'Soms denk ik dat er eerst een shock nodig is'

Door Geert Jan Spijker

Jan Huijgen is net klaar met 'straten' als ik aankom. Hij zit uit te blazen in de schaduw van een boom.  Op het erf van zijn Eemlandhoeve moet een straat komen die uitloopt op een kapel - al mag het die naam eigenlijk niet hebben van de lokaal verantwoordelijke ambtenaar. De boer en filosoof oogt ontspannen, als iemand die luchtig en laconiek de toekomst inkijkt en het leven op zich af laat komen. Maar schijn bedriegt. Huijgen is een man met een missie: de regionale voedselcultuur weer tot leven wekken, te beginnen bij zijn eigen boerderij, maar daarna ook de rest van Nederland en verder. Onlangs kwam zelfs Patriarch Bartholomeus op bezoek. Een gesprek met hem en een "maat die veel bezig is met energie", ondernemer Arjan Bijman, over pionieren en de belemmeringen die dat met zich meebrengt. "Van overheden, banken en bedrijven hoeven we het niet te verwachten."


Hoe kwamen jullie erbij om te kiezen voor een 'regionale insteek'?
JH: Toen ik twintig jaar geleden actief ging boeren, werd de Nederlandse landbouw gedomineerd door het streven naar schaalvergroting, efficiëntie, globalisering en industrialisering. Dat was het algemene model. De standaard in alle regio's werd: wij importeren voer, voeren de dieren en exporteren vervolgens het vlees - en wij, Nederland dus, blijven met de rotzooi, de mest achter, zoals Cees Veerman het zei. Dit was het effect van onderliggende bewegingen en beleid. Globale markten waren leidend geworden voor de ontwikkeling van de landbouw. Ik begon me af te vragen of dit een goede beweging was. Ze zorgt namelijk voor veel rotzooi en milieuproblemen. Het is slecht voor dierenwelzijn en doet het landschap verschralen.


Hoe zag jouw alternatief eruit?
JH: Een die aansluit bij de lokale gemeenschap, in mijn geval de regio Amersfoort en Bunschoten-Spakenburg, Eemland. De regionale economie moet centraal staan. Ik wil stad en platteland op elkaar laten aansluiten. Meer voedsel moet binnen de regio worden afgezet. Dit vereist een paradigmashift, een totaal andere manier van denken, geënt op de regio en betrokken op de concrete omgeving en de menselijke maat (pakt een schema erbij, GJS).


Ben jij een soort antiglobalist?
JH: Globalisering en regionalisering moet je niet scheiden, ze gaan samen op. Maar ze schuren ook. Ik zie wel - en steeds meer - de keerzijde van de globalisering. Allereerst wordt er vaak geld en winst uit de regio getrokken, door aandeelhouders die op abstracte afstand staan. Van supermarkten gaat de winst gaat naar een hoofdkantoor ver weg, en dan naar aandeelhouders. Zo raakt de regionale economie zelf uit zicht. Zeggenschap en geld worden er uit getrokken.
Daarnaast zie ik ook steeds meer dat globalisering iets riskants heeft. Het systeem is erg kwetsbaar, doordat alles met alles technologisch en economisch samenhangt. Dat zorgt voor grote risico's. Als Heathrow plat wordt gegooid door een aanslag heeft Londen geen voedsel meer. Zo is het. Als je regio's meer zelfvoorzienend maakt en minder afhankelijk van wereldwijde voedselstromen dan loop je dat risico niet. Er zit meer in de nabije omgeving dan mensen denken. Waarom dan uitwijken naar andere landen of zelfs werelddelen?


Die hele focus op de regio gaat natuurlijk over meer dan voedsel. Arjan, jij bent vooral met lokale energievoorziening bezig.
AB: De beweging gaat inderdaad veel breder dan landbouw, natuur en voedsel. Je ziet het ook voor energie, mobiliteit en zelfs voor zorg en werk. Er zit veel in de regio, sluit daarbij aan. Het sluit aan bij beweging naar menselijke maat, zeggenschap: men wil weer regie over eigen leven. Dat wordt breed gevoeld. Ik zie laatste half jaar echt een omslag in het denken en doen. Dat wil zeggen: bij burgers, niet bij de overheid. Mensen zelf.


