Dierwelzijn en een ‘knalgroen verkiezingsprogramma’

messelinkvrijdag 08 juli 2016 11:00

In een recent interview met Andries Knevel kondigde CU-kamerlid Carla Dik aan dat ze zich wil inzetten voor een ‘knalgroen verkiezingsprogramma’. Een boeiende aankondiging, vindt A Rocha-directeur Embert Messelink. Dierwelzijn, zegt hij, is een van de thema’s die daarin zeker een plek moeten krijgen.

In zijn recent verschenen boek ‘En God schiep’ benadrukt hoogleraar economie en ethiek Johan Graafland hoezeer dieren van waarde zijn in Gods ogen. Hun eigenheid doet ertoe. Het eten van dieren is Bijbels gezien toegestaan, schrijft hij, maar het is belangrijk te erkennen dat dieren als schepselen van God intrinsieke waarde hebben. Een dier laten uitsterven, is een kwaad. Dat geldt ook voor een dier meer laten lijden dan nodig is. Met de term dierenrechten kan Graafland goed uit de voeten. Mensen hebben verplichtingen tegenover (landbouwhuis)dieren: wij moeten ze verzorgen en beschermen, onder andere tegen overbodig lijden. Menselijke deugden als zelfbeheersing, ontferming en rechtvaardigheid hebben ook betekenis in onze relatie met dieren. Hoe we het recht van een dier wegen tegen het recht van een mens, is een uitdagende vraag die alleen in concrete situaties beantwoord kan worden, schrijft Graafland.

Ideaal
Mijn ideaalbeeld vloeit voort uit ecologische overwegingen en mijn visie op dierwelzijn. In dat ideaal ontwikkelen we als mensen een veel plantaardiger dieet. Daardoor kunnen opbrengsten van de veeteelt omlaag en is er meer ruimte voor natuurwaarden op het boerenland. Dat heeft reusachtige positieve effecten op klimaat en op biodiversiteit en geeft veel meer kansen om het dierwelzijn te waarborgen.
Even uitleggen: de veehouderij draagt aanzienlijk bij aan CO2 en methaan-uitstoot en daarmee aan klimaatverandering. Bovendien leidt intensieve veehouderij tot verarming van natuurwaarden. Dicht bij huis, waar onder andere weidevogels verdwijnen. Ver van huis, waar bossen worden gekapt voor de teelt van soja (veevoer). In mijn ideaal produceren akkerbouwgebieden uitsluitend voedsel voor de mens (en restproducten voor de dieren) en zijn de graslanden voor het vee. Dat betekent: minder dieren en veel minder vleesconsumptie.

Hoge vleesproductie
Momenteel ligt de gewenste productie van vlees nog erg hoog. Dat zorgt voor een aantal problemen. Door die hoge productie zijn vleeskoeienrassen zo doorgefokt dat natuurlijke geboorten nauwelijks meer voorkomen; zakken kippen door de poten omdat ze in zes weken moeten groeien tot 2 kilo; is er veel biggensterfte door selectie op zeugen die zoveel mogelijk biggen werpen; worden koeien onthoornd en met ijskoude ijzers gemerkt; worden de snavels van kippen geknipt of gebrand; en worden de staarten van varkens gecoupeerd.

Laat ik er bij zeggen: Nederland loopt qua dierwelzijn voorop; in Europa en wereldwijd. Permanent worden er stappen gezet op weg naar een hoger niveau van dierwelzijn. Maar door de sterke focus op een zo hoog mogelijke productie liggen er nog steeds uitdagingen. In mijn ideaal van een samenleving met een veel plantaardiger dieet, zou de veehouderij veel extensiever ingericht kunnen worden - kleine groepen dieren op grotere stukken land. Het dier krijgt daardoor meer mogelijkheden om zijn natuurlijk gedrag te vertonen, en de boer krijgt zijn prijs. Vlees gaat niet langer als kiloknaller over de toonbank, maar als luxeproduct dat een goede prijs mag hebben. Voor de burger met een beperkte portemonnee hoeft dat geen probleem te zijn. Eet wat minder vlees, en je komt quitte uit.

Concrete stappen
Nederland opereert op een mondiale markt van producten. Dat maakt de thematiek weerbarstig. Maar voor een overheid die wil, zijn concrete stappen mogelijk. Ik noem er vier:

1. Bevorder alle initiatieven op het vlak van lokale, extensieve voedsel- en vleesproductie waarbij boeren en burgers rechtstreeks zaken doen. Nu gaat het vaak nog om kleinschalige initiatieven, maar op dit vlak is veel meer mogelijk. Laten we eens nadenken over een laag belastingtarief voor producten die lokaal geproduceerde en verkocht worden.

2. Nederlandse vlees- en zuivelproductie moet om kwaliteit gaan draaien, niet om kwantiteit. Vleestax en subsidie kunnen helpen: belast producten uit intensieve veeteelt, bevorder producten uit extensieve en innovatieve bedrijven.

3. Blijvende investeringen in dierwelzijn zijn nodig. De problemen die ik hierboven noem, moeten op korte termijn tot het verleden behoren.

4. Vanuit een extensief toekomstperspectief: geef geen ruimte aan megastallen.


Een politieke partij kan niet alles. Maar dit thema raakt iedereen. Samen houden we een systeem in stand dat heel succesvol is geweest, maar in toenemende mate grote nadelen heeft. Samen kunnen we ook dierenleed tegengaan. Niet alleen via een knalgroen verkiezingsprogramma, maar simpelweg via ons dieet.


Embert Messelink is directeur van de christelijke natuurbeweging A Rocha.

« Terug