De Eurofractie van ChristenUnie / SGP in het Europees Parlement na 2019

Het is zeer aannemelijk dat het Europees Parlement (EP) na 2019 een heel andere samenstelling zal hebben dan nu het geval is. De Brexit zal een enorme impact hebben maar is beslist niet de enige factor die serieuze invloed zal hebben op de samenstelling van het EP. Deze veranderingen zijn relevant voor de Eurofractie ChristenUnie/SGP. Het doel van dit artikel is het schetsen van deze context en te verkennen hoe de Eurofractie in deze nieuwe situatie zou kunnen opereren. Er zijn een aantal structurele ontwikkelingen die elk op verschillende wijze een grote impact zullen hebben op het Europees Parlement (EP). We zullen elk van deze ontwikkelingen en hun effect op het EP na 2019 beschrijven.


Brexit
Aannemend dat de Brexit inderdaad doorgaat, zal deze leiden tot een aantal structurele veranderingen voor het EP. Allereerst zal het EP verkleind worden van 751 naar 705; tegelijkertijd zullen veel lidstaten extra zetels krijgen (waaronder Nederland). Maar het grootste politieke gevolg zal uiteraard het wegvallen van de politieke fracties uit de UK zijn. Het vertrek van de Britse Conservatieven, UKIP en Labour zal serieuze gevolgen hebben voor het totale politieke beeld van het EP. De EFDD fractie zal zonder UKIP (bekend van hun leider Nigel Farage) waarschijnlijk niet verder kunnen. De ECR fractie zal in eerste instantie zeker kleiner zijn als de Britse Conservatieven vertrekken. Toch zal de klap, mede door het vertrek van Labour, verhoudingsgewijs veruit het grootste zijn voor de S&D fractie (Sociaal-democraten (met de PvdA)).

De klap voor de Europese Sociaaldemocratie
Er is een overeenkomst tussen Frankrijk, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Polen, Italië en Spanje. In deze landen hebben de sociaaldemocraten in de afgelopen vijf jaar een (zeer) grote politieke nederlaag geleden tot zelfs het punt dat ze uit het nationaal parlement verdwenen, zoals in Polen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat deze trend voor 2019 gekeerd zal zijn. Meer aannemelijk is dat deze trend ook zijn weerslag zal hebben in het EP. Deze ontwikkeling in combinatie met de Brexit maakt het niet ondenkbaar dat de S&D op minder dan honderd zetels in het EP kan uitkomen. Dit zou een ongehoord laag aantal zetels zijn voor een fractie die normaal gesproken tussen 180 en 220 zetels schommelde. Dit effect kan nog versterkt worden door de opkomst van Macron.

Het ‘Macron effect’
De politieke beweging van President Macron, La République en marche!, heeft zich nog niet aangesloten bij een Europese politieke partij. Het is onduidelijk waar de Europarlementariërs van deze beweging zich bij zullen aansluiten. Macron houdt zijn kaarten stevig aan zijn borst, maar één van de mogelijke scenario’s is dat hij erover denkt om een nieuwe sterk pro-federatieve fractie op te zetten in lijn met zijn eigen ideeën over de toekomst van de EU. Dit zou niet alleen partijen wegtrekken uit de S&D (zo zouden de Italiaanse Sociaal-democraten kunnen overstappen) maar ook uit de ALDE (liberalen met de VVD en D66) fractie. ALDE zou gemakkelijk een behoorlijk deel van haar zetels kunnen verliezen aan deze nieuwe ‘Macron-fractie’ en is nu dus ook druk aan het proberen om Macron lid te maken. De impact van een nieuwe ‘Macron-fractie’ zou zo een heel groot effect hebben op de mogelijkheid om meerderheden te vormen in het EP. Zeker omdat er gerekend moet worden dat ook de EPP last zal hebben van de verdere groei van populistisch rechts en eurokritische partijen.

De veranderingen in de rechterflank
Naast de trend van het verlies van Sociaal-democraten is er de voortgaande trend dat partijen rechts van de pro-Europese EPP (Europese Volkspartij (met het CDA)), die kritisch zijn op het Europese project, veelal blijven groeien. Deze trend is niet zo eenduidig als de teruggang van de Sociaal-democratie. Dit komt ook omdat het om een breder spectrum aan partijen gaat. Hierin maken we een duidelijk onderscheid tussen populistisch rechts en eurokritische partijen.

In Italië komt dit onderscheid helder naar voren. De traditionele middenpartijen gelieerd aan EPP en S&D zijn nog maar een schaduw van hun vroegere zelf. Hiervoor in de plaats zijn de Vijfsterrenbeweging en Lega Nord gekomen. Lega Nord is een rechtspopulistische partij. Vijfsterrenbeweging daarentegen is een eurokritische partij maar niet rechts-populistisch. De kritiek van de Vijfsterrenbeweging op de EU richt zich op het gebrek aan democratische legitimatie en transparantie. Het gaat dus om een duidelijk verschil in type partijen die beide kritisch zijn op de huidige vormgeving van de EU. In dat opzicht zouden ook de CU/SGP als eurokritisch kunnen worden geduid. Tenslotte zijn er nog partijen die als ronduit anti-EU geduid kunnen worden (zoals UKIP). In deze categorie is wel een verschuiving te zien. Partijen die eerder expliciet voor uittreding uit de EU en Euro waren, hebben sinds het Brexit referendum grotendeels deze standpunten ingeruild voor een iets gematigder eurokritisch geluid.  

