TTIP: Groei boven welzijn?

TTIP: Groei boven welzijn?

Door Christiaan Meinen

Discussies over Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) worden vaak gedetailleerd gevoerd. Toch is het goed om een stap terug te doen. TTIP moet niet enkel benaderd worden op het niveau van cijfers, groeipercentages, de chloorkip en het omstreden arbitragehof. Wat is het doel van TTIP? En deugt dat doel?

“We pray that peoples of all faiths, all races, all nations, may have their great human needs satisfied; that those now denied opportunity shall come to enjoy it to the full; that all who yearn for freedom may experience its spiritual blessings; that those who have freedom will understand, also, its heavy responsibilities; that all who are insensitive to the needs of others will learn charity; that the scourges of poverty, disease and ignorance will be made to disappear from the earth, and that, in the goodness of time, all peoples will come to live together in a peace guaranteed by the binding force of mutual respect and love.”1

Deze prachtige woorden sprak president Eisenhower in zijn afscheidsrede. In diezelfde rede sprak hij zijn zorgen uit over de groeiende invloed van grote internationals en met name het Militair Industrieel Complex (MIC) in de Verenigde Staten (VS). De woorden van Eisenhower zijn opnieuw relevant in het licht van het vrijhandelsverdrag waarover onderhandeld wordt tussen de Europese Unie (EU) en de VS.

De grenzen van groei
Wat zijn de risico’s van een verdrag waarvan met grote letters ‘groei’ boven staat? Economische groei, of die nu door TTIP komt of niet, heeft nadelige kanten. Zoals de bankensector keer op keer aantoont: ‘ongelimiteerde, eeuwigdurende groei’ is onmogelijk. Dit is een natuurlijk principe dat zichtbaar is in de natuur, het leven van mensen en de economie. Groei kost energie. Streven naar economische groei betekent dat grondstoffen en energie in grotere hoeveelheden nodig zijn. Onze economieën en onze energievoorziening zijn nog niet duurzaam. In plaats van te streven naar meer groei, moeten we onszelf wellicht leren beperken.

Moeten we gezien de dreigende tekorten aan grondstoffen, klimaatverandering, terrorisme, hongersnoden, vluchtelingenstromen geen andere prioriteiten moeten stellen dan economische groei? De VS en EU zouden onder deze omstandigheden juist de samenwerking moeten zoeken in een transitie naar een duurzame economie. Ze kunnen vooroplopen in deze transitie en op die manier wereldwijde standaarden neerzetten. Zo’n TTIP zou passen in een economie die zich baseert op welzijn en leven, zoals de European Christian Political Movement (ECPM) in haar werkprogramma heeft opgenomen:

“Economy is in essence about life. The purpose of all economic activity is to support life and advance wellbeing for all. Economy is meant to provide sufficient means for all people in order to support family life, to let people flourish with their creative talents and to find solutions for the problems they face.”2


De prijs van goedkoop
De Europese Commissie (EC) en de Nederlandse overheid houden het publiek voor dat TTIP leidt tot meer keus voor consumenten, tegen een lagere prijs: “op Amerikaanse schoenen zit nu een importtarief van 8%. Wordt dit tarief afgeschaft, dan gaat de prijs van Amerikaanse schoenen in Nederland omlaag.”3 Heeft de consument dan gebrek aan keuze, zijn schoenen onredelijk duur? Ewald Engelen vat die beperkende blik op de burger samen als: “Consumenten zijn welkom, burgers zijn lastig.”4

De lagere prijzen ontstaan in eerste instantie door lagere importtarieven. De verwachting is echter dat het daarbij niet blijft. Extra concurrentie op prijs kan leiden tot de gevreesde race to the bottom. Daarin gaat ‘goedkoper’ ten koste van leveranciers van grondstoffen, werknemers, dierenwelzijn en milieu. Ik geef een voorbeeld van de risico’s voor de duurzame agrarische sector.

In de Verenigde Staten worden eindproducten beoordeeld op kwaliteit en veiligheid terwijl in Europa meer aandacht is voor de hele productieketen, dus van begin tot eind. De inzet is dat met TTIP erkend wordt, dat de Europese en Amerikaanse standaarden “gelijkwaardig en veilig”zijn.4 Maar de veiligheid van het eindproduct is een te beperkte standaard; ook het proces doet ertoe. Europese productiestandaarden voor kippenvlees resulteren in duurdere kip dan de even veilige Amerikaanse kip. Extra concurrentie met even veilige, maar minder duurzame kip, is geen stimulans voor de sector. Verduurzaming komt niet spontaan tot stand in een vrije markt. Duurzaamheid heeft protectie nodig.

Garanties
Zit dat dan niet in de opzet van TTIP? De EC spreekt toch over mensenrechten, oog voor het milieu, dierenwelzijn en eerlijke handel? De positie van de Europese onderhandelaars is duidelijk, ze vinden eerlijke handel en duurzaamheid belangrijke voorwaarden. Tegelijk lijkt de drang naar groei tegen lagere kosten en met meer keus, oftewel ‘consumeren’, hier haaks op te staan.

