Herbron de christelijke politiek

Door Rob Nijhoff


In CDA-kringen zijn recent twee publicaties verschenen die ingaan op de “C” van het CDA of van christelijke politiek, het een academisch getint, het ander meer ad hoc en persoonlijk.

Pieter Jan Dijkman, Raymond Gradus & Jan Schinkelshoek redigeerden de bundel CDA ontleed. Over de betekenis van de C, D, A. (Den Haag: Wetenschappelijk Instituut van het CDA, 2014). In het ‘C-deel’ over christelijke politiek komt men Erik Borgman,  Paul van Geest, Bram van de Beek, Hans Vollaard en Govert Buijs tegen.

De auteurs zien geen heil in een nietszeggend cultuurchristendom of een vermeend neutrale rationaliteit, maar evenmin in ‘een exclusieve club van christenen’, of enkel getuigenispolitiek (zoals “soms” de ChristenUnie). Men wil een partij die leeft naar de christelijke waarden, en een politiek die ze bevestigt – door wie ze ook in praktijk worden gebracht in de samenleving (11, 43-46).


Profeten
Een persoonlijke hartenkreet, die daardoor sympathie wekt ondanks de soms wat al te boude taal, is Herbron de christelijke politiek, door Arjen Jansons (op de CDA-lijst bij de laatste gemeenteraadverkiezingen in Steenwijkerland). Van hem verscheen in 2009 over zijn dochter: In het bos zijn de wilde dieren. De moord op Sybine Jansons. (Amsterdam: Van Gennep). Het Herbron-boek (Gopher, 2014) bevat twee delen. In het eerste ontleent Jansons lessen en politieke posities aan onder andere de levensverhalen van Noach, Mozes, Hizkia, Daniël, Zacharia, Nehemia; Jezus en Paulus. Ook Achab passeert, als negatief voorbeeld. Na de Naboth-affaire, een grondonteigening door de overheid, wordt Achab door Elia tot de orde geroepen: ‘De trias politica was er nog niet, maar wel de onafhankelijke rol van Gods profeten.’ Laten christenen zo hun stem verheffen tegen machtsmisbruik, corruptie, onrechtvaardigheid en slecht rentmeesterschap. Concreet noemt Jansons bijvoorbeeld oneigenlijke subsidie voor golfvelden op basis van de natuurschoonwet uit 1928.

In het tweede deel gaat hij van de meeste huidige partijen de uitgangspunten langs. Met kopjes als ‘D666’ en ‘De Socialistisch Partij bondgenoot in strijd tegen Mammon’. Over de ChristenUnie is hij kort, omdat hij geen basisdocumenten vond (had even gebeld, denk je dan…). En onder een Friese ChristenUnie-gedeputeerde kwam er wel een omstreden vierbaansweg tussen Dokkum en Veenwouden, maar geen spoorverbinding tussen Heerenveen en Groningen. Hier ziet Jansons “bij wijze van spreken een VVD-wolf in CU-schaapskleren”. Zijn eigen CDA wenst hij uiteindelijk vooral compassie toe, integriteit en bescheiden strijdbaarheid.


Meer dan calvinisme
Bij het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie ligt momenteel de vraag op tafel wat christenen verbindt op politiek gebied. Gebrek aan herkenbare identiteit is bij de ChristenUnie (meestal) niet het punt, eerder een te specifieke identiteit. Historisch hebben in Nederland vooral gereformeerde politici hun Bijbelse brongebied politiek benut via onder andere de drie ‘formulieren van enigheid’ (Nederlandse Geloofsbelijdenis, Heidelbergse Catechismus en Dordtse Leerregels). Hoe – ook politiek – krachtig deze specifieke calvinistische traditie ook was, niet alle christenen herkennen zich hierin. Dieper raakt dat sommige christenen zich bij voorkeur via een niet-christelijke partij inzetten. Die christelijke vrijheid mag bestaan, maar lukt het om elkaar intussen te blijven ontmoeten op het niveau van (politieke) drijfveren? Gezocht: een platform om elkaar zo nu en dan te spreken.


Rob Nijhoff is senior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Instituut.