Momenteel heeft iedereen het over de participatiemaatschappij. Jullie hebben de wind mee. De overheid staat te applaudiseren voor wat jullie doen, neem ik aan.
AB: Dat valt tegen. Ik ben in 1998 Voorbeeldondernemer geweest, dat is een prijs voor innovaties en daarmee een mooie erkenning. Vervolgens verwacht je ook steun voor vernieuwende activiteiten en producten, maar dat kwam er niet van. Na die waardering heb ik vooral last gehad van Den Haag en van grote bedrijven. Die worden beschermd door en hebben geen reden om te veranderen. Die vinden vernieuwers maar lastig. En dat terwijl het beleid van die grote energiejongens tegenwoordig vaak bepaald wordt in het buitenland, bijvoorbeeld door RWE in Duitsland. Hoog tijd dat we lokaal meer aan energieopwekking gaan doen.


Wat is er mis met onze huidige energievoorziening?
AB: Het is een enorm kwetsbaar geheel. Als Poetin moeilijk doet met gasleveranties, of als de aardbevingen bij Slochteren toenemen dan hebben we echt een probleem. In heel 2013 is er heel weinig gebeurd in de alternatieve energie. Duitsland heeft al 25% eigen opwek, wij maar 4%! Dat scheelt 16 miljard per jaar. (Nederland is er in mijn ogen erger aan toe dan Griekenland, qua economische dreiging: Dan moeten we uit Duitsland halen, tegen hoge prijzen. Daar moeten we op anticiperen.


Hoe?
AB: Wij zijn nu bezig met het bouwen van containers met een nieuw type  zonnecollectoren die stoom produceren wat dan weer electriciteit oplevert. Als we die containers op allerlei strategische punten in wijken, in heel Nederland, neerzetten, dan doen we aan lokale energieopwekking - itt overigens tot windmolens op de Noordzee! Daarvoor is wel subsidie nodig. Nu wordt alleen gas gesubsidieerd. Nederland denkt alleen in gas. Als je innovatief bezig bent moet je zelf investeerders zoeken. Burgers willen wel, maar de  financiering is lastig. Ik ga niet eens meer praten in Den Haag of bij Provincie.


Ervaar jij hetzelfde, Jan?
JH: Ik zie dat op Economische Zaken men alleen gericht is op de grote jongens, de topsectoren. Dat is jammer en eenzijdig. De overheid laat veel liggen zo. MINISTERIE I EN M!!  Ik vroeg dit aan bij bank. Rabo wilde het niet geven! Banken steunen niet. ze voelen zich bedreigd. Boerenleenbank zelf opnieuw uitvinden! Soort Rabo 2.0. Grote jongens voelen zich bedreigd. Rabo ziet dit met argusogen aan: he, dit deden wij vroeger toch?  Ik ga meer naar ondernemende figuren toe. En naar burgers. Participeren die in maatschapp model. financiering. Vriend van Eemlandhoeve worden bv Teller staat op 40!


Waarom regionale initiatieven niet gesteund? Hoezo afgeremd?
JH: soms denk ik, er moet eerst een ramp gebeuren voor men de noodzaak inziet van vernieuwing. Maar het heeft ook te maken met gebrek aan visie en moed. Veerman had dat wel. Goede ambtenaren nodig die dat kunnen vertalen. Wie nu? Er is lef nodig om iets te veranderen. Wie heeft dat nu? Ik zie ze nu niet. Grote verlegenheid. Ambtenaren wisselen van plek, moeilijk een band op te bouwen.
En er zijn machten en krachten aan het werk .. agropoliserende machten: toevoer en retail: allemaal grote monopolies! De ketens zijn zo sterk daar kom je bijna niet meer doorheen. Weinig vrije ruimte om andere wegen te gaan. Overheden erg beperkte speelruimte, ook al zouden ze willen.

AB: Wij zijn zgn kennisland. Maar als wij een oplossing hebben, dan zijn er grote instellingen als TNO hebben ook geen baat bij dit soort innovaties van onderop. Daar lopen 6000 mensen die moeten verdienen. Die hebben geen baat bij uitrol van onze innovaties en initiatieven.

 
Jan Huijgen is boer en filosoof (eemlandhoeve.nl). Hij won in 2007 de Europese Mansholtprijs.
Arjan Bijman is ondernemer op onder meer het gebied van duurzame energie.