De opkomst van de prosumer

Door Geert Jan Spijker, eindredacteur

Roel in 't Veld sprak in februari jl. zijn negende(!) oratie uit. De bestuurskundige neemt op zijn 72e nogmaals een hoogleraarschap op zich, en waarom niet? Hij kent het Nederlandse openbaar bestuur als weinig anderen. Hij leerde het van binnen en van buiten kennen door onderzoek en praktijkervaring. Ik sprak hem voor de gemeenteraadsverkiezingen, over kennisdemocratie, participatie en 'prosumerschap'. "Ik ben niet somber, eerder een optimist."


Het feest van de democratie

Het is verkiezingstijd. Hoe viert u het feest van de democratie?

(korte stilte) Ik houd van feestjes, maar dan wel van oprechte. Ik vind het mooi als mensen en partijen op basis van ideeën steun proberen te werven. En ik zie dat ook gebeuren. Maar niet meer zo veel. Politiek is meer iets van marketeers dan van programma's geworden. Veel partijen vinden maximale kiezerssteun en opiniepeilingen het belangrijkst, men kiest vervolgens een daarbij passende inhoud. Er wordt geklaagd dat kiezersgedrag onvoorspelbaar is geworden, maar dat hebben politici zelf uitgelokt. Men stelt personen voor inhoud. Media spelen daar uiteraard een cruciale rol in. In onze kennisdemocratie zijn media, politiek en wetenschap diepgaand afhankelijk van elkaar.  

U klinkt sceptisch. 

Ik ben zeker niet sceptisch. Ik schets alleen de feitelijke situatie. Die is geen noodlot. Ik geloof er sterk in dat mensen kunnen leren van eerdere ervaringen; wij zijn reflexieve wezens, we kunnen kiezen. Dat maakt mij optimist, niet somber. De toekomst is naar haar aard open. Zeker onze complexe netwerksamenleving is volstrekt onvoorspelbaar. 

U betoogt in uw oratie dat er in onze democratie meer aandacht moet komen voor participatieve vormen. Er moet dus wel wat gebeuren.    

De representatieve, formele kant van onze democratie moet meer ruimte laten aan participatieve democratie, aan zelfbestuur. Groepen burgers willen op meer informele wijze, los van de overheid, hun ideeën kunnen vormgeven. Ze doen dat meestal op basis van welbegrepen eigenbelang, maar ze moeten daarvoor wel de ruimte krijgen van de politiek. Geef burgers in nieuwe collectieven en organisaties meer zeggenschap en laat de overheid zich beperken tot het stellen van randvoorwaarden.

Bij mij in Amersfoort wordt een park aangelegd dat is ontworpen met veel inspraak van burgers. Bedoelt u zoiets?

Ja, maar het is dan wel cruciaal dat de gemeente het ook echt loslaat en niet na het participatieve proces met de burgers alsnog zegt: "Wij willen helemaal geen platanen, maar eiken!" Dat is funest voor het vertrouwen van bewoners. Vooraf moet de politiek goed helder hebben wat ze wel en vooral niet gaat doen. Dat vergt zelfbeheersing. Tegelijk is al die nieuwe participatieve bottom-up actie alleen mogelijk als op de achtergrond de staat ook blijft functioneren. Vergelijk het met decentrale energieproductie: die werkt alleen als er ook een centrale is.

Waar komt die nieuwe nadruk op participatieve vormen vandaan?

We leven in een steeds complexere samenleving, waarin de overheid als sturende instantie geen centrale plek meer heeft. Sturing komt van veel verschillende kanten. De representatieve democratie schiet tekort, en participatieve vormen zijn daarom nodig voor het onderhoud aan de democratische structuur. Je ziet allerlei voorbeelden. Kijk naar dorps- en wijkraden. Ook het aantal coöperaties neemt enorm toe, op allerlei terreinen: van energie, wonen, samen glasvezel aanleggen tot beheer van dorpshuizen. In Noord-Brabant werken burgers nu samen tegen de verdroging van de grond. Een nieuw soort burger komt op, de prosumer.  

Publiek of particulier?

De Prosumer?

Door technologische ontwikkelingen zijn burgers in staat tot consumeren en produceren. Iedereen kan met zijn telefoon filmpjes maken en die verspreiden. Prosumers willen invloed op producten en diensten en nemen initiatief. Ze verenigen zich in gemeenschappen zoals de genoemde coöperaties en hebben daarbij geen overheid nodig.

Afschaffen dus, die centrale overheid met haar representatieve democratie?

We moeten nietnaïef doen over deze ontwikkeling, er zijn ook schaduwkanten. Neem het Broodfonds tussen zzp'ers ter verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Consultants zullen zich graag als groep willen verzekeren, maar stel dat er een stratenmaker bij wil? Die wordt niet toegelaten vanwege een te hoog risico. Zorgverzekeraars hebben een acceptatieplicht, die mogen niet uitsluiten, maar dat kun je een puur particulier initiatief niet opleggen, dat is extreem ingewikkeld. Prosumers coöpereren, en dat leidt tot insluiting en uitsluiting van groepen. De vraag is dan: moet de overheid dan toch als vangnet van kwetsbaren optreden en een evenwicht herstellen?  

Dat ligt wel voor de hand.

Maar het hoeft niet. Voor je het weet heb je WAO-achtige toestanden, met een gigantische groep die er gebruik - of misbruik - van maakt. Ik kan me voorstellen dat het privaat wordt opgelost. De aanleg van drinkwaterleidingen was destijds ook geen publiek initiatief. De rijken deden dat op basis van welbegrepen eigenbelang, om zelf geen enge ziekten te krijgen.

Het lokale wordt dus belangrijker. Tegelijk wordt ook het globale en grensoverschrijdende steeds relevanter voor ons bestaan. U spreekt van 'glokalisering', wat bedoelt u daarmee?

Glokalisering betekent dat twee bewegingen tegelijkertijd plaatsvinden: lokalisering en globalisering. Zowel de plaatselijke gemeenschap als internationale verbondenheid achten we belangrijk. Sterker nog: dat globale en anonieme vinden we alleen verdraaglijk als we ook intimiteit kunnen ervaren. Het samengaan van dergelijke tegengestelden is typerend voor onze tijd. We zijn begaan met vrienden en familie en gebruiken producten van ver over onze landsgrenzen.

Volgende maand zijn de Europese verkiezingen. Er wordt veel geklaagd over het democratisch tekort van de EU, terecht?

De Europese democratie is veel meer dan alleen het stemmen op en functioneren van het Europees Parlement. De Europese democratie kent een heel verfijnd stelsel van checks and balances, van beleidsontwikkeling. Heel complex, maar ook erg transparant. Het EP speelt daarin een rol, maar niet als enige. Uiteindelijk kent de EU veel checks and balances, en daar gaat het om in een democratie. Die zijn cruciaal om de tirannie te bestrijden en de altijd aanwezige kans op ongebreidelde machtsuitoefening te beteugelen.

 

Prof.dr. R.J. in 't Veld bekleedt aan Tilburg University de leerstoel Governance and Sustainability. Eerder vervulde hij acht hoogleraarschappen en vele ambtelijke en bestuurlijke functies. Hij is onder meer mede-oprichter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Recent verschenen van zijn hand Kennisdemocratie (2010) en Transgovernance (2011).