Prestatiedruk? Zeur niet!

Het ChristenUnie congres van november 2017 was nog maar net afgelopen of ik werd door een vertegenwoordiger van een lokale afdeling staande gehouden. Enkele minuten daarvoor wist PerspectieF een motie aangenomen te krijgen die de Tweede Kamerfractie opriep zich meer in te zetten om prestatiedruk onder jongeren tegen te gaan. Het kapstokhaakje van deze motie was de invoering van de maatschappelijke diensttijd voor jongeren, die in onze ogen bijdroeg aan de toenemende verantwoordelijkheidsclaim op jongeren.  Het landelijk bestuur van de ChristenUnie vond die koppeling genoeg reden op de hele motie af te wijzen, en de man tegenover mij was het daar heel duidelijk mee eens. “Zeur niet zo”, was zijn bondige advies richting mij. Hij had de militaire diensttijd voltooid, een studie afgerond en dat was hem prima bevallen. Was hier sprake van een generatiekloof? Is prestatiedruk echt een millennial issue, overtrokken en een gelegenheidsargument? Of is het wel degelijk een maatschappelijk probleem, en heeft het gevolgen voor de toekomst van het onderwijs en de arbeidsmarkt? En als dat al zo is, wat moeten we daar nu (politiek) aan doen?

Hoewel de term ‘prestatiedruk’ de afgelopen jaren ineens weer veelvuldig langskwam in de media, is het fenomeen niet bepaald nieuw te noemen. In het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Personality and Social Psychology1verscheen in 1985 de bevindingen van een experiment waarbij deelnemers gevraagd werd een anagrampuzzel op te lossen. Groep 1 kreeg vooraf te horen dat de onderzoeker de verwachting had dat ze de puzzel zouden oplossen op basis van voorgaande resultaten. Groep 2 kreeg te horen dat een heel publiek de verwachting had dat ze de puzzel zouden oplossen, en een derde groep kreeg geen verwachtingen mee. Duidelijk werd dat deelnemers van groep 1 beduidend beter presteerden dan de deelnemers van groep 2. Prestatiedruk kan dus wel degelijk een psychologisch fenomeen genoemd worden, wanneer een grote groep mensen een duidelijk verwachting heeft over jouw prestaties. Vergelijkbare onderzoeken kwamen op dezelfde conclusies uit.                     

 Vervolgens is het de vraag of prestatiedruk nu iets is van alle tijden, of dat deze door de jaren heen is toegenomen. Om die vraag te beantwoorden, moeten we het begrip iets breder trekken, omdat prestatiedruk op zichzelf geen diagnose is. Eind 2016 publiceerde de Sociaal Economische Raad (SER) het advies Een werkende combinatie waarin wordt ingegaan op de gejaagdheid, prestatiedruk en keuzestress die binnen alle levensfasen enorm aan het toenemen is. Ronde dezelfde periode lanceerde het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) een landelijke publiekscampagne om depressie bespreekbaar te maken waarin ze stelden dat de huisarts twee keer zo vaak de diagnose depressie moet stellen dan 20 jaar geleden. Het Trimbos instituut deed onderzoek naar de psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking en concludeerde dat een derde van de bevolking op enig moment te maken heeft met een stress gerelateerde aandoening.


Waar komt prestatiedruk vandaan?
Een van de verklaringen van deze toename van stress zit hem in de enorme hoeveelheid informatie waarover we steeds meer beschikking krijgen. De voordelen van nieuwe technologieontwikkelingen en globalisering zijn legio, maar nadelen zijn er ook. Britse psychologen kwamen met de term ‘informatiemoeheidssyndroom’, waarin mensen verstrikt raken in de hoeveelheid appjes, emails, en telefoontjes. Dat dit negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid van mensen behoeft nauwelijks uitleg. Afnemende analyseringsvermogen, angstaanvallen en gebrek aan zelfvertrouwen liggen op de loer. De schaalvergroting zorgt voor een onpersoonlijke maatschappij waardoor er andere soorten relaties ontstaan. Tegelijkertijd zorgt diezelfde schaalvergroting  er voor dat we via internet en media continue op de hoogte worden gehouden van het reilen en zeilen van bijvoorbeeld onze vrienden en kennissen. We kunnen ons veel meer dan vroeger persoonlijk ontwikkelen. We kunnen veel doelgerichter werken aan onze persoonlijke groei. Je bent zelf verantwoordelijk voor jouw keuzes, zelf verantwoordelijk voor jouw succes. Althans, zo lijkt het. Want de keerzijde van een wereld die zo gefocust is op groei en presteren, is dat het een enorme druk legt op mensen om te slagen. Cijfers die je haalt op de middelbare school geven de mate van ontwikkeling aan. En ook later wordt je maatschappelijke waarde bepaald door je carrière en je salaris. Dit zijn geen nieuwe inzichten, iedereen herkent deze situaties, en toch houden we het met elkaar in stand.