Alhoewel in enkele lidstaten (zoals Frankrijk, Denemarken, Finland en Nederland) de groei van rechtspopuliste partijen tot stilstand is gekomen, groeien deze partijen elders in aanhang en invloed. Bijvoorbeeld in Duitsland, Oostenrijk, Italie en Zweden is dit duidelijk te zien. Deze trend over de afgelopen jaren zal zijn effect hebben op de EP verkiezingen in 2019. Deze groei gaat meestal ten koste van Centrum-rechts (EPP). Ook andere eurokritische partijen groeien ten koste van de EPP en S&D.

Waarschijnlijk zal de EPP verlies lijden omdat de lidpartijen in de EPP gesteund worden door een sterk vergrijzend electoraat en omdat de EPP lidpartijen vooral staan voor ‘meer Europa ten bate van gevestigde belangen’ en weinig nieuwe kiezers trekken. Het netto effect is dat ook de EPP verlies zal lijden in de komende EP verkiezingen maar dit verlies zal beduidend lager zijn dan het verlies van de S&D. De EPP lidpartijen blijven waarschijnlijk voorlopig groter dan de S&D lidpartijen.

De vanzelfsprekendheid voorbij
De EPP en de S&D zijn samen altijd in staat geweest om op EU niveau een ‘grote coalitie’ naar Duits model te vormen en waren zo in staat om de Europese Commissie sterk te beinvloeden en een automatische meerderheid te bieden. Deze vanzelfsprekendheid lijkt voorbij. Het is onwaarschijnlijk dat EPP en S&D samen meer dan 353 zetels zullen hebben. Het is zelfs niet zeker of deze meerderheid haalbaar is samen met de ALDE fractie, gezien de onduidelijkheid over de ‘Macron fractie’.         

Dat betekent dat de centrumfracties en de Commissie meerderheden zullen moeten zoeken in het EP voorbij het vanzelfsprekende duo of trio aan partijen. Hierin komt de ECR als gematigde partij nadrukkelijk weer in beeld. Een stevige positie van de ChristenUnie/SGP in de ECR zal zeker interessant kunnen zijn in het EP na 2019. Zo kan de ChristenUnie/SGP bijdragen aan een eurorealistische koers van de EU.

Hervormde ECR?
Ook in de ECR is de vanzelfsprekendheid voorbij. Een vertrek van de Britse Conservatieven zal een grote impact hebben, met name omdat een aantal van de huidige lidpartijen een probleem hebben met de dominante rol die de Poolse PiS partij zal gaan innemen. Dat betekent echter niet dat de ECR fractie niet kan blijven bestaan. In onze optiek zal de fractie wel een nieuwe structuur moeten krijgen om een goed thuis te bieden aan de partijen die er deel van uitmaken.

Als voorbeeld nemen we de linkse GUE/NGL en Groenen/EVA fracties. Deze fractiesbieden bewust in hun structuur een mogelijkheid van duidelijke profilering en organisatie van subfracties binnen de groep. De EVA lidpartijen vormen hun eigen subfractie binnen de Groenen/EVA. Dit principe kan gehanteerd worden om zo de ChristenUnie/SGP en gelijkgestemde ECPM Europarlementariërs een eigen en onderscheiden plek te geven binnen de ECR waarbij de bestaande vrijheid binnen de fractie verder wordt versterkt. Dit principe kan wellicht nog iets grondiger worden vormgegeven binnen een ‘hervormde ECR’ dan momenteel gebeurt in GUE/NGL en Groenen/EVA.      We willen met betrekking tot bovenstaande nog wel een punt onderstrepen: er is geen enkele fractie in het EP waarin we als ECPM onszelf helemaal herkennen. Er is ook geen enkele fractie in het EP waarin geen partijen zitten waar we moeite mee hebben.1 Het is daarom vooral zaak voor de ChristenUnie/SGP om een plek te vinden waarin onze eurofractie een sterke positie heeft en de maximale ruimte om een eigen geluid neer te zetten binnen een redelijk acceptabele fractie in het EP. Ons inziens zou een ‘hervormde ECR’ een goede omgeving bieden.

Ten slotte geldt voor onze analyses dat dit een momentopname is en dat veel nog zal veranderen voor de Europese verkiezingen. Terwijl dit artikel geschreven wordt, lijkt het doorgaan van de Brexit opnieuw een vraagteken te kunnen worden. Ook zullen veel mensen de EP verkiezingen gebruiken om proteststemmen uit te brengen (wat in elke lidstaat weer wat anders zal betekenen). We kunnen rustig stellen dat boven een kwart tot een derde van de EP zetels een vraagteken hangt, waarbij het volledig onduidelijk is hoe die stemmen uit gaan vallen.

Wat wij hopen, is dat de ChristenUnie/SGP een sterk eigen geluid zal kunnen neerzetten in het EP na 2019. Want een duidelijk herkenbaar principieel christelijk geluid na 2019 in het EP is van groot belang.


Auke Minnema is directeur van de European Christan Political Movement (ECPM) waarvan de ChristenUnie onderdeel uitmaakt.
Johannes de Jong is directeur van Sallux, de denktank van de ECPM


Noot

1. Voorbeelden van ingewikkelde samenwerkingen: EPP met Forza Italia (Berlusconi/Alessandra Mussolini) en ook Fidesz (Hongarije) wordt bekritiseerd. S&D met SMER (Slowakije), ALDE met MRF (Bulgarije). de Groenen met de Catalaanse nationalisten, GUE/NGL met diverse communistische partijen. Fracties rechts van de ECR (EFDD en ENF) hebben een groot aantal rechts-populisten of rechts-extremisten in hun gelederen.