‘Onze opdracht is mensen helpen om het lijden tot draagbare proporties terug te brengen’

'Onze opdracht is mensen helpen om het lijden tot draagbare proporties terug te brengen'

Door Mirjam Kosten en Geert Jan Spijker

Kardinaal Eijk promoveerde in de jaren tachtig op het onderwerp euthanasie. De publieke en politieke discussie over het onderwerp is niet meer dezelfde. We spreken hem in het bisschoppelijk paleis in Utrecht over euthanasie, christelijke hoop en het gebruik van christelijke argumenten in het politieke debat over euthanasie. Wat betekent barmhartigheid in dit debat?

U promoveerde bijna dertig jaar geleden op euthanasie. Is het publieke debat over euthanasie veranderd?
Absoluut. In de jaren tachtig ging de discussie over de vraag of euthanasie in het terminale stadium van een somatische ziekte moest worden toegelaten. Op dit moment acht men euthanasie ook toelaatbaar bij niet-terminaal zieken en op grond van psychiatrische aandoeningen. Tevens is als gevolg van de doorgeschoten individualisering het accent steeds sterker op de autonomie van het individu komen te leggen.  Nu zijn mensen vaak kritisch over de euthanasiewet van 2002 omdat je om het leven te (laten) beëindigen binnen het kader van deze wet nog altijd de medewerking van een arts nodig hebt. Dat zien veel mensen als een beperking van hun autonomie. Vandaar ook het initiatief Voltooid Leven waarmee initiatiefgroep Uit Vrije Wil in 2010 betoogde dat mensen vanaf hun zeventigste de gelegenheid moeten krijgen om te vragen om middelen waarmee zij op elk desgewenst moment aan hun leven een einde kunnen maken wanneer zij dat voltooid achten. Dat betekent dat het besluit om uit het leven te stappen zoveel mogelijk bij het individu wordt gelegd. Die grotere nadruk op autonomie is een opvallend verschil met de jaren tachtig.    

Prof. dr. Theo Boer zegt in de Groenlezing dat mensen, als ze echt autonomie ervaren en zelf dat drankje moeten nemen of die pil moeten slikken, een drempel zullen ervaren. Hoe ziet u dat?
Uiteindelijk neemt degene die om euthanasie of hulp bij suïcide vraagt het initiatief tot de beëindiging van het leven. Dat kan doordat de arts het dodelijke middel toedient, zoals bij euthanasie gebeurt, of doordat de arts middelen ter beschikking stelt die betrokkene dan zelf inneemt om het leven te beëindigen. In het eerste geval verricht de arts de levensbeëindigende handeling, in het tweede geval verleent hij daar medewerking aan. Qua morele beoordeling is het verschil tussen beide niet groot. Of het dan misschien toch nog een hele stap voor mensen is om zichzelf dat middel toe te dienen? Het kan zijn, maar dat is niet onderzocht voor zover ik weet. Misschien dat er ook een aantal mensen is dat daar helemaal niet zo’n probleem mee heeft. Het innemen van een dodelijk hoeveelheid medicamenten is immers tot op zekere hoogte – fysiek gezien – hetzelfde als het innemen van andere medicamenten. Ik weet niet of dat voor veel mensen psychologisch zo’n hoge drempel is.

Euthanasie is steeds vaker een optie. Kunnen we dat tij keren?
Een cultuur veranderen is heel moeilijk. Wat wij moeten doen is getuigen als christenen. Dat doen we niet alleen door de norm te stellen en te zeggen “euthanasie en suïcide zijn moreel ongeoorloofde handelingen”. Je moet natuurlijk ook positief iets doen en proberen om mensen die onder lijden gebukt gaan, de helpende hand toe te steken, hen in hun lijden bij te staan en zo voorkomen dat ze in een situatie terecht komen waarin ze om euthanasie of hulp bij suïcide zouden kunnen vragen.

Wat kun je aan de situatie veranderen?
Onze opdracht is mensen helpen om het lijden tot draagbare proporties terug te brengen. Niet om het weg te nemen, dat kunnen we in veel gevallen gewoon niet, dat is een illusie.

U heeft eens gezegd dat christelijke hoop het houvast in lijden is. Vindt u het voorstelbaar dat iemand die lijdt, zonder die christelijke hoop, niet verder wil leven?
Je kunt je voorstellen dat iemand die ondraaglijk lijdt, niet gelooft in God en in een leven na de dood, op een gegeven moment tot de conclusie komt: “Het is genoeg geweest, ik zie geen reden om het leven voort te zetten”. Vanuit dat perspectief is het wellicht voorstelbaar dat iemand wil sterven en daadwerkelijk zoekt naar wegen om het leven te beëindigen. Je kunt je ook voorstellen dat iemand verlangt naar de dood en dat is niet illegitiem. Het verlangen om te sterven komt ook bij christenen voor. Je mag in sommige omstandigheden ook aan God vragen of Hij je laat sterven. Maar dan leg je jouw lot in Zijn handen en vertrouw je je toe aan Zijn liefdevolle ontferming. Je mag vragen om verkorting van het leven, alleen je hebt niet het recht om het zelf te beëindigen.

