We hebben Europa nodig bij de aanpak van belastingontwijking

Mondiale ondernemingen zijn zeer bedreven in het ontwijken van belastingen. De ChristenUnie was lang huiverig om Europa mee te laten beslissen over ‘het domein van de belastingen’. Die huiver lijkt nu te verdwijnen. Maar welk standpunt gaat de partij nu innemen? Onlangs stemde onze Tweede Kamerfractie voor een motie de pleitte voor een Europees minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Schiet de partij daarmee niet te ver door de andere kant op? De positie als coalitiepartij biedt nu concrete kansen om het nationale en Europese debat te beïnvloeden, mits een verstandige lijn wordt gekozen.

Belastingmoraal in de Bijbel
[De farizeeën] stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal herodianen naar [Jezus] toe, met de vraag: ‘[...] is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?’ Maar Jezus had hun boze opzet door en zei: ‘Waarom stelt u me op de proef, huichelaars? Laat me de belastingmunt zien.’ Ze reikten hem een denarie aan. Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’ Ze antwoordden: Van de keizer.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Geef dan wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’1

Niet alle uitleggers zijn er van overtuigd dat bovenstaande passage primair gaat over belasting betalen. Toch laat de Bijbel niet heel veel ruimte voor mensen die twijfelen aan de belastingplicht. Zo schrijft ook Paulus ‘Geef iedereen wat het toekomt: belasting aan wie u belasting verschuldigd bent, accijns aan wie u accijns verschuldigd bent, ontzag aan wie ontzag toekomt, eerbied aan wie eerbied toekomt.’2De Bijbel is ook duidelijk over van wie het meest gevraagd kan worden: Van iedereen aan wie veel gegeven is, zal veel worden geëist, en hoe meer aan iemand is toevertrouwd, des te meer zal van hem worden gevraagd.3 De praktijk van het aren lezen kan ook worden gezien als een soort belasting, of herverdeling van opbrengst. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.

De Bijbelse geboden over belasting en herverdeling van opbrengsten zullen vroeger heus niet altijd zijn nageleefd. Maar tegenwoordig is de situatie zo ongeveer omgedraaid: in veel landen dragen de sterkste schouders de lichtste lasten! Zeker in het internationale bedrijfsleven is dit de regel geworden.

Actuele cijfers
Het is lastig om complete en betrouwbare informatie te vinden over hoeveel winstbelasting door bedrijven wordt betaald. Dit is onder meer zo vanwege belastingafspraken die landen als Nederland, België en Luxemburg maken met multinationale ondernemingen. En bedrijven maken soms gebruik van schimmige constructies waarbij winsten worden verschoven naar belastingparadijzen.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is internationaal leidend als het gaat om het in kaart brengen en tegengaan van belastingontwijking. In een rapport4 uit 2017 schat de organisatie dat belastingontwijking door bedrijven een verlies aan belastingen veroorzaakt van tussen de vier en tien procent van wereldwijde inkomsten uit de vennootschapsbelasting. Dat is ongeveer 100 tot 240 miljard dollar. In hetzelfde rapport schrijft de OESO dat multinationale ondernemingen, door creatieve belastingplanning, tussen de vier en achtenhalf procentpunt minder vennootschapsbelasting betalen dan niet-multinationale ondernemingen. Heel veel winst ‘lekt’ trouwens onbelast weg uit ontwikkelingslanden. Ze zijn nog slechter tegen dit soort praktijken gewapend dan rijke landen.

Tot de belangrijkste strategieën voor belastingontwijking behoren:

  1. Het uitbuiten van mazen in, en tegenstrijdigheden tussen, nationale belastingsystemen.
  2. Het aanrekenen van kunstmatige prijzen voor handel binnen multinationale ondernemingsstructuren. Hierdoor worden bedrijfswinsten in landen met hogere belasting verlaagd en in landen met lagere belasting verhoogd.
  3. Financiële constructies, zoals leningen, tussen landen binnen multinationale ondernemingen.
  4. Voor internetondernemingen die diensten vaak volledig online aanbieden, is belastingontwijking nog gemakkelijker. Door een transactie van de ene server naar een andere te verplaatsen kunnen bedrijven al van belastingjurisdictie veranderen!

 

Inderdaad, de laagste winstbelastingen worden tegenwoordig betaald door Google, Facebook, Amazon, enzovoorts. Volgens de Europese Commissie betalen internetondernemingen in de EU een effectieve belasting van slechts 9,5 procent, terwijl traditionele ondernemingen zo’n 23 procent betalen.5 De sterkste schouders dragen de lichtste lasten…

Nederland is een klein land met een open economie. Nederland zit ook nog eens in een Europese interne markt met vrij verkeer van onder andere diensten en kapitaal. Dit maakt het moeilijk om zelf maatregelen te nemen tegen multinationale ondernemingen. Erger nog, Nederland doet precies het omgekeerde! In een tijd van globalisering zijn multinationale ondernemingen onmisbaar voor een gezond economisch klimaat. Onze VVD-premier onderstreept dit maar al te graag. Nederland is er goed in om deze ondernemingen aan te trekken. Maar is de bijbehorende belastingpraktijk wel zo rechtvaardig? De vraag stellen is haar beantwoorden.

