Voorbij de asielzoeker van vandaag

Door Rinze Broekema


Voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers is geld nodig, maar waar komt dat geld vandaan? Dit kabinet kiest ervoor de middelen uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking te halen en die keuze komt de aanpak van extreme armoede en de beheersing van migratiestromen niet ten goede.

Door de komst van honderdduizenden asielzoekers heeft Europa een probleem, naast de financiëel-economische en (geo)politieke problemen die het al heeft. Het is goed dat Europese landen deze asielzoekers opvangen als ze zijn gevlucht voor oorlog, geweld en onderdrukking en hier veiligheid en vrijheid voor zichzelf en hun familie zoeken. Het huidige kabinet kiest ervoor om deze problemen op te lossen op korte termijn, ten koste van de lange termijn vraagstukken. Hieronder wordt uiteengezet hoe het kabinet dit doet en wordt betoogd waarom dit onverstandig en een gemiste kans is. In plaats van minder te investeren in de ontwikkeling van de allerarmsten, zoals dit kabinet doet, moet er juist meer worden geïnvesteerd. Ook denkend vanuit het eigenbelang van Europa, want de allerarmsten van de toekomst zullen voor een groot gedeelte leven in gebieden en landen waar chaos en instabiliteit overheerst. De allerarmsten van de nabije toekomst zijn de migranten van morgen.


Nederland zelf grootste ontvanger van eigen hulp aan allerarmsten
Wat niet veel mensen weten, is dat de opvang van asielzoekers het eerste jaar betaald wordt met financiële middelen uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Budget dat bedoeld is voor de allerarmsten in de wereld, wordt gebruikt om in een van de rijkste landen ter wereld migranten op te vangen. Zo besteedde Nederland in 2015 1,2 miljard euro van het ontwikkelingssamenwerkingsbudget aan de kosten van eerstejaarsopvang.

Deze manier van begroten is toegestaan door de OESO, de intergouvernementele organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling, die onder andere de eenduidigheid en effectiviteit van de hulpbudgetten bewaakt. Dat het mag is dan ook het belangrijkste argument dat het kabinet gebruikt. Dat er meerdere landen zijn, waaronder Duitsland, die een andere keuze maken, laat zien dat het anders kan. Deze landen kiezen ervoor de opvang van asielzoekers niet ten koste van het budget voor de allerarmsten te laten gaan. Nederland heeft voor de komende jaren zeer grote bedragen van het hulpbudget voor de opvang van asielzoekers begroot. Nederland besteedde in 2015 meer dan een vijfde van het totale budget voor ontwikkelingssamenwerking in eigen land. Voor de komende jaren gaat het om bedragen van vergelijkbare omvang. Hierdoor ontstaat de vreemde situatie dat Nederland de grootste ontvanger is van het eigen budget voor ontwikkelingssamenwerking.

Deze verschuiving van het hulpbudget komt in Nederland bovenop de forse bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking door de kabinetten Rutte I en II. Als gevolg van deze bezuinigingen haalde Nederland in 2013 voor het eerst niet de VN-norm die vraagt 0,7 procent van het Bruto Nationaal Inkomen te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Het kabinet Rutte II heeft deze norm losgelaten en haalt er jaarlijks meer dan een miljard euro van af.

De ramingen voor het aantal asielzoekers in 2014 en 2015 waren in eerste instantie lager en zijn noodgedwongen gedurende beide jaren bijgesteld door het ministerie van Veiligheid en Justitie. Na bijstelling van deze ramingen moest ook het begrote bedrag voor de eerstejaarsopvang naar boven worden bijgesteld. Omdat door de bezuinigingen de ruimte binnen de begroting van het Ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking nog beperkter is dan normaal, moest het kabinet op een creatieve wijze toch een oplossing vinden voor dit flinke financiële tekort. Want dit tekort financieren uit algemene middelen is een politieke keuze die het kabinet niet wil maken.

Hypotheek op de toekomst
De oplossing vindt het kabinet door gebruik te maken van diezelfde 0,7 procent-norm die het heeft losgelaten. Het goede van de norm is, dat het ontwikkelingssamenwerkingsbudget automatisch met de economie mee krimpt en groeit. Het punt nu is dat het kabinet gebruik maakt van verwachte toekomstige economische groei in de vijf jaren die voor ons liggen. Door die groei van de economie, die dus nog niet zeker en nog niet reëel is, stijgt ook budget voor ontwikkelingssamenwerking in de toekomst. Dat extra deel, tot nu toe opgeteld 1 miljard euro, haalt het kabinet naar voren en geeft het nu alvast uit om zo de eerstejaarsopvang van asielzoekers te financieren. Het kabinet neemt hiermee een forse hypotheek op de toekomst. Toekomstige groei kan niet meer ingezet worden voor de allerarmsten in de wereld. Ook als die groei er niet komt, gaat deze constructie ten koste van het toekomstige budget voor ontwikkelingssamenwerking.

