'Nederland heeft behoefte aan politiek met een grote P'

Door Mirjam Kosten en Geert Jan Spijker


Over waarden gaat het vaker in de politiek. In de jaren negentig bijvoorbeeld. Andreas Kinneging deed mee aan dat debat. Hoe kijkt hij daar op terug? En als waarden niet meer gedeeld worden, breekt er dan burgeroorlog uit?


In een vorig publiek debat – halverwege de jaren negentig – over moraal in Nederland heeft u zich stevig gemengd. Wat zijn we sindsdien opgeschoten?
Geen meter. Zoeken naar moraal is niet iets wat je even doet met een debat natuurlijk. Dus dat is op zich niet zo vreemd. Maar we zijn in de afgelopen twintig jaar wel weer verder achteruitgegaan. Onze omgangsvormen zijn duidelijk verslechterd. De tweets die we aan elkaar sturen getuigen van weinig goede smaak. De manier waarop de presidentskandidaten in Amerika met elkaar om zijn gegaan, is zorgwekkend. De VS zijn verdeeld in twee elkaar hatende kampen. Er is niet heel veel olie meer nodig om het vuurtje op te stoken tot een burgeroorlog. Het zal mij benieuwen hoe President Trump zich zal ontpoppen: als brandweerman of pyromaan.

Ziet u het in Nederland ook zover komen?
Dat kan, natuurlijk! Als de heer Wilders straks vijftig, zestig zetels heeft en hij wordt minister-president, dan kan het dat vele mensen besluiten om hun gehoorzaam op te zeggen. Of andersom, als de partij van de heer Wilders alsmaar niet in de regering komt, en zijn aanhangers denken: ja, nu is het mooi geweest. Het gevaar dat mensen geweld gaan gebruiken. We hebben zestig jaar geen geweld gehad, maar daarvoor hadden we ook geweld. Geweld ligt altijd op de loer. Als mensen niet meer matig zijn, niet meer compromisbereid en als er onvoldoende eenheid is, als waarden niet meer gedeeld worden, dan krijg je geweld. Dat begint meestal met politici die vermoord worden, daarvan hebben we hier voorbeelden. Het kan natuurlijk in een versneld tempo erger worden. Toen Pim Fortuyn vermoord werd, was premier Kok erg in paniek die avond want er kwamen mensen naar het Binnenhof toe. De volgende keer breken die de deuren open.

Kan de politiek iets doen aan die onrust?
De voornaamste taak van de politiek is de harmonie en de sociale vrede bewaren. Politiek gaat eigenlijk niet over twee procent erbij voor deze en drie procent eraf voor gene, dat is in wezen allemaal administratie. Dat doet de politiek als het in principe allemaal goed gaat. Dan praat ze over cao’s en over milieubeleid. Maar politiek gaat eigenlijk over iets anders. Echte, grote politiek gaat over het bewaren van de sociale vrede. De politiek zoals wij die in Nederland gewend zijnde afgelopen halve eeuw, is politiek van een onsje meer of een onsje minder. Dat is, zoals Tocqueville het noemt, kleine politiek.

Wat is dan grote politiek?
Kleine politiek kun je je permitteren als er een basisgevoel van eenheid is. Ik denk dat dat gevoel in Nederland meer bestaat dan in Amerika. Maar we moeten uitkijken. Want partijen als die van de heer Wilders krijgen een steeds grotere achterban en dat moet voor ons een signaal zijn dat we dezelfde kant uitgaan als Amerika. Dan is kleine politiek niet meer aan de orde, maar wordt het grote politiek. Dan gaat het om fundamentele zaken, waar mensen echt heel boos om kunnen worden. Gezegend is het land dat kan volstaan met kleine politiek. En dus ook met kleine politici, met administrateurs. Dan gaat politiek niet over waarden, want daarover is men het eens. Kleine politiek is gebouwd op een fundament aan gedeelde waarden. Zodra in een land fundamentele verschillen van waarden ontstaan, dan breekt de tijd van de grote politiek weer aan.

Het waardendebat duidt dus al aan: er is iets aan de hand.
Een waardendebat gaat veel dieper dan een economisch debat. Dat laatste is een relatief makkelijk debat. Het gaat over centjes en procentjes. Als het om geld gaat kun je vrij gemakkelijk tot een compromis komen. Wij hebben een tientje, hoe gaan we het verdelen? Jij iets meer en ik iets minder, of andersom? Maar als het om waarden gaat, ligt dat heel anders. Je kunt een waarde niet in tweeën knippen en zeggen: jij de helft en ik de helft. Je bent vóór abortus of tegen abortus. Dat is een fundamenteel verschil. Je bent vóór beleefdheid of voor volstrekte vrijheid van meningsuiting inclusief het recht op beledigen.

