Vrijwilligers frustreren uitzetbeleid Armeniërs

Simone Kennedy columnmaandag 02 juli 2018 12:00

Van alle Armeniërs die tussen 2014 en 2017 Nederland moesten verlaten, is 64% vertrokken met onbekende bestemming (MOB), waarschijnlijk opgevangen door vrienden en familie in Nederland. 21% is door de politie vanuit het AZC opgepakt, vastgezet in een detentiecentrum en daarna op het vliegtuig gezet. En 15% heeft vrijwillig meegewerkt aan terugkeer en kreeg daardoor geld en ondersteuning om in Armenië een nieuw leven op te bouwen.

Dit bleek uit het op 28 juni gepresenteerde rapport van Solid Road, een terugkeerorganisatie. Solid Road biedt Armeniërs die vrijwillig terugkeren een jaar gratis huisvesting, een beroepsopleiding in Armenië voor de volwassenen en huiswerkbegeleiding voor de kinderen. Daarnaast krijgen ze een budget om bijvoorbeeld materialen aan te schaffen voor een eigen zaak.

Toch stellen veel Armeniërs terugkeer zo lang mogelijk uit. Alle mogelijke procedures worden aangegrepen om uitzetting te voorkomen. Vaak leiden psychische inzinkingen tot langdurige opnames in een GGZ-kliniek, waardoor uitzetting niet mogelijk is. Een professional zei dat na de sluiting van een AZC een lokale GGZ-kliniek failliet was gegaan. Soms wordt er druk uitgeoefend op professionals om een OTS (Onder Toezicht Stelling) uit te spreken in verband met opvoedproblemen, zodat niet ouders het gezag hebben maar Nidos, waardoor een uitzetting ook voorkomen wordt.

Armeniërs willen vaak blijven voor de toekomst van hun kinderen. Armenië is een corrupt land met een lage levensstandaard, maar geen levensgevaarlijk land zonder arbeidsmogelijkheden. Toch prefereren Armeniërs het leven in een AZC of zelfs de illegaliteit boven terugkeer naar Armenië, zolang hun kinderen goed onderwijs kunnen genieten. En als dit niet meer mogelijk is na hun 18e levensjaar, kunnen ze via een huwelijk misschien een verblijfsvergunning krijgen. Ook krijgen zieke en gehandicapten kinderen hier de zorg die ze nodig hebben, terwijl dat in Armenië niet beschikbaar is of niet zonder omkoping kan. En altijd blijft de hoop flikkeren dat er nog eens een kinderpardon zal komen, waardoor ze mogen blijven. Want het is ‘leven in Nederland’ tegenover ‘overleven in Armenië’, zoals iemand zei die was teruggekeerd.

Ik krijg geregeld berichtjes van Nederlandse christenen die Armeniërs steunen en opvang bieden nadat ze MOB zijn vertrokken uit het AZC. Dat kan een zware last zijn, want huisvesting is schaars. Deze vrijwilligers zijn vaak niet op de hoogte van de inhoud van het dossier en de vertrekregelingen. Er wordt bijzonder weinig informatie uitgewisseld tussen professionals in het AZC en de vrijwilligers die rondom hetzelfde gezin staan. Dat zou moeten veranderen. Professionals hebben kennis en vrijwilligers een vertrouwensrelatie. Als je Armeniërs gezamenlijk kunt ondersteunen, waarbij je hun zorgen erkent, kun je veel leed en dure procedures voorkomen.

Simone Kennedy is fractievoorzitter van de ChristenUnie in Amersfoort, was van 2004-2016 curatoriumlid voor het WI en breit graag truien terwijl ze haar raadsstukken leest.

Elke maandagmdidag verschijnt er een column op de website van het WI. Vorige week schreef Karin de Geest de column 'Dé islam bestaat niet'. Tot volgende week!

« Terug