Politiek en participatiesamenleving

Door Wouter Beekers


Het jaar 2015 wordt het jaar van de participatiesamenleving in de praktijk. Alle veranderingen in de zorg zullen een stempel drukken op de verkiezingen dit voorjaar. Maar hoe staat het ondertussen met de politieke visievorming op de participatiesamenleving? Wat vinden de verschillende partijen en wat kan de ChristenUnie daarmee?


Olifant?
Dat er een politieke visie bestaat op de participatiesamenleving spreekt niet voor zich. Bij de introductie van de term in 2013 was die visie ver te zoeken. Onze minister-president Mark Rutte, de auctor intellectualis van het begrip, wilde er geen toelichting bij geven. Een visie is voor hem als ‘een olifant’ die het zicht belemmert op de werkelijkheid. Dat Rutte de participatiesamenleving tegenover de overheid positioneerde, leek de PvdA op haar beurt te overvallen. De sociaaldemocraten gingen van de weeromstuit hun geloof in de verzorgingsstaat weer belijden en zo kwamen de regeringspartijen in een patstelling terecht.

Het jaar 2014 bleek een beter jaar. Wetenschappelijke bureaus van verschillende partijen hebben veel denkwerk verricht. En daartoe aangespoord door een motie van Arie Slob werkte ook de regering haar visie op de participatiesamenleving verder uit. In de verschillende rapporten en de genoemde regeringsvisie tekent zich langzamerhand een gezamenlijk perspectief af. Ik behandel dat perspectief aan de hand van vier thema’s die ik achtereenvolgens bespreek:

1. Sterke samenleving en sterke overheid
2. Herontdekking van de burger 
3. Ruimte voor relaties
4. Menselijke maat


1. Sterke samenleving en sterke overheid
In de eerste plaats was het een misvatting om de participatiesamenleving tegenover de overheid te zetten. Overheid en samenleving mogen nooit tegen elkaar worden uitgespeeld. Overheden en maatschappelijke verbanden hebben verschillende verantwoordelijkheden, maar kunnen vanuit de verschillende inbreng goed samenwerken. Een sterke en dienstbare samenleving is gebaat bij een sterke en dienstbare overheid.

Dat is het verhaal van de ChristenUnie, zo lang als de partij bestaat. Maar het klinkt ook uit onverwachte hoek. Bijvoorbeeld in een recent verschenen studie van de aan D66 gelieerde Van Mierlo Stichting, Van opgelegde naar oprechte participatie:

‘We hebben de staat, de markt en ook de samenleving [nodig]. Of in onze termen, we hebben het bureaucratieprincipe (regels), het marktprincipe (prijs) en het relatieprincipe (dialoog en samenwerking) nodig. Eenieder kent zijn eigen sterktes en zwaktes. De markt is goed in het genereren van efficiëntie, maar is naar zijn aard niet in staat om rechtvaardige uitkomsten te genereren, waar de staat dan wel weer goed in is. Beide zijn niet geschikt voor het genereren van sociale verbondenheid, waar het relatieprincipe dan weer sterk in is’ (109).
 

2. Herontdekking van de burger
In de verhouding tussen staat, markt en samenleving is de rol van de burger in zijn verbanden de laatste decennia onderbelicht geweest. Zonder dat we afbreuk doen aan de rol van overheid en markt is het tijd voor een herwaardering van de samenleving.

Heel principieel wordt dit punt gemaakt binnen het CDA. In verschillende publicaties roept het wetenschappelijk instituut voor het CDA op tot een radicale keuze om de samenleving te vertrouwen. Overheden en overheidsvertegenwoordigers dienen meer op hun handen te blijven zitten om de samenleving ruimte te geven. Als een van de eerste suggereerde het CDA ook om burgers wettelijke rechten te geven om publieke voorzieningen over te nemen door een ‘right to challenge’.[1]

Interessante kritiek klinkt er in dit verband van de kant van D66 op de herontdekking van ‘de burger’. De Democraten wijzen erop dat in de samenleving mensen in de eerste plaats ‘mens’ zijn.  Mensen zijn in hun relatie tot de staat ook ‘burger’. Dat is licht gechargeerd, want ook los van de staat vormen mensen een publieke gemeenschap. Maar om niet alleen over ‘burgers’, maar toch ook af en toe over ‘mensen’ te spreken is bepaald geen gek idee.

 
3. Ruimte voor relaties
Wie de samenleving meer ruimte wil geven geeft niet alleen ruimte aan individuen, maar vooral aan individuen in hun relaties. Dat zit al in het woord ‘samen-leving’ besloten. En dit besef horen we niet alleen bij de christelijke partijen, die vanuit de Bijbel een sterk relationeel mensbeeld kennen.

Zo benadrukt juist de Van Mierlo Stichting dat inzet op de samenleving inzet op het relatieprincipe betekent. Voor de democraten staat daarbij de individuele vrijheid voorop. Maar nuchter constateren zij: ‘Ook vrije individuen zijn sociale wezens en geven samen met andere vorm aan hun leven.’ Met gevoel voor humor illustreren zij dit met de gezamenlijke feestvreugde die er kan zijn op een partijbijeenkomst na een goede verkiezingsuitslag, ook bij de liberalen van D66.

