Kapitaal in de 21e eeuw

Door Teunis Brand
 

De Franse publicatie ging relatief onopgemerkt voorbij, maar toen de Engelse vertaling van Le capital au XXIe siècle van de econoom Thomas Piketty verscheen kon de drukpers aan blijven staan. Van de Engelse editie zijn al meer dan 500.000 exemplaren verkocht en veel vertaalde edities moeten nog verschijnen (de Nederlandse editie verschijnt op 30 oktober 2014 bij uitgeverij de Bezige Bij). En dat terwijl we het hebben over een economische pil van bijna 700 pagina’s. Veel beroemde economen (zoals Robert Solow, Paul Krugman, Kenneth Galbraith en Joseph Stiglitz) hebben het boek inmiddels al uitgebreid besproken en becommentarieerd op blogs en in kranten. In Nederland verschijnt binnenkort zelfs een boek over Piketty’s boek: Waarom Piketty lezen? 49 reflecties op ‘Kapitaal in de 21e eeuw’. Wat maakt Piketty’s boek zo bijzonder?


Eerst moet er een misverstand uit de wereld worden geholpen. Ondanks de suggestie die wordt gewekt door titel en media is Piketty niet de nieuwe Marx. In een interview met de New Statesman moest Piketty toegeven dat hij Das Kapital niet eens heeft gelezen. Kapitaal betekent voor Piketty ook iets heel anders dan voor Marx. Bij Marx is de essentie van kapitaal het proces van accumulatie (de groei van het kapitaal), waardoor de heersende klasse in toenemende mate controle kan uitoefenen over de productiemiddelen. Voor Piketty betekent kapitaal eigenlijk hetzelfde als vermogen, of het nu gaat om aandelen, staatsobligaties, een huis of een eenvoudige spaarrekening.


Kapitaal steeds belangrijker
De centrale stelling van het boek is dat kapitaal een steeds belangrijkere rol is gaan vervullen in de afgelopen decennia. Om de omvang van kapitaal de duiden, gebruikt Piketty de kapitaal-inkomensratio: de verhouding tussen de hoeveelheid kapitaal en het inkomen dat we jaarlijks verdienen op nationaal niveau. Deze ratio was in Europa in de negentiende eeuw ongeveer zeven (dus zeven keer zoveel vermogen als jaarlijks inkomen) en dit grote aandeel kapitaal was ook nog eens sterk geconcentreerd. De twintigste eeuw lijkt een eeuw geweest te zijn met een afnemende rol voor kapitaal en afnemende vermogens- en inkomensongelijkheid. Wat Piketty echter laat zien is dat deze ontwikkeling van begin twintigste eeuw tot ongeveer de jaren zestig en zeventig zeker klopt, maar dat sindsdien de rol van kapitaal en de ongelijkheid weer sterk aan het toenemen zijn. Het afgenomen belang van kapitaal en de afgenomen ongelijkheid hebben volgens hem vooral te maken met de schokken die de twee wereldoorlogen hebben aangericht. Er vond daardoor kapitaalvernietiging plaats en ook inkomens waren in die tijd veel meer gelijk.


Grote stappen snel thuis
Er is dus sinds de negentiende eeuw sprake van een soort U-curve en het dreigende scenario van Piketty is dat we weer terugkeren naar een samenleving waarin de ongelijkheid net zo groot is als toen. En die was fors. In de  negentiende eeuw bezaten de 10% meest vermogenden maar liefst 90% van al het vermogen en harkte de top 10% met hoogste inkomens wel 45% van het totale inkomen naar zich toe. Piketty onderbouwt zijn verwachtingen voor de toekomst op basis van de trends in de afgelopen decennia. Daarin zijn vooral het rendement op kapitaal (r) hoger en de economische groei (g) belangrijk. Als kapitaal ongelijk verdeeld is, betekent r>g dat de verdeling alleen maar ongelijker wordt. Volgens Piketty zal het gat tussen r en g groter worden, omdat hij een regime van lage groei verwacht terwijl het rendement op kapitaal zal toenemen door steeds lagere belastingen op kapitaal. Bij de voorspellingen van Piketty moet echter worden aangetekend dat die een hoog grote-stappen-snel-thuis-gehalte hebben. Vaak is het niet meer dan het extrapoleren van een historische lijn in combinatie met een aantal eenvoudige veronderstellingen over toekomstige ontwikkelingen. Naast het toenemende belang van kapitaal laat Piketty zien dat de ongelijkheid ook sterk is gestegen door de groei van topinkomens, met name in de Verenigde Staten: de zogenaamde opkomst van de supermanager. Het aandeel van de lonen in de topinkomens is namelijk gegroeid en het aandeel kapitaalinkomen is gedaald.


Veel data
Piketty heeft veel unieke data verzameld die overzicht geven van bewegingen van ongelijkheid over een erg lange termijn. Er is echter wel wat af te dingen op de data. Piketty gebruikt nooit de Gini-coëfficient (een veelgebruikte maatstaf voor ongelijkheid voor de hele inkomens- of vermogensverdeling), maar focust bijna alleen op het aandeel van de top 10% en de top 1%. Daardoor geven zijn grafieken weinig informatie over de verdeling van inkomen en vermogen in de grote groepen daaronder. Wat betreft vermogen gebruikt Piketty de marktwaarde, maar die is ook aan veel fluctuatie onderhevig, wat een vertekend beeld kan geven. De data betreffen vooral Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten. Een aantal keren gebruikt hij ook data van Duitsland, Japan en Zweden. Nederland zit er helaas niet bij.


Ongelijkheid in Nederland
Toch kunnen we iets zeggen over onze situatie.  Recent bracht de WRR immers een publicatie uit met de titel Hoe ongelijk is Nederland?. Uit deze publicatie blijkt dat de inkomensverdeling in Nederland wel relatief gelijk is, maar de afgelopen decennia wel is toegenomen. Vooral de verschillen in bruto-inkomens lopen uiteen, terwijl de herverdeling door belastingen en uitkeringen deze toename van ongelijkheid grotendeels corrigeren. Ook blijkt dat het vermogen in Nederland vrij scheef verdeeld is: de 50% minst vermogenden bezit bijna niets, terwijl de 10% meest vermogenden ruim 60% van het vermogen in bezit hebben. Nuance is echter op zijn plaats: de minst vermogenden zijn niet per se armen, het zijn ook goedverdienende huishoudens met een huis dat onder water staat. Ook de vermogenden zijn niet per se de rijken, omdat in de groep vermogenden vooral ouderen zitten met een ruim pensioen en overwaarde op hun huis.


Evaluatie
Piketty heeft een belangrijk boek geschreven dat veel stof heeft doen opwaaien. Hij heeft zonder twijfel het thema van ongelijkheid en het belang van kapitaal weer op de agenda gezet. Tussen de regels door wordt duidelijk dat Piketty ongelijkheid vooral als een probleem ziet. Zijn oplossingen laten daar weinig twijfel over bestaan. Hij toont zich een echte socialist die pleit voor hogere belastingen, zoals hogere erf- en schenkbelasting, toptarieven in de inkomstenbelasting van 80% en zelfs een mondiale belasting op vermogen. Het utopische van de laatste maatregel ziet Piketty zelf wel in, maar volgens hem is het een mooi en nastrevenswaardig toekomstideaal.


Thomas Piketty
Capital in the Twenty-First Century
Harvard University Press
685 pagina’s
ISBN 9780674430006

 

Teunis Brand MA MSc is per september gestart als projectmedewerker bij het WI. Hij doet onderzoek naar een dienstbare economie.