Geen gezicht, die niqab

Het moet wel een schitterende zomer worden. Immers: Kamerstuk vierendertighonderddriehonderdnegenenveertig is door de Eerste Kamer aanvaard; het gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding is een feit. Het algehele verbod op gezichtsbedekking, zoals zo’n tien jaar geleden werd voorgesteld door de PVV redde het niet. Onder de noemer ‘onvrijheid tegengaan’ belandde het gedeeltelijke verbod (in overheidsinstellingen, het onderwijs en het openbaar vervoer) geruisloos in ons verkiezingsprogramma. Een winstje dus voor de ChristenUnie, de meest rechtsstatelijke partij van ’t land.

Vrijwel iedereen die tegen een verbod is, laat tussen neus en lippen door wel even weten de niqab (want daar gaat deze wet eigenlijk over) onprettig te vinden. Bij dezen, de niqab vind ik geen gezicht. Ik vind het jammer dat mensen ervoor kiezen om zich volledig te bedekken. Én ik vind dat die mening in het politieke debat er niet zoveel toe doet. Want mijn smaak (of de uwe) moet niet de basis van onze wetgeving zijn.

In de Memorie van Toelichting bij de wet, dat is het document met de uitleg van het voorstel, staat als belangrijkste argument genoemd: “De vrijheid om zich naar eigen inzicht te kleden vindt haar begrenzing daar waar dit ten koste gaat van de onderlinge communicatie waardoor een kwalitatief verantwoorde dienstverlening en of de veiligheid niet meer kunnen worden gewaarborgd op plaatsen waar dit van bijzonder belang is. In die gevallen heeft de overheid de verantwoordelijkheid om regulerend op te treden door het stellen van nadere regels.”

Het moet wel een schitterende zomer worden. Want waarom niet een stapje verder gaan dan wat de wet van ons vraagt? We zullen elkaar groeten in de bus: “Goede morgen, fijne dag, prettige avond!”. We zullen onze zonnebrillen afzetten om de ander de gelegenheid te geven onze blik te vangen. We zullen de schermen in het openbaar vervoer, die bemiddelen tussen ons en de ongemakkelijkheid van het bestaan, terzijde leggen. De muziek in onze oren, de individuele soundtrack van ons leven zullen we stilzetten om de publieke ruimte te delen. We zullen elkaar onze ongecensureerde gezichtsuitdrukkingen tonen en elkaar diep in de ogen kijken tot ze tranen.

Als dat de opbrengst wordt van dossier vierendertighonderddriehonderdnegenenveertig zou ik ervoor tekenen, dat gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding.

Mirjam Kosten studeerde religiewetenschap, is eindredacteur van Groen en kweekt paddenstoelen op koffiedik.