Zo stelt de EC bijvoorbeeld: “EU climate legislation is not part of the TTIP negotiations. On the contrary, TTIP will support our climate targets, for example by promoting trade and investment in green goods and services.”5 De vraag is echter hoe dat in de praktijk uitwerkt. Dat voorbehoud wordt ook gemaakt in het adviesrapport over TTIP van de Sociaal Economische Raad (SER): “Bilaterale akkoorden bieden een kans om duurzaamheid (…) op de agenda te plaatsen. Wel moet daarbij wel sprake zijn van meer dan mooie woorden.”6 De onderhandelingen zijn niet zo transparant dat de Amerikaanse inzet duidelijk is. Omdat het onderhandelingen zijn, is het de vraag of harde garanties gegeven kunnen worden. En verschil is er, ook op kwetsbare thema’s. In de woorden van Tweede Kamerlid Eppo Bruins: “in de paragrafen waar EU en VS het nog over oneens zijn, zie je de teksten botsen zoals die door EU en VS worden voorgesteld. Daar zie je de akelige en keiharde werkelijkheid: de VS wil perse niet dit, of wil meer van dat. Met name op het gebied van landbouw en voeding zie je dat er grote verschillen te overbruggen zijn tussen EU en VS. Dat was te verwachten, want juist in die sectoren zijn de ethische verschillen en de visies op de toekomst enorm groot.”7 Je hoeft niet in complottheorieën te geloven om je zorgen te maken over de uitkomst van onderhandelingen die primair in het teken van economische groei staan.


Informatie
Er is veel kritiek geweest op de geheimzinnige en ondemocratische procedure. De EC heeft daar goed naar geluisterd: sinds het begin van de veertiende TTIP onderhandelingsronde zijn veel van de Europese tekstvoorstellen publiek gemaakt. Toch blijft de informatievoorziening een lastig punt in de discussie.

Deze wordt bemoeilijkt doordat de EC eenzijdig positieve informatie levert. Daarnaast zorgt de complexiteit van het thema ervoor dat de risico’s vooraf moeilijk in te schatten zijn.

In de discussie tussen voor en tegenstanders van TTIP presenteren beide partijen rapporten waarin men elkaar met berekeningen om de oren slaat. Omdat er geen consensus is over de verwachte impact van TTIP, is er weinig houvast in de discussie. Telt het aantal rapporten? Of is dat ene negatieve rapport van Jeronim Capaldo, waarin de economische groei door TTIP wordt betwijfeld, het meest realistisch? Het antwoord van minister Ploumen op Kamervragen over de betekenis van dit kritische rapport, toont de worsteling met informatie:

“De kritiek van Capaldo over aannames in bestaande analyses is niet onverwacht: immers, elke studie moet, om de werkelijkheid te kunnen modelleren, aannames maken die in de realiteit complexer liggen. Dit geldt ook voor de studie van Capaldo: ook de aannames die Capaldo doet, zijn voor discussie vatbaar.”8

Die feiten zijn, zoals minister Ploumen terecht stelt, modellen van een complexere werkelijkheid. Dat geldt van zowel positieve als negatieve studies naar de verwachte gevolgen van TTIP. De EC en de Nederlandse overheid willen door met TTIP. Dat is terug te zien in de informatie die gedeeld wordt. Die is niet zozeer ‘fout’ als wel eenzijdig. Kritiek wordt weliswaar benoemd, maar vervolgens te gemakkelijk weggeschoven met ‘geen sprake van’ – maar dat weten we pas na de onderhandelingen – en: ‘dit zijn de feiten’.9 Maar bij de feiten zijn we nog lang niet. Bij een zo groot verdrag als TTIP is het uiteindelijke effect moeilijk te voorzien. Daarvan zijn voorbeelden uit het verleden. De handelsovereenkomst NAFTA tussen Mexico, de Verenigde Staten en Canada pakte veel minder gunstig uit dan gedacht en kende ook onverwachte verliezers. De SER waarschuwt in haar rapport dan ook tegen te hoge verwachtingen: “De meest gezaghebbende studies wijzen uit dat TTIP Europa en Nederland extra economische groei kan opleveren, in de orde van grootte van 0,5 procent tot 2 procent, uitgesmeerd over tien jaar. (…) Het is daarom – en met de lessen van NAFTA in het achterhoofd – verstandig om de groei-effecten behoedzaam te ramen.”10 Het is de vraag of de oplossing ligt in een extra onderzoeksrapport. Een soort financiële bijsluiter over de onzekerheid en de risico’s is in de communicatie over de verwachtingen van TTIP op zijn plaats.


