Vrij om te sterven? [Gastblog]

Groenlezing paginadinsdag 29 maart 2016 15:43

Zonder enige vorm van afstemming kozen de wetenschappelijk instituten van ChristenUnie en VVD dit jaar hetzelfde thema voor hun jaarlijkse lezing. Zowel de Groen van Prinstererlezing als de Telderslezing – ook nog georganiseerd in dezelfde Utrechtse oud-Katholieke kapel – gingen in op het vraagstuk van euthanasie. Fleur de Beaufort schreef namens het Wetenschappelijk Instituut van de VVD een reactie op onze Groenlezing.

Geen geijkte paden 
Zowel het WI van de ChristenUnie als dat van de VVD koos ervoor niet de geijkte paden te bewandelen, maar een meer verrassende invalshoek in het debat te zoeken. Zo onderzoekt christelijk ethicus Theo Boer in de Groenlezing waarom uitgerekend in een van oorsprong christelijk land als Nederland euthanasie al zo vroeg zo breed werd gedragen, en weerlegt de veelgehoorde stelling dat godsdienstige mensen natuurlijk tegen zijn. Vervolgens keert hij zich tegen de monopoliepositie die euthanasie in Nederland lijkt te hebben op ‘waardig sterven’, en het nadrukkelijke beroep dat steeds weer wordt gedaan op de hulpverlenende arts. Hij pleit voor een grotere betrokkenheid van de patiënt zelf, zodat daadwerkelijk sprake is van zelfdoding en niet van euthanasie.

Ook de Canadese humanist Kevin Yuill, die zichzelf beschouwt als atheïst, wendt zich af tegen de legalisering van euthanasie – of, zoals hij het noemt: geassisteerde zelfmoord. Een wettelijke regeling maakt, aldus Yuill, in feite een einde aan de door voorstanders zo benadrukte individuele autonomie. Mensen worden immers afhankelijk van de bereidwilligheid van een arts om hen te helpen.

Bovendien onderkent Yuill als humanist een onderlinge broederlijke plicht tot hulp, waar bij legalisering van euthanasie wel heel makkelijk van af wordt gestapt. Tot slot tast een wettelijke regeling voor hulp bij zelfdoding de rechtsgelijkheid aan, daar de wet zou moeten voorzien in nadere specificaties wie wel en niet in aanmerking komen voor euthanasie. Daarmee bepaalt niet het individu maar de overheid welk leven beëindigd mag worden.
Hoewel gebaseerd op een ander uitgangspunt dan het liberale, kan ik me niet alleen in grote lijnen vinden in de lezing van Yuill, maar ook in die van Boer. Maar zoals er bij het verhaal van Yuill kanttekeningen te plaatsen zijn, geldt dat ook voor het verhaal van Boer.

Waardevol leven afweging individu
Voorstanders van euthanasie doen doorgaans een beroep op hun recht om zelf de regie over het eigen levenseinde te kunnen voeren. Ze claimen daarbij op grond van de huidige wetgeving dat artsen hen zouden moeten helpen, en dat een weigering ontkenning van hun recht op een zelfgekozen levenseinde betekent. Of, zoals Boer in zijn lezing aanhaalt: ‘als ik geen euthanasie krijg, dwingen anderen mij om door te leven’.

Euthanasie wordt te eenzijdig als de enige oplossing gezien en zelfdoding zonder medische hulp wordt afgedaan als onwaardig sterven. Dat doet de werkelijkheid geen recht doet, vindt Boer, en ik deel zijn mening. Er zijn in Nederland voldoende alternatieven voor een waardig en zo pijnvrij mogelijk einde, waarbij alle ruimte is voor eigen regie.
Als liberaal hecht ik grote waarde aan individuele autonomie; daarbij hoort wat mij betreft nadrukkelijk ook het levenseinde. Anders dan Boer ben ik van mening dat autonomie zo ver gaat dat mensen alleen zelf een absoluut einde kunnen maken aan die autonomie. Alleen het individu kan de afweging maken of zijn leven nog waardevol is om te leven. Voorwaarde is daarbij uiteraard wel dat hij (nog) tot autonomie in staat is.

Deze nadruk op individuele autonomie maakt dat mensen zelf een veel grotere rol zouden moeten spelen bij het uiteindelijke levenseinde. Een ‘zelfdodingspil’ zou daarvoor een geschikt middel zou kunnen zijn, mits voorzien van voldoende zekerheden tegen misbruik.

Alternatieven
Is er voor de omgeving dan helemaal geen rol weggelegd in de discussie rondom het levenseinde? Zeker wel. Terecht stelt Yuill dat we als mensen onder elkaar de broederlijke plicht hebben tot steun. Het feit dat iemand uiteindelijk zelf een beslissing neemt over zijn sterven laat onverlet dat anderen een belangrijke rol kunnen spelen in het wegnemen of verzwakken van de redenen voor een dergelijke beslissing. Zelfs de ervaring van ondraaglijk lijden – voor Boer de meest steekhoudende reden voor het einde – kan in sommige gevallen door de omgeving worden verzacht.

Wel is het verder verbeteren van alternatieven voor wanneer het einde van het leven zich aandient van blijvend belang. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor het groeiende aantal hospices in ons land, waar mensen hun einde op waardige wijze, omringd door veel zorg en aandacht, tegemoet kunnen gaan als de tijd rijp is.

Te veel voor de samenleving
De keuze voor een grotere betrokkenheid van de patiënt zelf is voor Boer tevens van belang omdat die waarborgt dat de patiënt zich tot op het laatste moment bewust is van zijn doodswens. Echter, een overheid die niemand ervan weerhoudt een persoonlijke zelfdodingspil te kopen en van de patiënt vraagt het einde zo veel mogelijk zonder betrokkenheid van een arts vorm te geven, voorkomt niet dat mensen handelen uit het gevoel ‘te veel’ te zijn voor de samenleving.

Boer sluit zijn lezing af met de terechte vraag of hij uiteindelijk de durf zou hebben om het leven actief zelf te beëindigen. Hij antwoordt daarop ontkennend, en put daaruit wellicht de hoop dat ook anderen een andere afweging zouden maken. Hoezeer ik ook de nadruk op de individuele autonomie wens te leggen, ik ben daar minder zeker van.

De nadruk op individuele autonomie, tot slot, lijkt te impliceren dat iedereen die het betreft ook daadwerkelijk nog zelf in staat is een afweging te maken en uiteindelijk zelf de pil in te nemen. Dat is natuurlijk niet het geval. Juist waar mensen niet meer volledig autonoom zijn, wordt de discussie moeilijker, maar ook noodzakelijker. In dergelijke gevallen is de rol van een arts onontbeerlijk. Op basis van eerdere verklaringen kan een arts in zulke gevallen toch hulp verlenen bij de zelfdoding. Het alleen voorhanden hebben van een gepersonaliseerde zelfdodingspil zou dan een verschraling zijn.


Drs. F.D. de Beaufort is wetenschappelijk medewerker bij de prof.mr. B.M. TeldersStichting.

« Terug