Een gedeelde liefde voor de rechtsstaat

Door Geert Jan Spijker


Wat bindt ons samen? Liberalen zijn vaak sceptisch naar gelovigen, die zouden niet loyaal zijn aan de rechtsstaat en zijn waarden. Een historische analyse laat echter zien dat de democratische rechtsstaat christelijke wortels heeft. Wat betekent dit voor liberalen en christenen?

De Amerikaanse verkiezingscampagne en de reacties op de overwinning van Trump lieten zien hoe ver bevolkingsgroepen in een land van elkaar verwijderd kunnen raken. De culture war tussen progressief en conservatief lijkt in de Verenigde Staten alleen maar heftiger te worden. Zo explosief als het daar is, is het in Nederland lang niet, maar ook hier zijn er fundamentele verschillen. In het politieke spectrum zijn liberalen en christenen op veel morele onderwerpen politieke tegenpolen. De discussie over levenseinde toont dat weer eens aan. Waar minister Schippers en andere liberalen volop zelfbeschikking prediken, redeneert bijvoorbeeld de ChristenUnie vanuit de gedachte dat het leven is gegeven door God. En zodra christelijke partijen iets zeggen over de zondagsrust dan staan VVD en D66 vooraan om het te bekritiseren, met het oog op de ‘vrijheid’. Tussen beide stromingen bestaat een diepe kloof, met levensbeschouwelijke dimensies. Hoe kunnen achterbannen van deze partijen dan toch goed samenleven in één land? Wat bindt ons?

Geloof versus rechtsstaat?
Naar mijn mening zijn het de rechtsstaat en zijn onderliggende waarden die ons binden. Die bieden ons de noodzakelijke eenheid te midden van alle verscheidenheid. Zowel liberalen als gelovigen (alsook liberale gelovigen) hebben goede redenen de rechtsstaat te omarmen. Dit spreekt echter niet vanzelf. Menig liberaal ziet geloof als een bedreiging voor de rechtsstaat. De bekende hoogleraar Paul Cliteur bijvoorbeeld ziet bij gelovigen twee loyaliteiten, hetgeen ondermijnend is voor de rechtsstaat: gelovigen zijn immers allereerst loyaal aan God (en Zijn geboden) en dan pas aan de overheid (en haar wetten).1 Dat is een potentieel gevaar voor de staat. Zeker nu die goddelijke geboden opgevolgd worden door concrete daden van intolerantie en geweld. Geloof dus liever niet, en als je het niet kunt laten dan in ieder geval niet in het publieke domein maar thuis. Geloof is privé. Het zorgt in politiek en maatschappij – in het gunstige geval - alleen maar voor verdeeldheid.

In deze laatmoderne liberale benadering wordt echter iets wezenlijks over het hoofd gezien – ook vaak door christenen zelf overigens. En dat is dat onze democratische rechtsstaat met zijn fundamentele vrijheidsrechten in belangrijke mate ontstaan en gegroeid is in een christelijk Europa. De onderliggende waarden en ideeën van onze westerse rechtsstaat zijn niet pas met Verlichting en Franse Revolutie gestart, maar hebben zich al veel eerder ontwikkeld, te beginnen in de vroege kerk. Het christendom leverde in belangrijke mate de voedingsbodem voor onze democratische rechtsstaat. De Amerikaans/Britse politiek filosoof Larry Siedentop (1936) heeft een prachtig boek over deze ontwikkeling geschreven: Inventing the individual, the origins of western liberalism (2014). Hij laat daarin zien, in een grote greep, dat onze liberale rechtsstaat wortels heeft in het christendom. Het begon allemaal met Paulus, kreeg vorm in bepaalde praktijken bij de vroege kerk en werd conceptueel uitgewerkt in de middeleeuwen door kerkjuristen. Rond 1400 lagen de fundamenten van onze constitutionele democratie er al. Zijn boek biedt een (ideeën)historisch overzicht dat het verdient om uit de doeken gedaan te worden. Niet omdat er niks op aan te merken valt, wel omdat het laat zien dat de waarden van onze rechtsstaat ouder zijn dan velen denken en dat goed onderhoud niet zonder dit besef kan.2

De revolutionair Paulus
Het begon dus, verrassend genoeg, met die ‘intolerante, vrouwonvriendelijke’ Paulus. Je zou hem, volgens Siedentop, als grondlegger van het moderne liberalisme kunnen beschouwen! Waarom? Omdat hij als eerste expliciet de mens als individueel persoon erkent. Hij spreekt nadrukkelijk over de waardigheid van ieder afzonderlijk mens, lees Galaten 3:28: ‘Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.’ Deze gedachte was revolutionair in die tijd. Siedentop vraagt zich dan aan het eind van zijn studie ook af: “Was Paul the greatest revolutionary in human history?” (353) Want dit principe heeft een stempel gezet op Europa. De ontwikkeling duurde uiteraard lang, maar het veranderde iets wezenlijks in de gewoonten, moraal en wetgeving in Europa.  

Onze democratie ontstond dus niet pas bij de Verlichting, maar evenmin bij de Grieken. Bij hen ging het nog te uitsluitend om familie en gemeenschap, aldus Siedentop. Uitgangspunt voor hen was een in de kosmos ingebakken hiërarchie waarbij vrouwen, slaven en vreemdelingen minder gelijk waren dan de rest. Het christendom zette dat wereldbeeld volgens Siedentop op zijn kop door de morele gelijkheid van ieder mens te beklemtonen. En dat vindt zijn vertaling in het leven van de eerste christenen. Armen krijgen net als rijken brood en wijn aan het avondmaal, voor alle zielen moet worden gezorgd. Met de monniken krijgt het individuele geweten meer gewicht, ook dat van vrouwen en slaven. En zo begint een nieuwe orde te ontstaan waarin sociale rollen - afkomst, rijkdom, machtspositie - secundair zijn.