Is door technologische ontwikkelingen het verschil tussen een natuurlijke dood en actieve levensbeëindiging nog wel duidelijk?
Ik denk dat je daar duidelijkheid over kunt verschaffen. Bij zorgvuldig omgaan met de middelen die ons ter beschikking staan om pijn te verlichten, met name bij palliatieve sedatie, blijft het onderscheid tussen beide helder. Door zware pijnstillende middelen toe te dienen kan het gebeuren dat het ademcentrum onderdrukt wordt en dat iemand daardoor sterft. Maar als de arts de dosis afstemt op wat nodig is voor de pijnbestrijding, en daar niet overheen gaat, dan is de intentie niet het beëindigen van het leven, maar dan accepteert hij de mogelijkheid dat het leven wordt verkort als een bijwerking. Bijwerkingen accepteren we in de geneeskunde.

Hoe ziet u dan palliatieve sedatie?
Soms kun je pijn alleen maar tot dragelijke proporties terugbrengen door het bewustzijn af en toe of continu te onderdrukken. Het Koninklijk Nederlands Medisch Genootschap heeft duidelijke richtlijnen geformuleerd voor het toepassen van palliatieve sedatie in de praktijk, mede om te voorkomen dat palliatieve sedatie en euthanasie door elkaar gaan lopen. De verleiding kan er zijn om toch een hogere dosis te geven dan nodig is voor de pijnbestrijding. Dan verschuift de intentie. Dan zou palliatieve sedatie veranderen in actieve levensbeëindiging, of levensbeëindiging zonder verzoek van de patiënt, als daar geen overleg over geweest is. Daar kan er een mistig gebied ontstaan. Maar als je genoemde richtlijnen zorgvuldig toepast, is er een duidelijk onderscheid tussen actieve levensbeëindiging en palliatieve sedatie.

Hoe kijkt u naar het gebruik van religieuze argumenten in het politieke debat over euthanasie?
Die argumenten zijn geldig, maar ze stuiten op onbegrip. Als een lid van de Tweede Kamer tijdens een Kamerdebat citeert uit de Heilige Schrift, dan is de reactie van een aantal Kamerleden: “De argumenten die u uit de Bijbel haalt, gelden voor u, maar wij geloven niet in de Heilige Schrift of we lezen die anders dan u.” En dan is de discussie over. Ik vind wel dat we moeten getuigen, ook in de Kamer. Dat is niet altijd zo makkelijk, maar als wij het niet doen, wie doet het dan? Je moet je echter realiseren dat het goed is om ook andere, niet-religieuze argumenten te hanteren. Omdat je daardoor in discussie blijft met andersdenkenden. We moet proberen ook argumenten aan te dragen waarvan we mogen verwachten dat die door anderen ook begrepen worden.

Een zinvolle politieke discussie is dus mogelijk?
Wij katholieken geloven dat God bij de schepping in het hart van de mens de principes heeft gegeven voor moreel handelen. Bovendien kan de mens nadenken over zijn eigen wezen, over de wereld en over zijn verhouding met God. Op basis daarvan kan hij normen ontdekken voor zijn handelen. Zo kan de mens weten wat moreel goed handelen is, buiten de Openbaring om. Ook mensen die geen christen zijn, delen een groot aantal morele uitgangspunten met ons. In diverse ethische stromingen en in praktisch alle culturen treffen we dezelfde morele basisprincipes aan. Dus buiten de openbaring om is het mogelijk om op basis van een filosofische mensvisie te beargumenteren waarom levensbeëindigend handelen in de vorm van euthanasie en suïcide ongeoorloofd is.

Kunt u een voorbeeld geven van hoe zo’n niet-religieuze argumentatie eruit ziet?
Praktisch elke ethische stroming neemt aan dat de menselijke persoon een ‘essentieel goed’ is en men hem daarom niet mag gebruiken als puur middel tot een doel. Menselijke personen moeten altijd worden bejegend als een doel in zich. De klassieke christelijke mensvisie houdt in dat het lichaam een ‘essentiële dimensie’ is van een menselijk persoon. Dat wil zeggen dat het lichaam hoort bij een menselijk persoon. Daaruit volgt dat als je het lichaam van de mens reduceert of degradeert tot een middel, dan degradeer je ook de menselijke persoon tot een middel. Bij actief levensbeëindigend behandelen, offer je het lichaam op, gebruik je het als middel om aan het lijden een eind te maken. In onze huidige cultuur zijn veel mensen dat niet met ons eens. Men ziet het lichaam als een object, als iets dat tegenover de mens staat. De eigenlijke menselijke persoon zijn in die visie de hogere hersenfuncties die het rationele bewustzijn en het autonome willen mogelijk maken. In deze mensvisie wordt het lichaam gezien als een object, een middel waarvan hij, bijvoorbeeld als het lichaam door een ernstige ziekte is ontluisterd, kan besluiten dat het zijn waarde heeft verloren en hij er door actieve levensbeëindiging afstand van kan doen. Over een filosofische mensvisie valt te discussiëren. Er zijn ook niet-christenen die het lichaam zien als een essentiële dimensie van de menselijke persoon.

