Niebuhriaanse overwegingen bij het vluchtelingenvraagstuk

Door Willem Boerma

Inzichten uit een andere context kunnen relevant zijn voor het actuele vluchtelingenvraagstuk. Reinhold Niebuhr dacht vanuit zijn tijd en plaats na over macht, moraal, idealisme en realisme. Wat kunnen we over deze thema’s van hem leren?

In dit artikel wil ik enkele kaders aanreiken uit het gedachtegoed van de Amerikaanse theoloog en politiek denker Reinhold Niebuhr (1892-1971). Ik wil nadrukkelijk niet meer doen dan dat: Niebuhr heeft immers nooit na hoeven denken over het huidige vluchtelingenvraagstuk. Hij was denker in zijn tijd en op zijn plaats; de Verenigde Staten tijdens de Eerste Wereldoorlog, het Interbellum, de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. Juist vanwege die gebeurtenissen heeft Niebuhr nadrukkelijk na moeten denken over de verhouding tussen macht en moraal, tussen idealisme en realisme en tussen nationale staat en internationale gemeenschap.

Christelijk realisme
Niebuhr staat bekend als de grondlegger van het Christelijk Realisme. Het belangrijkste kenmerk van deze stroming is de zoektocht naar de balans tussen macht en moraal. Vanuit een christelijke mensvisie wordt uitgegaan van enerzijds de zondige mens die zich sterk laat leiden door het verlangen naar macht (libido dominandi) en anderzijds de gedachte dat de zondige mens sporen van de oorspronkelijke goedheid in zich heeft die hem voortdurend doet zoeken naar iets dat boven hemzelf uitstijgt: ‘the twofold possibility of creativity and destruction in human freedom, accounts for the growth of both good and evil through the extension of human powers.’

De maatschappij als organisme en artefact
In het denken van Niebuhr speelt het onderscheid tussen organisme en artefact een belangrijke rol. ’Organisme’ heeft in dit verband betrekking op een samenhang van loyaliteit, cohesie en autoriteit; op sociale processen. ‘Artefact’ heeft betrekking op een doelbewuste constructie van maatschappelijke en statelijke structuren. Een maatschappij of staatsvorm ontstaat niet op de tekentafel als gevolg van puur rationele, juridische en bestuurskundige overwegingen ten aanzien van de, vanuit deze optiek, beste bestuursvorm. Een samenleving ontstaat op en wordt voornamelijk gedragen door niet-rationele overwegingen. Een stabiele samenleving heeft beide elementen nodig. En dat geldt dus ook voor beleidsmakers: beleid dat geen of onvoldoende appelleert aan de niet-rationele elementen in de samenleving komt te ver af te staan van die samenleving.
Dit is een cruciaal gegeven in het debat over het vluchtelingenvraagstuk. Los van individuele ethische normen van politici en burgers, is het voor het bewaren van de maatschappelijke orde belangrijk zich rekenschap te geven van de maatschappij als een organisme dat zich in de tijd ontwikkeld heeft en continu in ontwikkeling is. Niebuhr is realistisch op dit punt: de mens is zeker in staat de universaliteit en gemeenschappelijkheid van het mens-zijn te ontdekken maar heeft tegelijkertijd de neiging om deze gemeenschappelijkheid alleen te zien bij eigen groep; bijvoorbeeld op basis van religie, ras, etc.). Een van de problemen is dat de ontwikkeling van de Europese Unie als artefact fors uit de pas loopt met de ontwikkeling van de Unie als organisme, waardoor de solidariteit tussen staten onder druk staat. Juist bij een humanitair, ethisch, politiek en economisch complex thema als het vluchtelingenvraagstuk komt deze discrepantie scherp naar voren.

