Groenlezing 2007

Verslag 2007

Groen van Prinstererlezing goed ontvangen

Ook wie tijdelijk ergens woont, heeft een taak. Dat was de boodschap van de lezing 'Pelgrims op het pluche' van Drs. Wim G. Rietkerk. Het was de vijfde keer dat het Wetenschappelijk Instituut de Groen van Prinstererlezing organiseerde, dit jaar in de schilderachtige St. Gertrudiskapel vlak bij station Utrecht CS.

Pluche kleeft. Pelgrims trekken. Pelgrims die aan het pluche plakken, dat hoort niet. Maar ‘pelgrim’ geeft ook niet goed weer hoe de bijbel bijvoorbeeld Abraham noemt: ‘vreemdeling en bijwoner’. Vreemdelingschap heeft een kant van onthechtheid, maar ook een kant van hechting.

Op twee manieren maakt drs. Wim G. Rietkerk zijn betoog persoonlijk. Toen hij in 1940, in het eerste oorlogsjaar geboren werd, vernoemde zijn vader bewust Willem Bilderdijk en Guillaume Groen van Prinsterer. Zo droeg zijn zoon toen de hoop op nieuwe Hollandse vrijheid – en houdt hij nu in Groen’s traditie deze 5e Groen van Prinstererlezing 2007, een lustrum.

Zijn invulling van vreemdelingschap illustreerde hij aan de aankoop van het l’Abri-huis aan de Kromme Nieuwegracht in Utrecht, waar hij en zijn vrouw nu nog altijd wonen. Toen de koop (in 1984) al rond was, maar de overdracht pas na de zomer, gaf de eigenaar toestemming tijdens deze zomer alvast wat te klussen in het huis. Tijdens dit klussen voelde hij zich ‘vreemdeling in eigen huis’.

Politiek gezien betekent dit: geen triomfantalisme, ook niet nu de ChristenUnie in het kabinet zit, maar ook geen ‘cameleon christianity’, kameleongedrag, de kleur van je omgeving aannemen. Niet de architectonische, grootse visies van Abraham Kuyper, maar wel zijn besef dat ‘geen duimbreed’ valt buiten de regie van Christus. Een christen-politicus is blij met een bloemetje in het beton: het beton krijg je niet weg, maar het bloemetje is een hoopvol teken.

Wim Rietkerk: “Met die visie gaan we aan de slag. Vrolijk en humoristisch, want wij weten wat relativeren is , maar tegelijk ook radicaal en renoverend. Minder breed en  evenwichtig, minder reusachtig en regentesk,  meer postmodern en bevlogen op de toekomst gericht. Wij kunnen en hoeven niet het hele veld te ontwikkelen, maar laten we in gebed kiezen wat de Heer ons hier en nu te doen geeft.”

De St. Gertrudiskapel, ooit een rooms-katholieke schuilkerk, bleek een prachtige locatie voor dit lustrum. Elias en Myrte de Bruijne luisterden, geheel in stijl, met cello en fagot de avond op. Na de pauze waren er meer vragen dan drs. Rietkerk kon beantwoorden, maar deze en gene schoot hem na de tijd nog aan, onder het bekende genot van een hapje en een drankje.