EU competenties
Europa kan potentieel met een veel sterkere vuist veel harder op tafel slaan. Een zichzelf respecterende multinationale onderneming zal niet snel een markt van vijfhonderdmiljoen (gemiddeld) welvarende consumenten links laten liggen. De EU heeft echter weinig te zeggen over het domein van de belastingen. De Europese verdragen schrijven dat Europese belastingwetten alleen met unanimiteit in de Europese Raad mogen worden aangenomen.6 Elk land heeft dus een veto.

Het gevolg daarvan is dat behalve wat afspraken over het tegengaan van dubbele belastingheffing en een minimumtarief voor de BTW, Europa zich eigenlijk niet met belastingen bemoeit. Recent zijn er wat afspraken gemaakt over het uitwisselen van gegevens, in de strijd tegen het witwassen van geld en als antwoord op de Panama Papers en Paradise Papers. De Europese Commissie wil trouwens wel degelijk meer. Over de vennootschapsbelasting circuleren al jaren voorstellen, maar daarover is nog nooit iets aangenomen.

De ChristenUnie is tot voor kort met deze situatie best tevreden geweest. In bijvoorbeeld het verkiezingsprogramma voor de Europese verkiezingen van 2014 staat nog te lezen: Europese regelgeving is niet aanvaardbaar op [...] het domein van de belastingen7 Maar de partij lijkt nu te schuiven. Eerder dit jaar stemde de Tweede Kamerfractie vóór een motie waarin werd opgeroepen tot een Europees minimumtarief voor de vennootschapsbelasting.8 De motivatie staat ook duidelijk in de motie: de afgelopen twintig jaar zijn werkenden steeds meer belasting gaan betalen en grote bedrijven steeds minder. Dat is niet rechtvaardig, dus daar moeten we iets aan doen!

Mogelijke oplossingen
Wie de problemen rond belastingontwijking door multinationale ondernemingen bestudeert, ziet dat het tarief voor vennootschapsbelasting daarvan maar één aspect is. Sowieso is het tarief niet altijd even relevant, want in de praktijk wordt er veel minder belasting betaald. Internetondernemingen betalen gemiddeld 9,5 procent (zie hierboven), terwijl het laagst mogelijke tarief voor vennootschapsbelasting in West-Europa in Ierland te vinden is: 12,5 procent. Nederland zit al op 25 procent. België en Frankrijk boven de dertig procent. Het is dus duidelijk dat de officiële tarieven maar weinig te maken hebben met wat echt wordt betaald.

De OESO kiest een andere benadering: het verkleinen van de belastinggrondslag en het schuiven met bedrijfswinsten moet worden gestopt. Lees: stop de boekhoudkundige trucs. De OESO heeft vijftien acties bedacht die ervoor moeten zorgen dat winsten daar worden belast waar economische activiteiten de winsten geven en waar waarde wordt gecreëerd. Dit gaat onder meer om het volgende:

  1. Het beperken van aftrekposten zoals rentebetalingen.
  2. Het tegengaan van kunstmatige, niet-marktconforme prijzen voor transacties binnen multinationale ondernemingen.
  3. Verplichte openbaarheid van belastingafspraken tussen nationale belastingdiensten en multinationale ondernemingen.
  4. Modellen en standaarden voor belastingverdragen tussen landen, met als doel het vermijden van het onbelast laten van bepaalde activiteiten.
  5. Het tegengaan van zowel brievenbusfirma’s (zogenaamd aanwezig, maar zonder activiteiten in de echte economie), als het kunstmatig vermijden van juridische aanwezigheid (terwijl er wel degelijk economische activiteiten zijn).

 

De EU neemt actief deel aan de discussies binnen de OESO. Gelukkig blijft het ook niet alleen bij beleidsdocumenten. De Europese Commissie is grote belastingdeals tussen lidstaten en multinationale ondernemingen grondig aan het onderzoeken. Een forse klap werd uitgedeeld aan Apple en Ierland. Het Amerikaanse bedrijf werd in 2016 opgedragen dertien miljard euro aan te weinig betaalde belastingen aan Ierland terug te betalen. Volgens Eurocommissaris voor Mededinging, Margrethe Vestager, was de Ierse belastingdeal met Apple een vorm van ongeoorloofde staatsteun. In december vorig jaar kondigde de Commissie aan twee belastingdeals tussen Ikea en Nederland te onderzoeken.

Eigenlijk gebruikt de Commissie hier een truc. De belastingdeal tussen Ierland en Apple mag van de Ierse wet en er is geen Europese wet die hem verbiedt. De Europese Commissie hoopt nu via een omweg toch iets te kunnen doen. Er is namelijk wel een Europese wet tegen ongeoorloofde staatsteun. Die wet is bedoeld om concurrentie op de Europese interne markt eerlijk te houden. Het hoger beroep van Ierland loopt nog. Dit is dus misschien niet zo’n duurzame oplossing als het lijkt.

