Persoonlijke caritas is geen vrijbrief voor asielactivisme

Door Bas van Bommel

Is christelijke naastenliefde bruikbaar als politiek beginsel? Het verschil tussen persoonlijke caritas en politiek asielactivisme wordt te weinig gemaakt. Als politiek dogma kan de naastenliefde resulteren in een onverantwoordelijke politiek.

Veel christelijke politici pleiten voor een ruim toelatingsbeleid van asielzoekers en verzetten zich verontwaardigd tegen maatregelen die de instroom beperken. Sommigen lijken in Bijbelse waarden zelfs een rechtvaardiging te zien voor het negeren of overtreden van wetten en regels. Toen Angela Merkel honderdduizenden migranten die vanuit Griekenland of Italië aankwamen in Duitsland welkom heette, schond ze bijvoorbeeld – zonder overleg met haar Europese partners – het verdrag van Dublin (2003), dat stelt dat asielaanvragen alleen zijn toegestaan in de EU-lidstaat van aankomst. Wie pleit voor maatregelen tegen illegale immigratie geeft volgens paus Franciscus zelfs blijk van een ‘onchristelijk’ karakter. In eigen land hekelden RK bisschop Gerard de Korte en PKN-scriba Arjan Plaisier onlangs het strikte asielbeleid van het CDA. In het migrantendebat, zo stelden zij, moet het niet gaan om grenzen en aantallen, maar om compassie en barmhartigheid.

Dit is echter een valse en riskante tegenstelling. Toegegeven: een bepaalde onverschilligheid ten aanzien van de gevestigde orde lijkt besloten te liggen in het christendom zelf. Vroeg Jezus zijn discipelen niet huis en haard te verlaten om zich geheel te wijden aan het koninkrijk van God? Getuigen ook wij dan niet bij uitstek van Christus’ liefde wanneer we in onze omgang met asielzoekers uit pure barmhartigheid handelen, zelfs, of juist tegen politieke risico’s in?

Zonder twijfel zijn we als christenen geroepen om naastenliefde te betonen, ook aan asielzoekers, illegaal of niet. En toch is er een belangrijk verschil tussen persoonlijke caritas en politiek asielactivisme. Anders dan de vroege christenen – die zich geheel van de politiek afzijdig hielden – zetten christelijke politici Bijbelse waarden immers om in politiek beleid. Dat is geen maatschappelijke onverschilligheid met het oog op Gods Koninkrijk, maar het concreet najagen van een politieke agenda. Dat kan, maar dan moet je ook eerlijk willen nadenken over de gevolgen van het beleid dat je voorstaat. En die kunnen ernstig zijn.

In slechts een jaar tijd zijn al meer dan een miljoen migranten als asielzoeker Europa binnengekomen, en de komende jaren zullen er naar verwachting nog miljoenen volgen. Heel begrijpelijk, want er zijn veel landen die worden geteisterd door armoede en geweld. En als je in Europa ook nog aanspraak kunt maken op sociale voorzieningen, gezondheidszorg en huisvesting, waarom zou je dan geen poging wagen?

Maar wat zullen hiervan de gevolgen zijn? Allereerst heeft rond de negentig procent van alle migranten nauwelijks een opleiding genoten, terwijl banen voor laagopgeleiden in Europa steeds schaarser worden. Zoals onlangs betoogd door de Tilburgse hoogleraar Harry Verbon, dreigt daardoor een nieuwe onderklasse te ontstaan, die lang afhankelijk blijft van uitkeringen. Bovendien lijkt de kans op integratie voor deze mensen gering. Waar individuen, na een vaak ingewikkeld en pijnlijk proces, kunnen integreren in een nieuwe samenleving, houden grote groepen meestal vast aan hun andere waarden en identiteit.

Gedeelde waarden
Liberalen kunnen zichzelf wijsmaken dat dit niet uitmaakt. Zij zien de samenleving immers als niet meer dan een verzameling individuen. Maar juist christenen zouden moeten begrijpen dat een gezonde gemeenschap berust op een bezielend verband van gedeelde waarden. En juist christenen zouden moeten inzien dat de waarden waar onze samenleving op is gebouwd, wortelen in het christendom. En dat er grote groepen mensen bestaan die deze waarden niet met ons delen.

