De toekomst van werk

Wie werk te serieus neemt, heeft onvoldoende mogelijkheden om zijn identiteit rond andere zaken te vormen. Die conclusie trok journaliste Leonie Wolters in haar podcast Loos werk (VPRO), waarin ze aan de slag ging met haar eigen moeite om aan betaald werk te komen. Een verstandig inzicht, zo lijkt het. Maar wie lukt het om los te komen van werk, in een tijd waarin enerzijds werk geldt als statussymbool en raison d’être en anderzijds steeds meer mensen buiten het arbeidsproces dreigen te vallen of werk in eentonigheid zien veranderen?

Werk is in de protestantse traditie – in navolging van Luther – vaak geformuleerd als roeping. Die roeping bestaat in de jou geschonken talenten en de positie die je in het leven inneemt. Deze manier van denken past echter niet meer zo makkelijk in de flexibele maatschappij waarin we leven. Er zijn daarom ook theologen die werk in verband zien met de gaven van de Geest, die afwisselend in de gelovige oplichten. Werk moet je in staat stellen om iets van het Koninkrijk van God zichtbaar te maken. Met zo’n definitie kunnen we kritiek uitoefenen op werk dat hiervoor geen ruimte geeft. Het richt ons ook minder op het werk zelf, maar op de gaven schenkende God.

Doordat de arbeidsmarkt in hoog tempo verandert, houden steeds meer mensen zich bezig met de vraag hoe het werken van de toekomst eruit ziet. Het NRC sloot vorig jaar af met een artikelenserie over de toekomst van ons werk en net daarvoor presenteerde een club jonge denkers van de Nationale DenkTank tien oplossingen voor kwetsbare plekken in de huidige arbeidsmarkt. Het was voor de redactie aanleiding om in dit nummer op zoek te gaan naar een christelijk-sociale visie op werk en op de toekomst van werk. Welke nieuwe kwetsbare groepen ontstaan er? Wat kan de overheid eraan bijdragen om de arbeidsmarkt een goede plek te maken voor iedereen die wil werken?


Esther Paul-Jonker is hoofdredacteur van
Groen.