Privatiseringsverdriet

Door Trineke Palm


In De terugkeer van het algemeen belang schetst ChristenUnie-senator Roel Kuiper het privatiseringsverdriet van Nederland – “verdriet over de teloorgang van zeggenschap over aangelegenheden die de eigen samenleving raken” (15). Ook voor de lezers die bekend zijn met het rapport van de enquêtecommissie die onder leiding van Kuiper het Nederlandse privatiserings- en verzelfstandigingsbeleid onderzocht, biedt dit boek voldoende 'nieuws'.

Het boek beoogt bij te dragen aan: 1) het weer in positie brengen van de nationale overheid als “hoeder van publieke belangen”, 2) herstel van maatschappelijke verbindingen, 3) en herstel van maatschappelijke verhoudingen.


Private belangen winnen
Is dat nodig dan? Jazeker. Kuiper stelt dat de politiek haar primaat is kwijtgeraakt en dat private belangen het steeds winnen van publieke belangen, hetgeen tot verval leidt (35).
In de jaren ’80 is onder leiding  van toenmalig premier Ruud Lubbersde Nederlandse privatiseringspolitiek ingezet. Men werd daarbij 'geïnspireerd' door het Engelse experiment (Thatcher), met als verschil dat het Nederlandse privatiseringsbeleid sterker voortkwam uit een overheidsbelang (kosten drukken) dan uit ideologische overwegingen.
Het Verenigd Koninkrijk wist dit denken succesvol de EU 'in te fietsen', waarmee ook in de Europese interne markt het publieke belang ondergeschikt raakte aan economische deelbelangen (149).
Aan de hand van drie beeldbepalende voorbeelden (post & telefonie, NS en elektriciteit) schetst Kuiper een onthutsend beeld van de parlementaire besluitvorming. Bijvoorbeeld de post die “per ongeluk ” werd mee geprivatiseerd (91).

 
Nationale politiek blind
Kuipers boek levert een belangrijke bijdrage aan ons denken over de relatie tussen samenleving, overheid en markt. Desalniettemin heb ik één centraal kritiekpunt: de focus op de EU en de interne markt als boosdoener dreigt de aandacht af te leiden van het onthutsende gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef van de Nederlandse overheid en ons nationale parlement.
Voor alle duidelijkheid: ik trek Kuipers stelling over de dominantie van de neoliberale ideologie in het interne markt project niet in twijfel. Ik heb echter mijn twijfels bij het belang dat Kuiper hecht aan deze verklaring voor de doorgeschoten privatiseringspolitiek in Nederland.
Zijn kritiek op de EU en de interne markt maskeert de rol van het nationale parlement dat heeft zitten “slapen”, verblind door een geloof in het neoliberale gedachtegoed.


Calimero-denken
Kuiper schetst een beeld van Nederland als ingeklemd tussen drie grootmachten (Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk) en van een Europese Unie die wordt gedomineerd door de politiek van grote lidstaten die een schimmig intergouvernementeel machtspel spelen (144).
Deze weergave is een vorm van Calimero-denken die kan afleiden van de eigen verantwoordelijkheid. De Big 3 zijn bijzonder divers op tal van terreinen, ook op het gebied van privatisering en verzelfstandiging en de rol van de markt in het algemeen. Nederland heeft zelf in haar Atlantische oriëntatie besloten navolging te geven aan het Britse experiment. Dat terwijl, zoals Kuiper aangeeft, Duitsland toch Nederlands belangrijkste handelspartner is (141). Duitsland is, evenals Frankrijk en andere lidstaten, veel beter in staat gebleken haar publieke belang te beschermen tegen inmenging van de interne markt.


Europa 'gebruikt'
Aangezien andere EU lidstaten er wel, of in ieder geval veel beter, in zijn geslaagd te voorkomen dat interne markt-regels van toepassing werden op hun publieke diensten, lijkt dit er eerder op te wijzen dat de Nederlandse politiek Europa heeft gebruikt voor de eigen agenda.
De interne markt ideologie van de EU en de Nederlandse privatiseringspolitiek komen beide voort uit een grotere paradigma shift die met het neoliberale denken van de econoom Friedman door Thatcher en Reagan dominant is geworden. De EU centraal stellen als de grote boosdoener vertekent het beeld. Het is de neoliberale ideologie die zowel in de EU als in Nederland van grote invloed is (geweest).
Kortom, door de focus op de interne markt van de EU wordt het privatiseringsverdriet bijna het gevolg van iets dat ons is overkomen, in plaats van een consequentie van het (gebrek aan) handelen van de Nederlandse politiek.


Een alternatief
Voordat we onze pijlen richten op het Europese neoliberale project moeten we definiëren wat dat Nederlandse publieke belang is. In het laatste deel van het boek reikt Kuiper een alternatief verhaal aan, waarin hij overtuigend laat zien, op een wijze die ook voor een breder publiek toegankelijk is, dat het christelijk politieke denken hiervoor belangrijke aanknopingspunten biedt.
Voortbouwend op het werk van de Engelse historicus Ferguson bekritiseert Kuiper het “betonnen verhaal over de voordelen van grootschaligheid” (175). Civil society en instituties geven sturing aan het economisch leven. Waar deze sturing met privatisering verdwijnt, ontstaat er een “Darwiniaanse economie – een gevecht van allen tegen allen” (180). Kuiper doet zeven voorstellen voor een antwoord op de problemen van het gevoerde privatiseringsbeleid, waaronder een versterking van de provinciale overheden (191).


Algemeen belang
Een duurzaam antwoord op de privatiseringsideologie gaat echter dieper dan concrete voorstellen voor een institutionele herziening. Kuipers 'nieuwe' verhaal van het algemeen belang is geworteld in het christelijk politieke denken over moreel kapitaal en het denken over een sociaal contract in de lijn van Althusius. Hierbij staat niet het deelbelang voorop, maar gemeenschappelijke doelstellingen en een persoonlijke bereidheid er te zijn voor anderen. Een politieke inzet voor het algemeen belang schept waarborgen voor ieders vrijheid en kaders voor de behartiging van ieders individuele belang – niet andersom (194). Dan is herstel van maatschappelijke verhoudingen en verbindingen mogelijk.

De terugkeer van het algemeen belang is dus gebaat bij dienstbare politici die de publieke zaak zijn toegedaan (194). Kuipers boek nodigt uit de handschoen op te pakken.

 

Trineke Palm Msc is promovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam (afdeling Politicologie & Bestuurskunde) en fellow van het WI.