Het feit dat de grote meerderheid van migranten moslim is, stelt ons wat dat betreft voor prangende vragen. De segregatie van islamitische gemeenschappen die we nu al zien, is niet alleen het gevolg van sociale of economische factoren, maar ook van een onder moslims wijd verbreide scepsis over de westerse liberale democratie. Vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid worden in de islam veelal niet als grondrechten erkend. Man en vrouw gelden als verre van gelijkwaardig. Ook antisemitisme en radicalisme zijn grote problemen, die door verdere toestroom van islamitische migranten zullen intensiveren.

Het is een slechte zaak dat politici en geestelijken in naam van de christelijke barmhartigheid oproepen om van deze ernstige problemen weg te kijken. Zij maken van de naastenliefde een vrijbrief om zich niet meer voor de gevolgen van grootschalige immigratie te hoeven interesseren. Terwijl die gevolgen wel worden gedragen door de hele gemeenschap en door de generaties die na ons komen. Wie uit christelijk idealisme de samenleving en het nageslacht aldus structureel dupeert, getuigt niet van naastenliefde, maar van een morele zelfgenoegzaamheid die eerder verwant is aan de hoofdzonde.

Drie stelregels voor een gezonde christelijke politiek:
Ten eerste: de barmhartigheid is in essentie een persoonlijke opdracht, geen beginsel van politiek beleid. In ons persoonlijk leven kunnen we geroepen zijn te handelen uit pure naastenliefde, los van elke politieke consideratie. Maar maken we de naastenliefde tot politiek dogma, dan verandert ze wezenlijk van karakter, en dreigt ze een recept te worden voor politieke onverschilligheid.

Ten tweede: christelijke politiek beoogt het welzijn van de hele gemeenschap, niet alleen dat van asielzoekers. Het is daarom bij uitstek christelijk om zich in alle ernst over de feiten te buigen. Serieus nadenken over aantallen, regels, wetgeving en grensbeleid is de enige manier om bij alle zorg voor migranten de zorg voor de eigen naasten niet te vergeten.

Ten derde: er is niets principieel onchristelijks aan streng beleid. Als het welzijn van onze samenleving door de migrantenstroom daadwerkelijk in gevaar komt, is daadkrachtig optreden zelfs een morele, en ook een christelijke plicht. Dan zijn we het aan onze naasten verschuldigd zicht te krijgen op elke migrant die binnenkomt, en bij toelating strikt te onderscheiden tussen vluchtelingen en arbeidsmigranten. Dan is het moreel onverantwoord hulp te bieden aan meer dan een kleine groep mensen, en om blijvend asiel te beloven, in plaats van tijdelijke opvang. En zo kunnen we het zelfs aan de samenleving verplicht zijn om de immigratie, althans tijdelijk, tot een minimum te beperken. Onredelijk of harteloos hoeft dat zeker niet te zijn.

Bovenal wordt het daarom tijd onze ogen te openen voor het mogelijk grootste probleem van onze generatie: haar grenzeloze naïveteit. Te veel mensen hebben een onverbeterlijk vertrouwen dat wereldproblemen als sneeuw voor de zon verdwijnen als je je maar laat leiden door een warm gevoel van medemenselijkheid. Het is navrant dat ook veel christenen vanuit hun geloof aan deze naïveteit voeding geven. Want juist wie de caritas centraal stelt zou moeten beseffen wat elke ouder of onderwijzer intuïtief begrijpt: dat ware liefde en strengheid samengaan, en zonder elkaar niet levensvatbaar zijn.

Auteur
Dr. Bas van Bommel is universitair docent literatuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht

Quote:
Te veel mensen hebben een onverbeterlijk vertrouwen dat wereldproblemen als sneeuw voor de zon verdwijnen als je je maar laat leiden door een warm gevoel van medeme