Naar een ander cultuurmodel - reactie op 'Het failliet van de neoliberale utopie'

Reactie van Egbert Schuurman op 'Het failliet van de neoliberale utopie'


Bjorn Lous en Gerben Bosscha schrijven over een actueel onderwerp. Ik wou dat ik aan de universiteit nog promotierecht had. Ik zou ze samen uitnodigen om één of twee proefschriften te schrijven over het onderwerp dat ze zeer terecht aansnijden. Het gaat om een bijbels geïnspireerde visie op de ontwikkeling van onze cultuur, en daarbinnen op de ontwikkeling van economie en de invloed daarvan op de – mag ik het zo zeggen – cultuurpolitiek van de ChristenUnie.

Ze hebben op onze cultuur fundamentele kritiek en vinden dat de ChristenUnie maar ten dele slaagt een omvattende, bijbels geïnspireerde visie en politiek te ontwikkelen. Met hen ben ik van mening dat de ChristenUnie dat broodnodig heeft. En ik zeg er ook bij dat de ChristenUnieauteurs en de ChristenUnie-politici eigenlijk alles in huis hebben om een comprehensive approach van onze cultuur en van de politiek daarbinnen te ontwikkelen.

Zo geformuleerd, deel ik hun kritiek op de ChristenUnie-politiek, maar ga ik ook nog een stap verder dan zij gaan. Dat doet in zekere zin pijn, omdat ik er al jaren op wijs, dat onze cultuurkriek en onze ChristenUnie-cultuurpolitiek zich niet mag beperken tot een kritiek op het neoliberalisme alleen. Dit economisme wordt omvat door het technicisme. Kritiek op economisme moet ook kritiek op technicisme zijn.


Technicisme
Wat is technicisme? Heel kort: technicisme is de pretentie van de mens om als heer en meester met de wetenschappelijk-technische beheersingsmethode heel de werkelijkheid naar zijn hand te zetten, om oude en nieuwe problemen op te lossen en om daarmee groeiende materiële welvaart te garanderen. Met andere woorden, technicisme maakt het economisme van de neo-liberalen mogelijk.

De reflectie op het neoliberalisme moet ver­rijkt en daarmee ook versterkt worden met aandacht voor de invloed van de technologie. Die technologie vormt een cultuurmacht en is zelfs de basis van de moderne maatschappij. Wie een christelijk antwoord op de huidige cultuurcrisis – inclusief de financiële en economische crisis –

wil formuleren, moet daarom beginnen bij een kritische visie op de invloed van de technologie. In het voorgaande stuk wordt zelfs niet één keer – in navolging overigens van de hoofdstroom van de huidige cultuurkritiek – de technologie genoemd. Daarvoor bestaat een blinde vlek.

In mijn publicaties, recentelijk in het boek Tegendraads nadenken over Techniek (2014), heb ik daar juist wel aandacht voor gevraagd. in dat boek maak ik duidelijk dat ons wereldbeeld een wetenschappelijk-technisch wereldbeeld is en dat dit leidend is in de neoliberale economie. In die economie is het cultuurparadigma dat van het technische model. Dat technische paradigma heeft diepe historische wortels en vormt het klimaat dat we allemaal dagelijks inademen. Ook het neoliberalisme voegt zich er naar. Als de beide auteurs twee keer spreken over het heersende systeem, moeten ze eigenlijk het bijvoeglijk naamwoord ‘technisch’ toevoegen. Daarom is de computer ook bijna alomtegenwoordig en almachtig. Door het technicisme wordt de abstractheid van wetenschappelijk-technische modellen in de volle werkelijkheid geprojecteerd. Er worden grootse dingen mee tot stand gebracht, maar tegelijk treedt er reductie van die werkelijkheid op. En die reductie uit zich in grote milieu-, natuur- en maatschappij-problemen. Dat kan zelfs leiden tot destructie van natuurlijke en maatschappelijke samenhangen. Dat zien we in milieucrises, klimaatcrisis, cultuurcrises en ook politieke crises.


Een Bijbels cultuurparadigma
Tegenover die ontwikkeling worden steeds weer allerlei waardevolle detailoplossingen aangedragen. Die verdienen ook bijval, zoals bijvoorbeeld alles wat gedaan wordt aan duurzaamheid. Maar de oplossingen zijn te partieel. Er moet eenheid en samenhang komen in onze benadering van heel de cultuur en politiek. Een wisseling in het cultuurparadigma – een ethisch raamwerk waarbinnen de cultuur zich ontwikkelt is vereist. Het probleem dat beide auteurs benoemen, moet dus dieper en omvattender worden aangepakt.

Tegenover het moderne ‘technische cultuurmodel’ moet een Bijbels verantwoord cultuurmodel of paradigma gevolgd worden. Dan is het pas mogelijk om onze cultuur op het spoor te zetten van een integrale transformatie. De ChristenUnie moet die weg gaan!


Van tuin naar tuinstad
Als de technologie zo bepalend is voor de samenleving, hoe kunnen we dan zorgen dat die technologie op zo’n manier wordt ontwikkeld en ingezet gaat worden dat zij de grote maatschappelijke vraagstukken van deze eeuw kan helpen oplossen? Daarover zou veel te zeggen zijn, ook over concrete politieke oplossingen, maar daar is hier de plaats niet voor. Daarom verwijs ik naar met name twee hoofdstukken van mijn laatste boek: hoofdstuk drie: Bevrijding van het technische wereldbeeld – Uitdaging tot een andere ethiek van de techniek, en hoofdstuk vijf: Transformatie van de materialistische cultuur- invloed van de techniek op de cultuurcrisis. Nu slechts een samenvatting:

De Bijbelse visie op de geschiedenis impliceert een ander cultuurmodel dan het technische model. Ik meen dat we terug moeten naar het oude Bijbelse cultuurparadigma van de tuin in ontwikkeling. Dat is de hoofdinhoud van het scheppingsmandaat: het bouwen en bewaren van de schepping. Van het paradijs als ontluikende tuin (Genesis 2) gaat de geschiedenis naar de tuinstad (Openbaring21). Door de zonde is dit oorspronkelijke perspectief enorm ontwricht: ‘distels en dorens’ en de dood kenmerken de weg van de geschiedenis, maar het blijft wel Gods geschiedenis met een geweldig perspectief. Door de kruisdood en opstanding van Christus zal de cultuur als tuinstad eens voorbij onze tijdshorizon in het Koninkrijk van God manifest worden. In de ontwikkeling van de tuin staat – ondanks alle weerbarstigheid—het leven centraal. Technologie moet het leven van mensen, dieren en planten dienen. In het beeld van de tuin wordt het leven niet bedreigd, maar verrijkt en wordt er meer recht en gerechtigheid gedaan, zodat er meer maatschappelijke samenhang, heelheid en vrede zal zijn. Dit integrale perspectief met vele consequenties mis ik vaak in ChristenUnie-visies. Terwijl dat perspectief consistentie en de juiste richting voor de ontwikkeling van cultuur en politiek geeft. Daarin zou de ChristenUnie als christelijk politieke partij zich blijvend moeten onderscheiden van andere partijen. Terecht dat de auteurs om zo’n visie vragen.

 

Auteur
Egbert Schuurman is emeritus hoogleraar Reformatorische Wijsbegeerte van de universiteiten van Delft, Eindhoven en Wageningen. Hij was van 1983 tot 2011 fractievoorzitter van de RPF, later ChristenUnie in de Eerste Kamer.