Politiek als verantwoordelijk handelen
Verantwoordelijk politiek handelen kan volgens Niebuhr niet alleen uitgaan van goede intenties of individuele ethische standaarden, maar moet rekening houden met de gevolgen van beslissingen. Morele verontwaardiging over vluchtelingen die in gammele bootjes Europa proberen te bereiken, mag nooit de enige motivatie tot handelen zijn van regeringen. Tegelijk wijst Niebuhr op het belang van die morele verontwaardiging als een intrinsiek humanitair argument. De mens is immers geschapen in relatie tot iets dat hoger is dan hemzelf. In dit verband pleit Niebuhr voor hypocrisie als noodzakelijk onderdeel van verantwoordelijk politiek handelen. Zowel het individu als het collectief heeft ‘iets’ nodig buiten het individuele of collectieve zelf om handelen te rechtvaardigen. Het is de taak van regeringen, van politici om dat overstijgende belang concreet en duidelijk te maken of te doen lijken: ‘hypocrisy, which is the tribute paid by the less acceptable impulse to the more acceptable one, is certainly no virtue. On the other hand, its elimination by cancelling out the higher loyalty offers no moral gain.’ Mensen zoeken naar een rechtvaardiging voor hun handelen die verder gaat dan hun eigen belang, dan het ‘kille machtsstreven’. Niebuhr geeft aan: het is de taak van politici om dit (soms fictieve) overstijgende belang te definiëren om de bevolking mee te krijgen in een beslissing.

De wedergeboren staat
Het nationaal belang is daarnaast ook geen statische realiteit. Interessant is de gedachte van Niebuhr over de ‘wedergeboren staat’. Niebuhr transformeert het individuele proces van wedergeboorte uit de christelijke geloofsleer naar het statelijke niveau. Een staat of een collectief van staten kan onder druk van veranderende omstandigheden kiezen uit twee mogelijkheden: óf verabsoluteren van de eigen positie en die met nog meer macht tot gelding willen brengen óf ‘hernieuwen’, concluderen dat aanpassingen nodig zijn. Die aanpassingen zijn nodig om te overleven en omdat veranderingen een stap naar een hogere vorm van sociale rechtvaardigheid (kunnen) zijn. Dit is wat Niebuhr ‘death through life’ en ‘new life through death’ noemt. De geschiedenis van nationale staten en de geschiedenis van de Europese Unie is geen ‘fateful necessity’. Voor een collectief is dit proces van vernieuwing wel vele malen moeilijker dan voor een individu ‘because he (collective man, wb) is not certain of a deeper dimension of meaning’. Het streven naar de wedergeboren staat vraagt om politiek leider leiderschap dat prudentia als deugd heeft en tegelijk voortdurend op zoek is naar de ‘aanwezigheid van het eeuwige in het tijdelijke’.

Conclusie
Bestaat er een Niebuhriaans perspectief op het vluchtelingenvraagstuk? Het bestek van dit artikel is te kort om die conclusie te kunnen trekken. Wel biedt Niebuhrs denken inzichten over macht, moraal, idealisme en realisme die mijns inziens relevant zijn voor het actuele vluchtelingenvraagstuk Zijn bijdrage kan wellicht goed samengevat worden door de typering van het Christelijk Realisme, door Alisdar Murray: ‘between power politics and cosmopolitan ethics’. Dit voortdurend zoeken naar die balans is een principiële keuze op grond van een christelijke mensvisie: erken de realiteit van de libido dominandi maar erken tegelijk dat ook de zondige mens nog steeds beeld van God is en dus de Ander en de ander nodig heeft om zichzelf te kunnen zijn. We hebben ‘iets’ (‘Iemand’) nodig om ons volledig mens te voelen.


Auteur
Drs. Willem Boerma heeft gewerkt aan een proefschrift over de Augustinusreceptie bij Reinhold Niebuhr en Jean Bethke Elshtain. Over het denken van Niebuhr publiceerde hij eerder in DenkWijzer De staat als evenwichtskunstenaar. Reinhold Niebuhr over politiek, macht en moraal (2009.2) en Pessimistisch optimisme, Niebuhr en de ChristenUnie (2009.3).