Strijd om vrijheid
Er ontwikkelt zich in het verlengde hiervan een nieuwe rechtsorde waarin mensenrechten en geestelijke vrijheid ontstaan. In het soms bittere gevecht om zeggenschap en bevoegdheid ontworstelt de kerk zich steeds meer aan de keizerlijke heerschappij en gaat ze zaken zelf regelen. Om daartoe in staat te zijn, heeft ze wel een eigen (canoniek) rechtssysteem nodig en daar wordt dan ook hard aan gewerkt. Het levert een indrukwekkend, door canonisten gemaakt, juridisch bouwwerk op: een ware revolutie waarin de basiseenheid van de rechtsorde het individu wordt en gerechtigheid wordt gerelateerd aan de natuurlijke gelijkwaardigheid van ieder mens. Paulus’ oorspronkelijke morele notie van ‘equal liberty’ wordt geformaliseerd in juridische termen, waarbij langzamerhand individuele rechten ontstaan tegenover machthebbers. Deze verandering in het recht had gevolgen voor de visie op overheden en vorsten. Die staan onder God en moeten dienstbaar zijn. God zal hen oordelen op basis van wat ze voor iedere burger, ongeacht status, doen (206).

Langzamerhand kwamen zo de contouren van onze huidige democratische rechtsstaat bovendrijven: een principieel beperkte overheidsmacht (de vorst staat onder en niet boven de wet), grondrechten die burgers een vrije ruimte bieden, gelijke behandeling van burgers (ieder mens is immers gelijkwaardig), de scheiding van kerk en staat (preciezer: beide instituten hebben onderscheiden taken en verantwoordelijkheden en een eigen ruimte). Een coherent programma – en het vastleggen van rechten in grondwetten - was er natuurlijk nog niet, maar duidelijk is dat zowel het liberalisme als onze rechtsstaat staan op de schouders van het christendom.

Onze rechtsstaat
Wat moeten wij met dit verhaal?3 Wat is de relevantie van deze geschiedenis? Urgent is Siedentops historische analyse met het oog op de actualiteit van ‘theoterrorisme’ (Cliteur), religieus analfabetisme en populistische praat over joods-christelijke waarden. Siedentops achterliggende vraagstuk is: wat is de Europese identiteit? Wat zijn onze gedeelde overtuigingen? Wat typeert het Westen? Hoe moeten wij ons verhouden tot de islam? Dan blijkt dat het Westen diepgaand door het christendom is beïnvloed, of men dat nu wil of niet, en dat onze liberale rechtsstaat minstens mede een kind van het christendom is. En dat christenen zich op hun beurt bij hun waardering van die rechtsstaat zullen moeten realiseren dat dat wortels heeft die reiken tot Paulus. Siedentop pleit er in het verlengde van zijn betoog voor dat seculiere atheïsten en hedendaagse christenen niet tegenover elkaar gaan staan, maar erkennen dat beide uit dezelfde – christelijke – bron putten.

Het is wel nodig die bron opnieuw te onderzoeken. Want het liberalisme, zo constateert overigens niet alleen Siedentop, is niet meer wat het was. De nadruk op individuele vrijheid is verworden tot ongeremd individualisme, tot een onbeperkte ruimte waarin het dikke ik kan doen wat goed is in eigen ogen (ofwel: dat zelfgenoegzaam consumeert). Gemeenschapswaarden heeft dit liberalisme uit het oog verloren of op de tweede plaats gezet. Dit terwijl in het christendom het individu altijd direct aan sociale verbanden gekoppeld, aan liefde tot God en de naaste – zie prachtige passages van dezelfde Paulus. Een andere zorgelijke ontwikkeling is dat het liberalisme verengd is tot utilistisch denken, waarin overwegingen van geld, nut en efficiëntie andere morele overwegingen worden weggedrukt.

Tegelijkertijd kan Siedentops verhaal christenen behoeden voor de valkuil van een eenzijdig gemeenschapsdenken, waarbij de menselijke persoon opgeslokt wordt door verbanden. Tevens kan zijn pleidooi politici weer bepalen bij het belang van de rechtsstaat met zijn principieel begrensde overheid, bijvoorbeeld in debatten over opvoedcursussen.    

Slotsom
Christenen en liberalen zouden dus – gezien het verleden – een gedeelde liefde voor de rechtstaat moeten hebben. En juist die rechtsstaat is de plek waarin ruimte is voor verschil. Juist daarbinnen kunnen burgers en groepen met heel uiteenlopende opvattingen over kwesties van goed en kwaad, leven en dood, publiek bediscussieerd worden. De rechtsstaat bindt ons samen en is, met verder vele grote verschillen, hetgeen ons bindt en samenhoudt. Laten we dankbaar zijn voor die ruimte om te leven en ons telkens realiseren waar de onderliggende waarden vandaan komen. Die waarden moeten dan wel onderhouden worden, ook publiek, onder meer in religieuze en morele gemeenschappen. Want de rechtsstaat leeft bij voorwaarden die hij zelf niet kan realiseren, zoals ook de geschiedenis laat zien.

Mr. drs. Geert Jan Spijker is adjunct-directeur van het WI. Hij studeerde rechten en wijsbegeerte in Rotterdam en Amsterdam en houdt zich in het verlengde hiervan veel bezig met de thema's vrijheid en rechtsstaat. Hij is als docent filosofie en sociologie verbonden aan de Christelijke Hogeschool Ede.