Ook bij GroenLinks spreekt men over het ‘relationele individu’. Daar roept men het fenomeen ‘meentes’ in herinnering, dat we eigenlijk alleen nog kennen in straat- of plaatsnamen. Vroeger waren dit gemeenschappelijke gronden in gezamenlijk eigendom. Naar analogie van deze meentes zouden we ook vandaag de dag kunnen zoeken naar deze vorm van gemeenschappelijk (naast privaat of publiek) eigendom.[2]

4. Menselijke maat
Een overheid die meer ruimte zoekt voor de ‘samen-leving’ geeft meer ruimte aan relaties, ook in haar eigen optreden. Een relationele aanpak zou de besluitvorming van de overheid weer meer moeten kleuren. In plaats van politieke besluitvorming met een sausje van burgerparticipatie naderhand moeten overheden echt ruimte durven bieden aan burgerinspraak in hun hele besluitvormingsproces.

Bovendien zouden burgers ook een grotere plek kunnen krijgen in de uitvoering van beleid. Wanneer een gemeente bijvoorbeeld inzet op meer speeltuinen en vervolgens burgerinitiatieven ontmoet, dan moet er ruimte zijn voor aanpassing van de plannen en samenwerking met mensen. Het ene initiatief vraagt meer steun of begeleiding dan het andere. Overheden zouden in hun beleid dus ruimte moeten bieden voor aanpassing ‘naar bevind van zaken’. Voor uitvoerders van overheidsbeleid moet de geest van de wet belangrijker worden dan de letter. Dit vraagt ook iets van volksvertegenwoordigers, die van bestuurders geen blauwdrukken van beleid moeten vragen, maar het meer moeten hebben over de doelen en bedoeling van beleid.

Het is overigens een gemiste kans dat partijen in de uiterste linker en rechter dit punt laten liggen. Met al hun verschillen hebben de Socialistische Partij en het rechtse populisme begrippen als leefbaarheid en de menselijke maat krachtig op de kaart gezet. Het is goed dat ze het bewustzijn bij anderen hebben aangewakkerd, het zou mooi zijn als zij zelf een rol blijven spelen in het nadenken over dit belangrijke thema.

Dus: coöperatiemaatschappij
Het is goed dat er op belangrijke punten politieke consensus ontstaat over de richting van onze samenleving. Want er vinden grote veranderingen plaats in de verhouding tussen overheid en samenleving. Hoe die veranderingen vorm te geven is een gezamenlijke zoektocht. Het is mooi als verschillende politieke richtingen elkaar vinden en ook gezamenlijk met mensen in gesprek gaan over het perspectief van de participatiesamenleving.

Het is ook belangrijk dat politici van verschillende richtingen open met elkaar in gesprek gaan. Dat dat ook gebeurt ondervond het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie bij de ontvangst van zowel de Groenlezing van Govert Buijs en als van een recente studie waarin wij pleitten voor een ‘coöperatiemaatschappij’. Een goede samenleving heeft in onze ogen baat bij een coöperatieve geest en samenwerking van alle maatschappelijke geledingen. Buiten de partij werd dit pleidooi met een open houding ontvangen. Zo werd de studie Coöperatiemaatschappij expliciet genoemd als inspiratiebron in de recente regeringsvisie op de participatiesamenleving.

Als ChristenUnie hebben wij in dit debat wat te bieden. Centraal in de christelijk-sociale politiek stond altijd al de inzet op een dienstbare samenleving en een dienstbare overheid, beide gericht op de menselijke maat. Dat we bij die inzet denkers uit andere partijen ontmoeten is een prachtig gegeven. Laten we de waarden van dienstbaarheid en coöperatie in de politieke praktijk nadrukkelijk blijven uitventen.

Daarbij zouden we ons bewust moeten zijn van de christelijk-sociale intuïtie voor maatschappelijke diversiteit. Abraham Kuyper sprak ooit over ‘soevereiniteit in eigen kring’ en wees daarmee op de eigenheid en eigen verantwoordelijkheid van maatschappelijke verbanden. Waar andere partijen nog al eens spreken over ‘de samenleving’ moeten wij er ons bewust van blijven dat de verschillende geledingen van de samenleving een eigen aard en roeping hebben.

Heel duidelijk komt dat naar voren in de kerk, die in de context van de participatiesamenleving hernieuwde belangstelling krijgt. Dat is prachtig. Maar de kerk is ook een gemeenschap met een eigen roeping. Wanneer zij zich inzet voor de samenleving dan doet zij dat soms ook met een geheel eigen boodschap en missie, gericht op de gehele samenleving en mens, ook zijn spirituele dimensie. Juist zo is zij kerk. En juist zo kan de kerk een waardevolle inbreng leveren in onze samenleving.

Laten we als ChristenUnie nadrukkelijk blijven bijdragen aan het denken over en de praktijk van de participatiesamenleving. Koesterend dat er veel is wat ons met anderen bindt. En bewust dat we met onze eigen traditie en waarden goud in handen hebben, juist voor de samenleving van de eenentwintigste eeuw.

 

Wouter Beekers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut. 

Bestel of download
Robert van Putten en Wouter Beekers, Coöperatiemaatschappij. Over solidariteit organiseren in de eenentwintigste eeuw 

 

Bronnen

  • Kabinetsreactie op de motie van het lid Slob over de participatiesamenleving (december 2014; rijksoverheid.nl).
  • WI SGP, In het oog, in het hart: op weg naar een zorgzame samenleving (februari 2014)
  • WI CDA, Allemaal even decentraal graag! (Christen Democratische Verkenningen zomer 2014)
  • WI D66, Van opgelegde naar oprechte participatie. De mens en zijn verbindingen in samenleving, economie en staat (september 2014)


[1] Het CDA en de maatschappelijke onderneming (WI CDA; dec. 2013).

[2] Aetzel Griffioen, ‘Een participatieve economie’, De Helling (tijdschrift WI GroenLinks; winter 2014) nr. 4, 62-65,

[3] Symposium Radicale Democratisering (21 nov. 2014).