Hoe groen is het regeerakkoord?

De coalitiepartijen zijn in hun nopjes met het groene gehalte van het regeerakkoord. ‘Het is het groenste regeerakkoord ooit’, zo valt te beluisteren. De oppositie vindt dat nogal tegenvallen en wappert met een notitie van het Planbureau voor de Leefomgeving die becijferde dat de maatregelen niet voldoende zijn. Hoe groen is het kabinet nu echt? De belangrijkste opmerking die meteen gemaakt moet worden, is dat het kabinetsbeleid niet helemaal samenvalt met het regeerakkoord. Een regeerakkoord geeft de hoofdlijnen weer van het nieuwe kabinetsbeleid en vult deze aan met een aantal concrete maatregelen per thema. Hoe groen het nieuwe kabinet is, kan dus pas over vier jaar beoordeeld worden. The proof of the pudding is in the eating.

Klimaatwet
Wat kunnen we al wel zeggen over het regeerakkoord? De kern van de klimaatparagraaf is eigenlijk vrij simpel weer te geven: het klimaatakkoord van Parijs is leidend. De belangrijkste ambitie die in het regeerakkoord staat, daarvan is afgeleid en alle andere maatregelen overkoepelt, is de doelstelling om in 2030 de uitstoot van broeikasgassen verminderd te hebben met tenminste 49% en in Europa te pleiten voor een reductie van 55%. Dit is een forse ambitie, die ingrijpt op alle sectoren in onze economie.

Maar deze doelen zijn niet vrijblijvend: ze worden verankerd in een klimaatwet. Dat is cruciaal. Vooralsnog ga ik er vanuit dat het kabinet haar doelstelling van 49% reductie vertaalt in een klimaatwet met een geloofwaardig reductiepad voor de komende jaren en bijbehorende correctiemechanismen als de doelen niet gehaald worden. Is deze overkoepelende klimaatwet gemaakt, dan is het pakket van maatregelen daarvan een afgeleide en kan dat op verschillende manieren worden ingevuld.

Europa
Van groot belang is ook de Europese focus in het regeerakkoord. Er staat: “Mocht een aangescherpte doelstelling in de EU niet haalbaar blijken, dan zal Nederland ernaar streven om met gelijkgestemde Noordwest-Europese landen tot ambitieuzere afspraken te komen dan de door de EU toegewezen landenallocatie.” Het mooie van deze ambitie is dat enerzijds de Europese context niet uit het oog verloren wordt, maar anderzijds ook niet gekozen wordt voor de middelmaat. Het regeerakkoord rept van een kopgroep van Europese landen die Europa op sleeptouw neemt in de transformatie naar een duurzame economie. Dat is een goed idee dat verdere uitwerking verdient. Het past ook goed bij het idee van een ‘Europa van verschillende snelheden’. De tijd is er rijp voor.

Verbeterpunten
Uiteraard zijn er ook punten aan te wijzen waarop het regeerakkoord beter kan. Een belangrijk minpunt is dat er weinig aandacht is voor het draagvlak door en betrokkenheid van inwoners bij de energietransitie. De omschakeling naar een duurzame economie is niet alleen een technologische uitdaging, maar ook een sociale en een morele. Dat is het punt dat ook paus Franciscus in zijn encycliek Laudato Si (2015) ons terecht heeft voorgehouden. Daar heeft het regeerakkoord weinig aandacht voor. Een uitzondering is overigens de aankondiging dat er een speciale subsidieregeling komt voor energiecoöperaties.

Vertrouwen
Een tweede punt van kritiek is niet zozeer het ontbreken van genoeg maatregelen die bij elkaar optellen tot een bepaalde doelstelling, maar juist het teveel aan maatregelen en het detail ervan. Een regeerakkoord met het woord ‘vertrouwen’ prominent in de titel had ook wel wat meer vertrouwen mogen uitstralen in de bewindspersoon die het klimaat- en energiebeleid mag gaan vertalen in maatregelen. Een regeerakkoord op hoofdlijnen had mijn voorkeur gehad.

Op sommige punten wordt beleid in het vooruitzicht gesteld. Zoals: “Het kabinet werkt met de medeoverheden, corporaties, netwerkbedrijven en andere stakeholders een beleidsprogramma uit voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving.” Dat is zeer verstandig, want de expertise zit bij de genoemde partijen en maar zeer beperkt bij de ministeries. Op andere punten echter worden wél gedetailleerde maatregelen voorgesteld (CO2-prijs elektriciteitscentrales, aanpassing in energiebelasting en salderingsregeling. Onhelder is waarom.

Daaraan gekoppeld is het vertrouwen in ‘de polder’. In het regeerakkoord wordt namelijk geschreven dat er een nieuw Energieakkoord wordt opgesteld. Dat betekent dat het kabinet samen met tal van organisaties gaat kijken hoe de doelstellingen kunnen worden ingevuld met concrete maatregelen. Tegelijkertijd neemt de coalitie op een aantal onderwerpen al een voorschot. Hoe dit ‘voorschot nemen’ zich verhoudt met de ruimte die de polder krijgt om echt tot een nieuw akkoord te komen, is niet duidelijk.

Kortom, het regeerakkoord is veelbelovend. Maar het is nog maar het begin. Hopelijk laten de coalitiepartijen de nieuwe minister, het bedrijfsleven en burgers voldoende ruimte om in de geest van het regeerakkoord en in lijn met de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te werken aan een samenhangend pakket van maatregelen dat kan rekenen op het draagvlak van de bevolking, rekening houdt met de betaalbaarheid en oog heeft voor de economische kansen die het Nederland kan opleveren.


Drs. Henri Bontenbal is strateeg bij netbeheerder Stedin