Hoe moeten we omgaan met die verschillen in waarden?
Als er grote religieuze verschillen zijn, zoals tussen de sjiieten en de soennieten, dan is de situatie onoplosbaar. Dan moet je op een gegeven moment ook zeggen: onze wegen scheiden. Daartoe is echter bijna niemand bereid. Het aantal vreedzame opsplitsingen van landen is op één hand te tellen.

Dus als waarden te zeer verschillen, moeten landdelen maar uit elkaar?
Dat is denkbaar. Hebt U wel eens een historisch atlas bekeken? Staten ontstaan en vergaan net als mensen, alleen wat langzamer. De grenzen zijn voortdurend aan het veranderen en dat blijft zo. Dus of Nederland over honderd jaar bestaat in de huidige vorm? Wie weet of de grenzen nog hetzelfde zijn. Waarschijnlijk niet, waarschijnlijk veranderen ze allemaal weer.

Kijkt u ook op die manier naar onze beschaving: ze kwam en misschien zien we haar langzaam verdwijnen?
De Europese beschaving is een kind van de klassieke Oudheid en het christendom. Het klassieke erfgoed leefde gedurende heeft tweeduizend jaar onze cultuur heel sterk gestempeld. Nu is die invloed helemaal verdwenen. Dat is pas sinds kort, voornamelijk sinds de jaren zestig, zeventig van de vorige eeuw. Een jaar of vijftig dus. De eeuwenoude band met de Grieken en de Romeinen is radicaal doorgesneden. Voor het christendom geldt in feite hetzelfde. De meeste mensen hebben ook daarmee geen band meer, en ook dat is voor het eerst in tweeduizend jaar. We leven op een breukpunt in de geschiedenis, dat veel ingrijpender is dan bijvoorbeeld de Reformatie en de Renaissance. Beide pijlers van Europa, de Klassieke Oudheid en het christendom zijn verdwenen, weg, ontploft! Dus Europa in de traditionele zin bestaat niet meer. Wij maken het einde van het oude Europa mee.

Dat is weinig hoopgevend. Kunnen we niets doen?
Heel weinig. Het gaat om historische ontwikkelingen van een enorme kracht, en als mens zijn we maar een stofje, een riethalm die zo breekt. Je moet wel je best doen. Je hebt hooguit tachtig jaar. Maar wat bereik je daarmee? Het Romeinse Rijk is uiteindelijk ook ten onder gegaan. Had iemand het kunnen redden? Het Byzantijnse Rijk is ondergegaan, had iemand het kunnen redden? Nee.

De voornaamste taak voor politici is volgens u om de maatschappelijke vrede te bewaren. Ziet u dat gebeuren in aanloop naar de verkiezingen toe? Er worden boeken geschreven met titels als Tegen het cynisme, Goede gesprekken, Hoop voor een verdeeld land. Alleen de titels al zeggen iets als ‘we moeten met elkaar de boel bij elkaar houden’.
Wat is het voornaamste politieke probleem? Het populisme, of zo je wilt het nationalisme. In Nederland vertegenwoordigd door de PVV en de SP. Dit ideeëngoed wordt door steeds meer mensen gedeeld, in reactie op de destabilisatie van met name de onderkant van de samenleving als gevolg van de mondialisering, die een influx van grote aantallen mensen uit andere landen en continenten heeft gebracht. Zowel economisch als cultureel botert dat niet goed. Als je de boel bij elkaar wilt houden moet je hierover nadenken en er adequaat op reageren. En dat doen de mainstreampolitici niet. Die sluiten zich intellectueel af. Ik heb nog niemand horen zeggen: het populisme en nationalisme moeten we serieus nemen.

Maar verschillende politici zeggen ‘er zijn reële zorgen en we moeten daar naar luisteren’. Niet dat ze meegaan in het populisme maar ze geven wel toe: misschien hebben we niet goed geluisterd.
Ja, nu Trump gekozen is tot president. Een beetje laat, hè? Ik vind het ook een heel vrijblijvende uitspraak. We moeten beter luisteren. Dat klinkt heel erg psychotherapeutisch. De therapeut luistert naar de patiënt en geeft vervolgens advies hoe de patiënt zijn leven moet veranderen. Maar politiek is geen psychotherapie. Deze mensen hebben stemrecht en zijn met velen. Steeds vaker zijn ze in de meerderheid. Wellicht is een deel van hun klachten reëel?

Wat moet er dan zoal besproken worden?
Wilders stelt een aantal vragen die besproken moeten worden, maar dat gebeurt niet omdat hij ze stelt. Zijn antwoorden zijn mijns inziens niet goed, maar de vragen zijn het wel. Een islamdebat en een debat over Europa moeten gevoerd worden. Dat doen we niet omdat Wilders dat debat gemonopoliseerd heeft. En dan kruipt de rest in zijn schulp. Ik ben zelf helemaal niet zo anti-islam, in tegendeel. Mijns inziens zijn er wezenlijke overeenkomsten tussen islam en christendom. Beiden delen belangrijke inzichten en waarden die nu in het Westen zo goed als vergeten zijn. Bijvoorbeeld de waarden van gemeenschap en hiërarchie. En het inzicht dat de mens een zondig wezen is, dat een innerlijke ommekeer nodig heeft om het goed te doen en gelukkig te worden. Zo gezien zijn wij zelf onze grootste vijand.