Er zijn ook reguliere studenten
Goede publiekscampagnes die geestelijke gezondheidsproblemen zoals prestatiedruk en stress bespreekbaar maken zijn broodnodig en waardevol, maar zullen hun doel missen als we niet ook aan de voorkant een cultuuromslag realiseren. Om te beginnen in het onderwijs, waar een enorme focus op efficiëntie en excellentie is komen te liggen. Er worden steeds strengere eisen gesteld aan de cijfers die je haalt om toegelaten te worden. Binnen je studie is het vaste curriculum niet meer afdoende, en wordt doormiddel van onder andere honoursprogramma’s van je verwacht om deze excellentie te bereiken. Er is niets mis met een onderwijsinstelling die deze mogelijkheden aanbiedt, zolang het niet ten koste gaat van de reguliere student, wat we wel zien gebeuren. Binnen hogeschool of universiteit zou ook veel meer aandacht moeten zijn voor de geestelijke gezondheid van de studenten. Zeker op WO niveau laat de beschikbaarheid en de toegankelijkheid van een studentpsycholoog veel te wensen over. Op HBO instellingen zijn er vaak meer middelen beschikbaar, maar informatie hierover is schaars en de drempel wordt als te hoog ervaren. Zeker nu de basisbeurs is afgeschaft, en er voor veel studenten ook een financiële stress situatie is ontstaan, mogen we niet langer zwijgen over de toegenomen prestatiedruk onder jongeren.                   

Zoals gezegd is de ervaren prestatiedruk niet alleen onder jongeren een toenemend probleem. Ook op de werkvloer zien we een toename langdurig verzuim, dat gerelateerd is aan stress. Op de website van Adviesbureau ArboNed, gericht op de gezondheid en vitaliteit van werkend Nederland, wordt vermeld dat 33% van alle verzuim te wijten is aan geestelijke gezondheidsklachten zoals burn-outs en prestatiedruk. Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de vorm van flexibilisering dragen daar aan bij. Werknemers worden zo gestimuleerd om zich continue te ontwikkelen, om zichzelf een plek op de arbeidsmarkt te garanderen. De keerzijde is dat een lange termijn planning onmogelijk wordt gemaakt, wat weer de nodige onzekerheid en stress oplevert. De uitdaging voor de komende jaren is dat werkgevers dit spanningsveld gaan onderkennen en inzien dat op de lange termijn de geestelijke gezondheid van hun personeel op het spel komt te staan.


De opdracht voor Den Haag
Cultuurproblemen laten zich zelden oplossen door droge beleidsregels. Ook in het geval van de prestatiedruk bij studenten en werknemers zullen we ene aantal jaren nodig hebben voordat de echte omslag zichtbaar wordt. Toch is er op beleidsniveau zeker nog laaghangend fruit te vinden om dit proces te versnellen. Bewustwordingscampagnes alleen, zoals er al een aantal door het rijk worden gefaciliteerd, werken niet voldoende. De versoepeling van het ontslagrecht die door dit kabinet is doorgevoerd kan zelfs een terugval veroorzaken. De gedachte dat de nieuwe generatie werknemers flexibel wil kunnen werken is niet onjuist, maar door het ontslagrecht te versoepelen zullen huidige werknemers met een vast contract minder snel switchen van baan, omdat dit meer onzekerheid met zich meebrengt. Zo wordt alsnog een deel van de arbeidsmarkt vastgezet. Een oplossing kan zijn om wel het ontslagrecht te moderniseren, zodat aan werkgevers tegemoet wordt gekomen, maar dat er tegelijkertijd meer werknemers een contract voor onbepaalde tijd wordt aangeboden. Deze afspraken moeten door de polder, en door politiek den Haag worden ondersteund. Op lokaal niveau zouden ondernemingen met een hoog percentage vaste contracten een streepje voor moeten krijgen bij aanbestedingen.


Voor politiek Den Haag ligt er nu een opdracht klaar. De toenemende prestatiedruk in de maatschappij zet de geestelijke gezondheid van ons land onder spanning. Op nationaal en lokaal niveau kunnen er beleidsafspraken worden gemaakt om werkstress, burn-out en prestatiedruk tegen te gaan. Zeker de meest kwetsbare groepen, waaronder jongeren, hebben er belang bij dat er wordt gezorgd voor goede beschikbare begeleiding en een taboedoorbreking bij hun geestelijke gezondheidsproblemen. Dat was precies de reden waarom PerspectieF zo overtuigd tegenstander was van de maatschappelijke dienstplicht. Niet omdat jongeren niet willen werken voor de samenleving, niet omdat we geen verantwoordelijkheid willen dragen. Maar wel omdat we van dichtbij meemaken wat er kan gebeuren met jongeren als we ze te hard pushen excellent te worden. Laten we er eerst voor zorgen dat iedereen mee kan komen in onze dynamische maatschappij. Als ons dat lukt, dan durf ik te garanderen dat jongeren uit zichzelf een stapje harder willen lopen om zelf die bijdrage te leveren aan onze samenleving. Daar hebben ze geen verplichting voor nodig.

Jarin van der Zande was tot juni 2018 voorzitter van PerspectieF, Raadslid in Apeldoorn en studeert Crime Science in Twente


Meer lezen? 
Bestel Groen, editie 'Werk in de toekomst'
of lees de artikelen uit deze Groen op onze website

Noot

1. R.F. Baumeister, J.C. Hamilton and D.M. Tice. (1985). Public versus private expectancy of success: Confidence booster or performance pressure? Journal of Personality and Social Psychology, Vol 48(6), 1447-1457.