Welke benadering kiest de ChristenUnie?
Zoals eerder aangegeven, lijkt de ChristenUnie haar huiver voor EU-bemoeienis met ‘het domein van de belastingen’ te laten varen. Dit is begrijpelijk, gezien de volstrekt onrechtvaardige praktijk van belastingontwijking door juist de grootste en sterkste bedrijven. Is een Europees minimumtarief voor vennootschapsbelasting het juiste antwoord? Of zijn er ook andere mogelijkheden om belastingontwijking door multinationale ondernemingen tegen te gaan en de belastingdruk eerlijker tussen werkenden en bedrijven te verdelen?

Om twee redenen zou ik willen pleiten om niet van het ene uiterste (Europa mag zich niet met belastingen bemoeien) naar het andere uiterste (Europa mag zich actief met het tarief van de vennootschapsbelasting bemoeien) door te schieten. Ten eerste, omdat dit zoals eerder genoemd waarschijnlijk op zichzelf niet effectief is. Bedrijven betalen nooit het officiële tarief. Zelfs met een eengemaakt Europees tarief verschuiven bedrijven de winsten naar het land waar ze de beste belastingdeal kunnen krijgen. Het beperken van de financiële trukendoos voor multinationale ondernemingen zou juist prioriteit moeten hebben. Ten tweede, omdat een Europees minimumtarief wel eens snel het enige Europese tarief zou kunnen worden. De Europese Commissie wil graag tariefharmonisatie en heeft bijvoorbeeld al één Europese omzetbelasting van drie procent voor ‘techreuzen’ voorgesteld9. En de Commissie wil meer, zoals één belastingaangifte per bedrijf voor heel Europa, waarbij een verlies in een land tegen winst in een ander land kan worden afgezet. Dat zou een forse stap te ver zijn. Nationale overheden moeten met elkaar kunnen blijven ‘concurreren’ en democratisch ingegeven beleidskeuzes kunnen maken. Een land dat efficiënter georganiseerd is, kan dan lagere tarieven aanrekenen. Bovendien zullen verschillen tussen tarieven vanzelf minder belangrijk worden zodra winstverschuiving effectief wordt beperkt.

De huidige praktijk van belastingontwijking door multinationale ondernemingen is onrechtvaardig en niet duurzaam. Het MKB kan niet floreren wanneer ze worden weggeconcurreerd door multinationale ondernemingen met een kunstmatig lage belastingafdracht. Overheden lopen zoals vermeld miljarden mis die niet kunnen worden geïnvesteerd in zorg en onderwijs. Tegenstellingen en wantrouwen in de samenleving worden erdoor aangewakkerd. Winst en waarde moeten weer worden belast, waar ze worden gecreëerd. Het huidige kabinet zet wat stapjes in die richting, maar de afschaffing van de dividendbelasting ondermijnt dat weer. Waar Europa probeert te handelen, trapt Nederland nog te vaak op de rem10. Ons land is eigenlijk zelf ook gewoon een belastingparadijs. Dat moet nu maar eens afgelopen zijn.

Het is niet nodig om Europa de tarieven te laten bepalen. Maar het is heel hard nodig om in en met Europa grondslaguitholling en winstverschuiving te bestrijden. De ChristenUnie kan als regeringspartij hierin een belangrijke rol spelen. De partij ziet Bijbelse gerechtigheid als kernbegrip en gelooft in een dienstbare overheid. In dit geval betekent dat Europese samenwerking voor de bevordering van publieke gerechtigheid11.

De OESO is de juiste weg ingeslagen. De ChristenUnie kan dit oppakken en Nederland helpen een balans te vinden waarbij onrechtvaardige praktijken effectiever worden tegengegaan. In Nederland, in Europa en in de wereld.


Jannes de Jong is beleidsadviseur en afdelingshoofd bij de fractie van Europese Conservatieven en Hervormers (ECR) in het Europees Parlement. Hij werkt daar onder andere voor Europarlementariër Peter van Dalen.


Noten

1. Mattheüs 22: 16-21 NBV.

2. Romeinen 13:7 NBV.

3. Lukas 12:48 NBV.

4. A. Johansson, Ø. B. Skeie, S. Sorbe and C. Menon, (2016). Tax planning by multinational firms: firm-level evidence from a crosscountry database. economics departments working papers no. 1355.

5. Europese Commissie. (21 maart 2018). Fact Sheet

Questions and Answers on a Fair and Efficient Tax System in the EU for the Digital Single Market.

6. Artikel 113, 115, Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.

7. Samenwerking JA, Superstaat NEE. Verkiezingsprogramma ChristenUnie en SGP 2014-2019, p6.

8. 2017/18, 21 501-20, Nr. 1293.

9. P. Blenkingsop (21 maart 2018). EU proposes online turnover tax for big tech firms. Reuters.

10. M. de Rooy en A. Brands (5 december 2018). Nederland ligt nog altijd dwars bij EU-aanpak belastingontwijking. NOS.

11. Vrij naar Dienstbaarheid, Vrijheid, Duurzaamheid (2011), p14: “Europese samenwerking moet zich richten op de bevordering van publieke gerechtigheid, zowel binnen de Europese Unie als in de rest van de wereld”