Wat is de taak van de christelijke politiek volgens u in het politieke debat over euthanasie?
Ik denk op de eerste plaats getuigen. Of anderen ervan gediend zijn of niet, die moed moeten we gewoon hebben. Als christenen gaan we er vanuit dat er een universele waardigheid is van het menselijk leven. Dus hoe ontluisterd het leven ook is, door een ziekte of door een psychiatrische aandoening, men blijft een menselijke persoon en het leven blijft menselijk leven met een essentiële waarde. Deze universele waardigheid van het menselijk leven blijft altijd. Daarnaast moeten we ook kijken of we via de politiek toch mogelijkheden kunnen scheppen om het lijden tot draagbare proporties terug te brengen. Thomas van Aquino zegt: als iemand onder zeer kommervolle omstandigheden leeft, bijvoorbeeld zeer arm is en van alles te kort heeft, dan is het voor hem heel moeilijk om moreel verantwoordelijk te leven. Je zou mensen in staat moeten stellen om te leven volgens morele normen. Daar zijn een aantal mogelijkheden voor. Bijvoorbeeld het stimuleren van palliatieve zorg. Hierdoor worden mensen met ongeneeslijke aandoeningen in staat gesteld om hun leven voort te zetten en niet te vragen om de beëindiging van het leven.

Zetten we ons met dat christelijk getuigen niet buiten de politieke discussie, omdat anderen die gedachtegang niet kunnen volgen?
Het is een kwestie van prudentie, van praktische wijsheid. Het gaat ook om de manier waarop je dingen formuleert. Ik denk dat het voor een politicus geen kwaad kan om in een debat duidelijk aan te geven waar hij persoonlijk staat. Hij kan onomwonden zeggen: “Ik heb een christelijke levensovertuiging en op basis van mijn geloof in God ga ik ervan uit dat levensbeëindiging in de vorm van euthanasie of hulp bij suïcide ongeoorloofd is. Maar ik heb ook een aantal andere argumenten die ik graag aan u voorleg en met u wil delen.” Ik denk dat mensen het ook wel op prijs stellen als je duidelijk aangeeft waar je staat. Want als je aankomt met niet-religieuze argumenten terwijl je eigenlijk een religieus standpunt hebt, dan riskeer je dat mensen die dat weten, zeggen: ”Ja u brengt nu wel deze argumenten naar voren, maar dat is eigenlijk verhullend want u bent christen.”

De Paus heeft het jaar van de barmhartigheid uitgeroepen. Zou het niet van barmhartigheid getuigen als de kerk het toelaat als mensen door euthanasie willen sterven?
Barmhartigheid in de zin van vergevingsgezindheid betekent, vergeving van iets dat verkeerd is, een zonde. Als God een mens een handeling vergeeft, dan is die handeling een zonde. Laat dat voorop staan. Wij kunnen over euthanasie en hulp bij suïcide als handeling in alle objectiviteit vanuit de leer van de Katholieke Kerk zeggen dat ze moreel ongeoorloofde handelingen zijn en daar kunnen we ook argumenten voor aanvoeren. Maar je kunt je voorstellen dat iemand die in moeilijke omstandigheden verkeert en zich bedreigd voelt, geëmotioneerd raakt en angstig wordt. Dat maakt het voor mensen moeilijker om in vrijheid besluiten te nemen. Als de vrijheid is verminderd, is ook de persoonlijke schuld en de verantwoordelijkheid verminderd. Alleen God doorgrondt hart en nieren. Alleen Hij kan de persoonlijke schuld van mensen wegen. Hoe God kijkt naar de persoon, daar blijven wij volstrekt buiten. Als iemand euthanasie heeft gepleegd en vervolgens voor God komt te staan, dan weten we niet hoe God over hem oordeelt. We moeten twee dingen heel scherp uit elkaar houden. We kunnen wel in alle objectiviteit een oordeel hebben over de handeling, maar nooit over de persoon. Het oordeel over de persoon is alleen aan God.


Dr. Wim Eijk is kardinaal en aartsbisschop van Utrecht. Hij studeerde geneeskunde en promoveerde in 1987 met een proefschrift over euthanasie. Tevens promoveerde hij in de filosofie in Rome op een proefschrift over de ethische aspecten van genmodificatie bij mensen. Daarnaast schreef hij mee aan het Handboek Katholieke Medische Ethiek (2010).