Wel inzetten op de regio!

Door Eppo Bruins


De reactie van de heer Kok geeft een genuanceerd beeld als het gaat om de toekomst van onze energievoorziening en hij stelt terechte vragen. Graag neem ik de uitdaging aan om prioriteiten en oplossingsrichtingen te benoemen, om zo mijn verhaal concreter te maken.


De auteur waarschuwt voor het doen van voorspellingen op de termijn van enkele tientallen jaren. Ik heb mij in mijn artikel dan ook niet gewaagd aan het noemen van termijnen: de energieproductie houdt al meer dan een eeuw prima pas met de toenemende vraag. Sterker nog, de vraag (en de economische groei) is juist zo groot omdat energie zo overvloedig en spotgoedkoop is. Dat was precies mijn punt. Welke conclusies zijn zeker? 

1. Fossiele brandstoffen zullen op enig moment niet meer goedkoop kunnen worden gewonnen.
2. Het verbeteren van energieopslagmedia en alternatieve energiebronnen is tot nu toe sterk afhankelijk van veelal schaarse        materialen.
3. Economische groei en energie/materiaalgebruik zijn sterk met elkaar gecorreleerd.
4. Voor consumptie in een klein deel van de wereld (ons deel) vindt wereldwijd verlies van biodiversiteit plaats.
5. Het aantal mensen dat soortgelijke welvaart wil als in het westen, zal met miljarden stijgen. Deze mensen zullen gevoed moeten  worden en vooral in steden wonen.


De door de heer Kok genoemde energiebronnen zoals aardwarmte en kernfusie kunnen helpen voor grootschalige energieopwekking (overigens niet voor mobiliteit en transport). Ongetwijfeld is de mens in staat voldoende energie te produceren. Als knelpunt identificeer ik: het voorhanden hebben van de cruciale materialen, voldoende voedsel oogsten en schoon drinkwater produceren zonder dat het daarvoor benodigde landoppervlak ten koste gaat van biodiversiteit. Het klimaatprobleem, dat door Kok als knelpunt wordt aangedragen, maakt de situatie des te nijpender. 


Waarom de regio noemen? Ik acht het onrealistisch te verwachten dat Europa onbelemmerd toegang zal behouden tot cruciale materialen, nu de welvaart op andere continenten toeneemt. Het is daarom van belang te weten wat onze 'competitive edge' is: wat zijn de karakteristieke (regionale) sterktes die maken dat we goed zijn in wat we doen? Wij hebben een laaggelegen, dichtbevolkte, verstedelijkte delta op de grens zoet en zout water. We zijn de nummer 1 in 'urban farming', we hebben een mestoverschot en een afvalberg die we veel slimmer kunnen inzetten dan we tot nu toe doen. Met die regionale karakteristieken kunnen we slimme oplossingen bieden die ook elders nodig zijn: de helft van de wereldbevolking woont namelijk over enige tijd in laaggelegen metropolen aan de kust. 


We moeten op basis van eigen sterktes producten en diensten ontwikkelen die wereldwijd (exporteerbare, slimme) oplossingen bieden voor de knelpunten van de toekomst, zoals hierboven geschetst. Die oplossingen moeten op termijn bijdragen aan een circulaire economie. Daarover zijn Kok en ik het eens. 


In mijn artikel heb ik de complexe samenhang beschreven van schaarsten (voedsel, water, materialen, landoppervlak) waarbij ik 'de regio' beschouw als dat gebied waar men elkaar wat gunt: 'jij een beetje meer en ik een beetje minder' als reële optie. In mijn droombeeld is de aarde die regio, maar voor een effectief en geloofwaardig beleid, waar Kok mij toe oproept, is het - zo vrees ik - nodig de regio kleiner te definiëren. Of je daarbij de regio ziet als een stad, provincie, ons land of Europa als geheel, is voor mij meer een culturele kwestie dan een technisch-wetenschappelijke.