, winsten en werk, kan ook de Europese Unie ons van dienst zijn. In plaats van dat Europese landen een onderlinge race to the bottom houden en bedrijven belastingen kunnen blijven ontwijken, kunnen we afspraken maken over minimumtarieven bij winstbelasting en over een gezamenlijke aanpak van belastingontwijking. Waar de ChristenUnie op verschillende terreinen pleit voor minder Europa, hebben we hier juist méér Europa nodig. Voor het goed reguleren van de Europese arbeidsmarkt, om zowel verdringing als uitbuiting te voorkomen, geldt dat ook.

Een fiscale manier om eigenaarschap te stimuleren, kan door onderscheid te maken tussen de belasting van vreemd -en eigen vermogen. Het huidige belastingstelsel maakt overmatige financiering met vreemd vermogen (schulden) aantrekkelijk, doordat rentelasten belasting-aftrekbaar zijn. Dit leidt tot inefficiëntie, belastingontwijking en een kwetsbaar financieel systeem.1 Het besef dat overmatige financiering met vreemd vermogen leidt tot perverse prikkels was al in het Oude Testament tijden aanwezig (het renteverbod) en is verder uitgewerkt door de Britse wetenschappers Paul Mills en Michael Schluter van het Britse Jubilee Centre, een christelijke denktank.2 Het ligt dus voor de hand beide vormen van kapitaal gelijk te belasten.   

Deze hervormingen vergen een lange adem, maar wat ons betreft gaat de ChristenUnie de weg wijzen met een agenda op het gebied van werk en belastingen. Waar we verder over na moeten denken om eigenaarschap aan onze economie te verbinden:

  1. Gelijke fiscale behandeling van eigen vermogen en vreemd vermogen voor bedrijven, bijvoorbeeld door verdere beperking van de aftrekbaarheid van rentekosten, en het gelijk trekken van de belasting van verschillende vormen van kapitaalinkomen zoals rente, dividend en winst uit eigen onderneming.
  2. Verdere hervorming van ons belastingstelsel waarbij arbeid minder belast wordt en vervuiling en kapitaal juist meer.
  3. De invloed van ondernemingsraden bij beslissingen over beloningen en de gezonde verhouding tussen beloning van top en werkvloer. Een fiscale optie is om beloningen boven de Balkenende-norm niet langer aftrekbaar te laten zijn van de bedrijfswinsten.
  4. Europese minimumtarieven voor winstbelasting en een verdere Europese aanpak van belastingontwijking.
  5. Hoe pensioenfondsen, die veel van ons gezamenlijke geld beheren, zich kunnen gaan richten op een duurzame omgang met bedrijven, hun mensen, hun huisvesting en de natuur.


3. Eigenaarschap en wie we zijn – over wat van waarde is en geld niet kan kopen
Zowel liberalen als socialisten kijken door een economische bril naar de samenleving. Liberalen hechten waarde aan privé-initiatief en eigenaarschap. Daarom verwachten zij dat privatisering, door de prikkels van de markt, leidt tot meer welvaart voor iedereen. Het heeft geleid tot 'neo-liberaal' beleid met nogal eens mislukte privatiseringen van publieke diensten en een eindeloos keuzemenu. Men veel kiezen,, van zorgverzekeraar tot internetprovider, waarbij liberalen er vanuit gaan dat mensen vanzelf tot weloverwogen en verstandige keuzes komen.

Voor ‘links’ resulteert die economische bril in de inzet voor een overheid die voor goed onderwijs, goede zorg en goed werk zorgt. Hoe belangrijk dat ook is, daarmee hebben we nog geen sociale cohesie, naastenliefde, zorgzame buren, hechte gemeenschappen en gedeelde waarden. De christelijk-sociale politiek kan aan die economische dimensie iets toevoegen.

In de christelijk-sociale traditie zijn mensen méér dan, iets gechargeerd, klant of burger. Mensen zijn creatieve, verantwoordelijke, relationele en morele wezens, die tot veel goed en kwaad in staat zijn. Dat leidt tot een politieke visie met veel ruimte voor de samenleving, een overheid die rechten beschermt en als marktmeester toeziet op een markt die zijn eigen, beperkte plek kent. Dat moet in de huidige, ontheemde samenleving niet alleen leiden tot een economische visie maar ook tot een nieuwe waarden-agenda waarmee we elkaar weer wijzen op onze eerste verantwoordelijkheid: de zorg en ruimte voor elkaar. Een onderdeel daarvan is het geven van meer ruimte om gezamenlijk zorg, energie of de omgeving te beheren via een coöperatie of het right to challenge. Wat nu nog bijzonder is – ‘bewoners van de Haagse Roggeveenstraat kochten in 2017 samen hun sociale huurhuizen’ – moet een toegankelijke optie voor velen worden. Reflectie is nodig op hoe we voorzieningen van de samenleving maken. Niet om te bezuinigen, maar omdat we denken dat ze daar horen.

Het is tijd om opnieuw te bepalen wie wij zijn, wat van waarde is, welke 'wijnstok en vijgenboom' ons gegeven zijn en hoe we daar duurzaam zorg voor kunnen dragen. We moeten weer worden zoals we zijn bedoeld: verantwoordelijke eigenaars en zorgzame naasten.
 

Noten:

1. B. Jacobs, (7 september 2017). Fundamentele herziening van belastingen op kapitaalinkomen. ESB 102:(4753). Zie ook: CPB Policy Brief Een meer uniforme belasting van kapitaalinkomen, september 2015.

2. Zie M. Schulter & P. Mills, (2012.). After Capitalism, Rethinking Economic Relationships. Jubilee Centre.


Auteurs
Alex ten Cate is adviseur en interim manager in de dienstensector.
Antonie Fountain is freelance mensenrechtenactivist.
Gert-Jan Segers is fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer.