A law that is no law

Door Dico Baars & Ruben van de Belt

Halbe Zijlstra (VVD) en Sybrand Van Haersma Buma (CDA) stelden voor om in de strijd tegen terrorisme teruggekeerde Syriëgangers preventief vast te zetten. PerspectieF betoogde in Trouw1 dat die maatregel mensenrechten, zoals vastgelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM), schendt. Met het afwijzen van het plan is de roep om een ‘creatieve’ omgang met wetgeving niet verstomd. Daarom plaatsen wij enkele rechtsfilosofische kanttekeningen bij de creatieve omgang met wetgeving.

Wet gereduceerd tot tactiek
Michel Foucault introduceert het begrip ‘governmentality’. Hij omschrijft dit als de neiging van (politiek) leiders om regulering van het maatschappelijk leven op dusdanige wijze in te zetten met het primaire doel de eigen positie van de leider te behouden dan wel te versterken.2 Judith Butler past het begrip governmentality toe op het preventief opsluiten van mogelijke terroristen zonder bewijslast aan de kant van de aanklager. In een discours waarin ‘veiligheid’ het kernwoord is, wordt al het andere ondergeschikt gemaakt. Butler schetst een situatie waarin wetgeving slechts functioneert als tactiek om tot politiek gewin te komen, namelijk door juridische middelen zo in te zetten dat de leider een begrip als ‘veiligheid’ volledig naar zich toe trekt: ‘in name of a security alert and national emergency, the law is effectively suspended in both its national and international forms.’3
Een belangrijk element hiervan is dat rechterlijke toetsing van bewijslast niet nodig is. Het buiten werking stellen van wetgeving of de creatieve interpretatie daarvan, geven meer bevoegdheden aan een overheid; bevoegdheden die oorspronkelijk bij de rechtelijke macht liggen. Hierin ligt een belangrijk gevaar: wetgeving is niet enkel bedoeld om burgers te beschermen tegen mogelijk gevaren van buitenaf, maar ook tegen de macht van een overheid.

Bescherming tegen de overheid
Iedere stap in deze richting verandert de Nederlandse rechtstaat iets meer in een machtstaat, waarin de politiek de mogelijkheid heeft om de rechterlijke macht te ontwijken. Of met de woorden van Butler: ‘The state produces … a law that is no law, a court that is no court, a process that is no process.’4 Een vorm van preventief opsluiten waarbij de richtlijnen zoals vastgelegd in het EVRM en het Nederlandse Wetboek Strafvordering worden genegeerd of omzeild, reduceert diezelfde wetgeving tot een tactiek om een begrip toe te eigenen voor politiek gewin. Onze huidige wetgeving geeft voldoende mogelijkheden om terrorismeverdachten vast te zetten, nadrukkelijk binnen duidelijke juridische kaders.


Auteurs
Dico Baars is raadslid voor de ChristenUnie in Zederik en studeert Religie en Recht aan de Vrije Universiteit.
Ruben van de Belt is voorzitter van PerspectieF Zwolle, bestuurslid van ChristenUnie Overijssel en doet zowel een Master Theologie als een Master Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit

Noten:
1 ‘Sluit Syriëgangers niet zomaar op’, Trouw 29 april 2016
2 Michel Foucault, ‘Governmentality’ in Graham Burchell, Colin Gordon en Peter Miller (red.), The Foucault Effect: Studies in Governmentality (Chicago: University of Chicago Press, 1991): 87-104.
3Judith Butler, Precarious Life: The Powers of Mourning and Violence (London, New York: Verso, 2006), 51
4 Ibid. 62