Er is dus sprake van een beperking van het budget voor ontwikkelingssamenwerking in drie stappen: fors gebruik van het budget in eigen land, structurele bezuinigingen en een hypotheek op het toekomstig budget. Hierdoor zijn er nu en in de komende jaren minder mogelijkheden om datgene te doen waarvoor dat budget eigenlijk bedoeld is: investeren in de ontwikkeling van de allerarmsten.

Symptoombestrijding
Het opvangen van vluchtelingen is barmhartig en moet gebeuren. Maar als de huidige manier van financiering van de opvang bekeken wordt met een bril van eigenbelang en financiële doelmatigheid, kan niet anders geconcludeerd worden dan dat dit een grove vorm van symptoombestrijding is, die het aanpakken van de grondoorzaken van migratie moeilijker maakt. Of zoals U2-zanger Bono het recent schreef in The New York Times na het bezoeken van vluchtelingenkampen in Afrika en het Midden Oosten: 'Het is minder duur om te investeren in stabiliteit dan om met instabiliteit geconfronteerd te worden.'

Migratie is het gevolg van dieperliggende problemen, zoals extreme armoede, ongelijkheid, honger, vervolging en conflict. De inzet van Nederland in de opvang van asielzoekers die reeds in Nederland zijn, zou niet ten koste moeten gaan van datgene wat Nederland kan doen om toekomstige migratiestromen te voorkomen. Het werk van multilaterale organisaties, internationale en Nederlandse maatschappelijke organisaties draagt bij aan de bestrijding van extreme armoede, eerlijke verdeling van welvaart, voeding- en voedselzekerheid, rechtsstaatontwikkeling en vredeswerk. Tot nu toe vaak met veel steun van de Nederlandse overheid. In de toekomst is dit ongewisser doordat er meer en meer naar de tak wordt gekeken in plaats van naar de wortel die uitgeroeid moet worden. Het kabinet is terecht druk met het gevolg van de vluchtelingenstroom, maar verschuift daar ook de financiële middelen naartoe en kan daardoor niet investeren in het aanpakken van de oorzaken van migratie.

Het goede nieuws
Dat het aanpakken van de oorzaken van migratie zin heeft, blijkt uit de successen die er de afgelopen jaren zijn geboekt in de strijd tegen extreme armoede. Zonder uitputtend te willen zijn, want daarvoor zijn er teveel successen, volgen hier een aantal indrukwekkende voorbeelden. In vijfentwintig jaar tijd is het aantal mensen dat in extreme armoede leeft meer dan gehalveerd van bijna twee miljard in 1990, naar zevenhonderd miljoen nu. Het deel van de wereldbevolking dat ondervoed is, daalde in diezelfde periode van 23 procent naar 13 procent. Het aantal kinderen dat na de basisschool geen onderwijs meer kreeg is gehalveerd van honderd miljoen in 2000 naar vijftig miljoen nu. De ongelijkheid tussen man en vrouw en jongen en meisje is sterk afgenomen. Zo gaan er nu bijvoorbeeld zelfs meer meisjes dan jongens naar school, in 1990 waren dat nog 74 meisjes voor elke 100 jongens. De kindersterfte halveerde sinds 1990, de moedersterft daalde nog sterker. Het aantal nieuwe HIV-infecties halveerde bijna in de laatste vijftien jaar en miljoenen sterfgevallen door AIDS werden in diezelfde tijd voorkomen. 2,6 miljard mensen kregen sinds 1990 toegang tot beter drinkwater.

Dit goede nieuws bestaat naast de migratiestromen van vandaag de dag. Successen in ontwikkeling kunnen niet het einde van migratiestromen garanderen. Die zullen altijd blijven, die waren er overigens ook altijd al. Vraag dat maar aan de tientallen miljoenen vluchtelingen in Afrika en het Midden-Oosten. Soms stort een land in en raakt een volk op drift doordat een brute dictator zijn volk niet de vrijheid geeft die het vraagt. Een andere keer sleurt een buurland een ontwikkeld land mee in een oorlog. Tegen sommige gedragingen en ontwikkelingen valt niet op te werken. Maar dat wil niet zeggen dat het nergens loont.

