Via Afrika naar Staphorst

Door Geert Jan Spijker


“Men houdt hier veel van het huis van Oranje, maar minder van de overheid”. Bart Jaspers Faijer weet waar hij het over heeft. Hij is nog maar net honderd dagen wethouder van Staphorst, maar hij kent de volksaard van de bewoners goed. Hij benadrukt: “Dit is een heel gewone gemeente.” Een gesprek over politieke drijfveren, zijn jaren in Afrika en regionale economie. “De crisis gaat grotendeels aan Staphorst voorbij.”


Je bent als twintiger een tijd in Afrika geweest. Wat heb je in Staphorst aan die ervaring?
Heel veel. Eerst heb ik tijdens mijn studiejaren een GZB-stage in Kenia en Oeganda gedaan. Later ben ik via Woord en Daad landbouwontwikkelingswerk gaan doen in Burkina Faso. Dat heeft mijn denken gestempeld. Ik heb er meer oog gekregen voor sociale waarden. Materieel is het er misschien arm, maar sociaal gezien is het een hele rijke samenleving. Daar kunnen wij wat van leren.


Kun je daar voorbeelden van geven?
De harmonie in een vergadering verstoor je daar niet zomaar. [Lachend:] Daar moet je hier niet om komen. En dat wij in Nederland bejaardenhuizen kennen, snappen zij echt niet. Ze zijn gewend aan het samenleven met drie generaties. Als plattelander herken ik dat overigens goed. Families en buurten zijn ook hier echt betrokken op elkaar. Wij kennen in Staphorst bijvoorbeeld het verschijnsel burenplicht, wat ze elders in Overijssel wel noaberschap noemen. Dat duidt op plichten die je jegens elkaar hebt. Vroeger was dat heel breed, er werd bijvoorbeeld van je verwacht dat je ging helpen bij de bouw van iemands huis. Nu is dat teruggebracht tot ‘rouw en trouw’.  


Klinkt prachtig: de participatiesamenleving in praktijk!
Zeker, maar de keerzijde van die nauwe betrokkenheid op elkaar is er natuurlijk ook. Zo’n samenleving kan behoorlijk dwingend zijn, wat soms weer zorgt voor psychische nood. De participatiesamenleving die ik voor me zie, is er één waar de overheid dicht bij de inwoners staat en waar gezamenlijkheid is: een 'coöperatiemaatschappij' zoals het nieuwe WI-boek aangeeft.


Over Staphorst bestaan veel vooroordelen, zeker in seculiere kringen. Hoe zou jij de volksaard van Staphorst omschrijven?
Ik vind de bevolking hier authentiek. Men gaat niet snel mee in bepaalde trends. Mensen weten prima wat er te koop is in de wereld, maar men gaat zijn eigen weg. Tegelijk is men erg gesteld op autonomie: ‘Wij maken het zelf wel uit!’. Dat heeft iets moois, maar het botst ook weleens met de regels. Dan zegt iemand: ‘Ik wil gewoon bouwen, klaar’. Mensen willen hier correct behandeld worden, met respect. Ze vinden het belangrijk dat bestuurders aansluiten bij hun leefwereld. Dat vind ik terecht: werken voor de gemeente is werken voor de gemeenschap. Het gaat om mensen. Ook dat heb ik in Afrika geleerd. Daar kennen ze een cultuur van het woord, wij westerlingen hebben een cultuur van letters. Dat maakt onze cultuur formeler. Voor je het weet gaat het vooral om regels op papier en raakt de mens uit zicht.


Je bent sinds mei echt politiek actief. Waarom heb je voor de  ChristenUnie gekozen?
Ik kom uit een RPF-nest, dus de keuze voor de ChristenUnie was destijds logisch. Ik heb me er altijd thuisgevoeld. Dat komt doordat in onze partij centraal staat de welwillendheid om te luisteren naar Gods Woord. Uiteraard is daarmee niet alles bepaald, maar dit bepaalt wel onze identiteit als partij. Hoe we dat vervolgens vormgeven, met wie precies, en welke rol de drie Formuleren van Enigheid daarin spelen, dat zijn vervolgvragen. Wel vervolgvragen die we ons als ChristenUnie moeten blijven stellen. Het is goed dat partijvoorzitter Piet Adema dit heeft geagendeerd.


Ergens zei je: Ik wil het leven naar Gods Woord bevorderen. Hoe doe je dat als politicus?
Dit heeft allereerst een persoonlijke kant. Ik denk dan aan Psalm 23: De Heer is mijn herder, Hij leidt ook mij. Het is cruciaal om dat te beseffen. Het gaat om dienstbaarheid. Dat geldt ook voor mij als politicus. Dat dienen van anderen is soms best lastig. Kijk naar David en naar Obadja. De vraag is telkens: hoe doe ik het? Galaten 5 vers 22 en 23 houd ik mezelf vaak voor: ‘Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.’

Politiek gaat over het sturing geven aan de samenleving. Elke dag vraag ik me af: ‘Wat is goed  voor Staphorst en wat niet?’ Daarbij vind ik de Tien geboden van belang en in het verlengde daarvan het verantwoord omgaan met elkaar en de schepping. Duurzaamheid, of zoals men in Afrika mooi zegt ‘volhoudbaarheid’ betekent geen uitputtingsslag. Ik vraag me af of we als samenleving iets van de crisis hebben geleerd.


Hoe gaat Staphorst om met de crisis?
De regio Zwolle doet het economisch erg goed. Als gemeente staan we er goed voor, ook financieel.. Dat geldt sowieso voor een groot deel van de biblebelt, dat is opvallend. Het creëren van bedrijvigheid gaat goed. Alleen het automatisch samenwerken lukt niet altijd. Staphorstenaren zijn best individualistisch. Dat komt mede door de wijze van ontginning van vroeger. Men moest het zelf doen.


Ik hoor weleens de klacht dat Den Haag te weinig oog heeft voor het noorden en oosten van Nederland. Herken je dat?
De landelijke politiek denkt inderdaad veel te Randstedelijk. Wij hebben een andere oriëntatie. Ter illustratie: mensen in Oost-Nederland vliegen bijvoorbeeld vaak via Dusseldorf in plaats van Schiphol. Dat soort dingen hebben veel beleidsmakers en politici in Den Haag niet door. Dat verwijt geldt overigens zeker niet voor Arie en de zijnen!



Bart Jaspers Faijer (45) is geboren en getogen in Hooge Hexel, nabij Vriezenveen (Twente). Hij studeerde land- en bosbouw en in dat kader verbleef hij 6 jaar in Afrika. Voor zijn wethouderschap was hij directeur van Stimuland, een organisatie gericht op de ontwikkeling van het platteland. Hij is getrouwd met Jenny en heeft 5 kinderen.