Democratie van het open midden

Door Lambert Pasterkamp


Zo nu en dan hoor je binnen de ChristenUnie een pleidooi voor de erkenning of zelfs herwaardering van de christelijke kern van de democratie. Zo werd in 2003 door de ChristenUnie gepleit voor het opnemen van een verwijzing naar de christelijke wortels van Europa in de preambule van een Europese grondwet. En recent stelde Ad de Bruijne in Denkwijzer ‘dat het concept van de moderne democratie zelf niet kan bestaan zonder religieuze kern en zelfs afhankelijk is van de christelijke waarheid’. Maar klopt dat wel?


De Bruijne wijst op het gevaar dat de democratie zichzelf via democratische weg afschaft. Dit gevaar is inderdaad altijd aanwezig in de democratie. Maar in plaats van dit te willen bestrijden met een verwijzing naar de christelijke kern van de democratie moeten we daarin juist de kracht van de democratie erkennen. De moderne democratie kent geen fundament.


Onttoverde wereld
Een dergelijke zogenaamde ‘post-funderende’ visie op democratische politiek wordt vaak teruggeleid op de Renaissancedenker Niccolò Machiavelli. Machiavelli beschouwt politiek als een spel om de macht. De term ‘Machiavellistisch’ is daardoor verworden tot een predicaat voor machtsbeluste politici en een houding waarin het doel alle middelen heiligt. In een meer filosofische zin echter is Machiavelli ook de geestelijk vader van een radicaal pluriformisme in politiek opzicht. De vraag naar macht ontstaat omdat allerlei maatschappelijke groepen onherleidbaar verschillende belangen en ideeën hebben. Iedereen is anders, en dus hebben we in politiek opzicht te maken met strijd; strijd om de macht.

Dit perspectief klinkt plausibel, maar waarom zou het zo zijn dat politiek een vorm van omgang met onenigheid is, eerder dan bijvoorbeeld het bevorderen van het goede? Dat heeft te maken met de tijd waarin wij leven. Over de kosmologische ervaring van de Middeleeuwer wordt verteld dat hij geloofde op zijn ‘platte aarde’ onder een koepel te leven. Dit biedt een treffende analogie om het verschil in leefwereld te duiden dat bestaat tussen mensen uit eerdere tijdperken en ons laatmoderne lieden. Met de ontdekking van de telescoop door Galileo kreeg de mens het ‘perspectief van God’ en raakte zijn wereld onttoverd. Het dak is verdwenen voor de moderne mens, en dat geldt niet alleen voor zijn kosmologische ervaring.


Pluriformiteit en politiek
Met het verdwijnen van het ‘dak’ van de wereld, verdween in de ervaringswereld van veel mensen ook de zinvolle, goddelijke orde die daarmee gepaard ging. Daarmee veranderde wat de Franse filosoof Claude Lefort noemt de symbolische orde. De belangrijkste verandering die deze nieuwe symbolische orde bracht, was dat verschillende levensdomeinen niet langer in een zinvol verband tot elkaar stonden. Er ontstond wat in de sociologie wel bekend staat als de ontvlechting van sferen. Verschillende levenssferen zoals techniek, economie, wetenschap, religie en politiek worden niet langer ‘gebonden’ door een hiërarchische orde van het goede. In plaats daarvan wordt nu in elk van deze sferen ‘de sociale werkelijkheid als zodanig in het spel gebracht’. Daarmee is de ordening van ons leven een andere dan die in de middeleeuwen.

Wat heeft deze veranderde orde met Machiavelli te maken? Welnu, als de uniforme, zinvolle orde is verdwenen kunnen de verschillende sferen, domeinen, dingen en ook mensen niet langer worden bezien vanuit hun éénheid, maar komen ze allen op zichzelf te staan, ook het politieke domein. Onze verschillen zijn niet langer zinvol te herleiden tot één orde of tot één visie en dus moeten we deze pluriformiteit politiek gezien ook accepteren. Precies dat laatste is wat Machiavelli probeert te doen. De spelers van het politieke spel komen op zichzelf te staan, onherleidbaar tot één orde van bijvoorbeeld het goede. In politiek opzicht resteert er weinig anders dan kille machtsberekening, zo luidt de stelling van Machiavelli. Politiek is niet langer a priori gebonden aan ethiek, religie of andere ‘fundamenten’.


Machiavelli en democratie
Machiavelli was geen democraat. Zijn gedachtegoed kan echter in de ‘vertaling’ van Lefort wel heilzaam zijn. Lefort stelt dat bij uitstek de moderne democratie als politieke vorm beantwoordt aan het pluriforme werkelijkheidskarakter van de moderniteit. Dat doet ze door eerder iets níet te zijn dan iets wél te zijn. In de moderne democratie is namelijk de plek van de macht leeg, volgens Lefort. In de moderne democratie is de politieke macht in handen van niemand, en juist daardoor is iedereen vrij om zijn of haar eigenheid, zijn of haar standpunt naar voren te brengen. De democratie is dan ook niet representatief voor ‘het volk’, maar voor haar pluriformiteit. Er is dus ook nooit één partij die het algemeen belang kan representeren. Elke partij die dat wel zegt te doen is verdacht. Het algemeen belang komt alleen tot aanzijn in de politieke strijd zelf.

