Paradoxaal Europees vluchtelingenbeleid

Door Noemi Mena Montes


De lidstaten van de Europese Unie hebben verdragen waarin staat wie een vluchteling is en hoe ze met vluchtelingen omgaan. Die verdragen vormen niet het uitgangspunt voor het huidige vluchtelingenbeleid. De deal met Turkije laat zien dat het Europa geen prioriteit geeft aan mensenrechten.


Mohammed en Spinoza
“Hoe kleiner de vrijheid van meningsuiting is in een staat, (...) hoe gewelddadiger die staat geregeerd wordt. (…) Amsterdam bijvoorbeeld plukt de vruchten van de vrijheid blijkens zijn groei, die alle volken bewonderen. In deze bloeiende en bevoorrechte stadstaat leven immers mensen uit alle volken en met alle mogelijke geloofsovertuigingen eendrachtig samen.” Met dit citaat prijst Spinoza de stad Amsterdam, de Nederlandse vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. Ook vandaag is Nederland een land waar mensen bescherming, vrijheid en vrede zoeken. Een van hen is Mohammed, een Syrische arts in het asielzoekerscentrum in Leiden. Mohammed is gevlucht voor IS, islamitisch extremisme en politieke intolerantie. Op de vraag waarom hij naar Nederland kwam, begint hij over Calvijn en Luther en vertelt hij enthousiast over zijn bezoek aan het Spinozahuis in Leiden. Mohammed kwam naar Nederland omdat hij in vrijheid wil leven en zijn kinderen wil laten opgroeien in een vrij land. Hij bewondert Europa’s christelijke erfgoed en haar traditie van mensenrechten.

De kans bestaat dat Mohammed teleurgesteld zal raken. Europa begint zich af te vragen of we echt geloven in mensenrechten en vrijheid voor iedereen. Het lijkt erop dat we ze belangrijk vinden; maar vooral voor onszelf.
 

Het vluchtelingenverdrag
In het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (1951) en het protocol bij de conventie (1967) is vastgelegd wie vluchteling is en welke aanspraken op hulp een vluchteling maakt. Het verdrag uit 1951 gaat over de omgang met vluchtelingen uit de Tweede Wereldoorlog en conflicten tot 1951. In het protocol van 1967 wordt de status van vluchteling ook toegekend aan vluchtelingen van na 1951. We kunnen niet voorbij gaan aan het vluchtelingenverdrag zonder dat dit raakt aan ons denken over de mensenrechten omdat de verdragen de menselijke waardigheid beschermen.


Een veilige route
Volgens het vluchtelingenverdrag hebben vluchtelingen recht op het aanvragen van asiel, maar de praktijk is zo vormgegeven dat er geen veilige routes naar een asielprocedure zijn. Het verhaal van Amir, een zakenman uit Aleppo maakt dit zichtbaar. Toen in 2014 en 2015 de school van zijn kinderen werd gebombardeerd, waarbij ook doden vielen, besloot Amir om met zijn gezin Syrië te verlaten. Omdat ze te weinig geld hadden voor smokkelaars tussen Turkije en Lesbos, kozen de meer gevaarlijke route over land, waar Turkse en Griekse grenswachten patrouilleren. Ze liepen twee dagen en nachten over een spoor. De tweede nacht werd Aya, Amirs zesjarige dochtertje, doodgereden door een trein.

Eenmaal in Europa kregen ze snel de juiste papieren omdat ze als Syrische vluchtelingen recht op bescherming hebben. Het paradoxale is dat Europa zonder legale routes te creëren, wel de rechten van vluchtelingen erkent. Vanuit de Europese lidstaten worden geen humanitaire visa verstrekt aan Syriërs. Het is dus niet mogelijk voor een Syriër om per vliegtuig (veiliger en goedkoper) Europa te bereiken. Zolang er geen veilige, legale route gecreëerd wordt, worden vluchtelingen gedwongen om via mensensmokkelaars de Europese Unie te bereiken. We bekritiseren mensensmokkelaars, maar laten toe dat zij de enige route zijn naar een asielaanvraag in Europa. Terwijl we de rechten van vluchtelingen zwart op wit hebben staan, lijkt het er niet toe te doen dat de weg naar de daadwerkelijke bescherming levensgevaarlijk is.


Het verkeerde voorbeeld
De beroemde vluchteling Hannah Arendt wijst op het gevaar van een te losse omgang met het vluchtelingenverdrag. Haar angst is dat de mensenrechten door slachtoffers, daders en omstanders afgeschreven worden als ‘hopeloos idealistisch’, zodat landen zich terwijl ze zich eraan committeren, ze te weinig serieus nemen.

Met de Turkije-deal negeert Europa haar plichten om de mensenrechten van vluchtelingen te waarborgen. Europa geeft op deze manier het signaal af dat de rechten van vluchtelingen weinig waard zijn. Als Europa vluchtelingen kan terugsturen naar Turkije, waarom kan Kenia dan niet iets soortgelijks doen? Onlangs besloot de Keniaanse overheid het vluchtelingenkamp Dadaab, het grootste vluchtelingenkamp ter wereld, te sluiten. Met de Turkije-deal heeft Europa moreel gezien het recht om kritiek te leveren, verspeeld. Het Europa dat anderen graag op mensenrechten aanspreekt, kan de hand in eigen boezem steken.

De deal met Turkije maakt zichtbaar dat de focus van Europa te veel ligt op het oplossen van het Europa’s probleem, politieke instabiliteit, en niet op de omgang vluchtelingen zelf. Turkije accepteert alleen Syriërs als vluchteling. Afghanen, Irakezen en Eritreeërs worden niet geholpen Dat is een concrete schending van het verdrag omdat ook zij recht op een individuele procedure hebben en niet collectief afgewezen mogen worden op grond van hun nationaliteit.


Internationale verantwoordelijkheid
Volgens de vluchtelingenverdragen is de zorg voor vluchtelingen een internationale, gedeelde verantwoordelijkheid. De realiteit is dat de landen rondom conflictzones de meerderheid van de vluchtelingen opnemen. Van de vijfentwintig miljoen vluchtelingen heeft Europa er slechts 1%. Waar staan we toe dat een klein land als Libanon meer Syrische vluchtelingen opneemt dan heel Europa? Pas als de vluchtelingen in de buurt van Europa komen, wordt er actie ondernomen terwijl tientallen jaren duizenden vluchtelingen voor ons onzichtbaar, niet bij ons in beeld waren. Het minste wat we hadden kunnen doen en nog steeds moeten doen is meer financiële steun geven aan de landen die veel vluchtelingen opnemen.

Is het vluchtelingenverdrag inderdaad een onrealistisch ideaal? Ik denk het niet. Eerder ontbreekt het in Europa aan de wil om het verdrag als uitgangspunt te nemen. Het vluchtelingenbeleid is teveel vluchtelingenpolitiek geworden. Als Europa zich zou houden aan de gemaakte afspraken, zou het zien dat het verdrag praktisch aanknopingspunten biedt voor verstandig beleid. We moeten naar een nieuwe aanpak waarin we erkennen dat vluchtelingen niet alleen een last hoeven zijn. Het is nodig dat we kansen aan nieuwkomers geven zodat ze kunnen bijdragen aan de maatschappij met hun vaardigheden, kennis, hoop en dromen.


Auteur
Dr. Noemi Mena Montes is migratiedeskundige en journalist en werkt bij de Christian Political Foundation for Europe, de denktank voor de European Christian Political Movement (ECPM), waar de Eurofractie van de ChristenUnie deel van uitmaakt.