Nut, noodzaak en het alternatief
Deze discussie op basis van cijfers vertroebelt echter de discussie over het nut en noodzaak van TTIP. We zijn nog niet gebonden aan TTIP en er zijn alternatieven. In alle ophef rondom TTIP moeten we oog blijven houden voor die alternatieven. Een wil ik hier graag benoemen. Wie het rapport: “Trade, time for a new vision”leest, vindt daarin uitgangspunten waarin de ChristenUnie en de ECPM zich zullen herkennen.11 Het rapport geeft enkele principes waaraan een rechtvaardig handelsakkoord zou moeten voldoen, waaronder:

-        Mensenrechten en de bescherming van het milieu boven zakelijke en persoonlijke belangen;

-        democratische en transparante totstandkoming;

-        ruimte voor nationale overheden om te reguleren om duurzaamheid te bevorderen.

Daarnaast heeft de SER heeft een rapport uitgebracht met uitgangspunten waaraan TTIP en andere (toekomstige) handelsovereenkomsten zouden moeten voldoen. Die gouden standaard bestaat uit:

-        Duurzaam vergroten van de maatschappelijke welvaart, inclusieve opzet naar opkomende economieën;

-        bevorderen van Europese waarden, de bescherming van mensen- en werknemersrechten, milieu, de democratie en de rechtsstaat;

-        hoog beschermingsniveau kunnen handhaven en verhogen;

-        beleidsruimte om de beschermingsniveaus voor mens en milieu op een adequate wijze te kunnen borgen en verbeteren;

-        vrijheid diensten in publiek belang uit te zonderen van verdrag;

-        beleid om negatieve effecten te repareren;

-        maatschappelijk draagvlak en transparantie borgen. Effecten op duurzaamheid tijdig communiceren.12


Welzijn
Helaas zien we dat wat president Eisenhower hoopte en bad, niet de realiteit van vandaag is. We zien nog steeds mensen wiens kansen in de wereld en de maatschappij ontkend worden. Velen in deze wereld verlangen naar vrijheid. Wijzelf hebben vrijheid, maar begrijpen we werkelijk dat we daarmee ook verantwoordelijk zijn voor de vrijheid van anderen? Wij van de ChristenUnie zijn voor ontwikkelingshulp, de inzet van de krijgsmacht voor vredesmissies en eerlijke handel. Maar beseffen we werkelijk dat alles wat wij in onze Westerse samenleving kopen, consumeren en weggooien, gevolgen heeft voor die ander? We zien dat de VS en de EU ten opzichte van de geciteerde uitgangspunten van president Eisenhower een ander pad heeft verkozen: het pad van het neoliberalisme en ‘consumeerderen’. Ja, zowel door Europa als de VS is er veel goeds aan de wereld gegeven, maar ook veel schade en onheil.

In deze tijden van verhoogde dreiging, een wereld in rep en roer, schaarste aan (fossiele) energie en andere hulpbronnen, besluiten de Amerikaanse regering en de Europese Commissie om te streven naar groei, meer keus voor de consument en lagere prijzen.

Niet economische groei maar het welzijn van mensen en de wereld waarin we leven moeten het uitgangspunt zijn in toekomstig beleid en dus ook bij handelsovereenkomsten zoals TTIP.


Christiaan Meinen werkt bij de Christian Political Foundation for Europe (CPFE), de denktank van de European Christian Political Movement (ECPM) waar de Eurofractie van de ChristenUnie deel van uitmaakt. Daarnaast is hij secretaris van de Thematische Partij Commissie Defensie van de ChristenUnie.

 
Noten
1 D. Eisenhower. (1961). Military-Industrial Complex Speech.

2 ECPM. (2016). What do we stand for? Zie: http://ecpm.info/about-ECPM/what-do-we-stand#hd.

3 Ministerie van Buitenlandse Zaken. (2015, december) Vragen en antwoorden over TTIP (Download), 1.

4 E. Engelen. (2014, 28 mei). Waarom het handelsverdrag met de VS met argwaan moet worden bekeken. De Correspondent.

5 European Commison. (2015). Factsheet on Trade and Sustainable Development (TSD) in TTIP (Download).

6 Sociaal Economische Raad. (2016). Advies TTIP: Transatlantic Trade Investment Partnership. Den Haag., 31.

7 E. Bruins. (2016, 25 februari). Mijn bezoek aan de TTIP-leeskamer. Blog.

8 E.M.J. Ploumen. (2015, 18 januari) Antwoord Kamervragen. 31985-24.

9 Zie bijvoorbeeld European Commission. (2015). The Top 10 Myths about TTIP. Seperating fact from fiction. Download

10 Sociaal Economische Raad. (2016). Advies TTIP: Transatlantic Trade Investment Partnership. Den Haag., 146, 165.

11 The Alternative Trade Mandate (2014). Trade, time for a new vision. Zie: www.alternativetrademandate.org.

12 SER (2016)., 32-33.