Familieband is juist van alle tijden

Laurens 2018vrijdag 07 december 2018 17:30

In 'Gezinskapitaal' stelt Laurens Wijmenga een zorgplicht voor van volwassen kinderen naar hun hulpbehoevende ouders. Geen goed idee, vond zorgethica Sanne Rodenburg. Want: de relatie tussen beide partijen onder druk te staan én het gaat in tegen de Grondwet. In deze reactie schrijft Wijmenga waarom het laatste niet waarschijnlijk is, en waarom hij toch voor die zorgplicht pleit.

Het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie morrelt aan de Grondwet en rechtsstaat en zet de relatie tussen zorgbehoevende en mantelzorger onder druk, betoogt zorgethica Sanne Rodenburg (Opinie, 29 november). In de door mij geschreven publicatie 'Gezinskapitaal' stelt het instituut namelijk voor om de zorgplicht uit te breiden naar ouders en hun volwassen kinderen. Natuurlijk, wie oproept tot uitbreiding van burgerplichten moet niet verwachten de populariteitsprijs te winnen. Maar gaat het er in de politiek ook niet om elkaar tot denken uit te dagen?

Sanne Rodenburg merkt op dat de plicht om naastenliefde te betonen aan onze familieleden niet zo eenduidig is af te leiden uit de Bijbel. Want wie is onze naaste? Wie zorgt, wordt automatisch tot naaste, zo leert het verhaal van de barmhartige Samaritaan.

Tegelijkertijd zegt de Bijbel duidelijk wie in ieder geval onze naaste is. "Wie niet voor de eigen familie zorgt, zelfs niet voor huisgenoten, heeft het geloof verloochend", aldus de apostel Paulus in de eerste Timotheüsbrief. Verderop in deze brief zegt hij dat alleen weduwen zonder familieleden in aanmerking komen voor steun van de kerk. Het is daarom niet vreemd dat in de christelijk-politieke traditie niet de overheid, maar de familie primair verantwoordelijk wordt gehouden voor het verlenen van zorg en praktische of financiële steun.

Gaat het er in de politiek ook niet om elkaar tot denken uit te dagen?
Moreel plichtsbesef om naastenzorg te verrichten is cultuurgebonden, stelt Rodenburg. Zeker: de vormen verschillen, maar het is de vraag of familiebanden niet van alle tijden zijn. Juist vandaag zien we dat de overheid een groter beroep doet op burgers voor elkaar te zorgen. Bijvoorbeeld door bij het toekennen van thuiszorg rekening te houden met de gebruikelijke zorg die huisgenoten kunnen bieden. En door er bij de hoogte van een bijstandsuitkering vanuit te gaan dat huisgenoten kosten delen.

Dat de overheid in dit spoor verder gaat ligt voor de hand. Immers, door de toename van het aantal ouderen zal de vraag naar zorg stijgen. Het is verstandig nu met elkaar het gesprek te voeren over wat we mogen verwachten van familieleden, voordat de oplopende zorgkosten hiertoe dwingen.

En let op: zo'n zorgplicht bestaat al, namelijk van ouders voor hun minderjarige kinderen. Dat een zorgplicht in strijd is met de Grondwet, zoals Rodenburg vermoedt, is dus niet waarschijnlijk. En dat deze plicht de ouder-kindrelatie onnodig onder druk zou zetten, heb ik nog niemand horen beweren. Ouders horen voor hun eigen kinderen te zorgen, dat voelen we allemaal. En is het niet mooi en ook rechtvaardig dat kinderen die zorg later teruggeven?

Daarbij snappen we allemaal dat de overheid soms grenzen moet stellen en ouders moet wijzen op hun verantwoordelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan de overheid die na een scheiding een niet-verzorgende ouder dwingt tot het betalen van kinderalimentatie. Dergelijke situaties zijn ook denkbaar in de relatie tussen ouders en hun volwassen kinderen. Zeker, naastenliefde is niet juridisch afdwingbaar. Maar de overheid kan kinderen wel degelijk vragen praktisch en financieel bij te springen. Het uitbreiden van het begrip gebruikelijke zorg van huisgenoten naar naaste familieleden, lijkt mij dan ook een logische eerste stap. In het besef dat die zorg voor veel kinderen al vanzelfsprekend is.

Er zijn natuurlijk grenzen aan wat de overheid mag verwachten van familieleden. Terecht dat Rodenburg en zorghoogleraar Marian Verkerk daarom oproepen tot het verbeteren van de randvoorwaarden voor mantelzorg, zoals flexibele werktijden of respijtzorg. Maar het verbeteren van de randvoorwaarden mag best gepaard gaan met een stevig moreel en juridisch beroep op families om voor elkaar te zorgen. Want familie verplicht.

Dit artikel is op 6 december geplaatst in dagblad Trouw
Laurens Wijmenga is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie. 

« Terug