Grondstoffentekort oplossen in de regio?

Door Wim Kok


Eppo Bruins en Carla Dik-Faber schetsen in de vorige DenkWijzer (oktober 2014) een somber beeld van de toekomst ten aanzien van welvaart voor de wereldbevolking en geven als oplossingsrichting dat meer in de regio gedaan moet worden en terughoudender geconsumeerd zou moeten worden vanwege dreigende grondstoftekorten. Bij hun artikelen wil ik een aantal kanttekeningen plaatsen. Graag wil ik de volgende aspecten belichten: Hoe zeker zijn de conclusies? Wat zijn de grootste knelpunten? Hoe zou de overheid op deze informatie moeten reageren?

 
Hoe zeker zijn de conclusies?
Voorspellingen doen op een termijn van tientallen jaren is een hachelijke onderneming. Zo zijn de voorspellingen van de beroemde Club van Rome uit de jaren zeventig waarbij een tekort aan grondstoffen rond de eeuwwisseling werd voorspeld, volstrekt niet uitgekomen. Voorzichtigheid is dus op zijn plaats. Alarmbellen die bij herhaling geluid worden zonder werkelijk gevaar verliezen hun geloofwaardigheid.

René Kleijn heeft in zijn door Eppo Bruins geciteerde studie onderzocht of bij toepassing van de huidige technologie er knelpunten in energie en materiaal te verwachten zijn. Onder die veronderstelling verwacht de auteur knelpunten. Niet onderzocht is welke technologiën er in de coulissen staan en wat daarvan het effect zou kunnen zijn. Curieus is overigens dat volgens de studie duurzame technologieën meer materiaal voor productie en energietransport vragen dan de conventionele manier.

Naar mijn gevoel wordt met de sombere conclusies ten onrechte voorbij gegaan aan de creativiteit van de mensheid als dingen duur worden. Zowel op het gebied van opwekking en winning als op het gebied van verbruik zijn er nog enorme verbeteringen mogelijk. Verbeteringen die uitgelokt worden op het moment dat prijzen voor energie en grondstoffen stijgen. Qua opwekking noem ik er een paar: organische zonnecellen, kernenergie aardwarmte en zelfs kernfusie kunnen op een termijn van 35 jaar flinke bijdragen leveren zonder excessief materiaalverbruik. En als de energieprijzen fors omhoog gaan, gaat het verbruik automatisch omlaag om zo een nieuw evenwicht te vinden. De conclusie dat we 'dus' terug zouden moeten, vind ik vooralsnog voorbarig.

 

Wat zijn de grootste knelpunten?
De artikelen benoemen geen grootste knelpunten of prioriteiten. Dat is jammer, want daarmee wordt creëren van draagvlak of het doorvoeren van beleid toch wel problematisch.

Hoewel er allerlei scenario’s te maken zijn van vraag en aanbod verwacht ik persoonlijk niet dat het aanbod van fossiele energie op een termijn van 35 jaar de bottleneck zal vormen. Alleen al de bekende kolenvoorraad is nog ruim voldoende om die termijn te overbruggen, ook met een verdubbeling of meer van het huidige energieverbruik. En toekomstige meevallers, zoals de recente ontdekking van schaliegas in de VS, zijn zeker niet uit te sluiten.

Als we de klimaatproblematiek serieus willen nemen, zal daar eerder het knelpunt liggen. Stel dat dan ook als prioriteit. Een spannende vraag is of de nodige wereldwijde verandering tot stand gaat komen. Vooralsnog gaat het heel traag. Wat betreft materialen is het verhaal zo divers en mijn deskundigheid zo gering dat ik geen specifieke prioriteiten per materiaalsoort durf aan te geven.



Hoe zou de overheid op deze informatie moeten reageren?
Laten we voorop stellen dat we door de soort problematiek minimaal over een overheid op Europese schaal spreken. Eppo Bruins bepleit strenge regelgeving voor integrale beprijzing van energie en grondstoffengebruik. Ook ik ben voor het principe dat de vervuiler betaalt, maar weet tegelijkertijd dat bepaalde zaken nauwelijks met enige objectiviteit te beprijzen zijn. Neem maar even een verlaten Australische mijn. Welk prijskaartje hang je daaraan? En wie? Ik denk dat de overheid de nodige milieumaatregelen moet aangeven en dat de prijs dan automatisch volgt. En ja, waar adequate sturing van overheden ontbreekt, mogen we bedrijven aanspreken op eigen verantwoordelijkheid om gelijkwaardige milieumaatregelen te nemen als thuis.

Op nationale schaal is zeer weinig speelruimte vanwege Europese beperkingen. In Nederland zouden we mijns inziens beter moeten nadenken over de fiscale voordelen van leaseauto’s. Ik kan het niet anders ziens dan als subsidiëring van vervuiling. Uitgangspunt moet zijn dit voordeel volledig fiscaal te belasten.

Met de stelling dat Europa (laat staan Nederland) zelfvoorzienend zouden moeten worden vanwege geopolitieke spanningen heb ik moeite vanwege de enorme en doorgaans onnodige welvaartsverliezen. Ik kan me voorstellen dat we dat voor bepaalde cruciale goederen zoals energie in zekere mate zouden willen. Maar dit tot een algemeen principe maken is volstrekt niet reëel en onnodig.


Niet terug naar de regio
Onder andere Carla Dik-Faber geeft als oplossingsrichting dat we terug naar regionale productie zouden moeten. Voor welke producten dat zou moeten gelden staat er niet bij. Textiel weer terug in Twente, Fokker weer vliegtuigen laten maken en Philips Eindhoven smartphones laten produceren? Ik zie het de komende decennia niet gebeuren. Afgezien van de enorme economische schade in Europa en daarbuiten, is het de vraag of daar wel de grootste milieu- en energiewinst mee te boeken valt. Voor de meeste industriële producten vormt het transport maar een fractie van enkele procenten van het energieverbruik van de productiecyclus. Richt je op verbetering van de grote verbruikers van de cyclus. Daar valt de meeste winst te boeken. Denk bijvoorbeeld aan de productie van aluminium en staal, waar de meeste energie verbruikt wordt tijdens het smelten van de ertsen.  Laat je niet verleiden om alleen uitspraken te doen over het zichtbare gedeelte: het transport. Evidente dwaasheden zoals de Parma-ham transporten, waarbij Nederlandse varkens naar Italië vervoerd worden, geslacht en als Parma-ham teruggezonden worden, zijn gelukkig niet representatief voor veruit de meeste producten.

Als oplossingsrichting voor materiaalverbruik wordt een circulaire economie bepleit. Op termijn gaan we zeker die kant op. Maar ook daar is mijn vraag of daar wel de grootste winstpotentie ligt. Ik vermoed dat bijvoorbeeld in licht construeren, waarbij minder materiaal voor hetzelfde product gebruikt wordt, een veel grotere potentie te vinden is, zeker op de korte termijn en voor al die steden en infrastructuur waar materiaal voor nodig is. En als de prijzen van grondstoffen stijgen, wordt recycling automatisch interessanter.



Resumé
Samenvattend zou ik zeggen dat de auteurs van projecties geen voorspellingen moeten maken en bij vraagstukken rond energie en materiaal niet moeten blijven steken in academische principes, maar prioriteiten en praktische oplossingsrichtingen zouden moeten aanreiken. Dat helpt meer en biedt kansen voor effectief en geloofwaardige beleid.

 

Ir. Wim C. Kok is voormalig milieuadviseur in de elektriciteitssector