Investeren voor de migranten van de toekomst
De enorme successen kunnen niet verhullen dat er nog steeds werk ligt waar de inzet van onder andere Nederland bij nodig is. Denk bijvoorbeeld aan het recordaantal van 60 miljoen ontheemden wereldwijd. In 2030 leeft 62 procent van de meest arme mensen in fragiele en door conflict verscheurde landen volgens berekeningen van de OECD. Dat zijn de migranten van de toekomst. De dieperliggende problemen zijn er minder dankzij behaalde successen, maar ze zijn er nog steeds. Inzetten op het oplossen van deze problemen is geen kwestie van liefdadigheid maar van rechtvaardigheid. Want de plaats waar je geboren wordt zou niet moeten uitmaken of je leeft of sterft.

Er leven nog steeds honderden miljoenen in extreme armoede. Er worden nog steeds miljoenen kinderen geboren met een niet meer in te halen ontwikkelingsachterstand als gevolg van ondervoeding. Er sterven nog steeds mensen aan voorkombare ziektes. Er gaan nog steeds kinderen niet of te kort naar school.

Dit vraagt overigens niet alleen om het beschermen en vergroten van het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Ook onze diplomatieke dienst en onze krijgsmacht dragen ieder bij aan de internationale vrede, veiligheid en ontwikkeling. Maar enkel investeren in diplomatie en defensie en niet in ontwikkelingssamenwerking, schiet tekort in het aanpakken van migratiestromen.

Het is bittere noodzaak dat Nederland stopt met het in eigen land besteden van budget dat bedoeld is voor de allerarmsten. Het is daarom ook te hopen dat een volgend kabinet de bezuinigingen van Rutte I en II weer ongedaan maakt en de hypotheek op het toekomstig budget teniet doet. Het is nu tijd om te investeren, want de behaalde successen moeten bewaakt en vergroot worden.

Een goede investeringsagenda wordt geboden door de Sustainable Development Goals of, in het Nederlands, de Werelddoelen. De Werelddoelen vervangen de Millenniumdoelen, die gebruikt werden tussen 2000 en 2015 en die hebben bijgedragen aan de hierboven genoemde successen. De Werelddoelen zijn in 2015 overeengekomen door alle lidstaten van de Verenigde Naties en hebben naast een sociale ook economische en ecologische agenda, waaronder het uitbannen van alle vormen van extreme armoede, het beëindigen van honger en het bereikbaar maken van gezondheidszorg voor iedereen.

De kosten om deze doelen te bereiken, zijn nog niet duidelijk. Maar de ambitie van de Werelddoelen vraagt in ieder geval om meer financiële inzet in plaats van minder, zoals nu de praktijk is in Nederland. De Werelddoelen vragen financiële inzet van donoren en van ontvangende landen. Maar als donoren als Nederland het nu al laten afweten, voordat goed en wel is begonnen, zijn de Werelddoelen bij voorbaat gedoemd te mislukken. Dan is de kans groot dat we in 2030 slechter af zijn dan in 2015. De allerarmsten van de wereld, maar ook wij in Nederland en Europa.

Conclusie
De komst van asielzoekers vandaag, vraagt om lange termijnoplossingen en de daarbij horende financiële inzet van een rijk land als Nederland. Grote bezuinigingen, hypotheken op de toekomst en het besteden in eigen land van geld dat bedoeld is voor de allerarmsten, kunnen geen duurzame oplossing genoemd worden. Wil Nederland toekomstige migratie uit instabiele gebieden voorkomen, dan moet het voorbij de huidige symptoombestrijding komen. Is het niet uit rechtvaardigheid, dan wel uit puur eigen belang. Want kijken we voorbij de migrant van vandaag, dan zien we als we niet uitkijken de migrant van morgen al komen, te midden van de instabiliteit van zijn of haar land. Nu investeren in ontwikkeling van de allerarmsten, in de dieperliggende problemen die zorgen voor migratie, is goedkoper dan in de toekomst de instabiliteit op te vangen.


Auteur
Rinze Broekema MA LLM is Policy & Advocacy manager voor The ONE Campaign in Nederland, een internationale lobby en campagneorganisatie die strijd tegen extreme armoede en voorkombare ziektes, met name in Afrika. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

 
Samenvatting

  • De eerstejaarsopvang van vluchtelingen wordt bekostigd van geld voor ontwikkelingssamenwerking.
  • Ook onzeker toekomstig ontwikkelingsbudget dekt een groot deel van de kosten.
  • Ontwikkelingssamenwerking kan een deel van migratie voorkomen.
  • Het volgende kabinet doet er dus goed aan hier juist meer in te investeren.