De democratie kan dan ook niet langer meer worden opgevat als een bevorderen van hét goede. De veranderde symbolische orde brengt met zich mee dat het goede zich nu slechts nog laat verstaan vanuit de pluriformiteit van de verschillende levensdomeinen. Vanuit zijn of haar perspectief draagt iedereen bij aan het gesprek over het gezamenlijk goede. Precies dat krijgt uiting in de democratie. Omdat de democratie onbepaald is en van niemand in het bijzonder, biedt ze aan een ieder die aan haar deelneemt politieke erkenning, dat wil zeggen, ze erkent ieders verhouding tot -, of perspectief op het goede.


Een open midden
Deze democratieconceptie behelst stevige kritiek op wat Ad de Bruijne in zijn artikel substantiële democratietheorieën noemt, namelijk het idee dat de democratie gefundeerd is op een bepaald religieuze of morele opvatting. Als het democratisch gesprek namelijk al een bepaalde prefiguratie kent, dan is de erkenning van de legitieme eigenheid van elke deelnemer in het democratisch gesprek iets wat afhangt van de (toevallige) meerderheid en dus willekeurig. Dat doet geen recht aan de pluriforme werkelijkheid waarin elk domein en elk mens onherleidbaar als eigenheid verschijnt. Bovendien, als de democratische orde alleen representatief is als strijd moet die strijd wel mogelijk blijven en niet worden ingevuld met een prefiguratie van een democratische grond. De democratie wordt niet opengelaten op het moment dat een bepaalde meerderheid vast gaat leggenwat de democratie precies is of wat haar onderliggende waarden zijn. Dit is nu juist waar het democratisch debat over zou moeten gaan.

In deze democratische contestatie draaien alle partijen rond wat ik zou willen noemen een open midden. Dit midden – wat Lefort benoemde met de lege plek van de macht – moet open blijven om iedereen in de gelegenheid te laten zijn of haar standpunt te berde te brengen. In een democratie zijn we vrij bij gratie van het open midden.


Zwakte is kracht
De hier verdedigde stelling behoeft overigens twee kanttekeningen. Ten eerste is het natuurlijk niet zo dat er helemaal geen religieuze stem mag klinken in het democratisch debat. Ten tweede is natuurlijk historisch gezien haast niet te ontkennen dat het christendom heeft bijgedragen aan de ontstaansgeschiedenis van de moderne democratie. Sterker nog, het open midden kan volgens mij niet louter in politieke termen worden begrepen, maar behoeft ook een theologische uitleg. Beide zaken mogen er echter geenszins toe leiden dat de door de democratie beschermde pluriformiteit gereduceerd wordt tot een christelijke cultuur of een christelijke kern.

Met haar open en onbepaalde karakter is de democratie uiterst kwetsbaar. Er kan altijd iemand opstaan die met meerderheid van stemmen het midden toch probeert te bezetten. Veel te vaak vergeten we in Nederland dat de moderne democratie niet gaat om het uitvoeren van de wil van de meerderheid, maar om het beschermen van de minderheid. Inderdaad kan steeds het democratisch bestaansrecht van de ander opgeheven worden, waarmee het open midden wordt bedreigt. Dat is de zwakte van de democratie, maar ik zie daarin tegelijkertijd ook haar kracht. In het onbepaalde (zwakke?) van de democratie vinden haar deelnemers een zo groot mogelijke erkenning en vrijheid.

Democratie en christendom
De ChristenUnie is bij uitstek een partij die kracht in zwakheid erkent en democratische vrijheid verdedigt. Ze draagt bij aan het recht van anderen om op dezelfde manier mee te mogen doen aan de democratie als de rest. Een post-funderende visie op democratische vrijheid zou haar verdediging van cruciale vrijheden nog sterker maken. Als één partij (of een meerderheid van partijen) vanuit het democratische spel het open midden bezet door het in te vullen met een bepaalde cultuur, religieuze achtergrond of traditie, dan is het midden niet langer open en verdwijnt de bron van politieke vrijheid uit ons moderne leven. Inzicht in het open midden van de democratie leert de ChristenUnie de eigenheid van elke stem in de democratie te zien, en daarmee aan politiek van erkenning te doen.

De ChristenUnie doet er goed aan de democratie te verdedigen, maar moet dat niet doen door haar te willen enten op het christendom.

 

Lambert Pasterkamp studeert momenteel af in de politieke filosofie aan de Universiteit Leiden. Hij volgde afgelopen jaar het fellowsprogramma van het WI.