Hoe bedoelt u dat precies?
Het hedendaagse Westen is liberaal. Liberalen zijn erg overtuigd van hun eigen gelijk. De hoogste waarden zijn de vrijheid van het individu om zoveel mogelijk te kunnen doen waar hij zin in heeft en de gelijkheid. Maar is dat wel zo? Missen we niet iets? Zijn er nog meer waarden dan vrijheid en gelijkheid? Hogere waarden wellicht? De taal van het christendom en de Klassiek Oudheid is weg. Daarvoor in de plaats hebben we de taal van de liberale Verlichting gesteld: vrijheid en gelijkheid. Die taal volstaat niet, die geeft onvoldoende sturing. De waarden van vrijheid en gelijkheid zijn in onze samenleving zo dominant, dat alle andere waarden onder druk staan. We zijn vrijheids- en vooral gelijkheidsfundamentalisten geworden.

Wat staat er onder druk doordat vrijheid en gelijkheid bovenaan staan?
Kinderen bijvoorbeeld. Wat is nou de belangrijkste taak van iedere generatie? De volgende generatie vormen, die het stokje over moet nemen. Dat betekent dat de zorg voor de kinderen eigenlijk altijd moet prevaleren. Gebeurt dat? Eigenlijk niet. Wij stoppen kinderen van jonger dan tien weken in de crèche. Is het een goed idee om kinderen van die leeftijd, die nog niet eens goed uit hun ogen kunnen kijken en op de reuk afgaan, in de crèche te stoppen? Het is eigenlijk een misdaad. In Scandinavische landen, Engeland en Duitsland hebben ouders, of alleen de moeder, een jaar vrij. Ik vind het onbegrijpelijk dat christelijke partijen in Nederland dat niet veel harder van de daken roepen. Een moeder moet minstens een jaar lang thuis zijn met haar kind. Dat is toch volstrekt evident?

Waar is het volgens u mis gegaan?
Eind jaren zestig. De boodschap van de Verlichting, die gericht is tegen de klassiek Oudheid en het christendom bereikt dan de massa’s. De boodschap uit de Oudheid luidt: “Voor de deugd hebben de Goden het zweet geplaatst.” Met andere woorden: je moet enorm je best doen. Hard werken, discipline, doorzetten, incasseren. No pain, no gain. De centrale gedachte uit het christendom dat de mens zondig is en een innerlijke ommekeer noodzakelijk is, elke dag maar weer. Het feit dat je ’ergens zin in hebt’ is zo gezien nog lang geen rechtvaardiging om het ook te doen. Veeleer een reden voor wantrouwen en innerlijk onderzoek. Vaak moet je dingen doen waar je geen zin in hebt, want die zijn goed. Al deze inzichten zijn eind jaren zestig bij het vuil gezet. Toen ontstond het idee van ‘ik ben oké jij bent oké’: de titel van een boekje uit die tijd. Dat heeft het hele onderwijs op zijn kop gezet. Discipline en stampen gingen eruit. School moest vooral leuk zijn. Maar iets leren, een taal bijvoorbeeld, is niet leuk. Dus als het leuk moet zijn, leren ze niets meer. En dat is precies wat er gebeurd is. Van basisonderwijs tot universiteit. De boodschap van de Verlichting is: doe waar je zin in hebt. Het gaat in het leven om de bevrediging van zo veel mogelijk begeertes. Dat is ook de grondslag van de economische wetenschap, een denkwijze die onze politiek in grote mate bepaalt. Waarom mondialisering? Dan kunnen we nog meer consumeren, lees: onze begeertes bevredigen. Wat zie je dan gebeuren? Mensen ontwikkelen een economisch wereldbeeld. De mens wordt homo economicus. “Greed is good”. Vervolgens krijg je een hausse aan oplichterij en een grote economische crisis. Het is allemaal treurig voorspelbaar.

Breed in Nederland leeft in Nederland onbehagen over onfatsoen. Dan moet het toch niet heel moeilijk zijn om wegen te vinden om daar eens wat aan te doen?
Dat is heel moeilijk hoor, want vrijheid en gelijkheid zijn onze goden, onze idolen. En fatsoen, dat verhoudt zich daar niet toe: ik ben toch vrij? En: wie ben jij om mij voor te schrijven wat fatsoen is?


Prof. dr. Andreas Kinneging is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Leiden Universiteit. Hij publiceerde in 2005 Geografie van goed en kwaad, waarvan in 2017 een tiende druk verschijnt.